Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Johannes Hus: voorloper van de Reformatie (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Johannes Hus: voorloper van de Reformatie (6)

8 minuten leestijd

Een wig gedreven tussen de partijen

De Hussieten lijken door 'de oorlogen des Heeren' de overwinning behaald te hebben. Het concilie van Bazel is nota bene bereid met hen om de tafel te gaan zitten. Het blijkt echter een Pyrrusoverwinning te zijn en Rome gaat met de werkelijke winst strijken. Het ter concilie bereikte compromis is homeopathisch verdund en drijft vervolgens ook nog eens een wig tussen de twee partijen waarin de volgelingen van Hus zijn uiteengevallen.

Laten we ook voor deze ontwikkeling beginnen bij de dramatische dood van Hus. Zijn volgelingen wensen verder te gaan in het spoor van de magister. En omdat zij, evenals hun illustere voorganger, geen ander verlangen koesteren dan de heilige moederkerk te hervormen, wensen zij geen Hussieten, maar gewoon rooms-katholieken genoemd te worden.

Alle volgelingen van Hus stemmen hierin overeen dat de richtlijnen voor die reformatie uitsluitend ontleend mogen worden aan de Heilige Schrift.

Maar bij de toepassing van dit gezamenlijk uitgangspunt gaat men uiteen in een radicale en een gematigde vleugel. Eigenlijk zijn de verschilpunten tussen beide partijen al terug te voeren tot op het verschil in toepassing van gelijke uitgangspunten bij Wyclif en Hus. Het lijkt mij niet dat, zoals sommigen beweren, deze lijn zonder meer kan worden doorgetrokken naar de verschilpunten tussen respectievelijk de gereformeerde en de Lutherse reformatie (al is er wel enige overeenkomst). Temeer omdat de radicale Hussitische partij in dopers vaarwater en daarmee in een koers geraakt waartegen Calvijn zich later met hand en tand verzet.

Wat de radikale lijn betreft: die loopt van Wyclif naar de Taborieten, zo genoemd naar hun versterkte legerplaats Tabor (denk aan Richteren 4 : 6) ten zuiden van Praag. Deze partij herbergt de meerderheid van de Hussieten en heeft zijn aanhang vooral onder de plattelandsbevolking en de lagere adel. In navolging van Wyclif en door contacten met de Waldenzen gaan zij verder dan Hus zelf. De clericale hiërarchie verwerpen zij, het pausdom achten zij een gestalte van de antichrist en zij belijden de rechtvaardiging door het geloof alleen. Zij vertonen ook chiliastische en zelfs revolutionaire trekken waardoor zij gelijkenis-vertonen met het aan de Reformatie parallel lopende doperdom.

De gematigde lijn loopt van Hus naar de Calixtijnen (calix = kelk), ook wel Utraquisten genoemd, omdat zij voor de leken de bediening van het Heilig Avondmaal 'onder beide gestalten' (= sub utraque specie) eisen. Zij hebben vooral hun aanhang in de hogere kringen èn zij verwerpen het gezag van de roomse bisschoppen in Bohemen niet.

De scheiding der geesten voltrekt zich vooral na het hiervoor genoemde compromis dat bereikt is op het concilie van Bazel. De Calixtijnen of Utraquisten schikken zich in dit compromis, maar de Taborieten zetten de 'oorlogen des Heeren' voort. Maar als de Utraquisten en de Rooms-Katholieke partij één lijn tegen de Taborieten trekken, moeten de Taborieten het verliezen. Noch politiek, noch religieus hebben zij daarna enige betekenis meer gehad.

Gevolg is dat de gematigde Hussieten de toon van het religieuze en nationale leven (blijven) aangeven, terwijl de Rooms-Katholieke Kerk in Tsjechië haar positie behoudt.

Van het oorspronkelijke hervormingsideaal en de leer van Hus is er bij de Utraquisten intussen weinig meer over dan een armzalige rest. Alle nadruk valt op de bediening van het Heilig Avondmaal voor de leken onder de beide gestalten van brood en wijn. In de hoofdkerk van de Hussieten in Praag stond dan ook een kolossaal vervulde kelk te pronk. Een embleem dat men trouwens tot op vandaag kan terugvinden in het Tsjechische kerkelijk leven. Rond het midden van de 15e eeuw was er bij de Utraquisten echter weinig meer terug te vinden van de grote en machtige gedachten van Hus: de beslissende autoriteit die hij de aan wet van Christus, de Heilige Schrift, toekende; de belijdenis dat Christus alleen Middelaar is tussen God en mensen èn de belijdenis dat de kerk het geheel is van alle ware gelovigen. Samengevat: het Hussitisme, zoals dat na de Hussietenoorlogen en het compromis met het concilie van Bazel voortbestaat, is een sterk afgezwakte vorm van het oorspronkelijke ideaal van Hus.

Boheemse Broeders

Naast de genoemde stromingen ontstond een verwante beweging van de Boheemse of Moravische Broeders. In deze beweging leven de idealen van de Taborieten voort, vermengd met Waldenzische invloeden. In deze niet op Hus terug te voeren stroming leven zijn idealen, vergeleken althans met de Utraquisten, wél voort. Deze Boheemse Broeders leefden vanuit het middeleeuwse armoede-ideaal en overeenkomstig de Bergrede in een sober bestaan vanwereldmijding. Door Utraquisten en Rooms-Katholieken vervolgd, weten zij zich toch te handhaven.

Later hebben de Boheemse Broeders contact met Luther gezocht, maar deze stond afwijzend tegenover deze 'doperse sekte'. In weer een later stadium, we zijn dan in de tweede helft van de 16e eeuw, geven zij hun wereldmijding ten dele op en staan zij open voor cultuur en wetenschapsbeoefening. Hun studenten doen in Geneve, Zurich en Heidelberg grondige kennis op van de grondtalen van de Bijbel en de theologie. Uit hun kring komt dan ook een vernieuwde vertaling van de Bijbel voort die, in betekenis enigszins te vergelijken met onze Statenvertaling, lange tijd toonaangevend is geweest in Bohemen.

Het einde van de Hussitische partij

We kijken nog even terug naar de hoofdstroming van Hus' volgelingen, de Utraquisten. Rome, dat in het compromis van het concilie te Bazel toch al met de grootste winst ging strijken, kan zich evenwel niet neerleggen bij de toesteimning dat in Bohemen het Heilig Avondmaal aan de leken onder de twee gestalten van brood en beker wordt bediend en bedreigt deze wijze van Heilig Avondmaal vieren met de ban. Men trekt zich er in Bohemen echter niets van aan en het gevolg is dat Rome tegen Bohemen ten strijde trekt. Onder leiding van de Hussietenkoning Georg Podiebrad (aan het bewind van 1458-1471) wordt deze aanval afgeslagen.

Na diens (vroegtijdige) dood verliezen de Utraquisten, officieel de enige volgelingen van Hus, aan betekenis, hoewel zij zich tot in de dagen van Luther weten te handhaven. Contacten met Luther leiden tot een splitsing binnen de Utraquisten. Slechts een klein deel treedt zonder voorbehoud toe tot het Lutheranisme om daarin op te gaan. Een groter deel heeft echter niets met Luther op en vanaf 1524 keren vele Utraquisten terug naar de Rooms-Katholieke Kerk. Deze overgangen konden des te gemakkelijker plaatsvinden omdat het Hussitisme, zoals dat bestond na het compromis met het Bazeler concilie, nauwelijks nog de wezenlijke elementen uit het gedachtengoed van Hus bevatte.

Van toen af aan bestond het oorspronkelijke Hussitisme als partij of afzonderlijke stroming feitelijk niet meer.

Verdere ontwikkelingen

In het opstel waarin hij melding maakt van Kohlbrugge's contacten met Bohemen en Moravië geeft dr. Balke een duidelijk overzicht van de kerkelijke ontwikkelingen in Bohemen en Moravië vanaf ongeveer 1550 (W. Balke, Heel het Woord en heel de Kerk, Kampen 1992, p. 85 vv.).

Als in ons land de vervolgingen woeden onder Philips II en Alva is het in Bohemen betrekkelijk rustig onder het bewind van Maximiliaan II, ook wel genoemd de raadselachtige keizer. Het raadselachtige van deze keizer is o.m. dat hij in naam rooms is en toch de protestanten begunstigt. Ten tijde van zijn regering stelt de Boheemse Landdag in 1575 op grond van de Augsburgse Confessie een belijdenisgeschrift op, de Confessio Bohemica, waarbij Lutheranen, Gereformeerden en Boheemse Broeders elkaar de hand reiken. Vanaf die tijd zijn de laatstgenoemden dé dragers van het (voomamelijk op Hus teruggaand) Protestantisme in Bohemen en Moravië.

Maximiliaans zoon Rudolf vaart een andere koers. Hij is aan het Spaanse hof opgevoed en toont zich een trouw leerling van de Jezuïeten. De contra-reformatie is bij hem in goede handen. Niettemin staan de protestanten zo sterk dat Rudolf in zijn Majesteitsbrief van 1609, analoog aan de godsdiensvrede van Augsburg (1555), aan de protestanten volledige vrijheid moet geven. Deze maatregel helpt echter niet om Bohemen aan Rudolf te binden en hij verliest er zijn macht.

Eén van Rudolfs opvolgers is o.m. Frederik V van de Palts (de Winterkoning). Tijdens diens korte regering bloeit het land cultureel en ook de Hervormde Kerk op. De Heidelbergse Catechismus wordt ingevoerd en in Praag werken geen roomse priesters meer.

Maar in één van de veldslagen van de 30-jarige oorlog, een godsdienstoorlog, verliest het Boheemse leger het van de roomse liga. De Winterkoning moet vluchten naar Nederland en de Habsburgers nemen in Bohemen de macht weer in handen.

Met geweld, maar toch met de grootste moeite wordt Bohemen door de Jezuïeten onder Rome teruggebracht. Maar deze felle en hevige contra-reformatie kan toch niet voorkomen dat er een kleine rest protestanten blijft. Feitelijk worden zij als paria's beschouwd en hebben zij geen enkel recht, terwijl zij hun godsdienst in het verborgen moeten uitoefenen.

Deze droevige situatie heeft de volle 160 jaar geduurd: van 1621 tot 1781. In het laatstgenoemde jaar voert keizer Jozef II een aantal maatregelen in die aan de 160 jaar verdrukte kerk enige ruimte verschaffen. Enige ruimte slechts. Want het was nog moeilijk genoeg om als hervormde gemeente voort te bestaan en tot een hervormde gemeente toe te treden. Wat zo mogelijk nog erger was, is het feit dat de Boheemse gemeenten geen Tsjechisch sprekende predikanten hadden - 160 jaar lang was er immers geen mogelijkheid geweest om predikanten op te leiden. Daarom moesten er predikanten uit Hongarije worden beroepen van wie velen echter rationalistisch gezind waren.

In deze droeve omstandigheden ontstaan er contacten tussen enerzijds de gemeenten in Moravië en Bohemen en anderzijds Kohlbrugge via diens schoonzoon Eduard Böhl, hoogleraar in de theologie te Wenen. Deze contacten zijn tot zegen geweest voor de vervallen kerk in Bohemen. Daarvan willen we horen in het laatste artikel. waarin we ook zullen vernemen van contacten die er geweest zijn met Luther en Calvijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Johannes Hus: voorloper van de Reformatie (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken