Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over God gesproken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over God gesproken

8 minuten leestijd

Het zal weinig mensen zijn ontgaan: er is een predikant in de Protestantse Kerk in Nederland die onder veel media-aandacht een opzienbarend pamflet heeft gepubliceerd, met als titel Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. Daar is intussen al veel over gezegd en geschreven, ook in ons blad.
In het tijdschrift Beweging (winter 2007), een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, wordt in de rubriek Het Debat ook aandacht besteed aan het geschrift van ds. Klaas Hendrikse. Dr. Vincent Brümmer, emeritus hoogleraar godsdienstfilosofie aan de Universiteit Utrecht, reageert op de centrale stelling van ds. Hendrikse: ‘Atheïsme is voorwaarde om in God te geloven’. De Middelburgse predikant scherpt die stelling nog iets aan door te zeggen: een gelovig christen is een atheïst. Hij bedoelt: God kan onmogelijk bestaan op de manier waarop een appeltaart bestaat. ‘Anders uitgedrukt: God valt buiten de categorie van verschijnselen waarvoor het woord "bestaan" zinnig kan worden gebruikt.’ Dr. Brümmers stelling luidt: Gods bestaan is voorwaarde voor het christelijk geloof.’
Een fictieve God kan ik niet danken of om vergeving vragen. Een illusoire God kan niet mijn ‘schild ende betrouwen’ zijn. Ik kan niet mijn ultiem geluk vinden in de liefde van een God die niet bestaat. Het bestaan van God is daarom een noodzakelijke vooronderstelling voor de spiritualiteit en de levenshouding van een christen. In die zin kan een christen niet een atheïst zijn. De waarheid van de vooronderstelling dat God bestaat is voor een christen buiten kijf.

Dr. Brümmer gaat vervolgens in op het woord ‘bestaan’. Wat betekent het om van iets te zeggen dat het bestaat? Wel, ‘God bestaat niet als een mogelijk object van onze waarneming maar als het adres van onze gebeden en de spil van ons leven. God is niet een onderdeel van onze waarneembare wereld. Het is daarom geen wonder dat de eerste astronaut, Juri Gagarin, God niet kon zien op zijn tocht door de ruimte (…) God is niet een object onder de objecten. Hij is niet een ding onder de dingen. Wij kunnen niet op deze wijze over God denken of over God spreken’, aldus dr. Brümmer.
In die zin zal een christen het ‘bestaan’ van God ontkennen en is een christen dus wel een ‘atheïst’. Als dit de bedoeling van dominee Hendrikse is met zijn stelling, dan heeft hij gelijk. Dan zegt hij niets nieuws dat niet door de eeuwen heen al door christenen gezegd is. Hoewel het bestaan van God geen verschil maakt voor wat wij kunnen zien, maakt het echter heel veel uit voor wat wij kunnen doen. Wij kunnen ‘voor zijn aangezicht staan en tot hem spreken’.
Wij kunnen in verbondenheid met hem leven en de zin van ons leven aan deze verbondenheid ontlenen. Zijn bestaan is de noodzakelijke vooronderstelling die de spiritualiteit en de levenshouding van een christen mogelijk maakt. Een christen kan deze vooronderstelling daarom niet ontkennen. In die zin is een christen dus niet een ‘atheïst’. Als dit is wat dominee Hendrikse bedoelt met zijn stelling, dan heeft hij ongelijk
.

In het blad De Reformatie (weekblad dat verschijnt in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt) wijdt prof.dr. B. Kamphuis een reeks artikelen aan het boek van ds. Hendrikse. Ik citeer het slot van zijn tweede artikel, verschenen in de uitgave van 26 januari. Dr. Kamphuis belicht daarin de manier waarop wordt omgegaan met de Bijbel en de belijdenis en vooral zijn visie op de betekenis van Jezus Christus.
Daarmee ben ik toegekomen aan het pijnlijkste van heel het boek: Jezus Christus speelt er geen rol in. Daar is Hendrikse volstrekt duidelijk over, al aan het begin van het boek. Hij heeft geen christelijk boek geschreven: ‘De kerkelijke fixatie op Jezus zie ik als een dwaalspoor’ (23). Het is dan ook niet toevallig dat hij zich vooral beroept op het Oude Testament, ook al gaat hij ook daarmee nog heel selectief om. Aan het eind van het boek komt hij daarop terug. In de kerk die hij voor ogen ziet, krijgt Jezus het ‘af en toe zwaar te verduren. Hij krijgt de plaats die hem toekomt tussen zijns gelijken zoals Boeddha, Socrates, Confucius, Ghandi of Albert Schweitzer’ (199).
Eigenlijk hoeft daar weinig aan te worden toegevoegd. ‘Geloven in een God die niet bestaat’ is geen christelijk boek. Het is geschreven door een predikant die geen christelijke predikant is en die het zijn kerk verwijt dat ze nog altijd een christelijke kerk wil zijn. Ik denk dat de Protestantse Kerk er niet omheen kan een heel duidelijk antwoord te geven op de vraag, of voor zo’n predikant ruimte is in haar midden.
Het boek van Hendrikse heeft mij bevestigd in de overtuiging dat de vraag naar het bestaan van God niet te beantwoorden is zonder het noemen van de naam van Jezus Christus. ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen’ (Joh. 1:18). Wie Jezus op zijn plaats zet bij Boeddha en al die anderen, komt inderdaad uit bij een God die niet bestaat. Maar Jezus zegt zelf: ‘Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ (Joh. 14: 9). Van het atheïsme verlost alleen Jezus Christus.

Ten slotte nog een heel persoonlijke reactie van dr. P.J. Visser, zoals die te lezen stond in het blad Kerk in Den Haag. De redactie had ds. Visser gevraagd om als een ‘orthodoxe tegenstem’ ook te reageren. Graag gaat hij daarop in, omdat hij vindt dat het debat over dit boek veel meer publiek zou moeten worden gevoerd. Juist ook omdat ds. Hendrikse ‘bij lange na niet de enige atheïstische dominee is’. We moeten zijn stellingen serieus nemen, aldus ds. Visser, ‘omdat hij zich opwerpt als degene die voor mensen die al langer niet meer in een persoonlijke God konden geloven, hét antwoord heeft’.
Ik geef een eerste reactie. Hendrikse schreef met vuur en verve. Voluit overtuigd van eigen vrijzinnig gelijk. Maar hij doet intussen in steilheid van ‘zijn leer’ voor orthodoxe dominee niet onder. Het is zoals Hendrikse zegt. En niet anders. Jammer voor al die gelovigen van gisteren en eergisteren. En voor profeten en apostelen ten tijde van de Bijbel. Die maakten volgens hem een historische vergissing. Door te geloven in een bestaande God. Hadden ze gedroomd, zegt Hendrikse wat grimmig. Maar wacht eens … dat is het misschien … dat hele geloof. Een droom … op grond van opgedane ervaringen. Ineens zijn we eruit: God bestaat niet echt meer, maar mag nu wel weer. Graag zelfs.
Ik vroeg mij af: Zou Hendrikse nooit het gevoel hebben dat hij echte twijfelaars met een kluitje in het riet stuurt? Uw twijfel …? Sorry, totaal niet nodig …! Waar u aan twijfelt, bestaat niet eens. Is dat even een opluchting. Of gaat dat te makkelijk? Zeker voor weldenkende mensen.
Intussen – al zal dat menigeen verbazen – kan ik Hendrikse maar wat goed begrijpen. Dat je maar niet geloven kunt, in een persoonlijke God die IS. Die tot je spreekt, je lief heeft en leidt. Bestaat niet, heb ik zelf ook keer op keer gedacht. Het werd een existentiële worsteling. Met God (als die bestond ten minste) om God (of Hij er werkelijk is). Ik kon het zelf onmogelijk meer bedenken, hoeveel mij ook met de paplepel ingegoten was. In ervaringen, jazeker. Maar uiteindelijk beslissend en doorslaggevend en overtuigend. Ik zeg het met terughoudendheid: zoals Abraham ooit. U weet wel, dé vader van alle gelovigen.
’t Is niet bedacht, maar geopenbaard. Intussen de grond onder mijn bestaan, als gelovige en dominee. Ik hecht en heb daar méér aan, dan wat Hendrikse ervan maakt. Ik las zijn manifest geboeid, nieuwsgierig naar zijn antwoord. Gaandeweg verbaasde het me echter al meer, dat hij niet verder kwam dan wat hij van huis uit meekreeg. En hij vanuit dat ‘geloof ’ de Bijbel naar zijn hand zet.
Ik vind dat we er in alle ernst met elkaar over moeten praten. Juist omdat wat Hendrikse van God ‘bakt’, nog minder is dan de ‘appeltaart’ die de kerk er volgens hem van maakt. God is slechts een idee, een gedachte. Waaraan wat body wordt gegeven door het ‘een gebeuren’ te noemen.
Kort samengevat kwam ik niet verder dan: God is iets dat niets is en daarom niets voorstelt. Ik vraag me af, wie daarmee geholpen is. De kerk in ieder geval niet. En de wereld nog minder. Die had allang zoiets bedacht.

Toen in de negentiende eeuw het modernisme in de theologie doorbrak, raakte een aantal predikanten theologisch en geestelijk in de problemen. Ze legden uiteindelijk daarom hun ambt neer. Eén van hen was Conrad Busken Huet, Waals predikant in Haarlem. Hij had ook een boek gepubliceerd (Brieven over den Bijbel) en was daarin zeer kritisch over de inhoud van de Bijbel.
Waarom legde hij zijn ambt neer? Omdat hij het niet verantwoord achtte het geloof van de christelijke gemeente verder te ondermijnen met zijn ongeloof-theorieën. Later heeft hij zijn spijt betuigd dat hij velen het eenvoudige en oprechte geloof had ontnomen of in ieder geval voor veel geestelijke onrust had gezorgd. Hij werd, om voor vrouw en kind te kunnen zorgen, journalist bij de Opregte Haarlemsche Courant.
Zou het niet eerlijker zijn bij zoveel inhoudelijke en fundamentele kritiek op het belijden van de kerk der eeuwen een soortgelijke stap te overwegen? Er verschijnt in Zeeland een zeer respectabel dagblad, de PZC. Wie weet, is er ook daar plaats voor de Busken Huet van de 21e eeuw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Over God gesproken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken