Bekijk het origineel

Prediking die landt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prediking die landt

Oefenen in geven van geestelijke leiding

6 minuten leestijd

Op 7, 8 en 9 juni waren twaalf predikanten op het Theologisch Seminarium Hydepark vanwege de cursus Een prediking die landt, een vervolg van de cursus Presentatie en communicatie, die plaatsvond in het najaar van 2005.

Na in 1988 predikant geworden te zijn, dien ik nu mijn derde gemeente. Intussen heb ik, de kandidatentijd meegerekend, ongeveer twintig jaar preekervaring. In de loop van de tijd is preken voor mijn gevoel niet gemakkelijker geworden. Het wordt juist moeilijker om de postmoderne hoorder, die ook in de hervormd-gereformeerde gemeenten aanwezig is, met de boodschap van de Bijbel te bereiken. Daarom overwon ik mijn weerstand tegen het modieuze fenomeen cursus. De cursus werd geleid door drs. W. Dekker en dr. P.J. Visser. Op de eerste dag zagen we met Astrid Timmerman, docente retorica en kerkgangster in een hervormde gemeente, terug op onze preekervaringen.
Ds. Visser dacht met ons op de tweede dag na over de persoon van de prediker en zijn spiritualiteit.
Door ds. Dekker werd op de derde dag onze aandacht gevraagd voor de correspondentie tussen tekst en context.

Presentatie en communicatie
Enkele deelnemers droegen een deel van een meegenomen preek voor. Aan de hand van een checklist gaven we positieve en negatieve kritiek. Aandachtspunten waren bijvoorbeeld de houding voor het begin (uitstraling en oogcontact), het non-verbale contact (de mimiek, de gebaren), het taalgebruik (eenvoudig of moeilijk), het stemgebruik (volume, tempo, ademhaling, stiltes) en oogcontact (echt of niet, links of rechts).
Van de andere deelnemers werd een uitgeschreven preek beoordeeld. Hierbij lieten we ons leiden door een checklist voor de preekopbouw.
Is er een focus waarbij is vastgesteld wat de kern van de tekst voor de preek is?
Hoe luidt de functie, waarbij onder woorden is gebracht wat ik teweeg wil brengen bij de hoorder (uit te drukken in handelen, denken en voelen)?
Is er een passende inleiding en slot?
Hoe is het middengedeelte?
Hoe is de opbouw van de preek?
Is de preek concreet, beeldend en dialogisch?
Op welke momenten is de prediker verkondiger, onderwijzer of medemens?
Hoe ziet de predikant de doelgroep?

Beleving
Ter voorbereiding op deze dag hadden we het boek Dragende delen gelezen, geschreven door Eugene H. Peterson. In dit boek schrijft Peterson dat predikanten niet toe moeten geven aan het geestelijke consumentisme van onze tijd, waarbij de kerk een winkel wordt waar ieder het zijne uitzoekt. Zij dienen er als geestelijk leider voor te zorgen dat de gemeente gericht blijft op God. Met het oog op de prediking hebben predikanten niet alleen uitleg te geven, maar echt de weg te wijzen.
Ds. Visser leerde ons naar aanleiding van het genoemde boek dat het in de preekvoorbereiding van belang is erbij stil te staan hoe wij persoonlijk antwoorden op de bijbeltekst waarover we preken.
Naast het gebruik maken van handboeken dient er tijd te worden vrijgemaakt voor meditatie. Sta erbij stil wat we zelf en wat anderen beleven aan het Woord van God. Als we de meditatieve elementen verwerken in de preek, ontstaat er een bevindelijke preek, zo stelde ds. Visser.
Ik heb geleerd dat we ons als predikanten nog meer hebben te oefenen in het geven van geestelijke leiding in de prediking. Het is mijn overtuiging dat we het gevoel nooit voor het Woord moeten plaatsen. We staan niet voor een bevindelijk-schriftuurlijke preek, maar wel voor een die schriftuurlijk-bevindelijk is. In die volgorde!

Tekst en context
Ds. Dekker gaf een inleiding over de correspondentie tussen de tekst uit de Bijbel en de context waarin wij leven. Op de achtergrond staat zijn verwerking voor de gereformeerde traditie van het boek Als hoorder onder de hoorders van dr. G.D.J. Dingemans. In het uitleggen is de predikant als eerste hoorder bezig met het vergelijken van de ene met de andere tekst en betrekt daar andere hoorders in hun context bij.
Preken moet, zo stelt ds. Dekker, in elke tijd weer anders. In onze postmoderne tijd wordt grote nadruk gelegd op het gevoel. Voorheen konden we ervan uitgaan dat het gezag van de Bijbel werd erkend. Het was de vraag hoe we van het historische geloof konden komen tot het ware geloof. Vandaag is het de vraag hoe mensen de geestelijke boodschap van de tekst ervaren, waar ze op voorhand niets mee hebben. Bij het maken van een preek is het nodig om het subjectieve concept van de prediker en de hoorder te onderzoeken en die vervolgens te confronteren met de bijbelse boodschap.
Bemoedigend is volgens ds. Dekker dat de omslag van het modernisme naar het postmodernisme minder groot is dan die tussen de joodse stad Jeruzalem en de heidense stad Rome in de Handelingen der apostelen. Als deelnemers maakten we na de inleiding twee aan twee een preekschets over Psalm 121. Opvallend was bij de bespreking dat elke preek anders werd, terwijl de kern hetzelfde bleef.
Het positieve van de contextuele benadering is mijns inziens dat we leren om meer op de hoorder te letten. Er is wel een gevaar, namelijk dat de leefwereld van de hoorder de verkondiging gaat bepalen.

Ten slotte
Ik zie terug op goede, leerzame dagen. Als collega’s herkenden we veel rond de worsteling en de vreugde van het preken. Ik hoop me voortdurend te blijven oefenen in het maken en houden van preken. Niet voor niets lezen we in het bevestigingsformulier voor predikanten dat de Heere door het ambt van predikant grote dingen uitricht.
Concreet betekent dit dat ik nog dieper graven wil in het Woord van God, nog beter wil proberen de tijd en de cultuur te verstaan en nog meer aandacht wens te besteden aan de opbouw en de vormgeving van de boodschap. Het doel van deze inspanning met het oog op de prediking is dat de ‘verborgenheid van Christus’ geopenbaard mag worden (Kol. 4:1-6). Ik raad alle collega’s aan om zich blijvend te laten toerusten, niet alleen theoretisch, maar ook praktisch. We mogen niet teren op ervaring, maar hebben open te staan voor groei. Misschien is het studieverlof hiervoor te gebruiken. Ook is te overwegen op een werkgemeenschap van predikanten gezamenlijk een preek te maken of elkaars preken te bespreken. Het preekwerk is dan minder een eenzaam avontuur. Kerkenraden dienen hun predikant te stimuleren tot vrijwillige nascholing.
Hoe leerzaam een cursus ook is, het blijft mijn overtuiging dat wij het werk van de Heere niet kunnen organiseren. Daarvoor zijn we afhankelijk van de Heere die Zichzelf door Zijn Geest een gehoor schept in elke tijd en op elke plaats. Hiervoor blijft veel en intensief gebed nodig van de gemeenten en de voorgangers, opdat er ‘opening’ van Gods kant mag zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking die landt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken