Bekijk het origineel

Echte vrijheid na innerlijke bevrijding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Echte vrijheid na innerlijke bevrijding

Terugblik op bevrijdingsdag 1995

9 minuten leestijd

De herdenking van vijftig jaar bevrijding vorige week mag in vele opzichten imposant worden genoemd.

Niet eerder na de oorlog kwamen zoveel herinneringen — ontroerend soms en indrukwekkend — naar boven bij mensen als bij deze herdenking. Dat bleek zowel in de talloze boeken, geschriften en bladen, die verschenen, alsook in woorden, die gesproken werden.

Beelden uit de dagen van de bevrijding werden weer levend, niet in het minst ook doordat Canadezen en andere bevrijders van toen onder ons waren, die allerwegen een warm onthaal kregen. De jongens van toen zijn grijs geworden. Met name de verwelkoming in Rotterdam was emotioneel en bewogen, zowel voor henzelf als voor de burgers, die hen ontvingen. Het straatbeeld was hier en daar weer het beeld van 1945. En verder. Hare Majesteit de koningin was dicht bij het volk en het volk dichtbij de vorstin. De plaats van het vorstenhuis onder ons volk is in deze jaren onbetwist, niet in het minst ook door de wijze, waarop onze vorstin zich van haar taak kwijt.

Oranje gaf ook nu weer duidelijk kleur aan de herdenking.

Geweten

Bij een terugblik op de bevrijdingsdag wil ik dan ook graag inzetten bij de bijzondere plaats, die koningin Beatrix daarbij innam.

Zij is, na haar toespraak in de Ridderzaal, allerwegen als 'nationaal geweten' aangeduid. Haar toespraken, zo werd terecht betoogd, vertonen een groei in zeggingskracht.

Haar optreden in de Knesset in Jeruzalem enkele weken geleden heeft, nationaal en internationaal, grote indruk gemaakt. Ze schroomde toen niet de vinger op de wondeplek te leggen met betrekking tot nalatigheid onder ons volk jegens de joden in de Tweede Wereldoorlog, de vele goede dingen die er waren ten spijt.

In haar toespraak in de Ridderzaal heeft zij de nadruk gelegd op verdraagzaamheid, maar dan wel in gebondenheid aan normen.

'Gewetensvrijheid en godsdienstige overtuiging waren reeds in de zestiende eeuw bij de strijd tegen de Spaanse overheersing onze drijfveren', zei ze. Daarmee plaatste ze zich in de traditie van Willem de Zwijger. 'De innerlijke zekerheid, waarmee het geweten spreekt, heeft steeds opnieuw mensen tot verzet gedrongen.'

De koningin waarschuwde dan ook niet zonder reden tegen 'misdadige ideologieën en totalitaire systemen' en ook tegen 'de voortekenen van het kwade denken' in onze dagen.

Fundamenteel was intussen in de rede van Hare Majesteit de constatering, dat in ons land het gemeenschapsgevoel ten dele is verloren gegaan en dat zelfzucht onze samenleving ondermijnt. De koningin keerde zich dan ook, evenééns niet zonder reden, tegen ontbindingsverschijnselen van de maatschappij: 'Vrijheid mag niet verworden tot onverantwoordelijkheid'. En dan die éne fundamentele zin: 'Verdraagzaamheid vraagt wel dat mensen zich gebonden weten aan normen. Tolerantie die wil dat alles kan, dat alles geoorloofd is, dat geen grenzen meer worden gesteld, leidt uiteindelijk tot intolerantie, tot onrecht aan anderen, tot tirannie'.

Innerlijk

Echte vrijheid, zo sloot Hare Majesteit af, is pas mogelijk na 'innerlijke bevrijding'. 'Bij die innerlijke bevrijding kunnen wij nieuwe inspiratie vinden in oude woorden, in de opdracht van onze geschiedenis, de tirannie verdrijven die mij mijn hert doorwondt'.

Bij zulke woorden mag men gepaste 'trots' en vanuit oprechte dankbaarheid, dat ons vandaag deze vorstin in de traditie van Oranje gegeven is. Al sluit ik gaarne aan bij een woord van prof dr. I. A. Diepenhorst, dat hij dezer dagen uitsprak in een herdenkingsrede, namelijk dat onze vorsten geen goden zijn, zoals in landen in andere delen van de wereld het geval was of is. Als er menselijk tekort is behoeven we dat niet te verzwijgen. Maar wij eren onze vorstin wel in haar ambt en verheugen ons erin als ze dit ambt met waardigheid bekleedt. Verder zeggen we met het slotcouplet van het Wilhelmus:

Voor God wil ik belijden en zijner groten macht, dat ik tot genen tijden den Koning heb veracht, dan dat ik God den Heere, der hoogsten Majesteit, heb moeten obediëren in der gerechtigheid.

Wilhelmus

Ook nu weer gaf onze vorstin haar gehechtheid aan het volkslied, onze nationale hymne, duidelijk te verstaan. Zoals ze bij haar aantreden 'Mijn schilt ende betrouwen' als belijdenis uitsprak en ze dit couplet als het ware in de herinnering van ons volk ingrifte, zo kreeg ook nu dit couplet een plaats.

Ik doe er niet aan mee de vraag ter discussie te stellen of het Wilhelmus wel in kerkdiensten bij bepaalde gelegenheden moet worden gezongen. Het is vrijwel een psalm! In honderden kerkgebouwen klonken dan ook dezer dagen terecht enkele coupletten van ons volkslied.

Er is zelfs, dunkt mij, sprake van een revival van het Wilhelmus, gezien alles wat er recent over geschreven is. Ik noem alleen al het lezenswaardige boek over het Wilhelmus van B. W. Duijzer-van Dijk en D. Duijzer, getiteld 'in der gerechtigheid', - 'het Nederlandse volkslied als lied van bevrijding'.

Als Hare Majesteit — terecht — spreekt over het toenemend ontbreken van gemeenschapszin, dan blijkt rondom het Wilhelmus — zowel als rondom het Oranjehuis zelve — van tijd tot tijd toch die gemeenschapszin er te zijn. In ieder geval is er vandaar uit een appèl op mogelijk.

Het Wilhelmus is voorts ook niet minder dan een getuigenis. Telkens als ministers, die zich niet of niet meer tot het christelijk geloof bekennen, bij het zingen van het Wilhelmus de Godsnaam op de lippen nemen (...zijt gij o God mijn Heer) zégt dat toch iets. Ook premier Kok zong, zijn paarse kabinet ten spijt, het volkslied en nam de Godsnaam op de lippen. Hare Majesteit zingt als het ware de kabinetten het volkslied voor.

Hierin vooral is onze koningin inderdaad te typeren als ons nationaal geweten. In de Knesset schroomde ze niet de Schriften te citeren. En het volkslied is kennelijk de achtergrond, waartegen haar oproep tot verdraagzaamheid, gepaard gaande met normbesef, moet worden verstaan.

Christelijk verieden

Het christelijk verleden van onze natie ligt diep in ons volkslied verankerd. Dat verleden is dan ook nog niet geheel uit het volksbewustzijn weg.

Bij de dodenherdenking op de Dam in Amsterdam klinken ook nog steevast de melodieën van geestelijke liederen, ondanks het feit, dat nog slechts een minderheid van ons volk (nominaal) christelijk is. Maar daaruit blijkt toch hoe het christelijk geloof eeuwenlang de gemeenschap, die nu zozeer ontbreekt, heeft gestempeld, ongeacht de vraag hoe groot het percentage echte, belijdende christenen was in ons land. Dat geeft ook vandaag een basis aan onze bede of het christelijk geloof, nationaal gezien, nog weer uit de as zou mogen oprijzen en zou mogen leiden tot een nationaal gemeenschapsbesef, met zicht op echte normen en waarden.

Uiteindelijk zal de boodschap daaromtrent vooral levend gehouden worden door diegenen, die in de kracht van het Woord geloven.

Alom in het land is de bevrijding dan ook binnen de kerken herdacht. Daar leeft nog het besef, dat de dank en de verootmoediging, ook plaatsvervangend voor het volk, voor het Aangezicht des Heeren mogen worden beleefd en tot uitdrukking worden gebracht.

Dan komen de Valeriusliederen, samen me de psalmen op de lippen. Wat is bijvoorbeeld een beter 'gezang van bevrijding' dan psalm 124, zoals bijvoorbeeld gezongen werd in een herdenkingsdienst in Huizen:

W'ontkwamen haast des vogelvanger net,
de loze strik tot ons bederf gezet;
De strik brak los, en wij zijn vrij geraak
De Heer is ons tot hulp op ons gebed;
Die God, die aard' en hemel heeft gemaakt.

Maar daarnaast zongen we uit Valerius:
Gedankt moet zijn de Heer,
de God, die eeuwig leeft,
dat Hij ons t' zijner eer
deez overwinning geeft.
Wat wonder heeft de kracht
des Heeren al gewrocht.
O Heer, o Heer, o Heer,
hoe groot is Uwe macht.

De psalmen geven uitdrukking aan het geloof, zoals dat in het protestantisme, dat met de vorming van onze natie zo nauw verbonden is, weer kracht en kleur kreeg. De Valeriusliederen geven aan, dat onze natie door dat protestantisme werd gestaald, gestempeld en gevoed.

Als onze natie nog (weer) een ziel zal hebben, dan zal het vanuit de Historie toch de protestantse ziel zijn. Een andere dan een protestantse natie zal ons land nooit meer worden.

Vrij?

In de toespraak van Hare Majesteit klonk door, dat bevrijding van onderdrukkers nog niet behoeft te betekenen, dat mensen waarlijk vrij zijn en dat de samenleving echt vrij is. In onze tijd blijkt wel het tegendeel. De secularisatie heeft hard en diep toegeslagen. Die secularisatie heeft het volk niet alleen van de kerk verwijderd en vervreemd maar ook van de heilzame waarden en normen, die ons in het Evangelie zijn gegeven.

Mensen zijn van nature ik-zuchtig. Alleen het Evangelie geeft richtingwijzing als het er om gaat de ik-zucht te boven te komen. In Christus immers ligt de ware vrijheid. Daarom gaat het om de Evangelieverkondiging. "Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig', zegt Paulus. Dat is het Evangelie van Christus. Wanneer Christus in de verkondiging en in het getuigenis ontbreekt, hetzij Zijn Persoon en werk worden omgebogen tot louter voorbeeld inzake humaniteit, hetzij Hij verborgen blijft achter de loodzware Wet, dan zal de echte vrijheid wijken. Maar als Hij vanuit het getuigenis van het Evangelie plaats krijgt in het hart van mensen bloeit ware vrijheid op. De innerlijke vrijheid, waarover de koningin sprak, is vrijheid in Christus. Die innerlijke vrijheid alléén leidt tot echte vrijheid.

Symptoom

Dat we in onze samenleving de zondag aan het kwijt raken zijn, of eigenlijk al kwijt geraakt zijn, is intussen het diepste symptoom van verlies van echte vrijheid. Moderne mensen zijn slaaf geworden van zichzelf, hun consumptiedrang of arbeidsdrift, hun autonomie of individualisme. De zondag is echter de wekelijkse dag van de vrijheid, van de vrijheid, die in Christus is.

We hebben dan ook ten diepste in ons volk geen gemeenschapszin, gebonden aan waarden en normen, meer te verwachten, wanneer we de zondag, als dag van viering en verootmoediging, van profetie en getuigenis, van de Dienst der Verzoening met name, kwijt raken.

Na vijftig jaar wel de bevrijding gedenken en niet elke zeven dagen dè Bevrijding vieren, verdraagt zich in een vanouds protestantse natie niet met elkaar. Het was dan ook een schaduw over de bevrijding, die gevierd werd, dat Apeldoorn 's zondags een groot défilé organiseerde. Een schaduw vanwege het karakter van de zondag en ook omdat het mensen, voor wie de zondag een ander, uniek karakter heeft, zo onmogelijk werd gemaakt er bij te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Echte vrijheid na innerlijke bevrijding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken