Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de pers

14 minuten leestijd

Pastoraat
Deze maand gaat in veel gemeenten het huisbezoek weer van start, tegelijk met vele andere takken van werk in de gemeente. De term 'pastoraat' verklapt ons Wie er achter deze arbeid van de christelijke gemeente staat: het is de Pastor Jezus Christus, de grote Herder der schapen zoals Hij soms wordt genoemd in het Nieuwe Testament. Bekend is ten deze de gelijkenis die Jezus vertelt over de negenennegentig schapen die de herder in de woestijn achterlaat om het ene schaap achterna te gaan dat de benen heeft genomen. Pastorale zorg, aandacht voor de enkeling. Jezus heeft dat pastoraat in handen gelegd van onder-herders. We lezen ook over hen in het NT. Ze hebben de kudde Gods te weiden. Niet door heerschappij over de kudde te voeren als zouden de schapen van Christus hun bezit zijn. Paulus bindt de ouderlingen van Efeze op het hart, dat ze acht moeten slaan op de gehele kudde en er niet een aantal door hen zelf uitgekozen schaapjes op na dienen te houden. Pastoraat kent een bij uitstek persoonlijke spits: zorg voor dat ene schaap. In een recent artikel in het Centraal Weekblad wijst prof. dr. K. Runia op een aantal verschuivingen in het naoorlogse pastoraat. Men begon te spreken over wat men noemt het onderlinge pastoraat. Ieder gemeentelid heeft een pastorale verantwoordelijkheid en niet slechts de ambtsdragers der gemeente. Dit spreken heeft een bijbelse grond in het spreken over het éne lichaam van Christus. Oor en oog kunnen niet om elkaar heen, evenmin als de hand en de voet. De leden dienen daarom ook voor elkaar te zorgen: onderling pastoraat. Prof. Runia vermeldt voorts een beleidsnota die onlangs verscheen vanuit het Samenwerkingsorgaan (hervormd en gereformeerd). Daarin wordt gewezen op het feit, dat een belangrijk deel van het pastoraat zich vandaag niet meer afspeelt in de vertrouwde kerkelijke kaders. Nogal wat mensen herkennen zich niet meer, voelen zich niet meer thuis in de vertrouwde kerkelijke kaders, waarbinnen b.v. ook onder ons het huisbezoek zich afspeelt. Ik denk dat ook wij zouden schrikken, als we onze gemeenteleden zouden vragen hoe ze het huisbezoek beleven, zeker ook onze jongere gemeenteleden. Ik wil daarmee niets afdoen van de ernst en de inzet waarmee honderden ouderlingen hun bezoekwerk trachten te doen. Maar wel is het waar dat ook onder ons in toenemende mate gemeenteleden versterking van het geloof zoeken in andere kaders. Om het wat geleerd te zeggen: in categoriale groepen van leeftijdgenoten, gelijkdenkenden als het gaat om de vragen van geloof en beleven. Terecht constateert prof. Runia dat vandaag nogal wat gemeenteleden hun geloof meer dáár beleven dan in de gemeente zelf. Of dat nu op een 'gezelschapsdag' is of tijdens een 'Windroosconferentie' om de toepassing te maken op de rechterflank van de gereformeerde gezindte. We kunnen ons daar als kerkeraden en predikanten niet zomaar van afmaken, maar dienen ons af te vragen: hoe komt dat en geven we misschien aanleiding en kunnen we er wat aan doen?

Crisispastoraat
Prof. Runia stelt dan dat het buitengewoon te betreuren zou zijn wanneer dit alles ten koste zou gaan van het 'gewone' pastoraat, al is die tendens volop aanwezig in onze tijd.

'Toch zou het zeer te betreuren zijn, als dit alles helemaal ten koste van het 'gewone' pastoraat zou gaan. Die tendens is er vandaag toch al in allerlei opzicht.
Uit gesprekken met predikanten in de gemeente weet ik, hoezeer het zgn. crisispastoraat de laatste jaren gegroeid is. Enorm veel tijd van de predikant wordt vaak in beslag genomen door de begeleiding van stervenden en van hen die achterblijven. Predikanten worden ook in toenemende mate betrokken bij huwelijksproblemen. Echtscheidingen nemen ook in onze kerken onrustbarend toe. Vaak wordt de predikant erbij betrokken als de problemen eigenlijk al onherstelbaar zijn, maar ook dan blijft de begeleiding van de "afwikkeling" hem voortdurend bezighouden. En zo zou ik nog allerlei andere vormen van crisispastoraat kunnen noemen.
Ook hiervan denk ik dat het goed is dat predikanten er serieus aandacht aan besteden. Ik zou de laatste willen zijn om te beweren dat het niet belangrijk is. De enkeling in nood verdient onze aandacht. Op een gegeven moment kan het gebeuren, dat de negenennegentig moeten wijken voor die ene.'

Inderdaad gaat daar heel veel tijd mee heen: crisispastoraat. Uren en nog eens uren aan huwelijksproblemen, aan gezinsmoeilijkheden, begeleiding van stervenden, gesprekken met jongeren en ouderen vanwege vaak psychische problemen en wat te denken van het oplossen van interne verscheurdheden binnen kerkeraden soms. crisispastoraat slokt de meeste pastorale tijd van de pastor inderdaad op.

Persoonlijk pastoraat
Maar, aldus prof. Runia, is dat altijd wel pastoraal verantwoord?

'Maar ook nu voeg ik er onmiddellijk aan toe: het zou zeer te betreuren zijn, als ook dit alles geheel ten koste van het "gewone" pastoraat door de predikant zou gaan. De "gewone" gemeenteleden hebben ook recht op de aandacht van de dominee. Ik krijg nl. wel eens de indruk dat predikanten zo in beslag genomen worden door het crisispastoraat en zaken van gemeenteopbouw dat ze aan het bezoek van de "gewone" gemeenteleden niet meer toekomen. Een poos geleden had ik een gesprek met twee oudere gemeenteleden, die beiden al behoorlijk in de zeventig waren. Ze vertelden me dat ze nu al acht jaar in dit huis en in deze wijk woonden. In al die acht jaren was er nooit een dominee bij hen over de vloer geweest. Terecht vroegen ze zich af: "Hoe moet onze predikant straks onze begrafenis leiden, als hij ons helemaal niet kent?" Gelukkig waren ze zelf trouwe mensen, die rustig elke zondag naar de kerk bleven gaan. Maar ik vraag me wel af: hoe zou het in zo'n geval gaan in een jonger gezin, waar de relatie met de kerk in de regel toch al veel zwakker is?
Ik vraag me wel eens af of veel van de terug­gang in het kerkbezoek en ook van de kerkverlating niet met dit verschijnsel samenhangt. Inderdaad, er zijn veel mensen die hun heil en heul zoeken en vinden in leerhuizen of andere studiegroepen. Maar er zijn ook de zeer velen (hun percentage is m.i. veel groter), die daar geen aanleg voor hebben en die het van de zondagse kerkgang moeten hebben. Wat voor band houden deze mensen op den duur met de gemeente? Het onderlinge pastoraat kan het in hun geval vaak ook niet vervangen, omdat het nogal eens tekort schiet. Ik geloof in alle ernst, dat voor deze gezinnen een persoonlijke band met de predikant onmisbaar is.'

We kunnen deze bewering van prof. Runia alleen maar onderstrepen en beamen, ook al kennen we de praktische problemen van b.v. chronisch tijdgebrek.

Pastoraat door de predikant
Prof. Runia ontkent dat hij met dit accent op het pastoraat door de predikant wil pleiten voor een vorm van 'dominocratie', als zou alleen de dominee pastoraat kunnen bedrijven in de gemeente. Hij onderbouwt als volgt zijn pleidooi voor de rol van de predikant in de gemeente.

'Maar hoe we het ook wenden of keren, een predikant heeft nu eenmaal een geheel eigen plaats in de gemeente. Dat brengt zijn ambt mee. Zijn bezoek heeft een bepaalde "kleur" die andere bezoeken niet hebben. De bekende Duitse praktische theoloog Manfred Josuttis heeft een paar jaar geleden een boek geschreven met de titel Der Pfarrer ist anders (De predikant is anders). Het is een boek dat bijzonder interessant is en dat ik graag in de handen van elke predikant zag. Uiteraard schrijft hij tegen de achtergrond van de Duits-lutherse volkskerksituatie, waarin de predikant eigenlijk de enige ambtsdrager is. Gelukkig is dat bij ons niet zo. Als ik zo'n boek lees, ben ik bijzonder dankbaar dat wij naast de predikant ouderlingen en diakenen hebben.
Maar dat neemt niet weg, dat ook in dit geheel van de meerdere ambten de predikant een geheel eigen plaats heeft. Hij is niet alleen degene, die de opdracht heeft om te preken en de sacramenten te bedienen, maar hij is in de regel ook de enige die full time ambtsdrager is. Hij is a.h.w. met zijn ambt getrouwd. Hij kan er ook nooit los van komen (tenzij hij zijn ambt neerlegt). Hij heeft dan ook een heel eigen plaats in de gemeente. Hij ontvangt het vertrouwen van de gemeenteleden op een geheel eigen wijze.
Ik geloof dat het van het grootste belang is dat de predikant veel in de gemeente is en zoveel mogelijk gemeenteleden opzoekt. Natuurlijk is pastoraat meer dan "huisbezoek en af en toe een bezoekje van de dominee" (nota). Maar laten we alsjeblieft de waarde van dat "af en toe een bezoekje van de dominee" niet onderschatten! Ik hoor predikanten wel eens zeggen: "Er staat nergens in mijn beroepsbrief dat ik overal kopjes koffie moet gaan drinken." Dat is natuurlijk waar. Maar het kan ook een goedkoop excuus worden om maar nergens meer eens binnen te lopen. Mijn eigen ervaring als predikant is geweest, dat ik de beste en de meest vertrouwelijke gesprekken heb gehad, wanneer ik zo maar eens even binnenviel. En dan ontstond er een relatie die door de jaren heen bleef!
We moeten "de dag van deze kleine dingen niet verachten". Indertijd waren er in Amsterdam, in dezelfde wijk, twee predikanten. De ene was een heel knap theoloog, die graag boeken schreef en die geweldig kon preken. Maar hij kwam heel weinig in de gemeente. De andere was maar een middelmatig theoloog en bepaald geen preektijger. Maar hij was erg trouw in zijn pastorale werk. Hij kende zijn gemeente en alle gezinnen van haver tot gort. Op den duur kwamen er meer mensen bij hem in de kerk dan bij de eerstgenoemde predikant! Er was namelijk een band gegroeid tussen deze herder en zijn "schapen", en hoewel de "schapen" best wisten dat hij niet zo'n geweldige preker was, kwamen ze toch. Vanwege die band!'

In veel opzichten heeft prof. Runia gelijk, al zouden er bij het laatste verhaal dat hij vertelt nog wel wat kanttekeningen te plaatsen zijn. Het gaat, denk ik, om de juiste middelmaat. Misschien dat in vroeger jaren en dan in een grauwe onpersoonlijke stadswijk zijn voorbeeld waar was. Anderzijds, wie in onze tijd niets te zeggen heeft, kan het met een intensief pastoraat nauwelijks compenseren. Bovendien, waar slaat het pastoraat op, als het geen wortels vindt in het Woord en de wekelijkse verkondiging ervan? De 'schapen' ook in 'onze gemeenten' kennen maar heel weinig meer van deze trouw. De 'schapen' hebben bijna allen een auto en 'karren' in het rond tot ze een 'voederbak' hebben gevonden waar het voedsel naar hun smaak en toebereiding is. Ook dat is met een trouw pastoraat niet te voorkomen. Consumptief kerkgangersgedrag hoort bij de mode van onze moderne tijd, ook en vooral in behoudende kringen. Goed verstaan, als het gaat om 'waarheid of leugen' in de prediking, liggen deze zaken uiteraard anders.

Rol van de pastor
In 'Kontekstueel' van augustus 1990, 5e jrg. no. 1, valt een vraaggesprek te lezen met dr. W. Zijlstra. Onlangs verscheen van zijn hand 'Op zoek naar een nieuwe horizon', handboek voor klinische pastorale vorming, afgekort veelal met KPV. Zijlstra is bekend geworden als degene die de KPV-trainingen in het leven heeft geroepen. Het wil een methode zijn om pastores betere pastores te laten worden. Via trainingen wordt de pastor geleerd wie hij zelf eigenlijk is. Door jezelf beter te leren kennen, leer je ook beter communiceren met anderen. In de rechterflank van de kerk wordt met enige argwaan naar deze trainingen gekeken, aldus een inleidend woord op een gesprek dat mevr. A.L. Rijken-Hoevens en ds. J. Seton met dr. W. Zijlstra voerden en waaruit we het slot citeren, namelijk over de 'Rol van de pastor'. Die vrees zou o.a. veroorzaakt worden door de vrees, dat het geloof teveel verpsychologiseerd wordt. Zijlstra ontkent dat. Het gaat volgens hem niet om het geloof. Verschillende mensen die oprecht geloven, beleven dat op verschillende manieren en dat hangt dan weer af van psychologische factoren. Het gesprek met dr. Zijlstra levert boeiende stof op, dat hier en daar tot tegenspraak oproept.
Dat geldt ook voor wat nu volgt, ook al bevat Zijlstra's stellingname punten die overdenking verdienen.

'K.: "Wat zou u in de predikantsopleiding anders willen zien? Wat zou u willen verbeteren?"

Z.: "Ik denk dat een predikant allereerst een goed schriftgeleerde moet zijn. Daarvoor studeert hij theologie. Maar theologie studeren is een '"gevaarlijke"' onderneming, want dat kun je niet vrijblijvend doen, zoals bijvoorbeeld fysica. Als het goed is, begint daar al het bewustwordingsproces. Vele vertrouwde zekerheden worden je ontnomen. Het blijkt allemaal toch nog anders te zijn dan je dacht (tenzij je natuurlijk theologie studeert met oogkleppen op). De theologiestudie raakt het hart en dan kom je op kruispunten te staan, waar je keuzen moet maken. Daarom zie ik pastoraat tijdens de studie als een noodzakelijkheid, van anderen èn aan elkaar. En dan kom je al in de buurt van wat ik beoogd heb met de KPV: het in kleine groepen spreken over dat wat je werkelijk bezighoudt, je eigen geestelijke worsteling.
Daarnaast is het nodig predikanten toe te rusten voor hun pastorale taak. Hoe begeleid je een stervende? Hoe ga je om met een huwelijksconflict? enz. Predikanten zonder instrument het veld insturen is even onbarmhartig als een soldaat naar het front sturen zonder wapens. Daarop moet met de KPV aan de universiteiten in ieder geval een begin gemaakt worden. De lange cursussen kunnen beter later gevolgd worden, als de pastor al wat ervaring in de gemeente heeft opgedaan. Pastorale toerusting is geen luxe. Zo wordt het nog te veel gezien. Pastoraat is '"theologie-inactu"'."

K.: "Wat is specifiek de taak van de pastor in de gemeente?"

Z.: "De pastor is een herder, hij moet zijn schapen begeleiden. Voor mij betekent dat '"begeleiden"': de ander als bondgenoot namens God, de grote bondgenoot, begeleiden op zijn/haar weg naar menswording. En deze menswording is in het licht van de Schrift: de '"nieuwe mens'", die hij/zij in Christus in alle verborgenheid al mag zijn. Wij mensen zijn immers, zegt Paulus op grond van zijn verstaan van kruis en opstanding, in Christus geschapen. En Christus is '"de tweede Adam'", de eschatologische mens. Alle aspecten van het werk van de pastor: zijn prediking, catechese, groepswerk, bezoeken, zijn aspecten van deze begeleiding, van dit pastoraat. Wij zijn ook elkaars bondgenoten (op grond van het priesterschap van alle gelovigen), maar de pastor is dat op grond van zijn ambt op een bijzondere wijze. Alleen zo kan hij — in alle gebrekkigheid — de grote Herder tegenwoordigstellen".'

Als ik het goed begrijp, wil dr. Zijlstra zeggen: pastoraat is je medemens helpen de weg te vinden tot wat hij al is: de nieuwe mens. Dat heeft alles te maken met zijn theologische visie op wat hij noemt 'de grote wending' in kruis en opstanding van Jezus Christus. Daar en toen vond de wedergeboorte plaats. We hebben dat wáár te laten zijn. Dat gaat echter niet vanzelf en pastoraat wil daarbij helpen. Met andere woorden: we zijn verlost, alleen we moeten het nog gaan leren verstaan, wáár gaan laten worden. Hier komen allerlei vragen boven: verdwijnt hier niet het werk van de Heilige Geest in toepassing en toeëigening van het heil in een weg van persoonlijke levendmaking? Geloven is een bewustwordingsproces, stelt dr. Zijlstra. Daar zit veel waars in, alleen kent het geloof dan geen begin ergens in het persoonlijk leven van de enkeling. Doet God dat of zijn wij pastores bij machte via het pastoraat daar een belangrijke bijdrage in te leveren? Ik denk dat de aarzeling binnen de 'Bond', zoals in het vraaggesprek wordt gesteld, o.a. daar, bewust of onbewust door veroorzaakt wordt. Maar ik kan me hierin vergissen. Pastoraat, de bewe ging van de grote Herder naar de mens, wie hij of zij dan ook is. Daaraan hebben we ons heil te danken. In ieder geval.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken