Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leerhuis voor heel de gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leerhuis voor heel de gemeente

HULDE AAN DE CATECHISMUS

10 minuten leestijd

Artios-reeks
'Ik vond het een vreugde om me in deze publicatie met dit onderwerp bezig te houden.' Deze zin vormt de laatste regel van een inspirerend lees-, leer- en werkboek waarvoor ik graag uw aandacht vraag. Mooi, om al lezend te ervaren hoe overbodig die ontboezeming van de auteur aan het slot eigenlijk is. Je ervaart het gewoon. Het doet je deugd. Het werkt aanstekelijk. Op jouw beurt verdiep je je met vreugde in dit boek. Althans, zo verging het mij.
Laat ik u echter niet langer laten raden om welke uitgave het gaat. Het betreft het boek Hulde aan de Heidelberger, met als ondertitel 'Over de waarde van leerdiensten catechismuspreek'.

Dr. W. Verboom, hoogleraar vanwege de Gereformeeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland aan de faculteit der godgeleerdheid te Leiden en als docent verbonden aan de kerkelijke opleiding aldaar, schreef het als een nadere uitwerking van een lezing die hij op 7 januari 2004 hield op de contio van predikanten van de GB.
Uitgeverij Groen te Heerenveen zorgde voor een fris ogende en typografisch correcte uitgave. Deze publicatie is de eerste die in de Artios-reeks verschijnt. Het Griekse woord artios (2 Tim. 3:17) betekent: compleet toegerust, goed berekend op zijn taak. De redactie van deze reeks, bestaande uit dr. G. van den Brink, drs. J. Harteman en drs. P.J. Vergunst, had zich met het oog op de toerusting die wordt nagestreefd, geen beter begin kunnen wensen.

Twee delen
Het boek bestaat uit twee delen:
Uitgangspunten (blz. 23-113) en Praktische uitwerking (blz.117-189). Gespreksvragen, eindnoten en literatuurlijst zijn toegevoegd. Het eerste deel is meer theoretisch van aard. Aan de orde komen de oorsprong en de identiteit van de tweede dienst (leerdienst), de gemeente als leergemeenschap en de geschiedenis, het karakter en het doel van de catechismuspreek. In de praktische uitwerking wordt aandacht besteed aan de inhoud en de praktijk van de catechismuspreek vandaag, gaat het over de prediker en de hoorders en valt ten slotte te lezen hoe de catechismuspreek tot zegen mag zijn.
Een korte paragraaf is hierbij gewijd aan de catechismuspreek en gemeenteleden met een verstandelijke beperking.

Beleving van de zondag
Ten aanzien van de oorsprong en de identiteit van de tweede dienst, die op tal van plaatsen op de tocht staat, toont dr. Verboom aan hoe de christelijke gemeente in navolging van Israël vanaf het begin vertrouwd is geweest met het bestaan van diverse samenkomsten (juist ook op de eerste dag der week). Tegelijkertijd signaleert hij dat velen nu de betekenis van de zondag niet meer rondom de twee polen van morgen- en middag/avonddienst beleven, maar vanuit de ene dienst op zondagmorgen (blz. 14). Aan de spanning, die zich hier laat voelen en waarin tal van factoren (cultuur, leef- en denkklimaat) een rol spelen, wordt echter verder helaas nauwelijks aandacht besteed. De catechismus(preek) staat inderdaad onder druk (blz. 14), maar de hele beleving van de zondag speelt hierin naar mijn waarneming een grotere rol dan wel wordt gedacht.
Vanaf de Reformatie heeft de tweede dienst het karakter van een leerdienst voor jong en oud gekregen. 'De kerk is dan een leerhuis voor heel de gemeente geworden' (blz. 28). Omdat de catechismus fungeert als een hulpmiddel voor het lezen en verstaan van de Schriften, heeft de tweede dienst een dienende functie ten opzichte van de eerste. De tweede dienst bedoelt te helpen om de tekst van de Bijbel (beter) te verstaan en de preek van 's morgens (meer) te verbinden met het alledaagse leven. 'Juist omdat de morgendienst zo onmisbaar is voor het geloof van de gemeente, is de leerdienst zo belangrijk' (blz. 29).
De Heidelbergse Catechismus is een beproefd en betrouwbaar leerboek, dat sterke papieren heeft en gezag uitstraalt.
Weliswaar dragen de formuleringen het stempel van de ontstaanstijd (pin je er dus niet op vast), maar juist het eigentijdse (van 1563) maakt hermeneutisch gesproken zo actueel. Terwijl we middenin het leven staan, klopt het hart van het geloofsleven erin. De catechismus wil zeker niet op één lijn gesteld worden met het Woord van God. We moeten het leerboek ook niet wettisch navolgen.
Vragen we ons liever af: 'welke intenties gaan er achter de vragen en antwoorden schuil en welke weg wordt daarmee gewezen?'
'Het hart van de catechismus is wel de rechtvaardiging van de goddeloze, maar de ziel van de catechismus is de troost, de 'trust', datgene wat echt betrouwbaar is: het heilswerk van Jezus Christus, verankerd in Zijn dood en opstanding' (blz. 36).

Geschiedenis
Als het om de geschiedenis van de catechismuspreek gaat, laat Verboom ons onder meer een vijftal catechismuspreken meelezen. De preken, die over het vierde gebod gaan (zondag 38), worden niet alleen samengevat, getypeerd en vergeleken, maar komen via fragmenten ook heel direct naar ons toe. De catechismuspreken zijn gehouden en voor publicatie bewerkt door ds. H. Bastingius te Antwerpen (1588), ds. H. Groenewegen te Enkhuizen (1688), ds. B. Smytegelt te Middelburg (1742), ds. S.H. Koorders te Maarssen (1848/1850) en ds. J.J. Knap te Groningen (1912).
Het is boeiend om zowel overeenkomsten te signaleren als verschillen te ontdekken. Ik vraag me wel af waarom nu juist voor deze preken werd gekozen.
Het heeft iets willekeurigs. Zondag 38 mag dan iets eigens hebben, een andere zondag zou ons nog specifieker met het eigene van de Heidelberger en de vraag hoe hierover te preken kunnen confronteren (Zondag 1, 23, 24, 32 etc.) Zou het ook niet leerzaam zijn geweest als er nog een preek uit de tweede helft van de vorige eeuw was toegevoegd? Juist in de vorige eeuw veranderden de tijden snel. Hoe is de invloed daarvan ook in de prediking merkbaar?

Themapreek
De catechismuspreek is bedoeld als bediening van het Woord. De catechismus heeft een dienende functie bij het verstaan en vertolken van de Schrift. Met M.J.G. van der Velden is Verboom van mening dat de catechismuspreek het best op de wijze van een themapreek kan plaatsvinden. Het centrale element in de prediking is het kerygmatische (verkondiging, proclamatie van het Woord Gods). Daaromheen vlechten zich didachè (uitleg), martyrion (getuigenis) en homilie (gesprek, dialoog, interactie) als een krans. Laten thema, hoorder en prediker in een levendige interactie met elkaar zijn verbonden.
Het eigenlijke doel van het 'Ieren' van de catechismus is: het kennen van Christus. 'In het leren van de christelijke gemeente in het Nieuwe Testament vormt het kennen van Christus het hart. In Efeze 4:20 wordt gesproken over het Christus leren' (blz. 101).
De pagina's die Verboom wijdt aan het bespreken van wel vijf facetten van het 'Christus leren', beschouw ik als het kloppende hart van dit boek (blz. 105-110). Alleen al deze zinnen zijn het overdenken meer dan waard:
'Verstarring betekent dodelijke traagheid en ingezonkenheid van het lichaam van Christus.
Verwarring betekent dodelijke verdeeldheid van het lichaam van Christus.
Vervlakking betekent een verdubbeling van beide' (blz. 107).
De catechismus is zeker niet het enige hulpmiddel voor het 'Christus leren', maar de Heidelberger biedt wel een schat van wijsheid om Hem in boeiende veelzijdigheid te leren.

Praktische uitwerking
In het tweede deel van deze publicatie maakt Verboom dankbaar gebruik van reacties op de vraag die hij eerder stelde in dit blad: 'Wat vindt u belangrijk in de catechismuspreek?' Juist de kritiek die in de reacties doorklinkt, wendt hij aan om de praktijk van de catechismuspreek en de leerdienst eerlijk te doorlichten.
Hij laat zich kennen als 'leerling onder de leerlingen'. Maar zo juist motiveert, stimuleert en activeert hij om te komen tot nieuwe bezinning en wellicht ook tot een andere opzet, aanpak en vormgeving.
Hij stelt: En tóch catechismuspreken (blz. 132). Daarbij pleit hij ervoor het hart te horen kloppen in de zondagen van de Heidelberger om dan zowel loyaal als ontspannen met deze belijdenis om te gaan. We mogen het gesprek aangaan met de catechismus. We kunnen eigen existentiële thema's verbinden met de thema's van dit leerboek.
'Ons uitgangspunt moet zijn dat de Heidelbergse Catechismus wil dat we zijn leerlingen zijn en niet zijn slaven' (blz. 132).
In hoofdstuk 8 worden tal van aanwijzingen voor de preek vanuit de Heidelberger zelf opgediept en aangereikt. De catechismus wordt vooral vanwege de inzet in zondag 1 in dit verband een 'antropologisch boek' genoemd. De Catechismus van Calvijn (1542) bijvoorbeeld kent een ander, juist theologisch begin. Hoewel Verboom duidelijk maakt hoe hij een en ander bedoelt, liggen hier toch de misverstanden op de loer. Zelf zou ik niet zo gauw spreken van het antropologische karakter van de Heidelberger. Ik zou het eerder houden op de bevindelijke, pastorale, priesterlijke, existentiële en prakticale aard van deze belijdenis.
Boeiend is het om te lezen hoe vervolgens op zoek wordt gegaan naar de manier waarop de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid van de catechismus gestalte krijgt in menselijke ervaringen.

Cyclus
Als het om de praktijk van de catechismuspreek gaat, pleit de auteur voor een gemeentebrede bezinning, waartoe de kerkenraad het initiatief heeft te nemen.
Hij reikt ook een rooster aan voor een cyclus van drie jaar. Over het voorbereiden en houden van de (catechismus)preek worden waardevolle dingen gezegd.
'Men kan uit het hart preken, men moet zelfs uit het hart preken, maar dat hoeft niet te betekenen dat men dat alleen maar doet door uit het hoofd te preken.
Uit het hoofd preken kan in de praktijk heel gauw uit het gevoel preken worden' (blz. 160).
Ook met het oog op de catechismusdienst worden aan de hand van praktijkvoorbeelden suggesties gedaan om de participatie van kinderen/jongeren te bevorderen en de betrokkenheid van de gemeente te vergroten. 'Wees creatief, maar ook wijs. Doe niet wat denkbaar is, maar wat dienstbaar is voor een goede opbouw van de eigen gemeente' (blz. 165).
In hoofdstuk 10 gaat de schrijver nader in op de vraag wat we van de prediker mogen verwachten en wat we van de hoorders mogen verwachten om de catechismuspreek vandaag een optimale kans van slagen te geven. Hij noemt het een 'spiegel om zelf eens in te kijken'.
De prediker is erin te zien als herder en leraar, als theoloog, als bemiddelaar, als gelovige, als leerling en als instrument.
De hoorder komt voor de dienst, in de dienst en na de dienst in beeld. Als het om de verwerking van de leerdienst gaat, pleit Verboom ervoor om in diverse verbanden het onderlinge gesprek aan te gaan. Maar - stelt hij ten slotte - 'het komt uiteindelijk ook aan op een persoonlijke verwerking van de dienst. Deze verwerking is coram Deo: voor het aangezicht van God. Het gaat er uiteindelijk om wat ik zelf als hoorder heb geleerd in mijn levenslang proces van 'Christus leren" (blz. 185).

Ten slotte
Het zal duidelijk zijn dat ik Hulde aan de Heidelberger geboeid en met vreugde heb gelezen, al had de auteur wat mij betreft zeker dieper mogen ingaan op de spanning die hij signaleert tussen de bijbelse leer (doctrina) en de cultuur waarin wij leven (blz. 10).
De typering die wordt gebezigd als het om de tweede dienst in de tijd van de Reformatie gaat, geldt ook dit boek: Een leerhuis voor heel de gemeente. Voor predikers en hoorders, ambtsdragers en gemeenteleden is het er goed toeven!

N.a.v. Dr. W. Verboom:
Hulde aan de Heidelberger. Over de waarde van leerdienst en catechismuspreek.
Uitg Groen, Heerenveen i.s.m. Geref. Bond in de Protestantse Kerk: 207 blz.; € 12,50.

De komende drie weken hopen enkele predikanten in de Waarheidsvriend aan te geven wat het lezen van Hulde aan de Heidelberger hun geleerd heeft over de manier waarop ze tot nu toe uit de catechismus preekten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leerhuis voor heel de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken