Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Secularisatie en Godsverberging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Secularisatie en Godsverberging

Een discussie binnen de Vrije Universiteit

10 minuten leestijd

Wie dagelijks met en bij de Schriften leeft, of althans begeert te leven, klinken de woorden in de Schriftlezing en ook in de wekelijkse verkondiging vaak bekend in de oren. En toch is het Woord onuitputtelijk. Men ontdekt soms Schriftwoorden, die men niet eerder zó heeft ontdekt. Of men ziet ze in hun juiste verband, waardoor ze geheel nieuw oplichten. Het Woord van God is niet gebonden. Het zoekt altijd weer nieuwe wegen naar ons hart en verstand en ons handelen.

Zo staat Jesaja 45 vol woorden, die in de prediking nogal eens aan de orde komen, hetzij dat direct over bepaalde teksten wordt gepreekt of dat teksten eruit worden geciteerd.

'Wendt u naar Mij toe alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer'. 'De heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jacob niet gezegd Zoekt Mij tevergeefs'.

'Ik ben de Heere, en niemand meer, buiten Mij is er geen God...Ik formeer het licht en schep de duisternis. Ik maak de vrede en schep het kwaad, Ik de Heere doe al deze dingen'

Zo openbaart God Zich in de Ik-vorm en de Mij-vorm door de mond van de profeet Jesaja. God laat er geen onduidelijkheid over bestaan, dat Hij te vinden is, dat Hij niet in verborgen plaatsen heeft gesproken, dat Hij de Schepper aller dingen is en dat Hij de volkeren tot gehoorzaamheid aan Zijn Naam roept. 'Ik heb gezworen bij Mijzelf, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren'.

Maar Jesaja spreekt ook over God in de Gij-vorm. En dan met name is er dat woord, dat als een zwerfsteen tussen al die andere God-belijdende woorden lijkt te staan 'Voorwaar, Gij zijt een God, die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland' (vers 15).

Verborgen

Van dezelfde God, waarvan Jesaja zegt, dat Hij niet in verborgen plaatsen heeft ge­ sproken — Hij heeft Zich immers geopenbaard en doen kennen — zegt Jesaja óók, dat Hij Zich verborgen houdt.

Calvijn wijst er in zijn uitleg van dit Schriftwoord op, dat joodse uitleggers van oordeel zijn, dat God Zich voor de andere volkeren verborgen heeft gehouden en Zich uitsluitend aan Israël heeft geopenbaard. Voor Israël is Hij inderdaad, als Israels God Verlosser, Heiland. God is in de visie van de joden direct hun Verlosser en Heiland. Daarvoor is geen tussenpersoon als Heiland nodig, zoals onder het nieuwe verbond van Jezus Christus wordt beleden. 'Wir sind schon beim Vater', wij zijn al bij de Vader, zeggen ze.

Calvijn wijst een andere weg in zijn uitleg. Hij zegt, dat God, hoewel Hij Zich heeft geopenbaard. Zich ook maar weer niet automatisch kennen of vinden laat. Jesaja, zegt hij, noemt God 'de Verborgene, omdat Hij Zich heimelijk schijnt te verwijderen en Zich in zekere zin lijkt te verbergen, als Hij toelaat dat de Zijnen geslagen worden en door allerlei ellende onderdrukt worden'. Voordat Hij Zijn heerlijkheid openbaart, verbergt Hij Zijn kracht om het geloof van de Zijnen op de proef te stellen.

Er kunnen oorzaken bij de mens liggen, waarom Hij Zich verbergt. Hij wil weliswaar gevonden zijn, maar niet zonder erkenning van zonde en ongerechtigheid, in beleving van afhankelijkheid.

Is dat ook niet de teneur van psalm 32? Toen ik zwéég — geen belijdenis van schuld deed — werden mijn beenderen verouderd in mijn brullen de ganse dag. Maar na belijdenis van overtreding vergeeft God de ongerechtigheid en wordt Hij een Verberging, een Schuilplaats, in plaats van een verborgen God te blijven. Dan omringt Hij met vrolijke gezangen van bevrijding.

God, die Zich een tijd lang verborgen houdt, openbaart Zich uiteindelijk toch (weer) als Heiland, Verlosser, Bevrijder. Deze gedachte is niet alleen van toepassing op Israël onder het oude verbond, maar treedt nog heerlijker aan het Licht na de komst van Christus, die dè Weg, dè Waarheid en het Leven is. Maar, hoewel juist Christus als Verlosser in het Woord is geopenbaard, kan ook Hij voor het geloofsoog verborgen zijn.

Gelóven in God en Christus is één. Ervaring van Gods nabijheid (in Christus) is een twééde.

Geloof en Ervaring

Het geloof in God en de ervaring van Zijn nabijheid vallen niet samen. Wie ooit door de werking van de Heilige Geest Gods aanwezigheid heeft ervaren, kan nochtans in perioden van duisternis terecht komen. God is er niet vanzelfsprekend in het menselijke bestaan. Hij wil gebeden worden. Hij wil Zich laten vinden.

Wie echter God heeft leren kennen, Wie Hem met name heeft leren kennen in het aangezicht van Jezus Christus, die gezegd heeft 'Niemand komt tot de Vader dan door Mij', zal aan het Godsbestaan niet meer twijfelen. Zelfs de dichter van psalm 88, die in duisternis ronddoolt, spreekt nochtans God aan als 'God van mijn heil'. Zo weet Jesaja kennelijk van een God die Zich verbergt, terwijl hij er overduidelijk getuigenis van geeft, dat God leeft en niet in het verborgene heeft gesproken. Hij belijdt Hem als de alomtegenwoordige God.

Afwezigheid

In de tijd, waarin in kerk en theologie de vraag opkwam of God eigenlijk wel bestond of men Hem uitsluitend in de mens ging zien, schreef wijlen prof. dr. H. Jonker, dat de profeten weliswaar vaak worstelden om de vraag van het hoe en waarom van het handelen Gods, maar dat ze nimmer Zijn bestaan in twijfel trokken. De vraag moet wel worden gesteld waarom God Zich voor een bepaalde tijd verborgen houdt. Dat geldt voor het persoonlijke leven. Dat kan ook gelden voor het kerkelijke leven en vandaaruit ook voor het openbare leven. Calvijn zegt, dat God Zich 'methodisch', om Zijn Kerk te redden, verbergt. 'Want Hij verbergt een tijdlang op zo'n manier Zijn hand, als had Hij besloten haar totaal in de steek te laten'. Die mogelijkheid komt ook op ons af in de diepe crisis waarin de kerk zich op dit moment bevindt.

God is er niet zó maar vanzelfsprekend. Hij wil gebeden, verbeden en beleden zijn. Ook als hij in de ervaring afwezig is, misschien wel juist dan, beproeft Hij het geloof. Geloven we Hem ook op Zijn Woord als we Zijn kennelijke nabijheid niet ervaren?

Zou in de Godsverberging dan ook niet een Godsoordeel schuil gaan? Zou achter Godsverberging immers niet Godsverlating, afval van God liggen? De mens houwt gebroken bakken uit, die geen water houden. En God verbergt Zijn Aangezicht. Nochtans blijft staan, dat Hij Heiland, Verlosser, Bevrijder, Redder is, zoals Jesaja direct belijdt achter de vertwijfelde uitroep, dat God Zich verborgen houdt: Zó, als Verlosser, heeft Hij Zich geopenbaard aan Israël. Zó heeft Hij Zich geopenbaard aan Zijn volk onder het Nieuwe Verbond in Christus Jezus.

Maar Hij wil Zich zo ook telkens concreet openbaren door schuldbelijdenis en verootmoediging van de mens heen. Zodat Hij van een verborgen God weer een Verberging wordt.

In onze tijd wordt veelvuldig gesproken over Godsverduistering. Als Godsverduistering betekent, dat God Zich verborgen houdt, mag de vraag worden gesteld wat de oorzaak daarvan is. Ligt achter de Godsverberging niet de secularisatie, het onttrekken van het leven aan de zeggenschap van God? De secularisatie houdt immers in, dat het Godsgeloof wijkt, dat zelfs onder christenen hier en daar het Godsgeloof een aangevochten zaak is geworden? ! Het geloof in God als Schepper, het geloof in Christus als Verlosser is een aangevochten geloof geworden. Wanneer dat het geval is onder het 'groene hout' mag de vraag gesteld worden of er nog van Godservaring sprake kan zijn. Waar, met de profeten, psalmisten, evangelisten en apostelen God niet meer wordt beleden als Degene, Die de wereld schiep en onderhoudt en regeert, mag de vraag worden gesteld of de Godsverberging nog zal kunnen worden opgeheven. Is God immers niet Degene, die uit de verborgenheid treedt wanneer de mens Hem zoekt, in belijdenis omtrent overtredingen, persoonlijk en gemeenschappelijk?

Secularisatie

In onze tijd wordt veelvuldig gesproken over Godsverduistering. Als Godsverduistering betekent, dat God Zich verborgen
houdt, mag de vraag worden gesteld wat de oorzaak daarvan is. Ligt achter de Godsverberging niet de secularisatie, het
onttrekken van het leven aan de zeggenschap van God? De secularisatie houdt immers in, dat het Godsgeloof wijkt, dat
zelfs onder christenen hier en daar het Godsgeloof een aangevochten zaak is geworden?! Het geloof in God als Schepper, het geloof in Christus als Verlosser is een aangevochten geloof geworden. Wanneer dat het geval is onder het 'groene hout' mag de vraag gesteld worden of er nog van Godservaring sprake kan zijn. Waar, met de profeten, psalmisten, evangelisten en apostelen God niet meer wordt beleden als Degene, Die de wereld schiep en onderhoudt
en regeert, mag de vraag worden gesteld of de Godsverberging nog zal kunnen worden opgeheven. Is God immers
niet Degene, die uit de verborgenheid treedt wanneer de mens Hem zoekt, in belijdenis omtrent overtredingen, persoonlijk en gemeenschappelijk?

Vrije Universiteit

Ik kom nu tot een actuele uitwerking van het bovenstaande.

Op dit moment voltrekt zich aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een discussie met betrekking tot het christelijk karakter van deze universiteit. Het dagblad Trouw maakte daar dezer dagen melding van. De nieuwtestamenticus Dr. J. Vos stelde, dat de theologische faculteit, net als de VU als gehéél, de laatste decennia steeds verder is geseculariseerd. Hij vindt dit 'vooruitgang'. Hij schaart zich aan de kant van hen, die geen 'theologie met overtuiging' willen en mitsdien worden bestempeld als mensen, die 'een hekel hebben aan gelovige types' of 'allergisch zijn voor vroomheid' . Intussen zegt Vos zélf, dat 'door de secularisatie de wereld van de Bijbel ons steeds vreemder is geworden.' Dit laatste nu mag wel een niet-christelijke belijdenis heten! De vraag is dan wèl wat er eerst was de vervreemding van de Bijbel of de secularisatie.

Enige tijd geleden sprak de rector magnificus van de VU publiekelijk uit, dat de VU ermee tevreden is, dat nog (slechts) twintig procent van de docenten en de hoogleraren het christelijk geloof is toegedaan. Dat betekent, dat nog slechts een kleine minderheid aan de VU het christelijk Godsgeloof, tot uitdrukking komend in het belijden van God als Schepper en van Jezus Christus als Verlosser, wil uitdragen. Zou dit de secularisatie niet eerder bevorderen dan tegengaan? Mag zo nog op Godservaring worden gerekend?

Intussen mag het verheugend heten, dat aan dezelfde theologische faculteit van de VU door de godsdienstfilosoof H. Vroom ervoor wordt gepleit de theologische op­ leiding weer om te vormen tot een weer echt christelijke'. Ik citeer Vroom letterlijk:

'Het geloof is minder vanzelfsprekend geworden. Het komt daarom aan op het vermogen van de predikant te inspireren. Er moet meer aandacht worden besteed aan de geestelijke ontwikkeling van de theologiestudent. De opleiding moet bijdragen aan de verdieping van het geloofsvertrouwen en het christelijk zicht op de wereld. Het zwaartepunt moet meer komen te liggen op de bestudering van de Bijbel als getuigenis van Gods geschiedenis, op geloofsverantwoording en op de christelijke praxis.'

Dit zijn hoopgevende woorden. Dit alles zegt dr.Vroom tegen de achtergrond, dat 'het vak van Vos' (Nieuwe Testament) en ook vakken als Oude Testament, kerkgeschiedenis en godsdienstwetenschap sterk geseculariseerd zijn. Vroom heeft niets tegen 'kritisch denken' maar dat moet dan wel gebeuren 'binnen het kader van de christelijke traditie'. En, om hem nog één keer te citeren 'waarom juist Jezus? ' 'De docenten zouden allen vanuit het geloof les moeten geven. Wie zijn geloof helemaal verliest trekt de consequenties en vertrekt'. Vroom stelt Jezus weer centraal in het onderwijs aan de VU. 'Dit gaat te ver' reageert dr. Vos.

Spannend

De discussie of liever de bezinning, die momenteel aan de VU wordt gevoerd, mag wel als uitermate spannend worden getypeerd. Wanneer een vanouds christelijke instelling als de VU een verlengstuk of boegbeeld van de secularisatie wordt, mag de vraag naar haar bestaansrecht worden gesteld. Als 'de Bijbel ons steeds vreemder is geworden' mag de vraag worden gesteld of God niet de Verborgene zal blijven.

Wanneer er echter sprake is van terugkeer met schuldbelijdenis tot het bijbelse Gods geloof, zouden we de secularisatie voorbij kunnen komen.

Wanneer met belijdenis van schuld terugkeer naar de belijdenis van de God van Israël — Heiland en Verlosser — wordt beoogd, zou God dan niet uit Zijn verborgenheid kunnen treden?

Jesaja 45 en psalm 32 hebben daarin veel te zeggen. De tijd van de vrijblijvendheid is voorbij. Dit alles geldt overigens niet alleen voor de VU. Want waar geen Godservaring meer is, mag ook de vraag worden gesteld hoe het ervoor staat met de Godsbelijdenis en het Godsgeloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Secularisatie en Godsverberging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken