Bekijk het origineel

Naomi of Mara

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Naomi of Mara

(leren omgaan met verdriet, slot 10)

14 minuten leestijd

Veel reacties

Naar aanleiding van de artikelenserie over 'rouwverwerking' ontving ik vele reacties. Per post, per telefoon, of 'zomaar in het voorbijgaan'. Om anonimiteit te waarborgen en al schrijvend toch nog iets van persoonlijk contact te hebben, deelde ik voor mijzelf de reacties per provincie in. Maar inmiddels zijn het er ook vele per provincie geworden. De reacties waren persoonlijk (soms heel uitgebreid) of anoniem (en dat soms heel begrijpelijk). Het is duide­ lijk een onderwerp dat bij velen leeft.

Soms onderstreepten de reacties wat reeds aan de orde was geweest. En dat gebeurde dan op een aangrijpende en persoonlijke manier, waarin de beleving van het 'dag aan dag draagt Hij ons' onder woorden werd gebracht. Soms vroeg het om meer nuancering. Soms opende het mijn ogen voor dingen en voor momenten, waarbij ik niet heb stilgestaan. Helaas is het in de drukke winterperiode niet goed mogelijk om alle reacties persoonlijk te beantwoorden. Er zijn zulke kostbare brieven bij, waarin het goud van Gods genade zomaar voor tachtig cent mij werd toegestuurd. Hartelijk dank daarvoor.

Soms werd ook niet om een antwoord gevraagd. Dan was het gewoon een 'van zich afschrijven', waarvoor zomaar ineens de woorden kwamen. Niet minder kostbaar zijn ook deze reacties. In dit laatste artikel wil ik stilstaan bij een aantal zaken, die toch telkens weer terugkeerden.

Rouwdienst, kerkdienst, gedachtenisdienst?

Er kwamen heel wat vragen en opmerkingen over de dienst van Woord en gebed voorafgaand aan de begrafenis. Is het een officiële dienst? Moet de dominee zijn toga aan? Mag het lichaam van de overledene in de kerk staan en zelfs voor de kansel? Moet er gezongen worden? Mag ook een ouderling zo'n dienst leiden? Als er toespraken zijn, wanneer kunnen die dan het best worden gehouden? Een paar korte opmerkingen daar nog over.

Wat de toespraken betreft lijkt mij de beste plaats en tijd: voorafgaand aan de dienst.

De begrafenisondernemer of beter (zeker als het in het kerkgebouw is) de dienstdoende ouderling of de predikant kondigt aan wie er namens wie enkele woorden zal spreken, voordat de dienst begint. Het is dezelfde zorg als bij de bevestiging en intrede van een nieuwe predikant: de mensen moeten niet met de toespraken, maar met het Woord van God naar huis gaan. Een psychologisch voordeel van déze volgorde is ook, dat de toespraken 'achter de rug' zijn, zodat die spanning er voor familie en anderen niet meer is en men met meer rust naar het Woord van God kan luisteren.

Is het een ambtelijke dienst?

Op die vraag ben ik geneigd te zeggen: ja. De Kerk begraaft haar doden en niet de dominee. En dat wordt mede duidelijk doordat een ouderling en diaken aanwezig zijn en door hun openlijke handdruk het ambtelijke karakter van de dienst tot uitdrukking brengen. Tegelijk betekent dit dat de dienst door een predikant of kandidaat tot de Heilige Dienst geleid zal worden. In Maassluis is de gewoonte gegroeid, dat de 'rouwstoet' door de kerkeraad vóór de dienst in de consistorie wordt ontvangen. Daar gaat dan de dienstdoende ouderling vóór in gebed en wordt vervolgens de familie (zoals bijvoorbeeld ook bij een doopdienst) de kerk binnengebracht, terwijl de gemeente aanwezig is. Als laatste wordt dan de overledene — onder het spelen van een bekende Psalm of Lied — door de dragers binnengebracht en op een zichtbare plaats neergezet. De gemeente ziet hierop staande toe, of nog beter, zingend. Als voorbereiding op de dienst is er gelegenheid tot persoonlijk Stil Gebed. Ook dat wordt telkens ervaren als een goed ogenblik.

Het lijkt wat inconsequent, wanneer ik vervolgens schrijf, dat naar mijn gedachte zo'n ambtelijke dienst toch niet een officiële kerkdienst is. Daarom heb ik mijn toga ook niet aan (ook niet als de dienst in de kerk plaatsvindt) en is ook de liturgie anders dan in kerkdiensten gebruikelijk. Is dat uit vrees voor 'sacramentalisme rond een dode' (zoals in de R.K.-kerk), is dat om niet de indruk te wekken dat in deze dienst een dode wordt gewijd, maar levenden in Woord en gebed hun houvast zoeken, is dat om als voorganger toch zo weinig mogelijk afstand te scheppen, of is het om liturgisch wat meer vrijheid te hebben ook in de keuze van wat gezongen wordt? Het ene argument zal voor de een en het ander voor de ander wellicht wegen, maar zo is het in de loop van de jaren in Maassluis gegroeid. Ik de kerk sta ik ook bij voorkeur niet op de kansel, maar achter de lezenaar en daar voel ik me zonder toga ook gemakkelijker staan. Trouwens, is het niet inconsequent om bij een rouwdienst in de kerk wel een toga aan te hebben, maar in een aula niet? Bovendien, wijst een toenemend gebruik van de toga bij begrafenissen niet op een terugval in het sacramentalisme, waarvan de Reformatie ons heeft willen bevrijden?

Over het afsluiten van de begrafenis zou nog dit te zeggen zijn: als dat niet in de kleinere familiekring thuis of in een zaal kan plaatsvinden, waar de familie daarna bijeenkomt, laat het dan op het kerkhof geschieden. Laat het dan ook wel duidelijk weten, dat dit de afsluiting is, en dat er nog gelegenheid is om de naaste familie persoonlijk te groeten.

Juist als ik dit schrijf kom ik terug van de begrafenis van Klaas. Hij was 62 jaar, lichamelijk en verstandelijk niet helemaal gezond, heeft meer dan 40 jaar op de beschutte werkplaats gewerkt en is zondagmorgen onverwachts ingeslapen en ingegaan tot de eeuwige Sabbath. Hij deed drie jaar geleden nog belijdenis in het midden van onze gemeente en leefde op zijn wijze hartelijk mee. De mensen met wie hij werkte (ook zwakbegaafden) waren allen op de begraafplaats en hadden zichtbaar en hoorbaar groot verdriet. Wat vonden ze het fijn, dat ze één voor één naar voren mochten komen en nog een bloem voor Klaas mochten neerleggen. Neen, wij houden niet van veel bloemen, kransen enz. Maar soms kan een enkele bloem of een eenvoudig boeketje bloemen voor mensen veel betekenen.

De reactie (klap) komt nog...

Een aantal mensen schreef over de moeite die zij hebben met het verwachtingspatroon van anderen, ook binnen de gemeente. Bij een (vaak plotseling gekomen) groot verdriet mochten zij in hun leven Gods genadige bijstand ervaren. Zijn Woord mocht voor hen opengaan. Psalmen gingen ineens leven.

'Het lijkt wel of iedere Psalm, die we in de kerk zingen, voor mij uitgekozen is.'

'Wat wordt in de Psalm de Heere vaak als Bijstand bezongen.'

'De Psalmen als apotheek voor rouwdragenden.'

'Ook Psalmen, die we nooit in de kerk zingen zijn zo rijk aan inhoud.' 'Tot de kleinste dingen zorgt Hij voor mij.'

'Maar in dit smartelijk verdriet
wantrouwt mijn hart Uw goedheid niet;
neen, 't zal zich in Uw heil verblijden.
Ik zal de Heer'mijn lofzang wijden,
Die mij genadig bijstand biedt.' (Psalm 13)

Wie zó gedragen door Gods goedheid door de eerste dagen en weken heenkomt, krijgt (óók binnen de gemeente!) nogal eens te horen:

'De klap komt nog wel.' 'Ze leven nu nog als verdoofden.' 'Ze beseffen het nog niet.' 'Ze leven nog in een roes.'

Wat, kunnen zulke opmerkingen een pijn doen. Mensen voelen daardoor de Heere tekortgedaan en ook zichzelf niet serieus genomen. De volle omvang van een verdriet en het vérstrekkende van het 'nooit meer' mogen dan misschien niet tot je doordringen, maar dat wil niet zeggen dat je de lege plaats ontkent. Laten we daarom voorzichtig zijn met zulke opmerkingen. Als Hij het is. Die ons van dag tot dag draagt, dan is Hij het ook die ons van stap tot stap op de (rouw)weg zal geleiden (Psalm 139 : 2).

Niet om mijn grote geloof. Maar, door Zijn genade. En ook al komen er moeilijker dagen en zwaardere tijden, als het gebed (!) en het bezoek van anderen minder wordt, dan mag toch nooit verzwegen worden wat God in die eerste dagen en weken aan krachten schonk?

Het gemis of verlangen blijft

Meer dan eens werd geschreven 'de Heere heeft mij zeer gesterkt in mijn verdriet'. 'Hij heeft tot in de kleinste dingen voor mij voorzien.' 'Er waren zoveel momenten, waar ik als een berg tegen opzag, maar één voor één heeft Hij ze begaanbaar gemaakt.' 'Neen, ik praat niet zo open over die dingen, maar elke dag voel ik mij gedragen.' En toch....

'Hoeveel troost ons kind ons ook heeft nagelaten...'

'Hoezeer mijn man ook heeft getuigd van zijn geloof...'

'Hoe duidelijk mijn vrouw ook alle dingen in Gods Handen kan geven...'

'Neen, je mag het hen niet misgunnen, maar ik mis ze zo, soms verlang ik zo naar hen, en is dat niet slecht? '...

Neen, dat is niet slecht. Het zou eerder slecht zijn, als we elkaar snel en gemakkelijk kunnen vergeten. Als banden zó nauw geweest zijn, als de verwevenheid met elkaars leven zo intiem is geweest, dan is het niet vreemd als je eikaars lichamelijke aanwezigheid ('al die kleine dagelijkse dingen, die je zo ongemerkt voor elkaar deed') van tijd tot tijd erg mist.

Alleen... geef er niet aan toe! Het is net als met lichamelijke pijn. Pijn voel je meer naarmate je er meer op let, en minder naarmate je meer afleiding zoekt. Niet afleiding als een vlucht. Niet je in duizend en één dingen storten om maar te vergeten. Want de lege plaats blijft, ook al zie je die dan niet zo vaak. En wie zichzelf in overactiviteit voorbijloopt, moet op den duur terug om zichzelf weer mee te krijgen.

En daarom... Stap voor stap. Leren omgaan met verdriet, dat is gaan op een (rouw-)weg, waarop 'snelverkeer geen voorrang' heeft. Alle dingen hebben hun bestemde tijd (Pred. 3). Wie aan Gods hand de rouw-weg leert gaan, krijgt de momenten waarop je van binnenuit toch zeggen kunt:

Al wat er was is nu voorbij
en morgen zorgt de Heere voor mij,
dus zing ik deze dag mijn lied
ik voed vandaag mijn heimwee niet.

Het heeft geen zin om stil te staan
bij alles wat heeft afgedaan,
wat was dat geef ik U, o Heer',
ik leg het in Uw Handen neer.

Ik leef vandaag als koningskind,
ik weet: het Rijk van God begint
wanneer ik Christus achterna,
niet verder dan Zijn voetstap ga!

Zulke dagen hebben nog een avond en een nacht. Maar straks zal er geen nacht meer zijn! Maranatha, kom Heere Jezus.

Openstaan voor een ander?

'Dan zoek je toch een ander? ' 'De wereld is groter dan die éne.' 'Ben je al naar zo'n bijeenkomst voor alleengaanden geweest? ' Wat kunnen zulk soort opmerkingen pijnlijk overkomen. Terwijl je nog volop bezig bent te verwerken dat je alleen verder moet, zijn er mensen die met zulk soort opmerkingen (hoe goed bedoeld' ook) je overvallen. Ze denken je ermee te helpen, maai' het doet je zo'n pijn.

Trouwens, terwijl je.er zelf in de verste verte niet aan denkt, kunnen opmerkingen in je naaste omgeving zelfs insinuerend en verdachtmakend overkomen.

Maar je mag het toch ook niet uitsluiten? Het zou toch kunnen, dat zelfs in het kader van rouw-verwerking contacten tot stand komen, waarin je Gods Hand mag zien? Maar, als dat op je weg komt, zonder dat je er zelf op uit was, is dat dan geen verraad? Dubbele gevoelens strijden in je. Je mag en je wilt de ander niet vergeten en je zoekt ook geen 'vervanger' (want ieder mens en elke verhouding tussen mensen is uniek en onvervangbaar), maar het zou toch kunnen dat mensen in een nieuwe levensfase op elkaars weg worden gebracht?

Doe er nooit geheimzinnig over. Geef naaste familieleden altijd de gelegenheid om mee te groeien. Soms is het voor 

kinderen veel moeilijker (zeker als het onvoorbereid en met weinig wijsheid gebeurt) om iemand in de plaats van hun  echte vader of moeder te zien, die voor hen als een 'indringer' overkomt,

Geduld en wijsheid, gebed en gesprek en samen met die je lief zijn (en die je niet mag verspelen, als het even kan ook niet tijdelijk) zoeken naar Gods weg, dat is altijd weer de beste raad. En nooit ontkennen of verzwijgen wat er aan goeds en zegenrijks is geweest. Geen foto's wegzetten. Maar zelfs in een nieuwe relatie met elkaars verleden leren omgaan.

Dat hebben Ruth en Naomi in het omgaan met elkaar geleerd. En Mara (de bittere) kon weer Naomi (de lieflijke) worden, toen zij niet alleen oog had voor het verleden, maar ook weer ging openstaan voor het heden en voor de toekomst. Door de band van het geloof werden het gouden woorden 'zit nu stil mijn dochter, want die man zal niet rusten, totdat de zaak voleindigd is...'(3 : 18).

Zagen ze niet beiden achter die man in Bethlehem de gestalte van de Man uit Jeruzalem? Openstaan voor een ander kan nooit zonder die Ander.

Een Marakring

In het eerste artikel schreef ik dit jaar aarzelend begonnen te zijn in de eigen gemeente met een Marakring. Eenmaal in de drie weken komen.we op een dinsdagmorgen met een aantal mensen bij elkaar, die verdrietige ervaringen in hun leven hebben opgedaan. Het verlies van een man, een kind, een vader, een verloofde. Het is een kring met alleen vrouwen geworden. Ontbreken de mannen omdat vrouwen gemakkelijker over hun gevoelens kunnen spreken en zich minder voor hun emoties schamen? Hoe dan ook, het zijn heel bijzondere ontmoetingen geworden. We maakten daarbij ook gebruik van het boek dat in april D.V. in de Reformatiereeks zal uitkomen bij Kok in Kampen onder de titel 'Liever wel bezoek', waarin het onderwerp 'begraven of cremeren en leren omgaan met verdriet' centraal staat.

We begonnen altijd met een passend Bijbelgedeelte en kwamen vandaaruit heel intensief in contact met elkaars 'stopplaatsen op de rouw-weg'. Soms werd het zegenrijke 'hoort wat mij God deed ondervinden' afgewisseld met een bitter 'hoort wat mij mensen deden ondervinden'.

Maar altijd weer kwamen we met elkaar verder dan alleen maar 'luisteren naar elkaar' tot het 'samen luisteren naar Zijn Woord.' Mijn indruk is dat het goede ontmoetingen zijn. Mensen, die elkaar niet of vaag kenden en die nu ook op andere tijden en plaatsen elkaar gaan herkennen.

Mara-momenten maakten weleens plaats voor Naomi-ogenblikken. Ook voor een pastor zijn de bijeenkomsten verrijkend. De vage zondagse voorbede 'voor alle rouwdragenden' wordt er concreter door, zoals het 'als één lid lijdt, lijden alle leden.'

Één ding heb ik er opnieuw van geleerd. Niet alleen voor mezelf, maar ik hoop óók voor de gemeente. Mensen zijn moeilijke vertroosters. Zo zeggen we dat. Maar menen we het ook echt? Staan we als vertroosters niet vaak te hoog?

Ooit hoorde ik eens dat een ouderling werd verweten dat hij bij zijn bezoeken de mensen in de put praatte. Hij. verweerde zich door te zeggen 'neen, dat doe ik niet, maar als ze zelf in de put zitten, dan ga ik er eerst bijzitten en dan gebeurt het nog weleens dat we aan het einde van het bezoek er met elkaar uitkomen en samen op de rand kunnen zingen.'

De dichter Jaap Kroonenburg heeft in eigen leven veel ziekte en zorgen gekend. Hij schreef een mooi gedicht, dat hij als titel meegaf 'aan een moeilijke vertrooster', maar wie het een paar keer heeft gelezen zou er ook boven kunnen schrijven 'de beste vertrooster'.

Je kunt wel gaan! —je hoeft niet meer te
komen!
Je praat altijd van zwijgende berusten.
Dat kan geen mens! — dat doen alleen de
bomen.
Die naakt en weerloos in de stormwind
staan.

Jij hebt een vrouw —jij kunt wel in je lot
berusten!
Mijn bed is leeg — ik ben ziek en alleen.
Jij zegt, dat 'k toch gehoorzaam heb te
volgen.
Maar ging je zelf die kant gewillig heen?

Je moet niet zo over Gods daden praten!
Denk wat het is, ze stil te ondergaan.
En voel je eens je hart van God verlaten.
Kom dan nog even bij mij aan!

Misschien, dat we elkaar dan beter kunnen
vinden
Dat je mijn schreien beter kunt verstaan.
Misschien... gaan we dan samen zachtjes
zingen:
Wat God doet is toch welgedaan!

Soms kan verdriet een niet te overbruggen kloof zijn. Maar ook over een ravijn kan een brug gelegd. Niet zoals die nieuwe bij Zaltbommel. Maar, zou die oude brug daar, waar ooit de dichter Nijhoff bijstond en ondertussen een vrouw Psalmen hoorde zingen.

Door het Woord van God worden bruggen gelegd over wat onoverbrugbaar leek. Daarbij mogen ook mensen bruggenbouwers zijn. Totdat God ons leidt over de laatste brug. Dan zullen er geen tranen, rouw en verdriet meer zijn.

Ds. P Vermaat
F. Bolplein 21 3141GB Maassluis
tel. 010-5919048.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Naomi of Mara

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

PDF Bekijken