Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vrede bij God

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrede bij God

Meditatie: Romeinen 5:1-11

4 minuten leestijd

Wij dan, gerechtvaardigd zijnde … De rechtvaardiging van de goddeloze is een centraal thema in de brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Rome. Het was ook het thema van de Reformatie.

'Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus.'

Paulus had eerder opgetekend dat geen vlees gerechtvaardigd zal worden uit de werken der wet (3:20) en dat de mens alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt. Daarna spreekt hij over de vrúcht der rechtvaardiging: ‘Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus.’
Naar die vrede bij God heeft ook Luther gezocht. Voor hem was de vraag van zijn hoofd en hart: hoe krijg ik een genadig God. Hij wist wel van een rechtvaardig God, maar hij beefde voor dat woord ‘rechtvaardig’ – zelfs zegt hij dat hij dat woord ‘haatte’.
Immers, de rechtvaardigheid Gods eist, straft. God kan in Zijn volkomen rechtvaardigheid niet anders dan de zondaar straffen in Zijn toorn. Om het met de latere Dordtse Leerregels te zeggen: ‘Zijn gerechtigheid (gelijk Hij Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft) vereist dat onze zonden, tegen Zijn oneindige Majesteit begaan, niet alleen met tijdelijke, maar ook met eeuwige straffen, beide naar ziel en lichaam, gestraft worden; welke straffen wij niet kunnen ontgaan, tenzij aan de gerechtigheid Gods genoeg (genoegdoening) geschiede’ (II, 1).

Machteloze ziel
Luther herkende zich in de machteloze ziel, die zichzelf aftobt om het goed te maken met God, maar het Schriftwoord in zijn binnenste moet onderschrijven: ‘Er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe’ (Rom. 3:10-12).
Totdat de Heere hem in zijn zielenworsteling het licht deed opgaan vanuit de tekst van Romeinen 1:17: ‘Want de rechtvaardigheid Gods wordt in (het Evangelie van Christus) geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’
Luther mocht ontdekken dat het hier gaat over Gods schenkende gerechtigheid in de Heere Jezus Christus, die ons door het geloof wordt toegerekend. Die ontdekking deed hem spreken van een geopende deur naar het paradijs.

Diep en onverstoorbaar
Vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus. Dat is geen vrede die de wereld leert. Het is geen tijdelijke vrede, maar dé vrede, die gegrond is in het volbrachte middelaarswerk van de Zaligmaker. Het is de eigenlijke, ware vrede, diep en onverstoorbaar, omdat zij rust in de verzoening die eens en voorgoed is aangebracht door Jezus Christus. Daarom kan Paulus ook elders zeggen: ‘Hij is onze vrede’ (Ef. 2:14). En: ‘Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het Bloed Zijns kruises …’ (Kol.1:20 en 21).
Vrede bij God staat in een direct verband met het verzoend zijn met God (vs.10): herstel van de verstoorde verhouding met God. Die verhouding wordt niet langer gekenmerkt door vijandschap en toorn (vs.9), maar door vrede en liefde (vs.5): ‘Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren’ (vs.8).

Roepen
In deze dagen staan wij stil bij het geboorte-uur der Reformatie. De worsteling van een ziel die gebukt gaat onder de ondraaglijke last van de schuld voor God, die niet is verzoend. Van de ziel die aanvaardt dat Gods oordelen rechtvaardig zijn. Die weet van het eisende recht Gods, Die in Zijn volkomen rechtvaardigheid de zonden haat en straft.
De apostel Paulus spreekt in de wij-vorm over krachtelozen (vs.6), goddelozen (vs.6), zondaars (vs.8), vijanden (vs.10). Wij zijn in onze verdorven natuur niet alleen onmachtig, krachteloos, maar goddeloze zondaren, vijanden van God. Als wij aan die diepe ellende worden ontdekt, gaan wij roepen om een genadig God. Dan wil de Heere naar Zijn belofte in Zijn aanbiddelijke goedheid het licht schenken. Dan maakt Hij door het geloof onze banden los en zet ons in de ruimte der vrijheid van de kinderen Gods, en gaan wij ‘roemen in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening verkregen hebben’ (vs.11).
'Dan zal mijn mond, met zangstof weer vervuld, Uw heilig recht, gepaard met goedheid, roemen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vrede bij God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken