Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het profiel van de pastor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het profiel van de pastor

PASTORAAT [2]

8 minuten leestijd

Wat is het profiel van de pastor? Aan welke voorwaarden moet iemand die pastoraal werk doet voldoen? Het lijkt me goed om na het eerste artikel over wat pastoraat is, nu op deze vraag in te gaan. Het komt er immers op aan te weten wie er voor dit werk al of niet geschikt is.

De pastor is navolger van Christus
De voornaamste voorwaarde waaraan een pastoraal werker in ambt of bediening heeft te voldoen, is deze: dat hij door het geloof met Christus verbonden is en Hem als zijn Meester volgt. Alleen wie de goede Herder kent, kan in Zijn voetspoor gaan.
Ervan uitgaande dat pastoraat herderlijke zorg is, dienen we het woord zorg te onderstrepen. Een herder heeft als taak de zorg voor de schapen. Als hij daarin tekortschiet, is dat verwijtbaar. Denk aan wat Jezus gezegd heeft over de huurling: die heeft geen zorg voor de schapen (Joh. 10:13). De ware herder zet zich geheel in voor het welzijn van de schapen. Hij kent ze en weet wat ze nodig hebben.
Jezus noemt Zichzelf de goede Herder. Hij stelt Zijn leven voor de schapen. Zozeer gaan zij Hem ter harte. Hij kent hen, en zij kennen Hem. Zij luisteren naar Zijn stem en zij volgen Hem (Joh.10:14, 21).
Zij die pastoraal werk doen, hebben zich te richten naar deze Herder bij uitstek. Het is hun roeping om het werk te doen in Zijn dienst en in navolging van Hem. Zij zullen de gemeenteleden die aan hun zorg zijn toevertrouwd, zien als de schapen van de Opperherder (zoals Christus in 1 Petr. 5:4 wordt genoemd). Zij zullen erop ingesteld zijn hen te leren kennen; en zo aan de weet komen welke zorg zij nodig hebben. Zoals Jezus Zich met Zijn leven ingezet heeft voor het heil van de Zijnen, zo zullen zij zich met hart en ziel wijden aan het geestelijk welzijn van hen die aan hun pastorale zorg toevertrouwd zijn.
En zoals Jezus met ontferming bewogen was over de schare, die vermoeid en verstrooid waren als schapen zonder herder (Matth. 9:36), en Zijn discipelen opdroeg de zorg voor de verloren schapen van het huis Israëls, zo zullen zij ook bijzondere zorg hebben te geven aan hen die dreigen verloren te gaan als niemand zich om het heil van hun ziel bekommert.

Liefde
Wie daarin tekortschiet, treft het verwijt dat de Heere God de ontrouwe herders van Israël gemaakt heeft: 'De schapen weidt gij niet, de zwakke sterkt gij niet, het zieke heelt gij niet, het gebrokene verbindt gij niet, het verlorene zoekt gij niet' (Ez.  34:3-5).
Ondertussen geven deze schriftwoorden aan waar het in de herderlijke zorg op aankomt.
Het profiel van de pastor wordt bepaald door de liefde van Christus, die hem dringt om met een bewogen hart zich in te zetten voor het heil van hen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Zonder liefde voor de ander kan men geen pastor zijn.
Het moge duidelijk zijn dat wat het pastoraat vereist, geen natuurlijk gegeven is. We zullen het alleen kunnen uitoefenen als wij zelf mogen delen in de liefde en herderlijke zorg van Christus. Want dan zullen wij, bewogen door de liefde van Christus en vervuld met Zijn Geest, in liefde tot onze medemensen, tot onze broeders en zusters gaan, ook als sommigen door hun aard en karakter een probleem vormen. Niet alle gemeenteleden zijn aardig. Maar ook als zij ons niet liggen en wij moeite met hen hebben, moeten wij hen zien als het ware met de ogen van Christus. En laten we niet vergeten wat we in Romeinen 5:8 lezen: 'dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren'.
Als wij onszelf hebben leren kennen, met onze zonden, zwakheden en gebreken, dan gaan we naast hen staan, wetend dat ook wij van Gods genade afhankelijk zijn.

Goed luisteren
Deze aandacht is kenmerkend voor het pastoraat in opdracht van Christus. Die bepaalt de attitude, de instelling van de pastor. Herderlijke zorg is met liefde omzien naar de ander. Het betekent dat we ons meelevend gedragen; dat we met welgemeende belangstelling en zonder opdringerigheid informeren hoe het met de ander gaat.
Daarbij zijn ook de levensomstandigheden van groot belang. Die staan immers niet los van iemands geestelijke instelling en geloofsleven.
Daarom is het zaak om goed te luisteren. Er kan niet genoeg op gewezen worden hoe belangrijk in het pastoraat goed luisteren is. Want: wat wordt er gezegd en wat wordt er niet gezegd? Hoe worden de dingen gezegd? Wat is de lichaamstaal? Wat zeggen houding, gebaar en gelaatsuitdrukking?
Het is nodig in de ontmoeting al onze voelhorens uit te hebben staan. Het is ook van belang om, door ernaar te vragen, ons ervan te verzekeren dat wij de ander goed begrepen hebben. Zo wordt voorkomen dat we te gauw denken wel te weten wat de ander bedoelt of beweegt. En door verkeerd reageren maken we dat die ander zich niet begrepen voelt. Hij of zij zal zich niet verder uitspreken. Het gesprek stokt en we bereiken het pastorale doel niet.

Mensenkennis
Het is dus belangrijk dat de pastor, de ouderling, de pastorale medewerker over communicatieve vaardigheden beschikt. Hij moet z'n best doen om zich in te leven in de situatie en de gemoedsgesteldheid van de gesprekspartner. Dat vergemakkelijkt het contact en het bevordert het vertrouwen.
Wie geen vertrouwen weet te wekken zal er niet goed achter komen hoe het met de ander is gesteld, welke problemen en zorgen die heeft en met welke geloofsvragen hij zit. Het verhindert de pastorale zorg te bieden die de ander nodig heeft.
Er zij gewezen op de noodzaak om wat in het pastorale contact vertrouwelijk wordt meegedeeld, ook ´vertrouwelijk' te behandelen. Wie het ambtsgeheim schendt, heeft het vertrouwen dat hij had voorgoed verspeeld.
Vaak zijn zij die in het pastoraat werkzaam zijn niet psychologisch geschoold. Maar het is wel dienstig om over voldoende mensenkennis te beschikken, zodat we weten welk type mens we voor ons hebben. Gebrek aan mensenkennis doet ons algauw de mist in gaan. Van echt pastoraat komt dan weinig of niets terecht. Bijvoorbeeld als we niet onderkennen dat de ander een 'vrome' mooiprater is bij wie het ware geloof ontbreekt.

Kennis van de Schrift en omgang met God
Ik zou iets heel wezenlijks overslaan als ik bij het profiel van de pastor er niet op wijzen zou hoe noodzakelijk behoorlijke bijbelkennis is, en ook de persoonlijke omgang met God.
Dit betekent niet dat ouderlingen en pastorale medewerkers theologisch geschoold moeten zijn. Maar het is wel zaak dat zij door dagelijkse omgang met de Heilige Schrift zich oefenen in de dingen van het geloof en in wat Psalm 25 noemt de verborgen omgang met God.
Wie dat zou nalaten, is niet in de conditie om pastoraal werk te doen. Hij is niet toegerust om op de vragen en verlegenheden van gemeenteleden in te gaan. Hij weet niet wat hij zeggen moet, als in het pastorale contact woorden van opwekking, vermaning, bemoediging en troost gesproken moeten worden. In dit verband wil ik wijzen op 1 Timotheüs 4:16, waar we lezen: 'Heb acht op uzelf en op de leer; want dat doende zult gij uzelf behouden en die u horen'.
Als Paulus het over de leer heeft, bedoelt hij niet wat wij de dogmatiek noemen, maar wat de Schriften ons Ieren, die ons wijs maken tot zaligheid; de schriften waar Timotheüs van jongsaf in onderwezen is.
Ik herinner aan wat het bevestigingsformulier zegt met betrekking tot het werk van de ouderlingen. Om hun taak goed te kunnen vervullen, zijn zij verplicht Gods Woord ijverig te onderzoeken en zich te oefenen in de overdenking van de geheimenissen van het geloof. Laat ieder die tot pastoraat geroepen is, dit ter harte nemen. Alleen door dit op te volgen zijn we in staat herderlijke zorg te bieden en geestelijk leiding te geven.

Wie is tot deze dingen bekwaam?
Als we ons verdiepen in het profiel van de pastor, kan de vraag opkomen die Paulus stelt in 2 Korinthe 2:16 met het oog op zijn apostelschap: 'Wie is tot deze dingen bekwaam?'
Het is duidelijk dat we niet kunnen volstaan met te wijzen op wat wij natuurlijke gaven en talenten noemen. We zijn er niet mee klaar te zeggen dat men die talenten moet ontplooien en zo al doende moet leren. Gaven en talenten zijn zeker niet onbelangrijk. Als we bijvoorbeeld absoluut niet over communicatieve vaardigheid beschikken, zijn we ongeschikt voor het pastoraat. Het is ook waar dat we in het werk al doende leren: mensenkennis opdoen, contacten leggen, vertrouwen wekken, enz.
Maar dat is het belangrijkste niet. Het belangrijkste is dat God ons in Zijn dienst neemt; en dat Zijn Geest ons in staat stelt onze gaven en verkregen vaardigheden te gebruiken om de schapen van Zijn weide pastoraal te verzorgen. En al gaat dat met gebrek gepaard, zo mogen wij anderen tot zegen zijn en de opbouw van de gemeente dienen.
Paulus heeft de vraag die hij stelde, beantwoord in 2 Korinthe 3:5: `Wij zijn niet van onszelf bekwaam, maar onze bekwaamheid is uit God.`
Als wij ons door Hem geroepen weten, mogen wij vertrouwen dat Hij ons geeft wat wij nodig hebben om onze taak te volbrengen.
Wie zich in dit vertrouwen beschikbaar stelt, maakt Hij geschikt.

G. BIESBROEK, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het profiel van de pastor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken