Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onafscheidelijk één

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onafscheidelijk één

7 minuten leestijd

'In die dag zult gij bekennen, dat... gij zijt in Mij, en Ik in u' (JOHANNES 14:20)

Voor altijd in mijn hart! Ik lees deze woorden nog wel eens in een overlijdensbericht. Op het moment dat iemand door de dood van je wordt weggenomen. Iemand die je lief en dierbaar was. Verdriet omdat je die ander niet vast kon houden, niet bij je kon houden. Al heeft echter de dood liefhebbenden van elkaar gescheiden, schreiend spreekt het van binnen: uoor I altijd in mijn hart! Troostvol schreien, zo mag je dat wel noemen. Liefde is inderdaad sterker dan de dood, zo blijkt.

Opmerkelijk, in Johannes 14 lezen we niet van nadat iemand gestorven is, maar voordat Iemand gaat sterven. Jezus is met 11 discipelen. Het is voorgoed de laatste avond van hun samenzijn. Scheiding door de dood komt, Zijn dood is zeer nabij. Ontroerend als je leest hoe in Johannes 13-16 door Jezus Zijn geliefden worden voorbereid op dat gebeuren. En wat Hij hen nog niet meegeeft in deze woorden! Om in hoofdstuk 17 biddend van hen afscheid te nemen en hen zo op aarde achter te laten.

Afscheid nemen, nochtans onafscheidelijk één blijven...

Gij in Mij, en Ik in u. (Wellicht het kortst denkbare zinnetje waarin heel mijn heil en zaligheid is uitgezegd.) Het mag werkelijk frappant heten dat dit korte zinnetje uit twee stukjes bestaat. Dat een gestorvene blijft in hart, gedachten en herinnering van de achterblijvenden is voor ons voorstelbaar en invoelbaar. Maar, andersom, dat de achterblijvenden meegaan het sterven in van degene die overlijdt, dat is vreemd. Geen stervend mens - als hij kijkt naar zijn geliefden - kan zeggen: voor altijd zullen jullie zijn in mijn hart. Bij het sterven moeten wij onze geliefden loslaten. Het mysterie van de dood doet ons erover zwijgen of en hoe onze geliefden in onze gedachten en herinneringen zullen zijn. Hier stuit ik op iets unieks in het sterven van Jezus. Zo uniek dat alleen daarom Hij - en Hij alleen - mijn Heiland kan zijn.

Het eerste staat voorop: gij in Mij. In Mijn sterven neem ik je mee, zegt Christus. Ik kan en wil niet zonder je zijn. Ik ga de dood in. Worstelend in Getsemane, stervend aan eenkruispaal. Gelach en gebrul van de hel zal Me de stuipen op het lijf jagen. Godsverduistering in uiterste dichtheid zal Golgotha bedekken. Ik zal liggen in een graf, die afschuwelijke plek van de dood. Slechts 40 dagen na de nieuwe morgen zal de hemel Mij ontvangen. In eeuwige glans zal Ik glimlachen om duivel en dood die het nakijken hebben. En weet je: in dat alles zul jij in Mij zijn. Zul je nooit vergeten! Zo ver, zo diep, zo hoog draag ik je met Me en zul je in Mij zijn.

Hier word ik stil. Ik gevoel me als een pasgeboren jong van een kangoeroe. Slechts enkele centimeters klein, kruipt het in de buidel van zijn moeder. Je ziet hem niet meer, helemaal weggekropen. Weggedoken, als in zijn schuilplaats. Terwijl ondertussen moeder zich voor hem inspant, weer en wind, van alles doorstaat. Maar hij, helemaal liefdevol omgeven en beschermd door zijn moeder. Wat deed en doet Christus allemaal niet! Wat doorstond Hij niet toen mijn zonde en dood in het geding waren. In Woord en sacrament wordt een tipje van de sluier voor me opgelicht. Troostvol stamelt het van binnen: ik ben in Hem. In Zijn liefde geborgen en bewaard. Voor altijd in Zijn hart!

En Ik in u. Een stervende weet dat hij een plaats in het hart en leven van zijn of haar geliefden zal houden. Zeker deze stervende, verrezene en verhevene. Wij zeggen na een overlijden: het leven gaat verder zonder hem of haar die stierf. Hier geldt: het leven begint en gaat eeuwigdurend verder met Hem. Wie gelooft, kent en heeft Christus in zijn hart. Als Degene die alles voor je betekent omdat Hij alles voor je deed. Wat is Hij me in het geloof dierbaar. Als Iemand aan wie ik gehecht ben. Er is verlangen om (van) Hem te horen. Dat doet me wat, veel soms, vanbinnen. Niet zozeer mijn liefde voor Hem, veel meer Zijn liefde voor mij. Zijn liefde, die is nog eens een hartendief. Zo is Hij in mij. En ik, ik kan en wil Hem niet missen. Heb ik niet te veel gezegd? Waren deze woorden niet te hoog? Laat ik maar eerlijk bekennen: niet altijd is mijn hart zo vervuld van Hem. Heel wat dagen slijt ik waarin mijn hart zijn eigen weg gaat. Allemaal zo heel gewoon, niemand zal opmerken dat Christus in mij is. Ik hoef Hem maar even uit het oog te verliezen, of ik verlies Hem uit mijn hart. Ik heb me laten verkondigen dat dat komt door afstotingsverschijnselen van mijn eigen hart als deze Vreemde mijn leven binnenkomt. Net als bij een orgaan transplantatie: dat levensreddende, maar vreemde orgaan wordt door mijn eigen lichaam bestreden, en er zo mogelijk uitgewerkt. Hoe krijgt de Heiland het voor elkaar om toch in mij te zijn?

Heel wat had Jezus te zeggen over de Heilige Geest. En in een zelfde zin als onze tekstwoorden was drie verzen eerder van de Heilige Geest gezegd: Hij zal in u zijn. Die Twee - Jezus Christus en de Heilige Geest - trekken samen op. En nemen gezamenlijk intrek. Die Geest is het Die ruimte schept en rommel ruimt opdat Christus door het geloof in mijn hart zou wonen. Bekwaam kwartiermaker voor de kruisdrager, zo mag je de Heilige Geest wel noemen.

Hebben we in het oog dat in dit verband alles draait om het werk van de

Heilige Geest, dan spellen wij de eerste woorden van onze tekst: in die dag zult gij bekennen. Even voor de duidelijkheid: dat woord bekennen is een ander dan het ons bekende 'een bekentenis afleggen'. Nee, het gaat om weten, kennen. De Heilige Geest is geen wetenschapper, maar wetenschepper. Dat ik weet, dat ik ken. Geloof weet. Bekennen is - als in de omgang tussen man en vrouw - in stille verwondering ontdekken wie de ander voor je is. Ik weet dat U mij liefhebt, onmiskenbaar. In leven en sterven ben ik in Christus geborgen, zo laat de Heilige Geest mij weten. Geen zondaar kan zonder.

Maar, zo mijmer ik nog wat aarzelend, ik ben toch geen discipel. Die 11 mannen hadden met Jezus geleefd, drie jaren lang. Zij hadden Hem persoonlijk leren kennen. Wij kennen Christus niet naar het vlees, zo verwoordt Paulus. Als ik zo aan Jezus denk, gaapt • een kloof van 2000 jaar tussen Hem en mij. Net zo min als ik een persoonlijke relatie met mijn overgrootmoeder kan hebben, kan ik die met Christus hebben, zo lijkt het. Hij Die onze tekstwoorden spreekt is echter de levende Die dood is geweest. Hij is niet alleen maar in mijn herinnering als Iemand van weleer. Maar als levende, biddende, strijdenden, liefhebbende, zegenende, ontfermende, helende, voltooiende enzovoort. Zo laat de Heilige Geest mij kennis met Hem maken. Jezus zegt het. Ik bedoel dit niet als nietszeggende algemeenheid. Het spreken van God, van Jezus is en blijft bijzonder. Dat is een spreken dat oproept en creëert. Jezus wacht niet op het moment dat Hij kan constateren dat Hij in onze harten woont. Ik vermoed dat Hij lang zal moeten wachten... Hij zegt het net zo lang en liefdevol dat je het wel mag geloven. Hij spreekt, en het is er: Ik in u. De Heilige Geest doet mij dat bekennen, opmerken. Dat Christus zo als geliefde Heiland en Zaligmaker mijn hart bewoont en vervult. Dat is geen kwestie van analyse noch constatering. Dat is een soort opmerkzaamheid waarin mijn geest, door Zijn Geest, verneemt dat Christus en al Zijn weldaden me in het hart geschonken, en daarom ook uit het hart gegrepen zijn. Ik kan er een getuige van oproepen; Paulus laat uit zijn pen vloeien: Christus leeft in mij.

Wilt U het wel steeds tot me zeggen! (Ik wens met een gelovig hart te luisteren en het tot me te nemen) Als U het niet zegt, ik zou het niet durven noch kunnen geloven. Dan mag mijn hart in stille verwondering beamen: Voor altijd in mijn hart.

F. MAAIJEN, ZIJDERVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onafscheidelijk één

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken