Bekijk het origineel

Naomi of Mara

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Naomi of Mara

(over omgaan met verdriet, 3)

12 minuten leestijd

Het onbegrip

Inmiddels bereikten mij reeds een aantal reacties. Graag maak ik daar gebruik van. 'Wie het niet zelf heeft meegemaakt, begrijpt het niet'. Dat hoor je het meest. Hoe ingrijpend een overlijden, een echtscheiding of ander definitief uiteengaan van mensen ook is, voor wie het niet zelf heeft meegemaakt, is het inderdaad heel moeilijk te begrijpen. De dagen en nachten, waarin je elkaar mist. Het schuldgevoel: had ik het kunnen voorkomen? De vraag aan God: 'Waarom'?

De grote en de kleine dingen, die je voor elkaar deed. Het einde van de ene dag, het begin van de andere. De koude nacht. Het stille thuiskomen. Alleen naar een verjaardag. Alleen in de kerk. De goedkope troosters 'het is maar beter zo'. 'Je weet niet voor hoeveel hij of zij bewaard is gebleven' . De mensen, die je mijden. Omdat zij er geen raad mee weten. Of de mensen, die proberen je verdriet 'weg of aannemelijk te praten', terwijl de lege plaats er wel altijd blijft.

Het is waar. Hoezeer je ook probeert met elkaar mee te leven, mensen kunnen je verdriet en gemis nooit helemaal peilen. Maar wat een zegen, dat er een God is. Hij kent ons leed. Wat een zegen dat de Bijbel ons ook spreekt over de 'tranen van de Heere Jezus'. Hij kent elk leed. Hij is in alle dingen verzocht geweest. Maar zonder zonde!

Tranen

'Het zoutgehalte van tranen is verschillend.' Zo las ik dat eens ergens. Dat is waar. Een begrafenis met veel tranen, hoeft niet altijd een begrafenis te zijn met veel diep verdriet Omgekeerd, een begrafenis met weinig (openlijke) tranen hoeft niet altijd een begrafenis met weinig echt verdriet te zijn. De één huilt nu eenmaal gemakkelijker dan de ander. En er is meer in de mens, dat kan huilen, dan alleen de ogen. Maar, als het over zichtbaar huilen gaat, ook daarin is verschil. Vrouwen doen het gemakkelijker dan mannen. Jongeren eerder dan ouderen.

Maar echter, maak nooit de fout te denken, dat waar je geen tranen ziet, daar zal ook wel geen echt verdriet zijn.

Mensen zitten ingewikkeld in elkaar.

Jaren geleden gaf iemand me eens een tekstkaartje met het verzoek dat in het ziekenhuis te verspreiden. 'De Heere kent uw leed', stond erop. Ze gaf me er een paar honderd van. Waarschijnlijk had dat woord (ze was jong weduwe geworden) ook haar aangesproken. Het is waar. Mensen kennen je tranen en ook het gebrek aan tranen niet. Want dat kan óók nog. Dat je tranen op zijn. Hoewel je hart blijft schreien, laten je ogen het niet meer zien. Maar de Heere aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat we het in Zijn Hand geven (Psalm 10).

Veilige Handen. Helende Handen. Wie kan er beter tranen drogen (ook tranen, die een ander niet bij je ziet, maar die er wel zijn!) dan Jezus, immers geen? Ga niet alleen door het leven!

Bitterkoekjes

Behalve het 'rouwservies', de strobos aan het hek, de rouwstand van de molen en dat soort gebruiken, vertelde iemand mij ook over de 'bitterkoekjes' bij de koffie. Zij meende te weten, dat deze koeksoort van gemalen amandelen vooral door haar naam nogal eens in rouwdagen 'getrakteerd' . Dat brengt mij op ander 'bijkomendleed, dat met een sterfgeval gepaard gaat.

Daar is om te beginnen de administratieve rompslomp. De rekeningen en soms ook een bekeuring van de overledene, die nog geruime tijd later op naam binnenkomen. De reclames, die op naam door de computer verstuurd worden en waarin overledene en hun familie worden 'gefeliciteerd' met het gelukkige aanbod, dat hen nu wordt gedaan.

De weduwe, die voor de belastingdienst ineens haar 'dubbele naam' kwijt is en voortaan als 'ongehuwd' te boek staat. Wat een pijnlijke kilheid is dat, als zomaar een heel belangrijk deel van je leven in de computer wordt weggewist.

De eerste keer dat je door een ander in het openbaar weduwe of weduwnaar wordt genoemd, of datje het voor het eerst zwart op wit van jezelf ziet staan. Waarom mag een getrouwde vrouw na het overlijden van haar man niet gewoon de naam van haar man blijven dragen?

Dan zijn er ook de uiterst pijnlijke vragen van mensen, die niet op de hoogte zijn van het overlijden. De vragen naar iemands welstand of de groeten aan iemand, die reeds overleden is. Om dat te voorkomen (maar dat zal wel nooit helemaal gelukken) is het van groot belang dat aan iemands overlijden ook door een royaal aantal rouwkaarten en andere berichten uitgebreid aandacht wordt gegeven. We zullen hierop in een later stadium nog terugkomen.

Dan is er ook nog het soms pijnlijke begroeten of afscheid nemen van rouwdragenden. Standaardzinnetjes, waarmee je ineens geen raad meer weet, zoals 'hoe gaat het, alles goed? ...' of het soms wel erg vlot uitgesproken 'went het al een beetje? ...' Ook standaardzinnetjes bij een afscheid als 'groeten thuis', terwijl er niemand thuis meer op je wacht. We moeten leren ook in deze dingen fijngevoeliger en attenter te zijn voor elkaar, zeker binnen de christelijke gemeente.

Wat zijn er veel 'bitterkoekjes' waarop rouwdragenden onnadenkend en veel te royaal worden 'getrakteerd'. Bij het gebed uit Psalm 141 zouden we ook eens wat meer aan rouwdragenden moeten denken:

'zet Heer' een wacht voor mijn lippen, behoed de deuren van mijn mond opdat ik mij tot genen stond, iets onbedachtzaams laat ontglippen.'

Rouw-verwerking

Vanuit Zuid-Holland (ik meld de reacties per provincie om anonimiteit te waarborgen) liet iemand weten moeite te hebben met het woord 'rouw-verwerking'. Zij vindt het een kil en zakelijk woord. Zij verbindt het met 'vuil-verwerking, vuil­ verbranding' en merkte op dat 'verdriet en gemis' nooit overgaan. Zij hoort in het woord iets van 'wegwerken', alsof er ooit een tijd zou komen, datje het niet meer tegenkomt. Er komt wel een tijd, waarin je hét leert aanvaarden. Maar nooit raak je het helemaal kwijt. Dat moet ook niet, vindt zij. Want de liefdeband blijft, ook al ben je niet meer bij elkaar.

Ik denk, dat ze daarin gelijk heeft. Je moet leren om het een plaats te geven in je leven. Niet wegstoppen, niet willen ontkennen (bijvoorbeeld door nadrukkelijk niet twee trouwringen te willen dragen). Maar, door genade die God geeft, leren er mee te leven. Bij hartpatiënten, die aan de monitor liggen, heb ik de neiging om af ten toe ook naar de computer-uitdraai van de hartregistratie te kijken. Dat heeft geen zin natuurlijk, want als niet-deskundige kan ik die toch niet 'lezen'. Terwijl ik dit schrijf denk ik toch nog even aan dat beeld van deze computer-uitdraai. Als we van groot verdriet eens zo'n registratie-grafiek zouden kunnen maken, dan zullen er vooral in het begin grote pieken te zien zijn.

Verdriet lijkt dan soms zelfs 'bodemloos'.

Met 'rouw-verwerking; wordt aangegeven, dat de 'uitschieters' minder 'gevaarlijk' worden. Ze worden 'beheersbaar'. Ze verlammen je niet meer helemaal. Maar dat wil nog niet zeggen, dat je elkaar niet mist, of zou willen vergeten.

Vanuit Zeeland kwam ook een reactie op het woord 'rouw-verwerking'. Iemand, die in zijn leven al heel wat geliefden heeft moeten uitdragen, wees mij op de bekende tekst uit Jesaja 55 : 8 en 9 over 'Gods wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten hoger dan onze gedachten'.

Dat is voor hem het einde van alle 'rouwverwerking'. Niet op al onze waarom's komt hier op aarde een antwoord. Wij overzien niet Gods wegen en kennen niet Zijn gedachten (opvallend en vertroostend is het, dat 'wegen' en 'gedachten' in vers 8 en 9 als in spiegelbeeld voorkomen!).

Daarom stelde hij voor om het woord rouw-verwerken in te ruilen voor 'rouw leren aanvaarden'. Daarbij mag dan ook het uitzicht worden vermeld dat een kind van God door het geloof leert kennen, en dat weer een ander mij toestuurde:

'Er blijven soms raadsels in mijn leven op aard,

maar heerlijk wordt alles daarboven verklaard.

Dan neemt God de sluier mij af van het gezicht,

en toont mij Zijn wegen in het heerlijkste licht.'

Dit alles overwegend is het misschien beter om te kiezen voor het woord 'rouwproces' of (en dat woord kom je in de literatuur ook wel tegen) 'rouw-weg'. Dat laatste dan weer niet in de zin van een weg, die je moet afleggen in je leven, vóórdat je weer een andere weg gaat inslaan. Maar meer in de zin van 'een weg, waarop je met vallen en opstaan moet leren gaan'. Een weg met allerlei stations, markeringen en fasen. Een weg ook, waarbij de een soms bepaalde stukjes overslaat (afhankelijk van de leeftijd van en de band met de overledene) en andere stukjes (om dezelfde reden) meerdere keren aflegt.

Rouw-weg

Een aantal jaren geleden werd bij opgravingen in Jeruzalem iets ontdekt, waarvan uit boeken en verhalen wel wat bekend was, maar door deze opgraving werd dat pas echt concreet. Vroeger zijn er verschillende toegangswegen naar de tempel geweest, maar er was maar één uitgaande route. Die verschillende toegangswegen waren allemaal langer dan die ene uitgangsroute. Die uitgaande route was een veertien meter brede weg. Soms wilden mensen van die 'uitgaansroute' een 'sluipweg ' maken naar de tempel. Maar dat was verboden. Slechts voor één categorie tempelgangers was een uitzondering gemaakt.

Voor de rouw dragenden. Op die brede weg was een smalle strook van een andere kleur steen apart voor deze mensen bedoeld. Een speciale 'snelweg' naar Gods Huis. Het was gewoonte, dat de vertrekkende tempelgangers deze rouwdragenden onderweg groetten met de woorden 'moge Hij, Die daar woont u troosten'. Bijzonder, als mensen je zó op weg naar Gods Huis Zijn zegen toewensen.

Iemand stuurde mij een gedicht, waarin wordt aangegeven, dat rouw eigenlijk nooit helemaal verdwijnt. Er zijn littekens, die je de rest van je leven vergezellen.

Geen onzer, die ooit werkelijk geneest, gedachten staan geluidloos aangetreden,

zij schieten onverhoeds uit het verleden en wat voorbijging is nooit weggeweest.

Want in het zwart omrande spiegelglas, waarin we zelf voor altijd zijn gevangen zien we de vlag die toch halfstok bleef hangen

omdat het vóór elke dag eerst gisteren was.

Maar gelukkig mocht in dezelfde brief ook getuigd worden van het uitzicht, waarvan in Psalm 27 wordt gezongen:

'zo ik niet had geloofd... ik was vergaan in al mijn smart ^en rouw'.

Het begin van de rouw-weg

Het maakt een groot verschil hoe en wanneer de 'rouw-weg begint. Bij een plotseling sterven word je zomaar ineens op die weg geplaatst. Bij het sterven na een ziekte, zie je die weg op je afkomen. En ook al wéét je niet hoe die weg er uitziet en wat je op die weg allemaal tegenkomt, het overvalt je niet. Het is net als in het verkeer. Wie een zijweg nadert en die moet gaan inslaan, mindert vaart. Je past je rijstijl erop aan. Er zijn geen remsporen.

Maar wie 'plotseling' de rouw-weg op moet, moet zo hard remmen en zo krachtig bijsturen, dat het veel meer 'krachten' vraagt. Zwarte strepen op het wegdek markeren de krachtige ingreep. Zo is het ook in het leven mensen die plotseling voor een groot verdriet komen te staan.

Zwarte strepen op je levensweg, die er zomaar ineens staan. Bij zo'n ingreep wordt heel wat aan krachten van de mens gevraagd. Lichamelijke krachten. Geestelijke krachten. Niet voor niets zijn mensen in de eerste weken na een totaal onverwacht afscheid zo eindeloos moe. Bij groot verdriet wordt veel energie verbruikt.

Wat is het belangrijk, dat helpende handen ook bij het begin van de 'rouw-weg' aanwezig zijn. Natuurlijk kan het ook goed zijn om je verdriet 'er uit te werken'. Dat wil zeggen, datje in het huishouden je niet ineens alles uit handen laat nemen (hoe goed bedoeld ook). Dat je ook zelf boodschappen blijft doen (hoe moeilijk ook). Dat je bij alles wat geregeld moet worden niet ineens alles uit handen geeft, maar zelf blijft meedenken en meedoen. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen, als zij terugkijken op het begin van de rouw-weg 'je wordt geleefd'.

Het gevaar hiervan is, dat je dan een stukje van de rouw-weg overslaat, dat je later dan alsnog moet gaan afleggen.

Laten we ervoor oppassen, dat wij niet voor anderen bepalen wat zij aankunnen. Het is Israels God, Die krachten geeft. Dat mag juist dan worden ondervonden. Hoe diep de remsporen op iemands levensweg ook mogen zijn, laten we niet vergeten dat er ook de sterke 'veiligheidsriemen en hoofdsteun' van Gods genade en trouw zijn. Als we zingen in Psalm 22 over beloften, die we 'in het heetst gevaar' aan Hem gedaan, dan mogen we — als overmand door verdriet het toch van biddende handen verwachten — daarop ook vertrouwen. En dit vertrouwen in de belovende God wordt niet beschaamd.

Omdat het voor het verwerken en leren omgaan met een concreet verdriet belangrijk is, hoe we de 'rouw-weg' opkomen, willen we een volgende keer nadenken over de eerste dagen. Wie brengt de droeve tijding en hoe? Wat kan er in de eerste dagen al verkeerd gaan? Waaraan moet je denken, als er niets geregeld is? Hoe kunnen we als kerk en gemeente concreet maken als Paulus schrijft 'als één lid lijdt, lijden alle leden'?

Vragen genoeg. In een volgend artikel willen we daarop terugkomen.

Tot slot geef ik ditmaal het woord van Joke Verweerd, die in haar boekje 'Achtergebleven' ook een aantal rouw-fasen beschrijft, waarbij zij in het volgende gedicht spreekt over iemand, die op de rouwweg al een heel eind gevorderd is.

Nog levend f

Ik sta aan het strand

met de wind in mijn haren

en vandaag voor het eerst doet de dag niet zo 'n pijn

jouw ring aan mijn hand zal ik daar trouw bewaren

maar het houdt me niet tegen nog levend te zijn

nog levend, nog levend, ik voel het van binnen

alsof ik niet eerder diep ademen kon

zou vandaag het ontdooien dan toch nog beginnen

van het ijs in mijn borst dat niet wegsmelten kon?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Naomi of Mara

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken