Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vrijwillige bijdragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrijwillige bijdragen

Bijbeltekst begrepen

4 minuten leestijd

Bij de berg Sinaï vervaardigde het volk Israël een woning voor de HEERE. In deze tabernakel verwerkte het edele metalen zoals goud, zilver en koper, diverse stoffen en dierenhuiden, evenals flinke hoeveelheden hout. Waar haalden ze dat allemaal vandaan?

Wanneer we in Exodus 25-30 het bestek voor de tabernakel doorlezen, raken we onder de indruk van de materialen die nodig zijn. De tent krijgt een lengte van ongeveer vijftien meter. De wanden bestaan uit planken van acaciahout, die verticaal op zo’n honderd zilveren voetstukken staan. Het hout wordt overtrokken met goud. Doeken in rode en blauwe kleuren en kleden van dierenhuiden bedekken het hele bouwwerk.
In het heiligdom komen voorwerpen te staan van goud: de tafel der toonbroden, de zevenarmige kandelaar, het reukofferaltaar en de ark met het verzoendeksel en de engelenfiguren. Buiten staan het koperen wasvat en het kolossale koperen brandofferaltaar.

Oude belofte
De Israëlieten waren in Egypte arme slaven en nu trekken ze te voet door de woestijn. Hoe zullen ze aan al die spullen zijn gekomen? Op deze vraag is een eenvoudig antwoord te geven: de HEERE Zelf heeft gezorgd dat die er waren. Voordat ik daar meer over schrijf, moeten we Hem deze eer geven. Alles wat de HEERE van Zijn volk vraagt, heeft Hij Zelf hen toegeschikt. Om te beginnen hebben de Israëlieten van de Egyptenaren goud, zilver en kleren meegekregen. Volgens Exodus 12:35-38 heeft het volk deze opmerkelijke gunst te danken aan de HEERE. Hij loste hiermee een oude belofte in (Gen. 15:14; Ex. 3: 21-22). Zo trok een menigte van 600.000 mannen met hun vrouwen en kinderen zeer rijk beladen de woestijn in. Met vers 20 van Psalm 105 (berijmd) zingen wij nog steeds God de lof toe voor dit wonderlijke schouwspel.

Acaciahout
Nadat de gouden oorringen zijn weggegeven voor het gouden kalf, is er blijkbaar nog voldoende goud over voor de tabernakel. Op verzoek van God geven de mensen van hun bezittingen een vrijwillige gave. Wie iets van de benodigheden heeft, stelt dat gewillig ter beschikking. Handige vrouwen spinnen de kleden en de leidslieden schenken edelstenen. Het is ontroerend in Exodus 35:20-29 te lezen hoe iedere Israëliet met liefde zijn eigen steentje bijdraagt. Men brengt zelfs veel meer dan nodig is en Mozes ziet zich genoodzaakt een inzamelstop af te roepen (Ex. 36:4-7). Dit betekent niet dat men al deze materialen uit Egypte heeft meegenomen. Hoewel je met 600.000 mannen heel wat kunt meesjouwen, is een lading planken en balken niet het eerste waar wij aan zouden denken. Dr. C. Houtman schrijft dat in de Sinaï- en Negev-woestijn twee soorten van de acaciaboom groeien. Dit duurzame hout was in de regio dus voorhanden en daar sluit de HEERE Zijn voorschriften bij aan.
Voor de kleden kon men gebruik maken van de wol en de huiden van het vee. Verder komt in de goederenlijst het Hebreeuwse woord tachas voor (SV: dassenvellen). Waarschijnlijk duidt dit op een zoogdier dat leeft in zee: een doejong of zeekoe. Dit dier kwam veelvuldig voor in de Golf van Aqaba ten oosten van de Sinaï. Bedoeïenen gebruikten eeuwenlang zijn huid voor het vervaardigen van sandalen. Het is niet onwaarschijnlijk dat de Israëlieten verschillende producten hebben gekocht van langstrekkende handelskaravanen.

Goede werken
Op veel vragen naar de praktische gang van zaken geeft de Bijbel geen antwoord. Het is informatie die niet van belang is voor de boodschap of de lijn van de vertelling. In ieder geval moeten we het leven in oude tijden ons niet al te primitief voorstellen. Antieke schrijvers maken melding van enorme tenten van Perzische vorsten, vol pracht en praal. Deze paleizen konden worden ontmanteld en getransporteerd. De Geest van God heeft ook in Israël gaven uitgedeeld van wijsheid en vakmanschap, die men heeft aangewend voor de dienst des HEEREN (Ex. 35:30-35). In de nieuwe bedeling is de gemeente van Christus de woning van God. En wat zien we? Hier komt een moslim tot geloof in Jezus. Daar schrobt een vrouw de kerkvloer uit liefde tot God. Ginds bezoekt een christen trouw een eenzame man. Waar komen die levende stenen vandaan, versierd met goede werken? Daar heeft God Zelf voor gezorgd. ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.’ (Ef. 2:10). Omdat de Heere geeft wat Hij vraagt, doen wij wat Hem behaagt.

'Want van de stof daarvan was genoeg tot het gehele werk dat te maken was, ja, er was over.' (Ex. 36:7)

Vragen voor de rubriek ‘Bijbeltekst begrepen’ kunnen worden ingestuurd naar de redactie (adres zie colofon op pag. 5) of gemaild naar geref.bond@tiscali.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vrijwillige bijdragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken