Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vroomheid in het Oude Testament (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vroomheid in het Oude Testament (2)

7 minuten leestijd

3. Vroomheid en gemeenschap

Het geloof is een persoonlijke zaak. Tegelijkertijd delen we dat persoonlijke geloof met de kerk van onze Heere Jezus Christus van alle tijden en plaatsen. Het geloof is katholiek, een van oorsprong Grieks woord. Dat wil zeggen: hetzelfde geloof is over de hele wereld verspreid. In heel de bewoonde wereld, dat is de oecumene, zijn er mensen die met mond en hart belijden wat in het Apostolicum staat ik geloof, en zo'n 'ik' ben ik, of: zo'n ik zou ik zo graag willen zijn. Hetzelfde doet zich ook voor in het Oude Testament. Maar dan blijft het beperkt tot Israël. Er is veel gediscussieerd over het 'ik' in de Psalmen (J. de Groot, De Psalmen. Verstaat gij wat gij leest? , Baarn z.j., p. 101-109). Dat is bijvoorbeeld in Psalm 23 David. Maar nu mag ik ook zo'n 'ik' worden. De vroomheid in het Oude Testament functioneert in de gemeenschap van het volk van God. Trouwens in het Nieuwe Testament is het niet anders. Alleen samen met al de heiligen zijn we enigszins in staat de liefde van Christus te verstaan (Ef. 3 : 18v.).

4. Vroomheid en oprechtheid

De vroomheid in het Oude Testament doortrekt het mens-zijn in zijn totaliteit: hart en leven, ziel en lichaam, spreken en zwijgen, doen en laten. Vroomheid en oprechtheid gaan hand in hand:

Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enige Heere!
Zo zult gij de HEERE, uw God, liefhebben met uw ganse hart,
en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
(Deut. 6 : 4v., het bekende Sjema-Yisraël (Hoor, Israël), dat ten grondslag ligt aan de Hoofdsom van de Wet en naderhand de 'geloofsbelijdenis' van het jodendom is geworden. Driemaal wordt hier het Hebreeuwse woord kol gebruikt.)

Dat is lang niet altijd het geval. Daarom bidt David:

verenig mijn hart tot de vreze van Uw Naam. (Ps. 86 : 11. Zie ook de inzet van Ps. 138: k zal U loven met mijn gehele hart. Het toetsen of heel het hart voor de HEERE is, gebeurt in Ps. 139).

Voortdurend waarschuwen de profeten tegen de zonde van de onoprechtheid:

Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen": en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn; daarom, ziet. Ik zal voorts wonderlijk handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaarlijk; want de wijsheid zijner wijzer zal vergaan, en het verstaan zijner verstandigen zal zich verbergen.

(Jes. 29 : 13v; verg. Mar. 7 : 6. Blijkens het tekstverband hebben we hier niet te maken met het onderscheid tussen een historisch en een zaligmakend geloof maar met de tegenstelling tussen leer en leven.

5. Vroomheid in relatie tot de geschiedenis van de Godsopenbaring

In essentie is er in de omgang met God geen verschil tussen het Oude en Nieuwe Testament, maar wel in gradatie. Calvijn noemt een vijftal punten:

1. Onder het Oude Verbond gaf God de hemelse erfenis onder aardse weldaden te aanschouwen, onder het Nieuwe Verbond worden onze harten rechtstreeks naar de hemel gericht.

2. In het Oude Testament tekenen zich de schaduwen af van het heil in Christus, in het Nieuwe Testament is in Christus het licht van Zijn genade opgegaan.

3. Het Oude Testament is vanwege de Wet een bediening des doods, het Nieuwe Testament een bediening des levens. Het Oude verdwijnt en vergaat, het Nieuwe blijft eeuwig.

4. De Schrift noemt het Oude Testament een testament der dienstbaarheid omdat het in de harten der mensen vrees wekt. Het Nieuwe Testament is het testament der vrijheid omdat het opricht tot vertrouwen en gerustheid. De vaderen kenden niet dezelfde vrijheid én blijdschap als wij.

5. Onder het Oude Verbond heeft de Heere een enkel volk afgezonderd. Christus heeft de middelmuur afgebroken. Nu wordt het Evangelie gepredikt aan alle creaturen. (Inst. Il.xi.)

Er is dus een verschil in gradatie. Niet in de zin dat de omgang met God onder het Oude Verbond zoveel minder is dan de omgang met God onder het Nieuwe verbond, maar dat de omgang met God onder het Nieuwe Verbond zoveel méér is dan de omgang met God onder het Oude Verbond. Wij mogen ook op dit punt Israël niet uit het oog verliezen. Wij zijn nog steeds niet gezuiverd van alle antisemitische smetten. Nog altijd leeft de gedachte dat de joden er een miezerig, minderwaardig geloof op nahouden. (Het schema van de geschiedenis van Israël en het vroege Jodendom volgens de school van J. WelIhausen en zijn daarmee samenhangende nieuwere oorkondenhypothese (JEDP) hebben dat sterk bevorderd: nomadenreligie - boerenreligie - profetenreligie - wetsreligie (gedomineerd door P). Jezus zou dan aanknopen bij het hoogtepunt van de profetenreligie, namelijk het ethisch monotheïsme. Deze Prohpheten-Ansluss-Theorie is in strijd met nieuwtestamentische gegevens, bv. Matth. 5 : 17.) Maar zij vieren de vreugde der Wet. Kennen wij ook de vreugde van het Evangelie?

De Heere Jezus geeft dit verschil in gradatie dat samenhangt met de heilshistorische situatie aan, wanneer Hij zegt van Johannes de Doper:

Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan, meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij. En van de dagen van Johan­nes de Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen het met geweld. (Matth. 11 : 11v)

6. Vroomheid en het eeuwige leven

De God van Abraham, Izak en Jakob is de God der levenden (Matth. 22 : 32). Op dit punt is er toch wel verschil in gradatie tussen het Oude en Nieuwe Testament. Zeker, het verbond is voor altijd. Daarover bestaat volstrekte helderheid. Maar niet over de wijze waarop. Ik denk aan Psalm 6:

Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij om Uwer goedertierenheid wil; want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?

Het aangrijpendst is Psalm 88:

Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is; afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt. Gij hebt mij in de onderste kuil gelegd, in duisternissen, in diepten. (Ps. 88 : 5-7)

Maar Heman, de dichter van deze Psalm, blijft onder de koepel van het verbond. Daarom is dit lied geworden tot een onderwijzing voor Israël. Hier wordt je geleerd: al zou je ooit wegzinken in de diepste nood, je wordt in die nood herkend, begrepen en opgevangen. Dat staat voorop. Vandaar het begin:

O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U. Laat mijn gebed voor Uw aanschijn komen; neig Uw oor tot mijn geschrei. Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf. (Ps. 88 : 2-4)

De overhand heeft toch het kinderlijk vertrouwen, het nochtans van het geloof: Gij zult mij leiden door Uw raad en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen. Dat leiden stopt niet met het sterven maar gaat over in het opnemen. Beide woorden zijn in het Hebreeuws door een woordspeling gekoppeld: tanheni - tiqqaheni. Letterlijk: Gij leidt mij - en daarna: heerlijkheid. Gij neemt mij op. (Ps. 73 ; 24. Zie Postille 26 (1974-1975), p. 182).

De Sadduceeën dwaalden. Zij kenden niet de Schriften noch de kracht Gods (Matth. 22 : 29). Ook in deze tegenwoordige wereld wordt Gods heerschappij niet beknot door de machten van dood en graf. Daarom wordt in een aantal teksten van het Oude Testament al het perspectief geopend op het leven na dit leven. (Behalve Ps. 73 noemen wij als voorbeelden de Psalmen 16 en 49; Jes. 25 : 8 en Dan. 12.)

Na de dood is 't leven mij bereid. God neemt mij op in Zijne heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vroomheid in het Oude Testament (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken