Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vervulling met de Heilige Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De vervulling met de Heilige Geest

13 minuten leestijd

En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest...Handelingen 2 : 4a

Pinksteren het feest van de vervulling
Pinksteren is het feest van de vervulling. Handelingen 2 is er vol van. De dag wordt vervuld, het huis wordt vervuld, zij die bijeen zijn in de verwachting van de Geest worden vervuld en zo wordt ook de belofte vervuld, waarop de opgestane Heere Jezus hun verwachting had gegeven: gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes (Hand. 1 : 1-8). Maar wat is dat nu geweest: die vervulling met de Heilige Geest? Er is reden voor om op Pinksteren 1992 daarover opnieuw met elkaar na te denken.

Een uniek en onherhaalbaar gebeuren
In de eerste plaats wordt uit wat Hand. 2 erover schrijft duidelijk, dat het een uniek gebeuren is geweest. We lezen in Johannes 7 : 37 v.v. dat Jezus uitroept: 'Wie in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien'. En dan geeft Johannes als commentaar erbij: 'En dit zeide Hij van de Geest, Dewelke ontvangen zouden, die in hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was'. Er is dus een tijd geweest, dat de Geest er nog niet was. Daarmee bedoelt Johannes, dat de Geest er nog niet was in zijn volle aanwezigheid en kracht op aarde. Dat wachtte nog op de verheerlijking van Jezus. Wanneer Jezus zal ontvangen de heerlijkheid bij de Vader, na zijn dood en opstanding, dan zou Hij in zijn plaats de Geest zenden, opdat Deze altijd bij zijn gemeente op aarde zou blijven.
Deze belofte is op het Pinksterfeest in vervulling gegaan. Dat is eenmaal gebeurd en dat hoeft nooit meer te worden herhaald. Want waar God zijn beloften vervult, blijven zij vervuld. Dat geldt ook van de uitstorting van de Geest. Die uitstorting heeft eenmaal plaatsgevonden, namelijk toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd. Want, nogmaals, de Geest blijft zijn gemeente op aarde trouw, tot op de dag, dat zij met haar Heere en Koning zal worden verheerlijkt en eeuwig met Hem in de hemel zal mogen verkeren.

De Geest blijft zijn gemeente trouw
Het Pinksterfeest is daarom voor de christelijke gemeente een vreugdevol feest. Juist ook nu, omdat wij in een tijd leven, waarin wij vaak ontmoedigd worden door de twijfel, of de Geest nog wel in de gemeente en de kerk aanwezig is. Er is immers zoveel, dat op het tegenovergestelde wijst. Is de Geest juist niet de grote Afwezige? Als we letten op het toenemend ongeloof, op het wegkwijnen van de kerken, op de ervaring van massale Godsvervreemding. Dan zou je inderdaad geneigd zijn te denken, dat de Geest voor goed van zijn kerk is geweken. Toch kan dit niet waar zijn. Want dan zouden Gods Woord en de belofte van Jezus niet waar zijn. En dat is uitgesloten. Daarom mogen wij, ook vandaag, tegen alle schijn van geesteloosheid in, blijven geloven, dat de Geest ook nu nog in zijn gemeente aanwezig is. Pinksteren blijft van kracht. En dat gelovende, steunend op de belofte des Heeren, worden we bemoedigd. Met de kerk van alle eeuwen belijden wij: Ik geloof in de Heilige Geest. Om dan te vervolgen: En ik geloof een heilige, algemeen christelijke kerk. Deze belijdenis van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof spreken wij ook nu uit, met mond en hart. En ons hart wordt erdoor verblijd en versterkt.

De vervulling met de Geest en de kerk (gemeente)
Maar hiermee hebben wij de betekenis van de vervulling met de Heilige Geest nog niet uitgeput. Het gaat hierin wel in de eerste plaats om een unieke en onherhaalbare (zij hoeft namelijk niet meer herhaald te worden) vervulling van Christus' belofte, maar er zit ook een element in, dat wel voor herhaling vatbaar is. Beter gezegd: Juist omdat de uitstorting van de Pinkstergeest van kracht blijft, tot op vandaag toe, daarom zal het vervuld worden met de Geest zich telkens weer opnieuw in de christelijke gemeente herhalen.
We lezen daarom ook in Handelingen, dat de vervulling met de Geest telkens opnieuw zich voltrekt. Zo b.v. in Hand. 4, nadat de apostelen na hun verantwoording voor het Sanhedrin waren teruggekeerd naar de gemeente. Daar gaven zij verslag en dat liep uit op een vurig gebed, samen met de gemeente. En dan lezen wij (vs. 31), dat als zij gebeden hadden, de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen werd. 'En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest'. Opnieuw dus de vervulling met de Geest. Dat was niet alleen een persoonlijk gebeuren, maar een gemeentelijk gebeuren, waar zelfs het (kerk)gebouw in deelde. Zo leert de Schrift zelf ons, dat de christelijke gemeente opnieuw vervuld kan worden met de Heilige Geest.

Gebed om de vernieuwing van de gemeente
Ook dat mogen wij op Pinksteren 1992 gedenken en verwachten. Want dit leert ons immers, dat deze vernieuwde vervulling met de Geest ook nu kan plaatsvinden in het midden van de gemeente en van de kerk. Van de kant van de Geest blijkt dit een reële mogelijkheid te zijn. En het Woord van God zelf spoort ons aan om die verwachting ook nu te koesteren.
Ook mogen wij dan een blik terugwerpen in de geschiedenis van de kerk. Leert de kerkgeschiedenis ons niet, dat er telkens weer revivals en opwekkingen hebben plaatsgevonden, waardoor een doodse en vervallen kerk uit haar diepe slaap werd opgewekt en tot nieuw leven kwam? Wat is dat anders geweest dan een opnieuw vervuld worden van de kerk met de Heilige Geest? Zouden wij het dan ook niet mogen verwachten voor de gemeente en de kerk van nu? We hebben die vernieuwde vervulling met de Geest toch ook nu zo hard nodig. Welnu, ziende op dat alles, mogen wij wel met een dringend verlangen uitzien naar zo'n nieuwe vervulling met de Geest. Daar mogen wij de Heere om bidden en smeken. Kom, Heilige Geest, en doorwaai (opnieuw) uw Hof, opdat de specerijen mogen uitvloeien en er een heerlijke, verkwik­kende en aantrekkelijke geur mag uitgaan van uw gemeente over land en volk, ja over deze hele wereld.

De vervulling met de Geest en ons persoonlijk geloof
Maar nog zijn we hiermee niet klaar met het uitdiepen van de inhoud van deze vervulling met de Heilige Geest. We spraken over het heilshistorische en daarmee het unieke en onherhaalbare van deze vervulling. We spraken ook van het kerkhistorische en daarmee het gemeentelijke aspect van deze vervulling in opwekking en vernieuwing van de kerk. Nu komen wij tot de persoonlijke betekenis daarvan.
Want de vervulling met de Geest heeft ook een persoonlijke dimensie. Dat zien wij ook in Hand. 2 duidelijk naar voren komen. Kenmerkend daarvoor is, wat er in Hand. 2 : 3 en 4 staat over de tekenen van de uitstorting van de Pinkstergeest. Er werden tongen als van vuur gezien, 'en het zat op een ieder van hen'. Iedereen deelde er dus in. Ieder persoonlijk, en tegelijk ook zij allen. Want zij werden 'allen' vervuld met de Heilige Geest. In dat woordje 'allen' zit eigenlijk zowel het persoonlijke als het gemeenschappelijke opgesloten. Die twee sluiten elkaar ook niet uit, maar, als het goed is, juist in. Maar wel is hiermee duidelijk aangegeven, dat de vervulling met de Geest ook voor hen een persoonlijke ervaring is geweest.

Geloven vóór en na Pinksteren
Dat is dan ook te merken. We hoeven alleen maar te letten op het verschil in de geloofshouding van de discipelen vóór en na Pinksteren. Vóór Pinksteren, zelfs nadat Jezus was opgestaan, bevinden de discipelen zich nog achter gesloten deuren, uit vrees voor de joden. Toen kropen zij weg en hielden hun mond. Geen teken van een groot geloof Integendeel. Hun klein geloof maakte hen bang en bevreesd en sloot hun mond toe.
Maar op en na Pinksteren is het anders. Dan stormen zij naar buiten en getuigen zij met grote vrijmoedigheid, voor het volk en voor de overheden, van de opstanding van Jezus en van hun geloof in Hem. Wat een verschil! Een volslagen tegenstelling zelfs. Hoe is dat gekomen? Wel, omdat zij nu vervuld waren met de Heilige Geest. Daarom staat er in Hand. 2 : 4 ook bij, dat toen dat gebeurde, zij gingen spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Toen gingen zij dus spreken, en dat zelfs op een heel nieuwe wijze, 'met andere talen'. We kunnen ook lezen: 'met andere tongen'. De taal werd niet alleen anders, maar de tongen werden anders. Nog beter gezegd: omdat de tongen anders werden, werd de taal ook anders. Wat voor taal dan? In ieder geval was het geloofstaal. Ook vrijmoedige taal. En een taal, die enerzijds de geheimenissen van het heil tot klinken bracht, maar die anderzijds toch door iedereen werd verstaan.

De vervulling met de Geest gaat door
Nu mogen wij ook van deze persoonlijke vervulling met de Geest op grond van de Schrift zeggen, dat zij voor herhaling vatbaar is. We lezen het immers ook daarna, van Petrus en van Stefanus en later ook van Cornelius, dat zij vervuld werden met de Geest. Er vindt telkens een nieuwe uitstorting plaats. We lezen in Hand. 10 : 44 v.:
'Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. En (...) zij ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken met nieuwe tongen'.
Er is dus niet alleen een unieke vervulling, maar ook een doorgaande vervulling met de Geest. Ze betekent een groeien in het geloof tot volwassenheid en volheid (Efese 4 : 12-16). Tegelijk duidt ze de (tijdelijke) hoogtepunten aan in het leven van de gemeente en van de gelovigen persoonlijk, zoals bij Stephanus, toen hij stond in de geestelijke vuurlinie (Hand. 7 : 55).
Wanneer nu deze vervulling met de Heilige Geest doorgaat in de Schrift, ook na het eerste Pinksterfeest, dan mogen wij op grond daarvan hopen en verwachten dat de Geest er nog mee doorgaat. Want de Geest is even onveranderlijk als God zelf. En Hij is getrouw! Zoals de Heere Jezus getrouw was en is, wiens plaats de Geest op aarde inneemt.
Opnieuw mogen wij dan zeggen, dat het ook zo nodig is, dat deze vervulling met de Heilige Geest opnieuw plaatsvindt. Niet alleen voor de kerk en de gemeente, maar ook voor ons persoonlijk. Is het niet zo, dat ons geloof veelal lijkt op het geloof van de discipelen vóór Pinksteren? Omgeven door vrees en twijfel en kleingeloof? Daarom is de geloofsonzekerheid en het niet vrijmoedig getuigen van de hoop die in ons is, voor de gemeente zo kenmerkend. Geen getuigende gemeente, maar een zwijgende gemeente. Geen gelovigen, die met Paulus mogen roemen: 'ik ben verzekerd...' (Rom. 8 : 38), maar die achter de gesloten deur van het ongeloof angstig zijn weggekropen: och mocht het eens... Wijst dat er niet op, dat het ons ontbreekt aan het vervuld zijn met de Geest?
Daarom zijn we zo dringend erom verlegen. We mogen het elkaar toewensen, dat wij die verlegenheid meer en meer mogen gevoelen, opdat ons bidden om een vernieuwde komst van de Geest in ons leven mag worden aangewakkerd.

De vervulling met de Geest en zijn gaven
Hiermee komen wij tot het laatste aspect van deze vervulling met de Heilige Geest. Als de Geest ons hart en leven gaat vervullen, brengt Hij ons tot de zekerheid van het geloof. Niet als een prestatie van onszelf waarop wij ons heimelijk zouden kunnen beroemen. Maar zuiver alleen als een gave van Boven, een geschenk uit de hemel, maar dat wel ons hele bestaan vernieuwt en doorgloeit. Op dat laatste willen wij nog tenslotte letten. Want als de Geest komt, komt Hij nooit met lege handen. Nee, Hij komt met volle handen, met volle handen van zegen, met handen, die gevuld zijn met de rijkdom van zijn gaven.
Die gaven zijn even rijk als de Geest zelf is. Daarom kunnen we er nooit te rijk over denken en spreken. Wel kunnen we er te arm over denken en spreken, en dat doen wij dan ook menigmaal, tot onze schade. Dat komt, omdat wij de Geest meten aan onze eigen armoede. Maar dat is onvruchtbaar en dat hoeft gelukkig ook niet. De Geest vervult, omdat Hij zelf vol is. Zijn gaven zijn onuitputtelijk.
Daarover kunnen we ook in de Bijbel lezen. Denk maar aan wat Paulus in Gal. 5 .schrijft over de vrucht van de Geest. Dat bevat al een rijke schat aan levensvernieuwende zegeningen. Maar naast de vrucht van de Geest zijn er ook de gaven van de Geest. Die komen in Hand. 2 direct voor de dag. Zij kunnen niet verborgen blijven, als de Geest wordt uitgestort. De gave van de nieuwe tongen en de menigerlei talen, de gaven van de genezing en de profetie, ook de gave van de onderscheiding der geesten, enz.
Ook dit alles blijft niet beperkt tot het unieke gebeuren op de eerste Pinksterdag, maar herhaalt zich later in de gemeente, telkens weer. We kunnen ervan lezen in de gemeente van Rome (Rom. 8) en in de gemeente van Corinthe (1 Cor. 12-14) en in de gemeente van Efeze (Hand. 19).
Vooral het laatst genoemde hoofdstuk is in dit opzicht leerzaam. Er waren gelovige discipelen in Efeze. En toch, als Paulus hun vraagt, of zij de Heilige Geest ontvangen hadden toen zij tot het geloof gekomen waren, moeten zij erkennen, dat zij niet eens weten, dat er een Heilige Geest is. Dat is toch sterk, maar blijkbaar bestaanbaar. Ik vraag: alleen toen, en alleen bij de discipelen in Efeze, of zou het ook nu nog voorkomen?
Ik denk van wel. Zeker in de zin zoals Paulus het hier bedoelt: namelijk, dat mensen wel waarachtig geloven in Christus, maar dat ze nog vreemd zijn aan de rijkdom van de werking van de Geest. Dat is toch jammer, zoals ook Paulus het jammer vindt en hen daarom nader gaat onderwijzen en hen zelfs doopt en de handen oplegt. En dan lezen wij: 'En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen, en zij spraken met nieuwe tongen en profeteerden' (Hand. 19 : 6).
Zou dit ook voor herhaling vatbaar zijn? Waarom niet? Het klinkt ook ons wel wat vreemd in de oren, maar dat is alleen maar het bewijs ervan, dat ook wij dit nader onderricht zo hard nodig hebben. Laten wij ons voor dit 'nader onderricht' niet afsluiten, want dan blijft het zo arm bij ons. Maar laten wij net als de discipelen te Efeze doen: ons door Paulus' woord, en dat is door Gods eigen Woord, nader laten onderrichten. Laten wij ons aan de woorden van God geheel en al toevertrouwen, in al hun rijkdom, die niet anders is dan de rijkdom van de Geest. Dan zal deze vervulling met de Heilige Geest, inclusief zijn gaven, ook ons deel zijn of worden.

En nu het vervolg...
Er zou zeker nog meer over te zeggen zijn. Ook zou een nadere uitwerking van het boven geschrevene op haar plaats zijn. Maar laat het voorlopig voldoende mogen zijn om u en mijzelf middellijkerwijs te stimuleren, om voor het eerst of opnieuw er biddend en verwachtend naar te staan: vervuld te worden met de Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De vervulling met de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken