Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vergroeiingen in het paasgeloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vergroeiingen in het paasgeloof

7 minuten leestijd

Een Chinees vertelde eens, waarom hij christen was geworden.
Hij was in een diepe put gevallen, waaruit hij zichzelf niet verlossen kon. Gelukkig echter waren er op zijn tijd ook voorbijgangers die zijn geroep opmerkten.
De eerste die langs kwam, was Confucius. 'Mijn zoon,' zei hij, 'als je mijn lessen gevolgd had, zou je je daar niet bevinden.' 
Daar kon hij het mee doen. Confucius vervolgde zijn weg. Daarna keek iemand anders over de rand van de put. Niemand minder dan Boeddha. 'Mijn zoon,' zei hij, 'als je alleen maar je armen kruist en je ogen sluit, kom je in een toestand van volmaakte rust en onderwerping, onverschillig tegenover uiterlijke omstandigheden; zo zul je straks het Nirwana (het eeuwige niets) bereiken.' Toen vervolgde Boeddha zijn weg.
Vervolgens kwam Mohammed er aan, boog zich over de rand van de put en sprak: 'Man, ga niet zo tekeer! Je zit daar wel akelig. Maar wees niet bang. Het is de wil van Allah, dat je in die put gevallen bent. Zeg alleen: "Allah is groot en Mohammed is zijn profeet". In het paradijs zul je dubbel genieten.' En Mohammed ging door.'
Ten slotte... aldus het verhaal van de man uit China. Ten laatste kwam daar de Zoon des mensen, vol liefde en tederheid. Er kwam geen verwijt over zijn lippen. Hij daalde af in de put. Hij had er Zijn leven voor over om mij te redden. Hij sloeg Zijn armen om mij heen, tilde mij op en redde mij. Hij trok mijn vuile kleren uit en bekleedde mij met Zijn eigen kleed. Hij stilde mijn honger. 'Volg Mij,' sprak Hij, 'en Ik zal voortaan uw voeten voor vallen bewaren.'

Paaservaringen
Het is door een ontmoeting met de Levende en Opgestane Christus, dat mensen daadwerkelijk uit de put worden gehaald, En in zo'n ervaring bewijst de Opgestane Zichzelf. Hij leeft. Hij leeft ook in mij. De opstandingsverhalen van de Evangeliën rusten in historische feitelijkheden. Maar die feitelijkheden brengen tot op de dag van vandaag ook diepe en levensechte ervaringen met zich mee. Dat is het treffende in het verhaal hierboven.
Zo'n paasgeloof met zo'n ervaring is de gelovige anno 2000 niet vreemd. Het mooie daarvan lijkt ook te zijn, dat christenen daarmee gehoor kunnen vinden in een postmoderne tijd als de onze waarin spiritualiteit en ervaring hoog in het vaandel geschreven staan.
Toch moeten we juist op dit punt behoedzaam zijn. Want wat zijn paaservaringen waard, ook al zijn ze uiterst authentiek, wanneer die niet meer zijn dan privé-ervaringen die niet beantwoorden aan een (historische) realiteit? Wat is paasgeloof dat slechts van kracht is voor wie het zo beleeft en waarvan de buitenwacht zou kunnen zeggen: 'Fijn voor die man of vrouw; laten zij er gelukkig mee zijn; wij doen het wel met wat anders'.

Het paasgebeuren
Wat zijn paaservaringen waard, als ze niet rusten in de werkelijkheid van het paasgebeuren, in het paasfeit? Zulke paaservaringen kunnen gemakkelijk worden teruggeprojecteerd in de beschrijvingen die de Evangeliën ons geven van Jezus' opstanding uit de doden. Zijn deze eigenlijk wel meer dan 'metaforen', zaken met een overdrachtelijke betekenis? Het paasgebeuren is nu eenmaal nooit fotografisch vastgelegd. En is het daarom niet mooi genoeg, als wij wat met Pasen beleven?
Waarom ook zouden de dingen die ons in de Bijbel beschreven worden met betrekking tot Jezus' opstanding ook niet gewoon 'verhalen' kunnen zijn? Legendarische verhalen over een onsterfelijke held Jezus die zoveel voor Zijn volgelingen had betekend, dat Hij niet meer weg te denken was uit hun leven. Hun ontmoetingen met de Opgestane zouden ook best visionaire ervaringen kunnen zijn geweest, die niet direct beantwoordden aan een biologisch/historisch gebeuren.
Wat zij eraan hebben gehad en wat wij aan hun verhalen hebben, is een paasgeloof dat ons eenvoudig de blijvende betekenis van Jezus laat zien. Meer niet. Een moedgevend perspectief voor het leven hier en nu. Een 'eye-opening' voor het leven van alledag.
Onlangs hoorde ik een interview voor de KRO-radio met prof. dr. H. van der Linde, die ooit hervormd predikant was, maar de overstap maakte naar de r.-k. kerk. In dit interview liet de ondervraagde weten dat al 'die opstandingsverhalen' uit de Evangeliën hem in feite niets zeiden ('fysiek niet relevant'). Belangrijk vond hij het, dat het Koninkrijk dat Jezus had verkondigd op de aarde zou worden gerealiseerd in een goede samenwerking tussen christenen (met hun bergrede), joden (met de thora) en mohammedanen (met de koran), Met dit alles zijn we echter wel weer midden in de oude vrijzinnigheid terechtgekomen die in de negentiende eeuw de fundamenten van de kerk verwoestte en van de lichamelijke opstanding een 'idee-fixe' maakten, in feite een fata morgana,

Het verhaal gaat...
Als ons paasgeloof wordt geboren uit paaservaringen van vroeger en nu, is de basis ervan uiterst wankel. Misschien wordt daarin de kloof met de moderne mens overbrugd; je hoeft immers niet per se te geloven, dat Jezus met hetzelfde lichaam als waarmee Hij in het graf werd gelegd, daaruit ook weer is opgestaan. Misschien wordt daarin de kloof met de postmoderne mens overbrugd; fysisch is de lichamelijke opstanding niet echt relevant.
Maar de brug naar de Schrift en naar het daarin verkondigde heilsfeit is daarmee wel opgehaald. Ons paasgeloof slaat eigenlijk nergens meer op.
Wat de Evangeliën ons betuigen omtrent de uit de doden Verrezene, zijn niet slechts 'verhalen'. 'Het verhaal gaat...' Niet slechts veelzeggende paaservaringen van een bijzonder kaliber. Van een vrouw met een verwarde geest die een speciale relatie met Jezus had: Maria Magdalena. Van discipelen achter gesloten deuren die opeens Jezus in hun midden zagen staan.
We mogen ons wel afvragen of de evangelisten de kloof met de Grieks-Romeinse wereld van hun dagen niet beter hadden kunnen overbruggen, door althans niet vrouwen als eerste opstandingsgetuigen hun verhalen te laten vertellen. Want het verhaal van een vrouw was in die dagen niet in tel. Toch hebben zij juist vrouwen laten getuigen van Jezus' opstanding. Gewoon, omdat het de feiten waren.
De evangelisten en ook Paulus (1 Kor. 15: 4) laten ons in Gods Naam weten, dat Jezus' volgelingen Zijn graf leeg aantroffen. Daar was Hij niet meer. Hij was opgestaan. En als de Opgestane hebben zij Hem vervolgens ontmoet. 'Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, levend vertoond, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien...' (Hand. 1: 3). Het laatste is beter te vertalen met: Hij heeft Zich aan hen vertoond. Het initiatief ging van Hem uit.
Zo ook Paulus in Kor. 15: 3-8, waar hij schrijft dat Christus gestorven is voor onze zonden naar de Schriften en dat Hij is begraven en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften. En dat Hij is gezien door (beter te vertalen met: dat Hij Zich vertoond heeft aan) Cefas, aan de twaalven, aan meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal (vraag het maar na) en aan Jakobus en aan Paulus (de ontijdig geborene).
Hij leeft. De Schrift verkondigt het ons en de geloofservaring bevestigt het. Het is niet het paasgeloof dat het paaswonder heeft voortgebracht. Maar het is het paaswonder zelf, dat het paasgeloof heeft voortgebracht en nog voortbrengt.
In dit paasgeloof, rustend in het historische paaswonder komt de levende Christus Zich ook vandaag nog steeds openbaren als de Redder bij uitnemendheid. Hij leeft. Hij Die de vloek droeg en ons de vrede aanbrengt, is door de Vader gerehabiliteerd. En zo treedt Hij na Zijn opstanding uit de doden, op, precies zoals Hij het deed, voordat Hij stierf. Hij is midden onder ons.
Ik mag Hem van harte liefhebben als mijn Borg. Ik mag Zijn helende handen over mijn gebroken bestaan voelen gaan. Hij geeft mij een doodsbestendig leven. Er is hoop. Zelfs in het graf waarin weldra mijn lichaam rust. Ook daar liggen de voetstappen van mijn Heiland. 'Ik geloof de wederopstanding van het vlees.' Want er is meer dan een driedimensionaal bestaan. Het gaat mijn verstand ver te boven. Maar ik geloof het. Dat is mijn paaservaring, in de ontmoeting met de Opgestane. 'Het behaagt God nog steeds Zijn Zoon in ons te openbaren (Gal. 1: 15v).

B.                  C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vergroeiingen in het paasgeloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken