Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de dagelijkse praktijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de dagelijkse praktijk

BIJZONDER ONDERWIJS [ 3, SLOT ]

4 minuten leestijd

Het gaat in het christelijk (voortgezet) onderwijs niet alleen om het formele vakgerichte lesprogramma, maar ook om vorming en toerusting. Het doel van het onderwijs reikt dus verder dan de examinering van de aangeboden lesstof. De leerlingen leren voor het leven.

De leerlingen moeten worden toegerust voor het leven als christenen in de samenleving, om zo mee te bouwen aan Gods Koninkrijk. Het weerbaar maken van leerlingen is een belangrijk aspect van deze toerusting. Dat draagt er toe bij dat ze zich bewust worden van hun persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God, Zijn schepping en de naaste. Vanuit christelijk perspectief bezien is er een bijzondere samenhang tussen het formele vakgerichte lesprogramma met z’n gerichtheid op kennis en vaardigheden enerzijds, en vorming met haar gerichtheid op de totale levenshouding anderzijds.

Bij het vaststellen van de leerstof hebben we te maken met wettelijk voorgeschreven onderdelen. In de door God geschapen werkelijkheid bestaan deze vakgebieden niet afzonderlijk.
Binnen het christelijk onderwijs moeten we het formele onderwijsprogramma steeds plaatsen in het bredere perspectief van levensbeschouwelijke vorming. Daarin onderscheiden we ons van scholen die voor een ander onderwijskundig concept kiezen. De leerlingen moeten zich een eigen kritisch oordeel leren vormen ten aanzien van de aangeboden leerstof en de postmoderne cultuur waarin hij opgroeit. De docent zal de leerprocessen actief moeten aansturen om te komen tot een verdieping van de leerstof vanuit christelijk perspectief.

Geloofsoverdracht
In Bijzonder onderwijs wordt duidelijk gemaakt dat de christelijke identiteit in het onderwijs alles te maken heeft met geloofsoverdracht. Dit komt tot uiting in levensstijl, pedagogische visie en leeromgeving. Dit wordt concreet gemaakt in het deel van het boek dat gaat over de vakken. Hierin worden handvatten aangereikt, ook voor het voortgezet onderwijs. In het hoofdstuk over de inleiding op de vakken gaat Ronald de Graaf in op de vraag wat een docent Engels in het christelijk onderwijs anders doet dan een collega in het openbaar onderwijs. ‘Vanuit een bijbels referentiekader en de brede identiteit geeft hij zo les dat zijn leerlingen in staat zijn goed en kwaad, zonde en vergeving, zin en absurditeit te benoemen.’ Verder zegt hij: ‘In alle schoolvakken schuilen combinaties van getallen, vormen, geluiden en kleuren die de aanwezigheid van God doen vermoeden.’
In het hoofdstuk over muziek in het voortgezet onderwijs bespeurt de schrijver te veel onderliggende controverses tussen bijvoorbeeld jongeren en ouderen en orthodoxen en evangelischen. ‘Het is voor de christelijke school een opdracht hiermee op een goede wijze om te gaan. In muzikaal opzicht betekent dit: streven naar betrokkenheid en kwaliteit. Als het gaat over het geestelijk lied komt daar de trouw aan Gods Woord als enig richtsnoer bij.’

Architect van het leven
Bij het vak economie wordt de nadruk gelegd op het rentmeesterschap. Hier wordt gesteld dat economie een zaak is van kiezen en uiteindelijk ook een zaak van geloven.
Henk van der Kooij, docent biologie aan het Ichthus College te Veenendaal, spreekt over zijn diepste motivatie als bio-docent. ‘Je kunt toch als christen geen biologie doceren zonder de Architect van al het levende te noemen? God spreekt door de natuur. Het is mijn diepste vreugde als docent om in de les te verwijzen naar die heerlijke God, die alles zo geweldig mooi heeft geschapen. Dit doe ik zo nu en dan, om leerlingen te brengen tot verwondering.’
Het thema seksualiteit heeft een duidelijke plaats in zijn lessen. Hij zegt daarover: ‘Het is zo belangrijk, zeker ook in de lessen over voortplanting, proberen te komen tot een doordenking van datgene wat zich aandient in de tijd waarin we leven. Dan zijn we bezig met een christelijk actuele les. En de praktijk heeft mij geleerd dat leerlingen zulke lessen waarderen.’
Bij het vak maatschappijleer komt het belang van maatschappelijke stage aan de orde. Het wordt in dit hoofdstuk een gouden greep genoemd om het christen-zijn in de maatschappij daadwerkelijk vorm te geven.
Ook bij het praktijkgerichte vmbo geeft Gerard Middelkoop diverse mogelijkheden om met leerlingen te werken aan godsdienstige vorming. Hij zegt hierover: ‘Ik lees ook nogal eens ’s morgens een bijbelgedeelte met ze en laat ze dan een tekst uitkiezen om te onthouden voor die dag als leefregel.’
Het boek wordt afgesloten met een uitgebreide literatuurlijst bij de essays. Een goede invulling van de levensbeschouwelijke identiteit van de school staat of valt met de intrinsieke motivatie van de docent. Identiteit is een eis van kwaliteit, waarop we elkaar binnen het bijzonder onderwijs mogen aanspreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In de dagelijkse praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken