Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het aanbod van genade

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het aanbod van genade

Ds. HARINCK BESCHRIJFT THEOLOGISCHE KOERS GEREF. GEMEENTEN

11 minuten leestijd

Van de hand van ds. C. Harinck is - kort na zijn boek over 'de toeleidende weg tot Christus' (januari 2001)- thans een boekwerk verschenen waarin hij een overzicht geeft van wat er binnen de Gereformeerde Gemeenten door de tijden heen te doen is geweest over het zogenoemde aanbod of wel de aanbieding van de genade in de prediking van het Evangelie.

In het 'Woord vooraf' spreekt Harinck zijn hartelijke wens uit om in deze publicatie het bijbelse evenwicht aan te geven tussen Gods soevereiniteit (Zijn vrijmachtig verkiezend welbehagen) en de menselijke verantwoordelijkheid. Evangelieverkondiging is meer dan alleen bekendmaking van Gods genadige gezindheid jegens zondaren; ze is een vrije, genadige, algemene, onvoorwaardelijke en welmenende nodiging van God om tot Christus te komen, met de belofte dat ieder die gelooft, gered wordt van de toekomende toorn (blz. 13, 14). 'Er is een Zaligmaker voor u beschikbaar.' En al is deze nodiging een verzwaring van Gods oordeel voor ieder die er niet gelovig gehoor aan geeft, ze is van God uit ernstig gemeend en niet slechts bedoeld om goddelozen rijp te maken voor het oordeel. Met dit bijbelse getuigenis begint Harinck zijn boek.

'Hypercalvinisme'/ de Nadere Reformatie

Dan schrijft hij: 'In de Gereformeerde Gemeenten is over deze zaken een diepingrijpend conflict ontstaan, dat uitgelopen is op de schorsing van ds. R. Kok als predikant in 1950 en het ontslag van dr. C. Steenblok als docent van de Theologische School te Rotterdam in 1953. Het heeft zelfs geleid tot een droeve kerkscheuring' (blz. 9). Na een bijbelse verkenning in hoofdstuk 1 gaat de auteur verder na wat op de Nationale Synode van Dordt (1618-1619) onder het aanbod van genade is verstaan. Daarna behandelt hij het zgn. hypercalvinisme (Joseph Hussey en J. C. Philpot/ de Strict Baptists/ W. Huntington). Daarin wordt de algemene aanbieding des heils ontkend; de beloften zijn voor de uitverkorenen, cq. zondaren die genade nodig hebben gekregen.

Vervolgens geeft Harinck ruim aandacht aan wat over het onderwerp is gezegd in Schotland (Edw. Fisher en de bekende gebroeders Erskine die een positie innamen tussen neo- en antinomianisme; de zgn Marrowmen). Verder is het thema ook in de Nadere Reformatie in Nederland veelvuldig aan de orde gekomen. Met vele citaten uit de oudvaders (Willem Teellinck, Gisb. Voetius, Th. van der Groe) onderbouwt Harinck dit. Vervolgens schetst hij hoe er in de kringen van de Afscheiding in de negentiende eeuw werd geoordeeld: de Drentse richting (sterk predestinatiaans: de beloften zijn alleen voor de uitverkorenen) en de Gelderse richting met de ruime aanbieding des heils. Daarna gaat hij na wat in de Gereformeerde Kerk onder het Kruis, in de kruisgemeenten en bij de ledeboerianen over de aanbieding des heils is gedacht en geschreven. Zo staat Ledeboer erom bekend geleerd te hebben dat een zondaar niet eerst bepaalde geschiktheden moet hebben, alvorens hij tot Christus mag komen.

De strijd in Amerika

Ook komt de strijd in Amerika ter sprake (o.a. Hoeksema's extreme predestinatieleer en de verbondsvisie van Heyns). In de volgende hoofdstukken (vanaf hoofdstuk 8) gaat het hoofdzakelijk over de strijd in de Gereformeerden Gemeenten ten onzent. Deze kerkgemeenschap is in 1907 ontstaan uit een vereniging van kruisgemeenten en ledeboeriaanse gemeenten door ds. G. H. Kersten. Harinck geeft hier tussen de regels door een flink stuk kerkgeschiedenis. Daarin gaat het onder meer over dr. C. Steenblok - in 1943 gekomen uit de Gereformeerde Kerken- die stelde dat er geen beloften voor onbekeerden in de Bijbel staan, maar alleen voor verslagenen van hart.

Ook wordt hier de discussie vermeld met ds. L. Vroegindeweij; deze bestreed de gedachte dat de wet tot allen komt, maar de belofte alleen tot de uitverkorenen.

Het gaat verder in het boek van Harinck vooral om alles wat er is gepasseerd rondom de schorsing van ds. R. Kok (1950) en het ontslag van dr.

Steenblok als docent van de Theologische School te Rotterdam (1953). Harinck schrijft, zo nauwkeurig mogelijk de verslagen van de classis Barneveld en van de synodevergaderingen onderzocht te hebben en geprobeerd te hebben in dit alles een objectief beeld te schetsen. We zouden zijn boek daarom ook wel een historische studie kunnen noemen waarin de ontwikkelingen van een eeuw geschiedenis van de Gereformeerde Gemeenten worden getekend en de positie van die gemeenten wordt geschetst met betrekking tot de aanbieding des heils. Daarbij wil Harinck zich nadrukkelijk blijven bewegen binnen de omschrijvingen van de leeruitspraken van 1931, waarin de theologische koers van de Gereformeerde Gemeenten is uitgezet (een 'leesregel' voor de interpretatie van de gereformeerde belijdenis).

Drie standpunten

Vanaf het eind van de achttiende eeuw zien wij - aldus Harinck (blz. 102)twee, ja eigenlijk drie standpunten omtrent de aanbieding van de genade in de prediking van het Evangelie naar voren komen.

A. Een groot deel van de predikers - in de NH Kerk- bracht een algemeen aanbod in de zin van: Jezus is voor u hoofd voor hoofd gestorven; dit moet in het geloof worden aangenomen. Tegen de achtergrond daarvan is het te verstaan dat vele predikanten van de latere kruiskerken bezwaren hadden tegen het algemeen aanbod van genade; zij vreesden een prediking van de algemene verzoening en vervielen tot een beperkt evangelie. Zij moesten niets hebben van een 'opgedrongen' geloof. Bekend is in dit verband het geschrift: van J. van Woensel, Zeedige bedenkingen over de algemeene tuelmeenende aanbiedinge in het Evangelium (1779), een geschrift waarop Steenblok zich later beriep (62). Terecht signaleert Harinck dat het klimaat in de Hervormde Kerk veelszins remonstrants was.

B. Het tweede standpunt is geheel het tegenovergestelde van het onder A genoemde. Daarin wordt gesteld dat Jezus alleen aan mensen mag worden aangeboden die de merktekenen van hun verkiezing tonen, dus alleen aaii de gebrokenen en verslagenen van hart.

C. Dan is er het derde standpunt, dat' van een aanbieding van de genade itt bijbelse zin en zoals verwoord in dé 10 - Dordtse Leerregels (hoofdstuk II, " " art.5). Het is duidelijk dat Harinck ' 1 noch het eerste noch het tweede standpunt deelt, maar zich graag " " oriënteert op wat in de Dordtse Leerregels wordt beleden.

Het eerstgenoemde (A) brengt een enorme uitholling en vervlakking van het geloofsbegrip met zich mee. Het tweede (B) betekent een ernstige inperking van het welmenend aanbod van Gods genade en bevordert levenslange onzekerheid. Geen zondaar immers zal Gods belofte persoonlijk durven aannemen, als die belofte niet in zijn algemeenheid aan grote zondaren zou zijn gedaan. Op geen enkele wijze moet dus de Evangelieprediking worden ingeperkt. De belofte van het Evangelie moet zonder onderscheid worden verkondigd en voorgesteld aan alle volken en mensen met bevel van bekering en geloof. Dat heeft niets uitstaande met een algemene verzoening (zie onder A). Deze ruime aanbieding van Gods heil wordt aan goddelozen gedaan (niet dus aan zondaren die reeds geloven en tot Christus komen); zij wordt evenwel in de weg van boetvaardigheid en geloof door Gods Geest toegeëigend aan het hart. Ook aan dat laatste moet in een bijbelse prediking alle aandacht worden gegeven.

Ik moet zeggen dat ik erg blij ben met wat Harinck over dit aanbod van genade schrijft. Terecht bestrijdt hij elke vorm yan 'hypercalvinisme', waarin Gods beloften slechts gelden voor boetvaardigen. Na lezing van het boejk van Harinck blijf ik echter toch zitten met een aantal grote vragen.

1. Over de toe-eigening van het geschonken heil

Harinck wil niet weten van een schenking van het beloofde heil aan ieder die als kind des verbonds is gedoopt. De vraag is hier echter wel wat men, onder schenking verstaat en welke, waarde men toekent aan het sacra- '1 ment van de Heilige Doop. Deze heilige instelling van Christus is immers' geen uitwendige ceremonie. Ze is niet slechts een bediening van het genade-'

verbond. Ze heeft ook alles te maken met het wezen van het genadeverbond. Intussen zeggen wij niet dat de doop slechts mag worden bediend aan hen die er zeker van zijn dat zij uitverkoren, c.q. wedergeboren zijn. Want dat kan van een kind dat gedoopt wordt, niet worden gevraagd. Maar waar ligt dan de wezenlijke betekenis van de doop? Is de kinderdoop niet een teken en zegel van de belofte in het aanbod der genade; een dubbele onderstreping van die belofte die aan de gelovigen (in zichzelf grote zondaren) en hun zaad wordt gedaan. M.i. heeft ds. R. Kok dat goed gezien. De sacramenten zijn geen 'nuda signa' (naakte tekenen). Zij verzegelen Gods belofte aan de gelovigen en hun zaad (zonder onderscheid).

Dat is het ook wat in het formulier voor de kinderdoop wordt betuigd, namelijk dat 'de Heilige Geest door dit sacrament verzekert, dat Hij in ons wil wonen, .., ons toe-eigenend wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven.' 'Zo zal men de jonge kinderen als erfgenamen van het rijk Gods en van zijn verbond dopen.' Ook antwoord 66 van onze Heidelberger zegt dat zo. 'De Heere wil ons door het gebruik (van de doop) de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan geven en verzegelen; namelijk, dat Hij ons vanwege het enig slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.' j

De Bijbel kent slechts één genadeverbond (van God met Abraham en zijn zaad; en in dat verbond worden de gelovigen uit de heidenen met hun zaad ingelijfd). Wel moeten wij met nadruk stellen dat er tweeërlei kinderen des verbonds zijn (I. Kievit). Vgl. o.a. 1 Kor. 10 : iw. D.w.z. dat wij nooit moeten verzwijgen dat een gedoopt kind ook wederom geboren moet worden (zo het begin van het formulier voor de kinderdoop).

In die weg wordt het in Christus (heilshistorisch) geschonken heil, dat door de prediking van het Woord wordt uitgedeeld ('dispensatio') en in het sacrament wordt verzegeld, ook onderwerpelijk ingedragen in het hart en leven van de gedoopte. Juist dit sacrament van de doop roept ons op om levenslang ootmoedig te vragen om Gods Geest die het alles toe-eigent aan ons hart. Dat hebben wij zo ook te prediken. En voor zover ik weet, heeft ds. R. Kok dat zo ook gedaan. Een remonstrant volstaat met te zeggen: hier het Evangelie; geloof het en alles is wel. Maar hij laat na te zeggen, hoe het geloof door onweerstaanbare genade in het hart wordt gewerkt.

2. De leeruitspraken van 1931

Gehoord hebbende wat Harinck naar Schrift en belijdenis over het aanbod der genade naar voren brengt, zal hij - dunkt mij - dan toch nog eens goed moeten kijken naar de leeruitspraken van 1931. Naar mijn inzicht hebben juist deze leeruitspraken voor verwar-ring gezorgd. Ik noem alleen de eerste uitspraak: 'Dat het verbond der genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen des verbonds daarom alleen geldt de uitverkorenen Gods en nooit gelden kan het natuurlijke zaad.' In het licht van het onder 1 gestelde is deze leeruitspraak zeker niet in overeenstemming met wat wij belijden met de Dordtse Leerregels omtrent Gods verbond: 'dat de kinderen der gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, in hetwelk zij met hun ouders begrepen zijn...' (zie de Dordtse Leerregels, I. 17). Dat is toch niet hetzelfde als wat leeruitspraak 1 van 1931 zegt, namelijk dat het wezen van het verbond niet het natuurlijke zaad geldt? Mijn vraag is daarom of een leeruitspraak als de genoemde van 1931 het aanbod van Gods genade in de prediking van het Evangelie, niet ontkracht.

Het is mij dan ook een raadsel dat Harinck kan schrijven 'dat de verbondsbeloften niet voor alle gedoopten gelden, maar alleen in het leven van de uitverkorenen gerealiseerd worden' (blz. 236) Het laatste onderschrijf ik, maar het eerste moeten wij om der wille van de betrouwbaarheid van Gods beloften bepaald anders zeggen. Anders verliezen wij ook het recht om te spreken van een algemeen en onvoorwaardelijk aanbod van genade. Zijn verbondsbeloften dan soms geen Evangeliebeloften? En komt een arme zondaar die, aangemoedigd door zijn doop, de bevende hand mag leggen op Gods beloften, bij zo'n Christus dan voor een gesloten deur? Ik stem in met wat Harinck schrijft op blz. 205: 'Wij moeten zeggen, dat de Erskines en Fisher onbevangener spreken over het pleiten op en werkzaam zijn met de beloften des verbonds, die in de doop verzegeld zijn, dan ds. Kersten.'

3. De schorsing van ds. R. Kok

Eerlijk gezegd vind ik dat Harinck er dan ook niet in geslaagd is om aan te tonen dat ds. R. Kok op bijbelse gronden uit zijn ambt in de Gereformeerde Gemeenten is gezet. Harinck schrijft: 'Zo is op 12 januari 1950 ds. Kok uit zijn ambt geschorst. Er was geen reden om aan het eind van de vergadering (van de generale synode 1950) Psalm 68 : 10 te zingen' (blz. 233). Harinck stelt dan ook steeds vragen bij de synodale beslissingen. Laten we het er maar op houden dat 'tot op de dag van vandaag de duidelijkheid (t.a.v. de gronden voor de schorsing van ds. Kok) ontbreekt' (blz. 233).

Als wij over het genadeverbond mogen spreken zoals dat boven (bij punt 1) is gedaan, is er alle reden om het aanbod van genade te prediken zoals ds. Kok dat heeft gedaan. Temeer, daar hij tevens de noodzaak van wedergeboorte onomwonden heeft geleerd.

C. DEN BOER, BARNEVELD

N.a.v.: ds. C. Harinck, De prediking van het Evangelie (het aanbod van genade). Uitg. Den Hertog, Houten; 308 blz.; € 17, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het aanbod van genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken