Bekijk het origineel

Opnieuw: de boodschap en de kloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opnieuw: de boodschap en de kloof

WEERBARSTIGHEID VAN DE VERKONDIGING BLIJKT MET PASEN

6 minuten leestijd

Er moet wel een goede reden zijn om kort voor Pasen een grote groep predika gedurende twee dagen te onttrekken aan het werk in de gemeente. Die goede reden was zeker op 14 en 15 maart, toen een kleine honderdtal predikanten in Daljsen vergaderde om zich te bezinnen op de prediking. Drs. P. J. Verhagen schreef enkele weken geleden ouer het belang uan het gesprek ouer de prediking in de kerkenraad. Maar ook het gesprek tussen predikanten onderling is nodig en vruchtbaar. In Daljsen ginge ze twee dagen in retraite om met elkaar door te spreken ouer hun wekelijks 'handwe

WEERBARSTIGHEID VAN DE VERKONDIGING BLIJKT MET PASEN

Net als vorige keren ging het op deze conferentie met name om de vraag hoe de boodschap van het Evangelie zo vertolkt kan worden dat mensen die ontvangen als een relevante boodschap voor vandaag. Ds. W. Dekker schreef hier drie weken geleden al een voorbereidend artikel over. De verkondiging van het Woord veronderstelt trouw aan de Schrift, maar ook zoiets als trouw aan de hoorder. Mij trof de opmerking van één van de conferentiegangers dat een getrouwe communicatie van de bijbelse boodschap een gestalte is van de liefde tot God en de naaste. De liefde tot God noopt tot trouw aan de boodschap, de liefde tot de naaste dringt de prediker ertoe alles in het werk te stellen om met die boodschap bij de moderne mens binnen te komen.

Ik vraag me af of het dan om iets wezenlijk anders gaat dan om wat vanouds een schriftuurlijk-bevindelijke prediking wordt genoemd. Daarbij moeten we het bevindelijke element in de prediking breder opvatten dan als loutere gerichtheid op het innerlijk leven van de hoorder. Het is de betrokkenheid van het Woord op zijn gehele ervaringswereld. Vertolking van het Evangelie vereist bij de prediker daarom kennis van het Woord, maar niet minder kennis van de eigen tijd, van de gemeente die zich wekelijks onder zijn gehoor bevindt en ook van zijn eigen hart. Want ook de prediker is een mens van deze tijd.

Het is goed om deze dingen telkens opnieuw met elkaar te doordenken, en elkaar zodoende op te scherpen om in de wekelijkse preekvoorbereiding naast het exegetisch voorwerk ook gericht te zijn op de vraag hoe de oude boodschap in een eigentijdse taal vertolkt kan worden.

Proclamatie

Het bovenstaande neemt echter niet weg dat de verkondiging van Gods Woord vóór alles herautenwerk is. Het bijbelse woord voor verkondiging is immers 'kerugma', afgeleid van het werkwoord 'kerussein', wat zoveel betekent als 'aankondigen' of'proclameren'. Het ziet op het optreden van de heraut die de overwinning van een koning over zijn vijanden boodschapt aan het volk. Het gaat in de verkondiging om de feitelijkheid van de magnalia Dei, de grote werken Gods. Deze moeten niet aannemelijk worden gemaakt, nog minder ter discussie worden gesteld, maar de gemeente worden aangezegd.

De inhoud van de bijbelse boodschap is daarbij zo weerbarstig dat ze nooit zonder meer inpasbaar is in de ervaringswereld van mensen vandaag. Een van de momenten waar die weerbarstigheid duidelijk aan het licht treedt, is wanneer de dienaar des Woords geroepen wordt het paasevangelie te ver- nten kondigen. Het Evangelie van de er opstanding der doden is immers een woord dat haaks staat op het moderne levensgevoel, trouwens op het levensgevoel van de mens van alle tijden. Van n de antieke mens, de middeleeuwer, de rk". moderne en de postmoderne mens.

Historiciteit van Pasen

Een recente enquête bij onze oosterburen wees uit dat de meeste Duitsers niet geloven in een opstanding uit de doden. Dat wordt beschouwd óf als een pure wensvoorstelling (41 procent! óf als niet meer dan een symbool van de hoop (15 procent). Slechts 30 procent hangt de traditionele christelijke voorstelling aan.

Binnen de kerk komen we de relativering van de historiciteit van het paasevangelie tegen, met een beroep op wat voor de moderne mens nog denkbaar en ervaarbaar is. Eerder deze maand verdedigde dr. Harmen Jansen zijn proefschrift Door Simon gezien, met als ondertitel: Anderhalve eeuw theologisch debat in het Nederlandse protestantisme over de opstanding van Christus. Dr. Jansen wil met zijn studie de discussie over de lichamelijkheid van de opstanding voortzetten, een discussie die zijns inziens met de dood van prof. F. O. van Gennep voortijdig werd afgebroken. Net als Van Gennep meent Jansen dat de historische werkelijkheid van de opstanding van Jezus Christus een andere dan die van bijvoorbeeld de Slag bij Nieuwpoort is. Een al te massieve voorstelling van de historiciteit van Christus' opstanding werpt zijns inziens slechts drempels op voor het verstaan van het paasevangelie. Door vast te houden aan de opstanding als een precies op de tijdsbalk dateerbaar feit wordt voor veel mensen de deur gesloten en worden oneigenlijke blokkades opgeworpen voor de mens van deze tijd. We leven nu eenmaal in het West-Europa van de 21e eeuw, met al zijn wetenschappelijke ontwikkelingen, aldus dr. Jansen.

Wie de (lichamelijke) opstanding van Christus beschouwt als één van de kernen van het Evangelie, zal niet van een oneigenlijke blokkade willen spreken. Dat de blokkade er is, brengt het eigene van de bijbelse boodschap mee als verkondiging van Gods wonderdaden. Het is enkel de Heilige Geest Die deze blokkade kan en wil wegnemen.

De bezinning op het hoe van de vertolking van Gods Woord voor de hedendaagse mens, hoe onmisbaar ook, mag er nooit toe leiden dat het moderne levensgevoel over de verkondiging gaat heersen en haar zodoende krachteloos maakt.

Geest en kracht

De apostel Paulus schrijft in i Korinthe 2 dat zijn prediking niet was 'in bewegelijke woorden van menselijke wijsheid, maar in betoning van geest en kracht'. Een woord dat meer dan eens op de conferenties rond de prediking is aangehaald. De vraag was telkens: Hoe preek je zó, dat wat Paulus hier bedoelt ook vandaag geschiedt? Ik kan dit woord van Paulus niet anders lezen dan als relativering van onze inspanningen om met het Evangelie bij mensen aan boord te komen. Leert dit woord van Paulus ons niet dat de prediker het 'landen' van het Woord niet organiseert en realiseert, welke kunstgrepen hij daarbij ook toepast, maar dat de Heilige Geest dit wondere werk aan Zichzelf heeft voorbehouden? God Zeifis en blijft het Subject van de prediking. Dat zal de prediker enerzijds ootmoedig stemmen. Hij bedient zich niet van het Woord, maar is dienaar van het Woord. Dat mag hem anderzijds tot troost zijn. Hoezeer hij zich ook heeft in te spannen het Woord in de concrete leef- en ervaringswereld van mensen tot klinken te brengen, het is uiteindelijk de Geest Die de brug slaat van het Woord naar de hoorder en het Woord een kracht Gods tot zaligheid doet zijn.

Het is vaak de ervaring van de prediker dat hij het zaad van het Woord over de muur gooit (G. Boer). Tegelijk mag hij zijn preekarbeid verrichten in het geloof dat het welbehagen des HEEREN gelukkig, dat wil zeggen: gelukkend, zal voortgaan. Ook in onze hedendaagse cultuur zal het Woord des HEE- REN niet vruchteloos wederkeren, maar doen wat God behaagt.

H. RUSSCHER, OUD-BEIJERLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Opnieuw: de boodschap en de kloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken