Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gerechtigheid bij de profeten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gerechtigheid bij de profeten

13 minuten leestijd

In het begin van dit jaar werd door ondergetekende een tweetal lezingen gehouden voor de E.O. microfoon in het kader van een serie over gerechtigheid en verzoening. De eerste lezing handelde over 'Gerechtigheid bij de profeten', de tweede over 'Rechtvaardig leven'. Deze twee lezingen worden nu achtereenvolgens geplaatst.

Ik ben er me wel van bewust, dat voor velen de zaak van de gerechtigheid eenvoudig is maar intussen versimpeld wordt. De Bijbel is gééstelijk van aard — zo zegt men dan — en dus is gerechtigheid een louter geestelijk begrip. Dat is het ook. Maar wel op een bepaalde wijze. Als we daarmee zouden bedoelen, dat gerechtigheid slechts in dìè zin geestelijk is, dat ermee uitslùìtend wordt aangeduid de herstelde relatie van de mens, de zondige mens, met God, de rechtvaardige God, dan is dat een versmald spoor. Ongetwijfeld is die dimensie uitermate centraal in de Schrift. Het gaat dan om de Borggerechtigheid van Christus, op grond waarvan een mens weer recht voor God kan staan.
Het gaat dan om de gerechtigheid door het geloof, om de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof in Jezus Christus. Het gaat dan om de gerechtigheid, die Christus verworven heeft op het kruis van Golgotha, toen Hij verzoening aanbracht voor de zonde. Op die gerechtigheid wijzen ook reeds vele gedeelten in het Oude Testament, ook bij de profeten. Christus mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid! Wonderlijke ruil!


Maar het gaat de Heere God, bij monde van de profeten, om recht, dat het héle leven omvat. Alle gerechtigheid, waarover de profeten spreken, is zo geestelijk van aard. Want het gaat om Gòds recht, dat alleen gestalte krijgt in het onderhouden van Zijn geboden. Maar die geboden zijn intussen wel de mens ten goede. En aan het onderhóúden van die geboden zit ook een duidelijk sociale kant.
Ik kan er niet aan dènken hier uitputtend alle Schriftplaatsen te behandelen, waar de profeten over sociaal recht en sociaal onrecht spreken. Ik maak slechts een keuze en zal dan — om de ruimte optimaal te benutten — ook niet alle teksten integraal nóémen.

Amos
Dé profeet, die niet-aflatend en met grote hartstocht de sociale gerechtigheid, in de Naam des Heeren, aan de orde stelt is Amos, de boer uit Tekoa. Deze profeet in de Naam des Heeren neemt bepaald geen blad voor de mond. Hij verheft zijn stem op de markt, maar ook in het heiligdom, bij de feesten van het volk en bij wat hij noemt hun 'elpenbenen paleizen'. 'De Heere zal brullen uit Sion en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem', zo begint hij zijn boodschap (Amos 1 : 2). Hij roept ze allemaal ter verantwoording vanwege het onrecht, dat wandelt op de straten: de Fenciers, de Edomieten, de Ammonieten, de Moabieten, vooral ook Israël zelf.


Wat signaleert Amos dan zoal voor onrecht? Hij stelt aan de kaak de machtswellust van Ammon, die hierin tot uitdrukking komt, dat ze 'hun gebied verwijden'. Ze beoogden vergroting van hun grondgebied, expansiedrift.
Ook de profeet Hosea stelt deze verlegging van grenzen profetisch aan de kaak. 'De vorsten van Juda zijn als degenen, die de grenzen verleggen', zegt hij (Hos. 5 : 10). Welnu, zulke vorsten — zeg in onze taal grootgrondbezitters, geldmagnaten, we­reldheersers — zijn allen, die met alle mogelijke middelen hun bezit vermeerderen, ten koste van anderen. De begeerte om in te palmen zit velen diep in het bloed maar krijgt bij sommigen buitensporige proporties. Vandaar de toorn van de profeten. Zulk een handelwijze roept Gods toom en oordeel wakker.


Van Israël zegt Amos verder, dat het oordeel onafwendbaar is 'omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen en de nooddruftige voor een paar schoenen'. Hijgend leggen ze het stof der aarde op het hoofd van de armen. En — klap op de vuurpijl — een vader en zijn zoon sluipen tegelijk naar een jonge vrouw om heimelijk de bijslaap bij haar te hebben en intussen Gods Naam te ontheiligen (Amos 2 : 7). Uit dit laatste alleen al moge blijken, dat alles wat met onrecht, met ongerechtigheid te maken heeft, alleen voor Gods Aangezicht, in het licht van Zijn heiligheid die betekenis ten diepste krijgt. Onrecht is ongehoorzaamheid aan Zijn wil.
In het eerste gedeelte van dit Schriftwoord gispt Amos ook in dat licht de onderdrukking van de kleine man, de liefdeloze houding tegen armen en sociaal-zwakken. De man, die zijn schuld niet kon betalen, kon die schuld omzetten in handenarbeid, in slavenarbeid. Maar Amos stelt aan de kaak, dat de rijken de armen al voor hen slavendienst lieten verrichten als ze voor een kleinigheid als een paar schoenen in het krijt stonden.
En dan, de rèchters in Israël waren omkoopbaar. Klassejustitie heet dat. Zo zou ik door kunnen gaan met Amos te citeren. Genoeg echter deze opsomming van onrecht bij Amos. Het is duidelijk dat hij voor de zwakken, de verdrukten, de armen in de Naam des Heeren opkomt. Maar het scherpst stelt hij nog aan de kaak, dat dit onrecht welig tiert in Israël, dus in een godsdienstig kader. Er is een grote afstand gekomen tussen godsdienstig vertoon en de levenspraktijk, tussen leer en leven. H. Veldkamp zegt: 'corruptie op grote schaal. Sociaal onrecht in grote mate. Morele verwording. En toch maar offeren en zingen en godsdienstig zijn'.


In het vijfde hoofdstuk van de profeet Amos lezen we het allemaal nog eens op een rij. Amos' vlammende profetenwoord keert zich daar tegen hen, 'die het recht in alsem (in bitterheid) verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen'. Het volk haat de man in de poort — de man dus, die het in het publieke leven voor het zeggen heeft — die oprècht schijnt te spreken... maar intussen. Ze wonen in weigebouwde huizen maar ze hebben de arme vertreden en diens koren nog als geschenk aangenomen ook. 'Ze benauwen de rechtvaardige, nemen zoengeld (smeergeld) en verstoten de nooddruftige in de poort'.
Om al dit onrecht is Amos een aankondiger van onheil, van oordeel in de Naam des Heeren. Hij roept op het boze te haten, het goede lief te hebben en om voor het recht op te komen in de poorten, dat wil zeggen in het publieke leven. Zo niet: de Heere God veracht dan de feesten van Israël; de verbodsdagen zijn stinkende dagen voor de Almachtige; Hij kan de offers niet meer aanzien. 'Doe het getier van uw liederen van Mij weg, ook mag ik het spel van uw luiten niet horen'. Het recht — zo proclameert Amos — dient in Israël als water te golven en gerechtigheid als een gestaag voortstromende beek. Zo'n beeld roept harmonie op. Onrecht is disharmonie in Gods ogen. Alleen recht, sociaal recht is Hem aangenaam.

Jesaja
Bij de krasse taal van Amos zal menigeen denken: zó wàs die man, een ruwe, boerse man, die geen blad voor de mond neemt en zich dus nogal eens scherper uitdrukt dan nodig is. Alsof niet elke profeet Gods profeet is geweest.
Zo ook Jesaja. Hij was toch in alle opzichten een liefelijk man? Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van hem, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen, zegt hij (Jes. 52 : 7). Dat is toch zijn lijn? En als Jesaja tot het profetenambt geroepen wordt, toont hij zich toch de schuchtere? 'Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben', zegt hij (Jes. 6 : 5). Maar intussen, aangeraakt door de kool van het altaar (voor hem tot verzoening van zijn schuld), trekt ook hij er in de Naam van de Allerhoogste op uit. En al direct roept hij op tot bekering. Hij zegt al direct ook tot het volk, in de Naam des Heeren: 'Als gij uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u. Wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik u niet' (Jes. 1:15). En waar gaat het dan om? Dat lezen we vervolgens: 'Leert goed doen, zoekt het recht, helpt de verdrukte, doet de wees recht, behandelt de twistzaak der weduwe'. Wie zou deze zaken nog durven vergeestelijken! Sociáál recht, daartoe roept ook deze profeet op. En dat het daaraan schort, laat de profeet er al spoedig op volgen. 'Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden! Zij was vol recht, gerechtigheid herbergde daarin, maar nu doodslagers' (21). Op een andere plaats zegt Jesaja, dat de Heere der heirscharen gewacht heeft op recht maar het is schurft, op gerechtigheid maar het is allemaal geschreeuw (Jes. 4 : 7). En dan krijgen de aanstichters van onrecht het ook te horen: 'wee hun, die huis aan huis trekken, akker aan akker brengen'. De gesel gaat over hen, die alleen maar uit zijn op vermeerdering van macht en bezit. Een zesvoudig 'wee u', spreekt Jesaja over hen uit. Want de Heere der heirscharen zal alleen verhoogd worden door recht en de heilige God zal alleen geheiligd worden door gerechtigheid (vs. 16).


Nee, zo liefelijk gaat het bij Jesaja ook niet toe. Als hij over het vasten van zijn vrome volksgenoten spreekt zegt hij — ook nu weer in de Naam des Heeren — 'is dit niet het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden van het juk en dat gij vrij loslaat de verpletterden en elk juk verscheurt?' 'Is het niet, dat gij de hongerige uw brood meedeelt, en de arme verdrevene in het huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt?'
Als dat gebeurt, wordt recht gedaan. Die gerechtigheid zal bij God niet onopge­merkt blijven. De heerlijkheid van God zal dan het deel van de mensen zijn.

Licht
Maar temidden van ook Jesaja's aankondigingen van oordeel, vanwege de ongerechtigheden van het volk, mag een stem van hoop doorklinken, een straal van Licht doorbreken. Want — alle onrecht ten spijt — het heil, dat messiaanse heil komt. De komende Messias — zo profeteert Jesaja — zal de armen met gerechtigheid richten. De adem van de goddelozen zal Hij uitblazen. 'Want — zo jubelt Jesaja — gerechtigheid zal de gordel van Zijn lendenen zijn...' (11 : 5). En: 'men zal nergens leed doen noch verderven op de ganse berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des Heeren zijn, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken'.
Deze woorden mogen we leggen naast Psalm 72, het lied van de rechtvaardige Koning, die voor onderdrukten en vertrapten opkomt, 't Is de Heer, die 't recht der armen, der verdrukten gelden doet.
Deze profetie mogen we leggen naast het woord van de profeet Maleachi, die spreekt over de komende Zon der gerechtigheid.
Dit profetenwoord mogen we leggen naast Lucas 1, waar gesproken wordt over de gekomen Zon der gerechtigheid. Zo heeft ons de Opgang uit de Hoogte bezocht, zingt Zacharias. De Zon der gerechtigheid is opgegaan.

Christus bracht gerechtigheid aan. Maar dat recht is volkomen, alles-omvattend. Het raakt de verhouding van de mens tot God maar straalt uit ook in de sociale verbanden van het leven. Gerechtigheid zal ook dáár de gordel van zijn lendenen zijn.

Messiaans
Intussen vragen de joden, doorkneed als ze zijn in het Oude Testament, wáár dan de gerechtigheid van de Messias in deze wereld te zien is. Als dan de Messias al gekomen is, waar zijn dan de tekenen van gerechtigheid in de wereld? Walther Lüthi heeft gezegd — in zijn verhandeling over de profetie van Maleachi ('De zeven gesprekken van Maleachi'), bij de tekst over de dag die komt, brandend als een oven (Mal. 4 : 1), dat over de eerste komst van Christus heen de dag van de tweede komst aanlicht. Tot op die dag — zegt Lüthi — zal er nog heel wat water door de Rijn stromen, zullen er nog veel tranen gestort worden en zal er nog veel bloed vergoten worden. Er zal nog menigmaal reden zijn om over aangedaan onrecht verdriet te hebben, om te hongeren en te dorsten naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Maar — zegt Lüthi, met de profeten mee — 'De kerk van de Gekruisigde zal gedurende deze wachttijd een advocaat en beschermer zijn voor weduwen en wezen, voor vreemdelingen en dagloners'. En, zegt hij tenslotte, het zal tenslotte niet nacht zijn maar dag.


Ik onderstreep dit gaarne. Het betekent dat de kerk, wil ze leven vanuit de triomf van Christus over de machten (in principe behaald op het Kruis, éénmaal doorbrekend in volle heerlijkheid), beschermer zal zijn van het recht. Zo niet, dan beschermt ze, stilzwijgend of bewust, het onrecht en zijn de profetische bestraffingen van bijvoorbeeld Amos ook op haar gericht. Al onze godsdienstige rituelen zal de Heere Zebaoth dan niet kunnen zien of luchten. Onze liederen zijn voor Hem dan niet om aan te horen.
Er is geen enkele reden om vandaag de vlammende woorden der profeten, die handelen over sociaal-onrecht, te vergeestelijken. Ook vandaag zijn er de machthebbers, die de grenzen verwijden, de macht misbruiken, de armen verdrukken, zich verrijken ten koste van de armen. Maar ook vandaag zijn er de wellustigen, die op andere wijzen de wetten Gods overtreden. Want onrecht raakt het integrale gebod Gods.
We kunnen vandaag de boodschap der profeten doortrekken naar Saddam Hussein, die de grenspalen verzette, maar ook naar de Derde Wereldlanden, die in grote armoede leven en ons toeschreeuwen wat wij er van zien en hoe wij er naar handelen in het rijke Westen. Maar ook Israël, als geen ander thuis bij de thora en de profeten, zal recht en gerechtigheid oefenen, zowel met betrekking tot de vreemdeling binnen de grenzen als met betrekking tot de omringende volkeren.


In 1948 werd aan de joden recht gedaan, toen bij besluit van de Verenigde Naties het land der vaderen weer aan hen werd teruggegeven. Tegelijk werd recht geoefend aan de Palestijnen, omdat de Verenigde Naties een tweestatenoplossing voorstelden. Het was schromelijk onrecht van de arabische volkeren om niet in dat twee-statenplan te bewilligen, de joden het recht op het land te ontzeggen, Isfaël zelfs de zee in te willen drijven. Zo waren de arabische volkeren verantwoordelijk voor het onrecht aan de Palestijnen, die sindsdien geen land (meer) hebben.
Maar Israël heeft sindsdien, óók de grenzen verzet, verwijd. Als Israël nu, wàt er ook in de afgelopen veertig jaar is geschied, een blinde vlek zou krijgen voor een twee-statenoplossing — ja, zeker, als de vrede gegarandeerd is, dat wel! — dan stapelt ook Israël onrecht op onrecht. Want Palestijnen zijn vandaag een volk zonder land, zoals de joden het eeuwenlang geweest zijn. Ik besef dat de Golfcrisis vandaag een oplossing eerder verder weg dan dichterbij heeft gebracht. Maar nochtans, het gaat om recht voor allen. Martin Buber heeft ooit gezegd, dat het kind van Hagar zou spelen in de tent van Sara.
Als Israël ons, christenen, vraagt waar de gerechtigheid van de gekomen Messias is, buigen we beschaamd het hoofd. Maar we vragen wederkerig — voor het forum van de profeten — waar de gerechtigheid is, waarnaar Israël concreet verlangt en naar zal handelen. De thora en de profeten roepen ons immers sámen tot gehoorzaamheid tot het oefenen van recht en gerechtigheid!

Actueel
De profeten hebben voor vandaag een actuele boodschap. Wilt u nog een voorbeeld ter afsluiting? In Nehemia 5 wordt gesproken over de verlichting van de schuldenlast van de armen. Nehemia zegt: 'Ik, mijn broeders en mijn jongens, vorderen wij ook geld en koren van hen? Laat ons toch deze last nalaten' (vs. 10).
Zou deze profetische boodschap vandaag niet een boodschap zijn als het gaat om de grote schuldenlasten van de Derde Wereld? De vraag stellen is haar beantwoorden. Nee, het recht moet maar niet te snel vergeestelijkt worden. Dan doen we de profeten tekort. En we leven toch in een wereld waar het recht struikelt op de straten?!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gerechtigheid bij de profeten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken