Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Marnix van Sint Aldegonde over Gods goedgunstigheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Marnix van Sint Aldegonde over Gods goedgunstigheid

7 minuten leestijd

De lofzang van de Engelen
In d'hoogste heemlen sij den Heere,
Den hoogsten God, de hoogste ere.
End op der eerden overvloed
Van alle vreed end goeden spoed.
Want Gods goedgunstigheid gewis,
Den mensen nu verschenen is.
Deze berijming van Lucas 2 : 14, met het accent op 'Gods goedgunstigheid', is van de man die wel de penvoerder van de reformatie is genoemd en wiens volledige naam luidt: Filips van Marnix, Heer van Sint Aldegonde.
Marnix, zoals we hem meestal kortweg noemen, werd 450 jaar geleden in Brussel geboren. Een goede gelegenheid om aan de poëzie van deze strijdbare Calvinist aandacht te besteden in het kerstnummer 1990 van De Waarheidsvriend.

Christus alleen
Marnix groeide op in een rooms-katholiek gezin, dat behoorde tot de lagere adel. Van zijn vader zou hij de heerlijkheid Mont Sainte-Aldegonde in Henegouwen erven. Vandaar: Heer van Sint Aldegonde.
Van zijn jeugd weten we bijzonder weinig. Met zijn broer Jan van Toulouse ging hij studeren in Leuven, het r.-k. bolwerk, waar hij onder meer colleges kon volgen in de bijbelse grondtalen Hebreeuws en Grieks en in het Latijn. Marnix had een grote talenaanleg. Na Leuven volgden verschillende buitenlandse universiteiten: in Zuid-Frankrijk, in Noord-Italië en — heel verrassend! — in Genève de universiteit van Calvijn. De beide broers moeten tijdens hun jarenlange studietijd in aanraking zijn gekomen met de reformatie. Immers, wie aan de universiteit van Geneve wilde studeren, moest instemmen met de belijdenis van de Geneefse kerk.
De diep ingrijpende verandering in Marnix' leven is geweest de ontdekking dat Christus alleen de grond is van ons behoud. En van Hem getuigt de Schrift. Daarom: Sola Scriptura.
De geboorte van Jezus Christus is een teken van 'Gods goedgunstigheid'. God de Vader zond Zijn Zoon in deze duistere wereld. God heeft 'wonderen gedaan', naar Zijn 'voorbestemden rade'. Deze gedachte klinkt ook door in Marnix' berijming van Jesaja 25, waarvan de eerste strofen luiden:
O Heer, du bist mijn God end Heere,
Ik wil Dij loven nu voortaan,
End Dijnen Name bieden ere:
Want Du groot wond'ren hebst gedaan.

Na Dijnen voorbestemden rade,
Na Dijne waarheid vast end klaar:
Die in het woord van Dijn genade,
Gestadig blijkt end openbaar.

Bovengenoemde regels laten ook een eigenaardigheid van Marnix' taalgebruik zien: hij sprak God aan met 'Du' en 'Dijn'.

Verdere levensloop
Terug in de Nederlanden zal Marnix zich in het geheim hebben aangesloten bij de Waalse gemeente onder het kruis. In 1566 loopt hij mee in de stoet der edelen, die landvoogdes Margaretha van Parma een Smeekschrift aanbieden met het verzoek om verzachting van de plakkaten. In 1567 stelt zijn broer Jan zich aan het hoofd van een legertje hervormingsgezinden; het wordt bij Austruweel in de pan gehakt en Jan van Toulouse sneuvelt. Als Alva naar de Nederlanden komt, verlaat Marnix net als Willem van Oranje het land.
Tijdens zijn ballingschap in Noord-Duitsland schrijft hij zijn beroemde Bijenkorf der Heilighe Roomsche Kercke, een felle satirische aanval op de leer en de praktijken van de R.-K. Kerk. Het werk is schitterend geschreven en het behoort tot de belangrijkste literaire prozageschriften van de 16e eeuw.
In januari 1571 komt er een belangrijke wending in zijn leven: hij wordt particulier secretaris van Willem van Oranje. Dan schrijft hij ook — waarschijnlijk — het Wilhelmus, bedoeld als propaganda-lied voor de prins.
In 1580 verschijnt het werk dat hij zelf ongetwijfeld als zijn hoofdwerk heeft beschouwd: een schriftgetrouwe, dichterlijk verzorgde psalmberijming. Vele jaren heeft hij daaraan gewerkt, ook gedurende de tijd dat hij in Spaanse gevangenschap zat op het slot Vredenburg te Utrecht (1573-74). Hij hoopte dat zijn berijming die van Datheen uit 1566 zou kunnen vervangen, wat tot zijn teleurstelling niet is gebeurd. Bij de tweede — herziene — uitgave van zijn psalmberijming in 1591 voegde hij toe Het Boeck der Heylige Schriftuerlicke Lof-Sangen. Hierin vinden we een aantal berijmde schriftgedeelten, zowel uit het O.T. als uit het N.T. De hierboven geciteerde dichtregels en de nog volgende versregels komen uit deze bundel.
Wanneer Marnix in 1585 als burgemeester van Antwerpen de stad moet overgeven aan de bekwame veldheer Parma, valt hij tijdelijk in ongenade. Niet terecht, al moet gezegd worden dat Marnix zeker geen militair strateeg was. Hij was veel meer een strijder met het gesproken en geschreven woord. Na de val van Antwerpen trekt hij zich terug op zijn kasteel in West-Souburg op Walcheren. Vanaf 1590 volgt langzaam maar zeker eerherstel. Men kan Marnix moeilijk missen als ontcijferaar van het geheimschrift van vijandelijke brieven. Volledig eerherstel krijgt hij wanneer hij de opdracht ontvangt de bijbel uit de grondtalen te gaan vertalen, een taak waarvoor hij uitermate geschikt was. Hij is er niet ver mee gekomen: in 1595 verhuist hij wel naar de universiteitsstad Leiden, maar hij overlijdt reeds in 1598. Toen trad voor hem de rust in, waarvan zijn devies sprak: 'De rust is elders'.

De 'Heiland lang verbeid'
Christus is het Licht der wereld. Hij is de 'Heiland lang verbeid', aldus Simeon in de lofzang die Marnix aldus berijmt:
Het Lofsank Simeonis
Laat Dijnen knecht voortaan
O Heer, in vrede gaan,
Na Dijnen woord vol trouwen,
Want mijn gezicht verheugd,
Mag met volkomen vreugd,
Nu Dijnen Heiland schouwen.

Den Heiland lang verbeid,
End klaarlik voorbereid
Den volk'ren, van den Heere:
Een licht d'welk openbaar
Den Heidnen schijnt seer klaar,
Dijns volks Israëls ere.

God heeft ons bezocht uit de hoogte. Hij is neergedaald in het stof van deze aarde. In Marnix' woorden, in zijn berijming van de lofzang van Zacharias:
God Israëls de Heer zij hoog gepresen,
Die ons besocht, end uit het dienstbaar wesen
Verlosset heeft: end heeft ons opgerecht
In 't heilig huis van David sijnen knecht
Den Horn des heils, so Hij 't ons laten weten
Heeft, door den mond der heilige Profeten.

God heeft door Zijn machtige arm — in Marnix' woorden: 'Door Sijnen erm seer sterk' — een groot werk verricht. Daarvan zongen de engelen, ook Zacharias en Simeon. Daarvan zong ook Maria, die de Moeder van Jezus zou worden.
Het Lofzank Marie
Mijn siel maakt groot den Heer,
Den geest verheugt mij seer,
In God trouw end rechtveerdig,
Die mij troost end behoudt,
Omdat Hij aangeschouwd
Heeft Sijne maagd onweerdig.

Want siet, nu voortaan sal
De wereld overal
Mij eeuw'lik salig noemen:
Omdat God groot van macht
Heeft over mij volbracht,
Een heerlik werk om roemen.

Wiens hogen naams gerucht
Is heilig end geducht,
Sijn goedheid sal beklijven,
Tot eeuwigen geslacht
Aan die met all' aandacht,
In Godes vrese blijven.

Door Sijnen erm seer sterk
Heeft Hij gedaan een werk,
Dat grootliks is te achten:
Want Hij heeft oit end oit
D' hoveerdigen verstroit
In haars gemoeds gedachten.

Der machtigen geweld,
Heeft Hij temeer geveld,
End uit den stoel gedreven:
Daartegen heeft Sijn hand
Der kleenen snoden stand,
In eren hoog verheven.

Die leden hongersnood,
Heeft Hij verzaad met brood,
Wel rijklik ende vredig:
Maar die in overvloed
Besaten geld end goed,
Versonden naakt en ledig.

End Israël Sijn kind
Beschermt, end sich besint
Sijn 'r eeuwiger genade:
So Hij 't had toegesegd,
Aan Abram Sijnen knecht,
End dien van sijnen sade.

Repos ailleurs
Marnix, die de bijbel zeer goed kende, had vooral een voorkeur voor die bijbelteksten, die spreken van Gods kinderen die zich een 'vreemdeling' weten op aarde. Zo vermeldt hij in een vriendenboek uit 1578, temidden van een persoonlijke notitie. Psalm 119 : 9 in het Hebreeuws: 'Ik ben een vreemdeling op de aarde; verberg Uw geboden voor mij niet.'
Marnix als 'vreemdeling'. Dat was zeker geen wereldvreemdheid. Een echte Calvinist staat niet buiten deze wereld. Marnix stond midden in de cultuur van zijn tijd, de renaissance, hij streed met inzet van al zijn gaven en krachten voor de zaak van de reformatie en de vrijheid. En toch... een vreemdeling op aarde.
De vreemdelingschap van Marnix werd gevoed door het besef, dat er een ander Vaderland is, waar Christus de Zijnen thuishaalt. Dan treedt voor hen de ware rust in, die eeuwig duurt. Dat is de diepe kern van Marnix' devies: 'Repos ailleurs', de rust is elders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Marnix van Sint Aldegonde over Gods goedgunstigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken