Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zowel Brandpunt als Kruispunt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zowel Brandpunt als Kruispunt

DE KERK IN AMERSFOORTS VINEX-WIJKEN

13 minuten leestijd

Meebouwen aan sociale samenhang, aan leefbaarheid – dat is wat ds. Van Oord belangrijk vindt voor de kerk in nieuwbouwwijken. We kunnen er een bijdrage aan leveren dat mensen zich thuis voelen. Ds. Looijen heeft respect voor de pioniersarbeid van zijn collega, maar kent tegelijk een extra passie: Ik wil ook uitdragen dat de naam van Jezus er werkelijk toe doet. Voor de inzet van je werk en de motivatie van rijwilligers maakt het uit of je wilt dat mensen Hem ontdekken.

Ds. Van Oord: ‘Pionieren in de nieuwbouw, dat past wel bij mij. Ik voel wat bij situaties waarin je van tevoren niet weet hoe het zal gaan en hecht sterk aan het groeimodel. De toekomst voor Amersfoort-Noord lag een kleine twintig jaar geleden erg open. Ik kon van onderop meebouwen aan leefbaarheid, aan sociale samenhang.’
Ds. Looijen: ‘Je liet je niet door allerlei kerkordelijke regels sturen, je zocht de ruimte, de marges. Je had een voorsprong, doordat je hier snel was, midden tussen allerlei mensen. In de orthodoxe hoek van de kerk is nu pas het gevoel aanwezig dat in alle geledingen de cultuur openbreekt. In zo’n situatie ervaart men de kerkorde niet als richtinggevend en stimulerend om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.’
Van Oord: ‘Ik kreeg als opdracht mee om samen met andere kerken de kerk missionair present te laten zijn. Kerkopbouw-deskundigen zeiden me dat nieuwe situaties voor de kerk nieuwe kansen bieden, zodat ik startte met de gedachte: Net als in de tijd van Jezus zal ik met kleine basisgroepen aan de slag gaan, met huisgemeenten.’
Had u ook inhoudelijk een opdracht, die verder ging dan het bevorderen van sociale samenhang?
‘De kerk met haar boodschap in een nieuwbouwwijk aanwezig laten zijn, dat was mijn opdracht. Met welke boodschap? Dat er een geheím in het leven is, dat God met ons meetrekt en dat je dat ook híer kunt beleven. Met activiteiten als buurtavonden en maaltijden laat je iets zien van de betekenis van het evangelie: omzien naar elkaar. Dat is de eerste stap in het kerkelijk opbouwproces: er zijn, present zijn. Dan blijft de vraag over: Mens, waar ben je?’
Ds. Looijen: ‘Na verloop van tijd is die vraag niet de enige, toch? De IZB staat ook voor de vraag hoe we in Vinexwijken werken. Op sommige plaatsen wordt gezegd: ‘Je moet er alleen maar zijn, niet direct met iets beginnen.’ In Vathorst kwam heel snel de vraag om te mogen dopen, avondmaal te vieren, zodat er zondagse samenkomsten kwamen. Ik stel de vragen of de wijkbewoners dit niet als gesloten ervaren. En is het missionair?
In Kralingen werkt Huibert Verdoold als evangelist in een gebied waar totaal niets meer aan kerkelijk werk is. Hij begon met kinderwerk, later volgde ouderenwerk en veel later pas kwam er een bijeenkomst met Kerst. Nu is er zondags een samenkomst. Die opzet is vergelijkbaar met wat ds. Van Oord in Vathorst deed. Een program voor een Vinexwijk is dus niet zomaar voorgegeven. Elke insteek zal op den duur wel iets opleveren, als er draagvlak en geld is. Maar de vraag is hóe je aansluiting bij mensen krijgt, hoe betrouwbaar en herkenbaar je bent.’

Kerk als marktplaats
Ds. Van Oord: ‘Je moet zo werken dat mensen gaan vragen: Waaróm doe je dit, waarom loop je met me mee? ’t Is net als in Matthéüs: waarom geef je me twee hemden, waarom loop je twee mijl mee? Gaandeweg kun je dan iets vertellen.’
Ds. Looijen: ‘Gemeenschapsvorming ligt in onze tijd niet voor de hand, terwijl het bij elkaar komen van mensen toch nieuwsgierigheid opwekt. Het helemaal verborgen zijn in huisgemeenten zal ook niet voortbestaan, denk ik.’
Van Oord: ‘Ik heb gekozen voor de kerk als marktplaats, een soort shophal, waar mensen in en uit lopen. In deze hal is maatschappelijk werk, een politieagent, een internetcafeetje, maar ook een loket, een kamertje waar je kunt praten en bidden, misschien zelfs een ruimte om te vieren.’
Ds. Looijen: ‘Dit concept is niet aan een denominatie gebonden. In Duitsland zag ik het bij evangelische christenen, waarbij er ook een sportcentrum in huis was, een kinderoppas, een huiswerkpunt, kortom, het hele leven aanwezig.’
Ds. Van Oord: ‘Geweldig! Totaal geïntegreerd. Dat vind ik mooi: je gaat even internetten in een café en ziet ineens een kaars, een Mariabeeldje, een dominee.’

U maakte de vergelijking met de tijd van Jezus. Houdt u ook vast aan de boodschap van die tijd, de belijdenis van Jezus als Heer?
Ds. Van Oord: ‘Het omzien naar elkaar, dat is de eerste taak van de kerk. Het is zaak om kleine groepjes van mensen te vormen die aan de ander vragen: ‘Hoe gaat het met je? ’ Dat is naastenliefde. Later gaat de Bijbel dan wel open, kom je met brood en wijn. Ook in de dagen van Jezus ging het eerst om de liefdemaaltijd met elkaar, breken en delen. Uiteindelijk wordt daarin ook iets herkend van de presentie van de Heer!’
Ds. Looijen: ‘De belijdenisvraag naar wie Jezus is, wijst mij op het grote belang van het motiveren van mijn medewerkers. Wat is hun drive? Als mensen alleen voor een diaconale benadering kiezen, loopt men droog. Je redt het niet met alleen een verhaal over er zíjn. Want waaróm wil je er zijn? Het benoemen van wat je doet én je motivatie houd ik graag bijeen.’
Ds. Van Oord: ‘Wij hebben in Vathorst onze diensten in de Veenkerk (protestants en rooms-katholiek). Daarnaast is er in Kattenbroek een confessionele groep rond het Kruispunt – een samenwerking van christelijke gereformeerden, Nederlands gereformeerden en hervormd-gereformeerden. Ik heb er van harte aan meegewerkt die groep een plaats te geven. Ik heb de indruk dat men daar sneller met antwoorden komt. Ik zeg liever: Jezus is het antwoord, maar wat is de vraag. Met de vragen van de bewoners ben ik sterk bezig! Die serieus nemen is je eerste taak, ene heidens karwei. Want luisteren kan de kerk niet zo goed.’
Ds. Looijen: ‘De IZB heeft van uw aanpak geleerd even de adem in te houden, omdat mensen in onze cultuur de ruimte moeten krijgen hun verhaal te doen.
Mensen willen duidelijkheid. In Zoetermeer laat de evangelist in de kleur van de vlag die uithangt, zien of er bijbelactiviteiten zijn of ‘gewone’ activiteiten. Zo is er geen verborgen agenda en kom je tegemoet aan de angst van mensen om ingepakt te worden.'
Ik constateer bij mensen ook een hang om het geheim van het geloof te willen ontdekken. Dat moet je niet te lang achterhouden,' zeg ik tegen ds. Van Oord. In Rotterdam zei ds. Polhuis vorig jaar: Ik heb te lang mijn mond over het evangelie gehouden.’

Beste mensen naar het front
Ds. Van Oord: ‘Als ik na achttien jaar terugkijk, denk ik aan het onvermogen van het instituut kerk. Een manager zou spreken over een crisis. Ik heb wel eens de indruk dat de kerk als oude kastanjeboom valt en geen schaduw meer biedt. Maar ik zie ook kastanjes vallen, afsterven en nieuw leven geven: een enkel gesprek, het aanbieden van een roos namens de kerk.’
Vinex-wijken, grootschalige uitleglocaties rond de grote steden, ze zijn in ons landschap niet meer weg te denken. Leidsche Rijn bij Utrecht, IJburg bij Amsterdam, Stadshagen bij Zwolle, Vathorst bij Amersfoort – ze zijn de getto’s van de 21e eeuw genoemd. Wat doe je als kerkelijke gemeente, als er op jouw grondgebied enige duizenden, soms tienduizenden nieuwe woningen gebouwd worden? Hoe bereik je de sociale klasse van werkende Nederlanders, die op twee salarissen een prijzig huis koopt, met het evangelie? De 57-jarige ds. J.J. van Oord heeft recht van spreken, als gezocht wordt naar een antwoord. Zijn cv meldt achttien jaar ‘modderpastoraat’, in het kielzog van de bouwvakkers. Namens de kerk wás hij er, in de Amersfoortse Vinexwijken Kattenbroek en Vathorst. Binnenkort vertrekt hij als predikant, om tegelijk te blijven als door de burgerlijke gemeente gesubsidieerde cultureel opbouwwerker.
Als we nadenken over de mogelijkheden van de kerk in een geseculariseerde Vinexsituatie, is de 54-jarige ds. D.Ph.C. Looijen zijn gesprekspartner. Als predikant-directeur van de IZB weet hij van de weerbarstigheid en van de opdracht om met het evangelie ook in deze culturele situatie aanwezig te zijn. Bij de IZB is met de werkmap Gemeente-zijn in nieuwbouwwijken een poging gedaan kerkenraden en evangelisatiecommissies te helpen in de kerkelijke presentie. Uitvoerig kennismaken is niet nodig, want ooit waren beide predikanten tegelijk verbonden aan Wierden, ds. Van Oord aan de hervormde deelgemeente, ds. Looijen aan de moedergemeente.
Ds. Looijen: ‘Onlangs nam ik deel aan een missionaire reis naar Londen. Daar ontmoetten we overal mannen en vrouwen die vanuit een overtuiging de kar trokken. Het is van belang dat we onze beste mensen naar het front sturen en ook aan hun opleiding veel aandacht geven.’
Jezus liep met de Emmaüsgangers op, maar opent in die ontmoeting toch de Schriften. Bij de Samaritaanse vrouw niet anders. Hoe komt u daartoe?
Ds. Van Oord: ‘In Kattenbroek zijn we vrij laat begonnen de Schriften te openen, vieringen in de kerk te houden. In Vathorst zijn we gelijk gaan vieren. Je weet dat dit een oersterke vorm is: mensen bijeen met een kaars, met de Bijbel open. Daarmee bén je wervend. Ik ben blij dat we gelijk zijn gaan dopen en avondmaal houden. Het is nu in balans gekomen. Leuk vind ik het om te melden – al zal de lezer van de Waarheidsvriend dat niet meemaken – dat Rome voor mij geen brug te ver meer is. Wel gaan in onze contacten alle juweeltjes van de traditie mee: doop, avondmaal, belijdenis. De katholieke broeders hebben van ons bijbeluitleg geleerd, ik van hen het vieren, de geuren en kleuren, de devotie. Ik vind de hiërarchie een grens, ik pas niet in de structuur van paus, bisschop, priester en heb Maria ook niet nodig als middelares.’

Is die oecumenische insteek ook een blokkade geweest?
Ds. Van Oord: ‘Ik koos voor interkerkelijk, voor oecumenisch, omdat er in die nieuwe situatie geen voorgegeven was, geen traditie, alleen maar een bouwput. Juist zo’n bouwput biedt de kans iets nieuws te bouwen.’
Ds. Looijen: ‘Er zijn ook mensen teruggegaan naar een gemeente in Amersfoort zelf. Je spreekt altijd een bepaald type mensen aan. Het bijzondere van Vathorst is dat we samen optrekken met respect voor tradities: het Brandpunt en het Kruispunt. Dat ervaren mensen die naar een kerk vragen als verrassend. Volgens de kerkordelijke regels is samenwerking tussen een groep uit de Gereformeerde Bond, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken niet mogelijk, maar het gebeurt wel. We gaan ermee door, in de hoop dat we op een of andere manier groeien, ook in het aantrekkend vermogen. Maar ik besef dat we op termijn een probleem creëren.
Wat ds. Van Oord neerzet, is een kerkmodel met een centrale viering. De invulling daarvan is verschillend met onze invulling. In het Kruispunt staat de verkondiging meer centraal dan de viering. Maar de vraag is ook daar: wat is nu gereformeerd? We willen immers het gereformeerd belijden uitdragen. Als ik die discussie daarover aanzwengel, word ik niet altijd begrepen, omdat het er in de praktijk minder theologisch aan toe gaat. Het blijft echter de moeite waard om te zeggen dat ik geloof in de gereformeerde theologie, dat ik mijn hart vasthoud bij een te evangelische benadering. De Heilige Geest zorgt zelf voor zijn werk, ik hoef mijn ervaring niet centraal te stellen. In zo’n evangelische setting zie je op termijn ook mensen verdwijnen, omdat er onvoldoende nagedacht is over het lijden, over de afwezigheid van God. Het waardevolle vind ik ondertussen het missionaire moment, want men slaat wél een brug naar de mens.’
Ds. Van Oord: ‘Kan de predikant hierin niet corrigeren? Denk aan de symbolen, de riten, de vertolking.’
Ds. Looijen: ‘Wij hebben een sterke woordtraditie, en die héb je ook nodig. Waar de Schrift ook tegen je in spreekt, het kruis in je leven centraal stelt, zal het nooit een populair verhaal worden.’

Eenzaamheid
Ds. Van Oord: ‘Aan die vragen kom ik niet toe, maar ik ben ook allergisch voor alleen emotie of ervaring in de kerk. Het gaat ook om een Tegenover, iets dat tegen je haren instrijkt. Het profetische geluid mag niet verdwijnen, zeker omdat ik veel te maken heb met eenzaamheid, met mensen die slechts op en neer naar de C1000 lopen. Probleem twee en volgende zijn de stille armoede, de hypotheekwurggreep, de uithuiszetting, de echtscheiding. Ik ben geen maatschappelijk werker, maar ik heb mijn handen vol aan deze thematiek. Het gebed om ontferming heeft in de viering daarom een functie. Ik wil een brug slaan naar het heil van Boven.’

Kunt u die vrouw uit de C1000 niet vertellen over haar enige troost in dit leven?
‘Dat is te ver weg, te veel van boven. In míj leeft het Woord van God. Ik zorg dat ze het huis niet uitgezet worden – zit daar Christus in, de enige troost? Ja.’
Ds. Looijen: ‘Het kost mensen veel tijd erachter te komen wat dat leven met Christus inhoudt. Dat is een steeds meer ontdekken. Maar de vraag ernaar is wel een enorm legitieme: wat denken de mensen van Hem? Wie is Hij nu voor je? In onze cultuur is het heel wat te spreken over een relatie met Iemand die je nooit gezien hebt, die ooit geleefd heeft. Dat moet ontstaan. Maar het is de vraag of je wílt dat mensen dit ontdekken. Het is mijn passie uit te dragen dat die Naam er werkelijk toe doet. De Heilige Geest wijst een spoor waarop mensen Hem ontdekken. Dit moet ook niet aan de maatschappelijke onderkant blijven hangen, bij de zwakken, die hulp nodig hebben. Ga ook maar aan de gang met hen die het intellectueel eerder snappen.’
Ds. Van Oord: ‘Bij mij is de gemiddelde leeftijd 33 jaar. Twee auto’s per gezin. Deze mensen willen rust, uitslapen, op zondag met de hond wandelen, af en toe een gesprek en zo op adem komen. Misschien ook een gebedje. Als de kerk daarin kan helpen, ben ik al heel blij … Ik spreid het bedje, God zegene de greep.’
Ds. Looijen: ‘Ja, én je mensen toerusten. Dan mag de naam van Jezus van mij heel vaak vallen, de naam van de drie-enige God, gegeven tot heil.’

Eerst verkennen
Ds. Van Oord: ‘Ik word nu directeur van een huis van cultuur, ga nog meer aandacht geven aan sociale samenhang. Ik geloof dat Gods Geest niet afhankelijk is van mijn preken en gebeden, dat Hij niet met pensioen ging na het afsluiten van de canon, dat Hij doorwerkt, ook in films en muziek – al staat dit ver af van uw lezers. Ik kijk met een goed gevoel terug, heb mensen aan het denken gezet, over God, nee, beter, over het Geheim, en hoop dat ik mijn enthousiaste verhaal nog eens ergens kan vertellen.’
Ds. Looijen: ‘Ik zie je wel als trainer van mensen in opleiding.’

Wat heeft de IZB geleerd van de aanpak van ds. Van Oord?
‘Hij werkt vanuit een sterke innerlijke samenhang. Er zit een theologisch concept achter. In onze gereformeerde traditie hebben wij die ervaring in Vinexwijken nog niet. Intussen horen we de ervaring van anderen, horen we van mensen die het werk bij de handen zien afbreken: Hoe beteken je dan wat voor de buurt? In het Wateringse Veld in Den Haag gaan we nu met onderzoek beginnen. We gaan verkennen.
We hebben ook geleerd keuzes te maken. In Zoetermeer is met het project Perron61 sterk op kinderen ingezet. Omdat de jonge gezinnen opvoedingsvragen hebben, is daarin deskundigheid nodig. Daarin moet je kwaliteit bieden. Je moet ook over voldoende vrijwilligers beschikken. Daar ligt de sleutel. Welk verhaal geef je hun mee? Dat moet meer zijn dan alleen presentie.
Maar, eerst verkennen! En dan liefst op eigen benen in een nieuwbouwwijk. In een krimpende kerk moeten we ook wat ondernemingszin creëren, gecombineerd met een diep geloof. Hierin staan we als IZB voor een nieuwe fase, die veel doordenking vraagt, ook omdat we niet alles kunnen financieren.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Zowel Brandpunt als Kruispunt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

PDF Bekijken