Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De eed in de Heilige Schrift [4]

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De eed in de Heilige Schrift [4]

5 minuten leestijd

Helemaal niet zweren? !

Reeds dachten we met elkaar na over het lichtvaardig en het noodzakelijk zweren. Na dit laatste lijkt het vreemd om thans de vraag aan de orde te stellen of het wellicht beter is om helemaal niet te zweren? Nu wordt die vraag niet door mij of door u gesteld maar wel door en in de Heidelberger, in Zondag 37, die aan de eed is gewijd. Nu draagt dit belijdenisgeschrift, zoals elk overigens, duidelijk het stempel van de tijd waarin het is ontstaan. Onze gereformeerde vaderen stonden in het opkomen voor de bijbelse leer van het geloof aan een dubbel front. Ze bestreden Rome enerzijds en het doperdom anderzijds.

De vraag of we wel mogen zweren richt zich tegen de wederdopers. Dezen en ook bijvoorbeeld de sekte van de Jehovah's getuigen in onze tijd verbieden de eed. Gods kinderen zijn volgens de eerstgenoemden burgers van het Godsrijk dat zij ook op aarde hebben verwacht en zelfs daar ook hebben willen stichten. Met de Jehovah's getuigen beweren ze dat dienstplicht, dienen in een overheidsambt, een eed voor de overheid afleggen allemaal zaken zijn die niet passen en niet mogen. Die dienen alleen maar een aardse staat en dat is verkeerd.

Een eed-verbod

in het Nieuwe Testament? Hebben we ons tot nog toe gericht op het Oude Testament, nu komt het Nieuwe op tafel. Immers de Heiland heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde duidelijk uitgesproken 'zweert ganselijk niet...', Matth. 5 : 34. In diezelfde lijn spreekt Jakobus in zijn brief uit, zie 5 : 12, 'doch voor alle dingen, mijn broeders, zweert niet...'! Die woorden lijken toch overduidelijk inderdaad aan de gelovige voor te houden nimmer een eed af te leggen. Nu moeten we nooit zomaar een Schriftwoord uit zijn verband rukken en op zichzelf bezien. Dan gaan we altijd in de fout!

De Heiland stelt in de bergrede het gebruik van de traditie van de ouden tegenover Zijn levend en eigen woord. De rabbijnse leraars met hun interpretatie van de wet en van de profeten gebruikten, of moet ik nu zeggen misbruikten, de eed bij allerlei gelegenheden, als het maar hun eigen voordeel diende...Lichtvaardig en onnodig werd onder en tegenover elkaar en andere mensen gezworen. Maar vanwege de heiligheid van de naam van God deden ze dat niet bij Hem, daar pasten ze wel voor op, maar bij het altaar of bij de tempel. En kreeg men spijt van wat men gezworen had, dan kon men er gemakkelijk vanaf. Men had immers niet bij God gezworen maar slechts bij een voorwerp! U ziet, dat heeft dus niets met de eed die de overheid vordert van doen.

Ook wat Jakobus aan de orde stelt heeft daarmee niet te maken. Hij gispt en berispt gemeenteleden die onderling zweren uit ongeduld en in liefdeloosheid om elkaar tot het nodige te verplichten.

Niet vreemdgaan

Deze beladen uitdrukking kan worden gebruikt als in de tweede vraag van Zondag 37 de vaderen stelling nemen tegen Rome.

Immers dat staat toe om eden af te leggen bij heiligen. Dat is God zijn eer onthouden als de Waarachtige. Men gaat in geestelijk opzicht vreemd als men bij gestorven of levende mensen, al zijn het zelfs diepgelovigen en grote heiligen, zweert!

De Heere wordt beledigd en miskend en dode of levende mensen worden op een voetstuk geplaatst. Dat kan en mag toch niet!

En toch zweren

Hebben wederdopers en Jehovah's getuigen dus de waarschuwing voor het zweren verkeerd verstaan als zou men helemaal niet de eed mogen afleggen? Inderdaad. De Heiland, en in navolging van Hem ook Jakobus, keert Zich tegen het onnodig en al te gemakkelijk zweren tegenover willekeurige mensen bij allerlei onbenullige gelegenheden. Laat bij de christen zonder dat hij dikke woorden gebruikt of zweert onder de mensen zijn ja ook ja en zijn neen ook neen zijn. De oprechtheid in handel en wandel heeft vele voordelen! Maar in het Nieuwe Testament komt ook wel degelijk het eed zweren voor. In Hebreeën 6 : 16 schrijft de apostolische schrijver dat 'de mensen wel zweren bij die meerder dan hen zijn en dat de eed het einde van alle tegenspraak is'.

Daarvan kan men zich niet afmaken door maar te beweren 'nu ja in het oerchristendom is niet altijd de hand gehouden aan het strenge verbod van de Heiland en van de apostel Jakobus. Dat blijkt wel uit de Hebreeënbrief en uit meer plaatsen in het Nieuwe Testament 1 . Dat is de Schrift tegen Zichzelf uitspelen. De gulden regel is wel om Schrift met Schrift te vergelijken en te verklaren. Maar men moet niet doen alsof de Schrift in tegenspraak met Zichzelf is, dan wel alsof christenen in de vroege kerk het gebod van Christus niet al te nauw hebben genomen. Dat is niet minder dan knoeien met het gezaghebbend Woord van God. En daar houden we ons maar ver van verwijderd.

Onder ede gesteld

De Heiland heeft Zichzelf onder ede laten stellen door de hogepriester, Kajafas, Matth. 26 : 63. Of deze handeling nu op dit moment, heel plotseling bij hem opkwam, dan wel of hij de eed als reservemogelijkheid achter de hand had gehouden, doet niet ter zake. Zelf was hij wel verantwoordelijk voor het sinister optreden om de eed te gebruiken om uit de moeilijkheden te komen en Jezus voorgoed uit te schakelen. Onder de zwaarste van alle eden wordt Hij gesteld: 'ik bezweer U bij de levende God...'! Klip en klaar moet de Heiland Zich nu uitspreken. En Hij ontwijkt het niet. Dat zou niet minder dan een openlijke verloochening van Zichzelf en van Zijn zending en werk zijn. Hij laat Zich de eed afnemen. Hij erkent de bevoegdheid van de overheid.

Mij dunkt, dat ook hieruit blijkt dat we - en laat dat ook mogen behoren tot de navolging van Christus, zelfs als er smaad en lijden op volgt - erop gevergd door de overheid, de eed niet zullen weigeren. Laten we dan ook godzalig mogen zweren.

W. CHR. HOVIUS, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eed in de Heilige Schrift [4]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken