Bekijk het origineel

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (5, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (5, slot)

7 minuten leestijd

In dit slotartikel wil ik trachten een samenvattende indruk te verwoorden, waarin waardering en tegelijk kritische vragen naar voren komen. Ik doe het puntsgewijs.

Belangrijke bijdrage
1.
Prof. Graafland levert met dit boek een belangrijke bijdrage aan de discussie over de geestelijke crisis van onze tijd, samengevat in de term Godsverduistering.
Hij doet dat door naar anderen (vooral prof. Berkhof) te luisteren en op hen in te gaan. Hun antwoord kan het zijne niet zijn. Hoe bescheiden hij hen ook ondervraagd heeft, deze conclusie is duidelijk. Opvallend dat met name ook prof. J. Veenhof, wiens belangstelling voor het charismatische bekend is, wordt afgewezen vanwege zijn optimistische mensbeschouwing (196). Leslie Newbigin, prof. Runia en de jongere gereformeerde bondspredikanten drs. Dekker en drs. De Reuver spreken hem aan en vinden bij hem waardering, hoewel de eerste twee toch ook van enige kritische vragen begeleid worden. De beide laatsten worden terechtgewezen in hun interpretatie van de Dordtse Leerregels. Hun bedoeling deelt Graafland. Hij zoekt de oplossing in dezelfde richting als zij.

Persoonlijke beleving is nodig
2.
Graafland komt op voor gereformeerde spiritualiteit, dat is de persoonlijke beleving van de ontmoeting met God. Een mens moet met zichzelf aan het eind komen. Dat gebeurt waar God zijn leven binnenkomt. Graafland pleit voor het bespreken en bespreken van de toeleidende weg. Of hij daaronder hetzelfde verstaat als oude schrijvers, is niet duidelijk. Hij zegt zelf niet dat hij de term anders invult. Dat de term juist in verband met het 'gelijk' van Berkhof ter sprake wordt gebracht, geeft op zijn minst te denken.
Verder pleit Graafland voor de opvatting (en daaruit voortkomende praktijk) dat de verzegeling met de Heilige Geest een aparte ervaring is, in het leven van een ongelovige. Dat hij deze verzegeling charismatisch uitgebreid wil zien, bespreken we hieronder.
Het is opvallend, dat de zaak van twee oude termen door Graafland weer bepleit wordt. In de laatste decennia hebben velen juist deze termen uit de Nadere Reformatie gecorrigeerd vanuit de Reformatie.
Graafland vindt verrechtsing wereldgelijkvormigheid. Daarom aarzel ik het volgende te schrijven, toch doe ik het: Zijn voorstel maakt de indruk van een ruk naar rechts, hoewel Graafland uiterst rechts om prediking en praktijk in het onderwijs (met name godsdienstonderwijs) scherp bekritiseert.
Graafland zoekt de oplossing dus in persoonlijk doorleefde Godsontmoeting, in gelovige omgang met God en in dienstbaarheid aan de mensen. Hij vindt wel dat dit niet als een zaak van 'het beter weten' bepleit moet worden. Het moet dialogisch gepraktiseerd worden. Vandaar zijn kritiek op de theocratie, die niet blijkt te slagen en de mensen alleen maar dwingt.

Bijstelling noodzakelijk
3.
Toch is met het voorgaande niet alles gezegd. De gereformeerde spiritualiteit kan vandaag alleen iets betekenen als de gereformeerde traditie op een aantal punten wezenlijk, bijna zou ik zeggen ook radikaal bijgesteld wordt. Namelijk op het punt van de rechtvaardiging, een verbrede rechtvaardigingsleer; op het punt van te eenzijdige en versmalde aandacht voor de wedergeboorte; op het punt van het werk van de Geest, door meer van de gaven van de Geest te spreken en er meer gebruik van te maken. Deze noodzakelijk geachte pneumatologische verbreding hangt nauw samen met de beide voorgaande punten. Tenslotte een herstructurering van de Dordtse Leerregels, zodat de verkiezing in een evangelisch kader komt te staan. In deze evangelische setting is Gods verkiezing van Israël een kernpunt.

Gereformeerd aangevuld met evangelisch
4.
Ik kom nu tot mijn moeite met Graaflands betoog. Die is tweeërlei: In de eerste plaats geldt zij zijn tekening van de geschiedenis, en met name zijn interpretatie van Calvijn.
In de tweede plaats geldt mijn moeite de vraag hoe de genoemde bijstelling op vier punten zich verhoudt tot de gereformeerde traditie.
Ik begin met het laatste. De lezer krijgt de indruk dat Graafland graag put uit de gereformeerde traditie. Hij is erin thuis, weet zich erin thuis. En toch, zij is niet genoeg. Zij moet verbreed worden, met de bijdrage van de evangelische beweging, en dan met name van die evangelicalen (om dat woord maar eens te gebruiken) die charismatisch georiënteerd en maatschappelijk geëngageerd zijn.
Mijn vraag is: Heeft de gereformeerde traditie en haar spiritualiteit alleen betekenis voor de oplossing van het probleem van de Godsverduistering als deze verbreding plaatsvindt? Als ik Graafland lees, krijg ik meestal de indruk: dit is een 'must'. Gebeurt dit niet, dan geldt van de gereformeerde traditie en haar spiritualiteit wat hij als tragisch manco bij de traditioneelgereformeerden opmerkt. Soms denk ik de verbreding is uitermate gewenst, maar niet direct een 'must'.
Als zij wel een 'must' is, dan moet men goed bedenken wat dit inhoudt voor de waardering van de gereformeerde traditie en van de Reformatie in haar geheel. Zonder de aanvulling, respektievelijk verbreding met de inbreng van de evangelischen, is de Reformatie gedoemd te verstarren. Uiteindelijk zal ze onder hetzelfde oordeel vallen (in de dubbele betekenis van het woord), als het traditioneel gereformeerde leven. Dit niet enkel vanwege de nood der tijden (hoewel ook daarom!), maar vanwege de wezenlijke tekorten die de gereformeerde traditie vanaf de 16e eeuw aankleven.

Calvijn en de Reformatie vanuit dit manco geïnterpreteerd
5.
Vanuit deze noodzakelijk geachte verrijking met de inbreng van de evangelischen worden Calvijn en de gereformeerde traditie in gebreke gesteld. Meer nog: Calvijn wordt bijgekleurd vanuit het ontbreken van een evangelische inbreng en een evangelisch gehalte.
Mag ik het zo zeggen: het evangelische manco in de gereformeerde traditie begint bij Calvijn.
Graafland is reeds langer bezig op de tekorten van Calvijn te wijzen. Zie zijn vorige boeken over De Verkiezing (1987) en over De Kerk (1989). Ik heb bij het lezen van die boeken steeds het gevoel gehad: hier wordt een (zij)lijn bij Calvijn geconstateerd, respectievelijk geconstrueerd. Waar komt deze constructie vandaan? Het is mij nu duidelijk: omdat Calvijn een evangelisch manco vertoont. Katholiek-gereformeerd kan men niet zijn zonder de inbreng van de evangelischen geïntegreerd te hebben. Over deze wissel volg ik Graafland niet.

Ambivalente waardering
6.
Mijn waardering is ambivalent. Dankbaar ben ik ervoor dat Graafland geen andere oplossing ziet, dan de echt gereformeerde: Een mens moet persoonlijk door God opgezocht worden in zijn schuld, en zo God leren kennen. In die boodschap kan ik mij geheel vinden. Daarom heeft het slot van het t.v.-gesprek mij en velen zo aangegrepen. Daar waar zijn hart (en stem) trilt, trilt ook het mijne! Consonantie!
Jammer vind ik het dat Graafland dit duidelijke antwoord op het probleem belast met een in wezen scherp, en van zekerheid getuigend, requisitoir tegen de Reformatie. Ik heb ernaar gezocht of hij dit requisitoir dialogisch heeft opgezet. Ik heb er geen sporen van een dialoog in kunnen vinden. Graafland is op dit punt zeker (geworden) van zijn zaak. Ik hoop wel dat, nu ik niet op alle punten instemming betuig, hij toch van deze artikelen zal zeggen: Ik ben verstaan. Daarom heeft hij gevraagd (218).

Voorbijgegaan aan kleinere punten
7.
Op tal van kleinere punten ben ik niet ingegaan. Ik vraag me af of hij niet te optimistisch denkt over een verschuiving bij Berkhof. Deze zou nu de schuld (en niet meer het lot) de mens willen voorhouden. Het artikel in Hervormd Nederland (december 1989) ken ik niet. Maar één artikel is toch een smalle basis.
Tot mijn spijt moet ik zeggen dat het boek niet systematisch is opgezet. Dezelfde zaken komen in verschillende hoofdstukken voor. Ik wijt dit gebrek aan systemathiek aan de worsteling die Graafland heeft doorgemaakt ten aanzien van het onderwerp.

Het licht over de Godsverduistering in de titel
8.
Ik had het boek reeds vaak in handen gehad en ingezien, toen ik door de titel werd getroffen.
Hoe merkwaardig! Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit. Dit licht moet de verduistering doen optrekken, zo is de intentie, de bede en de verwachting van Graafland. Het gaat echter wel om die bijgestelde spiritualiteit die alleen te vinden is bij gereformeerden die op zoek zijn naar God. Maar wat dan met de spiritualiteit van die gereformeerden, die zich door dit persoonlijke getuigenis aangesproken weten, maar de gedachte van een werkhypothese – beslissende notie in dit boek – niet kunnen, en ook niet willen meemaken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (5, slot)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken