Bekijk het origineel

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (1)

10 minuten leestijd

Ter inleiding: uniek gezag

Eeuwenlang was het onder christenen volstrekt duidelijk wat er bedoeld werd met trouw zijn aan de Bijbel als het Woord van God. De Bijbel was het fundament waarvoor men boog en waarop men bouwde. Daarin werd de sprekende God beluisterd. Bij het horen naar het Woord was het alsof men levende stemmen rechtstreeks uit de hemel vernam. Ook vandaag wordt bij allerlei instellingen en organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, opvoeding of hulpverlening, de Bijbel als basis genoemd. Alles lijkt dus nog te zijn als vanouds.

Maar helaas... vandaag de dag gaan de opvattingen over de Bijbel ver uiteen. Velen, in het algemeen binnen de christelijke kerken en in het bijzonder onder theologen en geestelijke leidslieden, zien de Bijbel niet meer als het Woord van God. Het is nu zover dat we niet zonder meer weten wat iemand bedoelt als hij zegt uit te gaan van de Bijbel. Hetzelfde geldt ook van een school of vereniging met de Bijbel in de grondslag of, zoals tegenwoordig liever gezegd wordt, in het 'mission statement'. Wij zijn genoodzaakt door te vragen naar de bijbelbeschouwing die men hanteert. Dit geldt zeker voor ouders die hun kinderen aan een bepaalde school toevertrouwen. Er doen in de praktijk onder christelijke vlag allerlei min of meer kritische visies op de Bijbel opgeld. Het is daarom van groot belang de vraag aan de orde te stellen: 'u gaat op uw school of in uw organisatie of in uw leermethode uit van de Bijbel. Prima, maar hoe ziet u dan de Bijbel? Als de gezaghebbende openbaring van de levende God of als feilbaar document van menselijke religiositeit? ' We kunnen en mogen niet langer naïef zijn op dit punt. Als ergens de roeping geldt de geesten te onderscheiden, dan is het wel hier.

In deze serie artikelen gaat het erom in kort bestek aan te geven wat het voor een christen in deze tijd betekent dat hij of zij de Bijbel erkent als Woord van God. Binnen het christendom is vanouds een uniek gezag toegekend aan de woorden van de Heilige Schrift, van Genesis 1 tot en met Openbaring 22. De Bijbel is draagster van een geheim. Dat geheim wordt alleen vanuit een eerbiedige luisterhouding ontdekt. In het geloof weten christenen zich gebonden aan heel de Bijbel. Deze gebondenheid is voor hen de echte vrijheid, het element waarin ze opademen en leven. Wat de lucht is voor een vogel, het water voor een vis en het woud voor een hert, dat is de Bijbel voor de christen.

In het navolgende is het er eerst om te doen de opvatting die meestal als 'bijbelgetrouw' wordt bestempeld te onderscheiden van andere benaderingen. Vervolgens wordt onder ogen gezien wat de praktische consequenties zijn van het 'bijbelgetrouwe' standpunt, ook weer in onderscheiding van de praktische gevolgen van bijbelkritische benaderingen. Het gaat er om een handreiking te bieden om te zien waar het op aan komt, wil er sprake zijn van een bijbels fundament.

Kritische opvattingen

Zoals gezegd: in onze tijd lijken de papieren van de Heilige Schrift sterk in waarde gedaald te zijn, niet alleen buiten, maar juist ook binnen kerk en christendom. Er zijn allerlei kritische opvattingen ten aanzien van de Schrift naar voren gekomen. Zo wordt de Bijbel tegenwoordig vaak gezien als een boek vol menselijke religieuze ervaringen, zoals er zoveel van dergelijke stichtelijke boeken zijn. Op dit standpunt heeft de Bijbel alleen gezag wanneer en zolang hij mij aanspreekt. Een voorbeeld daarvan is een ingezonden stuk van een ouderling uit een Samen op Weg-gemeente ergens in Nederland, in oktober 1995 geplaatst in het dagblad De Gelderlander. De Bijbel is volgens hem niet meer dan een produkt van godsdienstige fantasie van mensen. Letterlijk beweert deze ambtsdrager: 'Dus wat dat aangaat, zijn de koran en de bijbel, hoewel inderdaad niet één pot nat, toch volkomen gelijkwaardig. Laten wij ons, als christenen, dus vooral niet teveel verbeelden.' Hij bedoelt te zeggen: laten we ons niet verbeelden dat wij in de Bijbel de unieke openbaring van God hebben ontvangen!

Een buitengewoon vergaande uitspraak van iemand die geroepen is de gemeente te bewaren bij het enige Woord van God, de Bijbel, en niet bij een menselijk geschrift als de koran of welk ander religieus boek ook.

Anderen gaan minder ver: zij menen dat je kunt vasthouden aan de kernwaarheid binnen de Schrift, terwijl je tegelijkertijd erkent dat er allerlei fouten en dwalingen in die Bijbel voorkomen. Illustratief voor deze opvattingen is wat enkele sprekers te berde hebben gebracht op de jaarlijkse 'Grote NBG (Nederiands Bijbel Genootschap)-dag', in 1995 gewijd aan het thema: 'De Bijbel: passé of present? ' (volgens verslag in het Reformatorisch Dagblad, 25.09.1995).

Het boek en de zaak

Een eerste spreker stelde dat de Bijbel literair en historisch verre van volmaakt of onfeilbaar is. Hij is historisch en moreel lang niet altijd betrouwbaar en sommige teksten zijn niet te verteren. Maar toch is het boek bijzonder vanwege de centrale inhoud daarvan: de liefde en gerechtigheid die God openbaart aan Israël en de volken. Het komt erop aan een vrijheid te hebben ten opzichte van de Bijbel als boek, maar niet ten opzichte van de zaak waar het in dat boek om gaat. Die vrijheid maakt het mogelijk ons te binden aan de centrale boodschap, namelijk 'het ja van God tegen het leven van ons alien. Het ja van God, dat wij met elkaar mogen delen'.

Wat gebeurt er in dit betoog? Er wordt een vrijheid geclaimd om uit een feilbare en zelfs op een aantal punten onbetrouwbare Bijbel normatieve elementen en kernen te halen. Daarmee zijn wij overgeleverd aan de willekeur van de mens die bepaalt wat hij of zij als centrale inhoud wenst te zien. De omschrijving van de centrale boodschap die door deze spreker gegeven werd, doet bijvoorbeeld op geen enkele wijze recht aan het neen van God tegenover de zonde, waardoor ons leven zo zonder meer allerminst acceptabel is voor God. Er is het ja van God door de verzoening in Christus, maar in dat ja delen we alleen in de weg van geloof en bekering!

Argwaan als grondhouding

Een tweede lezing werd op genoemde NBG-dag gehouden door een feministische theologe. Volgens haar hebben zogenaamde 'Vrouw en geloof-groepen' ontdekt dat de Bijbel een boek is van manmiddelpuntigheid. Vrouwen zijn tot het inzicht gekomen dat de bijbelse teksten het produkt zijn van menselijke activiteit. De teksten zijn niet onfeilbaar, maar menselijk. 'Gods inspiratie mag je gelovig vermoeden achter de teksten, maar je moet altijd argwanend zijn ten opzichte van wat in feite geschreven staat.' Het criterium van het omgaan met de Bijbel is volgens deze spreekster niet: 'Staat het in de Bijbel? ', maar: 'komt het overeen met wat ik heb leren zien als horend bij het wezen van God: Haar verlangen dat alle mensen met Haar op de weg van heil en vrede willen lopen, daarbij ten volle alle talenten gebruikend, naast elkaar'. Het is duidelijk dat deze mevrouw nog verder gaat dan de opvatting die we eerder hebben vermeld. Hier wordt niet gezocht naar kernen van waarheid in de Bijbel, maar naar waarheid achter de Bijbel. De grondhouding van eerbied is vervangen door die van argwaan. Bijbellezen zou moeten bestaan in een voortdurend bekritiseren van de Bijbel vanuit het eigen feministische perspectief. Een derde spreker op genoemde NBG-dag vertelde hoe hij was opgegroeid bij wat hij noemde de 'klassiek-gereformeerde' Bijbel. Maar hij had zich losgemaakt van de 'krampachtigheid' van deze Bijbel, die menselijke factoren geheel miskende...

Fundamentalisme?

Wie vandaag nog gelovig wil zijn zoals vanouds, in hartelijke erkenning van heel de Bijbel als Woord Gods, zou dus in een krampachtig keurslijf gevangen zitten. Zo iemand wordt al gauw als 'fundamentalist' getypeerd. Deze benaming fungeert vaak als scheldwoord, waarmee mensen monddood gemaakt kunnen worden. Je wordt in een hoek neergezet en wordt verder geacht je mond te houden, terwijl meer verlichte figuren verder debatteren. Zo gaat bijvoorbeeld de Leidse hoogleraar H. S. Versnel met bijbelgetrouwe christenen om. Wie vandaag nog gelovig wil zijn, doet er volgens Versnel goed aan om maar fundamentalist te worden, dat wil zeggen zich onvoorwaardelijk over te geven aan een bepaalde autoriteit en zich zo terug te trekken in een schijnbaar onaantastbare schuilkelder op privé-terrein, zonder enige verbinding met de wetenschap. Fundamentalisme is voor Versnel dus geloven op gezag, met het verstand op nul en de blik op oneindig, blind autoriteitsgeloof. Een citaat: 'Uiterst rechts past de wetenschap aan de bijbel aan. Volgens de creationisten is het best mogelijk dat Noach een roedeltje dinosaurussen in het vooronder had liggen. Ik verzin het niet, ik heb het zelf zo'n creatieve bioloog voor de televisie horen zeggen. Het lukt allemaal van geen kant natuurlijk, maar het is niet inconsistent, zolang je ogen en oren maar stijf dicht houdt voor de realiteit' (in H. M. Kuitert en H. S. Versnel, Het kan nog erger, Baarn 1993, 31).

Versnel past een beproefde methode toe: eerst een karikatuur maken van je tegenstander en vervolgens die karikatuur bestrijden. Het is goed te weten dat er zulke karikaturen in omloop zijn en dat mensen klaar staan om dergelijke etiketten op te plakken. In debatten zullen we ons als Bijbelgetrouwe christenen daardoor niet laten uitrangeren. Integendeel, we zijn gewaarschuwde mensen die voor twee tellen. Wees maar niet bang om voor 'fundamentalist' te worden uitgemaakt. Schelden doet wel zeer, maar we kruipen er niet voor in onze schulp.

Moderne theologie

Moderne theologen, zoals bijvoorbeeld H. M. Kuitert, zijn vuurbang om voor 'fundamentalist' te worden versleten. Zij haasten zich om tegenover mensen als de atheïstische Versnel duidelijk te maken dat zij niet uitgaan van geopenbaarde woorden van God. God openbaart zich niet van bovenaf, zo is Kuitert het met Versnel eens. Dat zou een fundamentalistische positiekeuze zijn, waarvan ook Kuitert niets moet weten. Maar tegenover Versnel houdt Kuitert overeind: God meldt zich in ons, dus via 'beneden'. Vervolgens smeden wij mensen begrippen en formuleren we geloofswaarheden als interpretaties van onze ervaringen in het kader van het voorgegeven godsbesef. Zo vullen we ons 'zoekplaatje' in. We kennen God dus alleen in de begrippen die wij, mensen, van Hem gebruiken. Zo komt het tot de stelling: 'alle spreken over Boven komt van beneden, ook als er gezegd wordt dat het van Boven komt'. Dus als Jesaja of Ezechiël nadrukkelijk hun boodschap inleiden met 'alzo spreekt de HEERE', dan wil dat niet anders zeggen dan dat volgens ene Jesaja of Ezechiël God zo spreekt. God spreekt dus bij wijze van spreken.

Dat deze opvatting in onze tijd niet alleen maar in vrijzinnige kring, maar ook in vanouds orthodox-gereformeerde kerken wordt aangehangen, blijkt uit recente uitlatingen van de Nederlands-gereformeerde drs. H. de Jong, die onder meer stelt dat er principieel geen onderscheid is tussen de woorden van Paulus in zijn brieven en een preek van een hedendaagse dominee. Ook in de woorden van Paulus zouden we te maken hebben met een menselijke reactie op de goddelijke boodschap en niet met Gods Woord zelf! (Koers, 01.09.1995).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Bijbel is Woord van God — een noodzakelijke positiebepaling (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken