Bekijk het origineel

Drentse dominee zonder bijbel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Drentse dominee zonder bijbel

DE BEDOELING VAN DE KERKVISITATIE

7 minuten leestijd

Een mens heeft behoefte aan meeleven van medemensen die een grotere verantwoordelijkheid dragen dan zij. Blijkbaar voelt het anders als de burgemeester naar je informeert dan je buurvrouw. Het doet de mensen goed als premier Balkenende na een ramp op de plaats van het onheil is, als koningin Beatrix haar meeleven betoont aan nabestaanden in rouw. In de kerk is het niet anders: een predikant zei me onlangs tijdens een moeilijke periode in zijn ambtswerk meeleven van het moderamen van de kerk van belang te vinden.

De bedoeling van de kerkvisitatie
Omzien naar elkaar, in de christelijke gemeente heeft het oude papieren, waarbij we niet doelen op het zo belangrijke spontane meeleven, maar op een georganiseerde actie van gemeenten onderling. De Hellendoornse predikant dr. J.D.Th. Wassenaar, oud-secretaris van de Confessionele Vereniging, schreef een boek over de kerkvisitatie. ‘En na enige dagen zei Paulus tot Barnabas: Laat ons nu weerkeren, en onze broeders bezoeken in elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het hebben’ - een tekst uit Handelingen 15, waaraan ds. Wassenaar zijn titel ontleent en die toont dat kerkvisitatie bijbelse gronden heeft.
Kerkvisitatie is een verschijnsel in de kerk, waarmee niet veel gemeenteleden te maken krijgen. Wanneer een (wijk)gemeente het vijfjaarlijkse ‘huisbezoek als gemeente’ van ambtsdragers van de kerk zelf ontvangt, vult de kerkenraad vooraf een uitvoerige vragenlijst in en volgt een ontmoeting met de voltallige kerkenraad. Dat hierin geen vrijblijvendheid zit, blijkt uit het gegeven dat een ambtsdrager die verhinderd is, zich met opgaaf van redenen schriftelijk moet afmelden. Maar dat neemt niet weg dat het gemiddelde gemeentelid niet bij de visitatie betrokken is, al is er de mogelijkheid tijdens de visitatie de twee ambtsdragers te spreken.

Classicale zorg
Onderlinge betrokkenheid, daar gaat het om. Die is bijvoorbeeld af te lezen uit de verslagen van de classicale vergaderingen in de Christelijke Gereformeerde Kerken, zoals De Wekker die meldt, wat ook in andere kerken die voortkomen uit de Afscheiding gebeurt. Zo meldt de ene gemeente dankbaar dat vele jongeren betrokkenheid op het Woord tonen en meldt de andere gemeente zorg over de doorgaande vergrijzing. Medeweten gaat altijd aan meeleven en meedenken vooraf.
Wel, de hervormde kerkorde beoogde dit ook, waar een ordinantie voorschreef dat de visitatoren-provinciaal jaarlijks een overzicht van de bezochte gemeenten aan de classis toezenden. Het is zodoende mogelijk in de grondvergadering van de kerk te spreken over het kerkelijk leven in de gemeenten, wetende dat we voor elkaar verantwoordelijk zijn.
In zijn De Hervormde Kerkorde. Een praktische toelichting schreef dr. P. van den Heuvel echter: ‘Ik weet niet of daar in de praktijk ook veel van terecht komt. Ik vermoed dat we ons in de classicale vergaderingen vaak maar op de vlakte houden en ons maar liever niet met elkaars zaken bemoeien. Uit vrees voor conflicten of ongewenste bemoeizucht.’ Het is de vraag of deze vrees ook in de huidige kerkelijke situatie al overwonnen is.

Zorg van de apostelen
Het is goed dat ds. Wassenaar zijn studie inzet met het rangschikken van de bijbelse berichten over onderlinge zorg van gemeenten. Hun opbouw is het motief voor de zorg van de apostelen. Het gaat om het brengen van de rechte prediking, het toezien op de christelijke levenswandel, het bieden van troost, het toezien op de eensgezindheid en het vermanen en versterken. Uiteindelijk is er sprake van niet minder dan zorg van Godswege. Deze gedachten komen min of meer terug in de Dordtse kerkorde, die spreekt over zorg voor de zuiverheid van de leer, over toezicht of er naar de orde van de kerk geleefd wordt en over elkaar met goede raad steunen.
In de tijd tussen die van de apostelen en de Synode van Dordrecht is er heel wat discussie nodig over de bedoeling en werkwijze van de kerkvisitatie. Op het concilie van Laodicea in het jaar 363 wordt besloten tot het doorvoeren van kerkvisitatie, waarbij ambtsdragers aangewezen worden om de bisschoppen hierin te helpen. In de eerste eeuwen zijn het nogal eens het leven van de geestelijken en de leden van de parochies die aandacht vragen – overigens een reden van blijvende zorg in de christelijke kerk. Want het convent van Wezel noemt in de eeuw van de Reformatie in ons land met het oog op de visitatie een langer rijtje, dat niet tot eer van de predikanten gemeld wordt: spelen met dobbelstenen, verlating van zijn dienst, simonie, scheuring, ketterij, openbare godslastering, ongeoorloofde woeker enz.
De nadere reformator ds. Jacobus Koelman wil in de zeventiende eeuw in het geweer komen tegen de ontheiliging van Gods naam en de schending van de sabbat. De reformatoren zelf waren zich bewust van het belang van kerkvisitatie. Luthers vriend Melanchthon heeft er zelf aan deelgenomen en schrijft, na een verblijf van een maand in Thüringen: ‘Alles is in verwarring, gedeeltelijk door onkunde, gedeeltelijk door onzedelijkheid der leraren. Mijn hart bloedt. Dikwijls, als we klaar zijn met de visitatie in een of andere plaats, ga ik terzijde en laat mijn tranen de vrije loop.’ En Calvijn zag een belangrijke taak in onderling toezicht en vermaan, waarbij de visitatie nooit in rechtspraak mocht ontaarden.

Heersen of dienen?
De pastorale zorg voor de gemeenten is terecht dé reden voor bezoek namens de kerk gebleven, maar dat neemt niet weg dat er ook minder edele motieven geweest zijn. Visitatie is in de Middeleeuwen ook een demonstratie van macht geweest, als er hoge kosten mee gemoeid waren, als het recht van de bisschop moest zegevieren en er hoge belastingen geïnd werden. Dit gegeven maakt ook dat de visitatie maar schoorvoetend in de kerk voet aan de grond kreeg, omdat men vreesde voor hiërarchie, het heersen van de een over de ander.
De dreiging hiervan is in de kerk langere tijd gezien. Zo leefde voor de Tweede Wereldoorlog nog de gedachte dat met de visitator een vierde ambt geschapen werd, onafhankelijker dan welk ander ambt ook. De bekende hervormde theoloog dr. P.J. Kromsigt schreef ooit: ‘Het heeft geen dienend, maar heersend karakter. ’t Is een bisschoppelijk ambt.’
Wie een overzicht van de visitatie leest, komt ook de nodige anekdotes tegen, die iets zeggen over het leven in de kerk. In Drenthe hadden de bezoekende broeders ook de taak de bibliotheken van predikanten te bekijken, waarbij ze in Odoorn ontdekten dat de inhoud ervan nog geen zes gulden waard was - en zelfs een bijbel ontbrak. Dat was in 1624. Merkwaardiger dan het onderzoek naar de ontbrekende bijbel is het beleid van de synode na 1816, als de visitatoren moeten nagaan of de ouderlingen der gemeente ‘behoren tot de achtenswaardigste, kundigste en voornaamste leden der gemeente’ - een lijstje dat niet strookt met de voorschriften waarover Paulus aan Timotheüs schrijft.

Ervaring en liefde
Wie de geschiedenis van onze kerk beziet, ontdekt dat kerkvisitatie verschoven is van een ‘op kerkzuivering ingestelde opzichtregeling’ naar een ‘gemeente-opbouwend instrument’. Nu zijn deze beide aspecten niet geheel los te zien, maar is het goed dat het bezoek vanuit de kerk vooral staat in het teken van stimuleren van het geestelijk leven van de gemeente. Dat is momenteel de eerste prioriteit. Wil dit kunnen gebeuren, dan is regelmatige visitatie van belang, zoals dit ook voor de huisbezoeken van individuele gemeenteleden geldt. Deze toegespitste vorm van pastoraat kan voor gemeenten die in onze open cultuur vorm moeten geven aan het gemeente-zijn, soms zonder de aanwezigheid van kader, veel betekenen. Een inhoudelijk gesprek over de noden, over de specifieke problematiek, lettend op de context van de gemeente, is daarbij een eerste vereiste.
Visitatie vraagt daarom ervaren ambtsdragers, die uit liefde voor al de gemeenten, deze taak op zich nemen. Ds. K. de Gier, ooit kerkrechtdeskundige binnen de Gereformeerde Gemeenten, schreef eens dat de visitatie geen oefenschool voor ambtsdragers is om de kerk beter te leren kennen.
En de kerkorde van de Gereformeerde Kerken sprak in dezen over ‘de meest ervaren en geschikte dienaren des Woords’.

Hoe te wandelen
Waar de visitatie meer gaat leven en de waarde van de raadgevende taak in de praktijk wordt ervaren, zal de onderlinge zorg gezien worden. Zo kan het toezicht op elkaar de uitoefening van tucht op termijn voorkomen. Zo kan de visitatie een instrument zijn om binnen de kerkenraad aspecten van het werk in de gemeente helder te krijgen, als er concrete antwoorden moeten komen, bijvoorbeeld of er geleerd wordt in de gemeente, of de werkbelasting van de predikant niet te hoog is, of de betrokkenheid bij het christelijk onderwijs er is, of het diaconaat naar buiten voldoende aandacht heeft.
Paulus schrijft aan de Thessalonicensen: ‘Wij bidden en vermanen u in de Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, en dat gij daaraan meer overvloedig wordt.’ Ds. Wassenaar heeft met zijn studie ons het belang hiervan opnieuw doen zien.

N.a.v. Dr. J.D.Th. Wassenaar:
Om te zien hoe het hun gaat. Een historisch onderzoek naar bedoeling en werkwijze van de kerkvisitatie.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 211 blz.; € 17,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Drentse dominee zonder bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

PDF Bekijken