Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een kruikje manna

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een kruikje manna

Meditatie: Exodus 16:33

4 minuten leestijd

De tweede woensdag van maart staat in het teken van de biddag voor gewas en arbeid. Bekend, vertrouwd, maar ook nodig. Meer dan ooit is nodig het vertrouwend opzien tot de Heere, onze God, Die niet beschaamd maakt.

Neem een kruik en doe een gomer vol manna daarin en zet die voor het aangezicht van de HEERE, tot bewaring voor uw geslachten.’

Lente moet het officieel nog worden, maar biddag of bidstond heeft in de meeste gemeenten al plaats gehad. Wat heeft deze dag ons te zeggen? Niet anders dan dat we goed beseffen dat ons dagelijks brood geen zaak is van menselijke factoren, van machines en computers, maar een zaak van onze God.
Exodus 16:33 spreekt daar over. Heel eenvoudig, maar wel nadrukkelijk. Op Gods bevel geeft Mozes opdracht aan Aäron: ‘Neem een kruik met manna en zet die voor het aangezicht van de Heere.’ Hij moet een dagrantsoen van een Israëliet in een kruik voor de ark neerleggen in de tabernakel. Dat moeten we niet zien als curiositeit, zoals mensen ’s zomers hagelstenen in de diepvries bewaren. Nee, het is nadrukkelijk een opdracht van God Zelf. Israël moet het brood zien dat de Heere in de woestijn te eten gaf, en niet leven van de hand in de tand.

Blijvende preek
Bij het zien van het brood uit de hemel, gaat het om de God des hemels. Het is een blijvende prediking voor het volk. Tegenover miskenning van Gods liefde staat Zijn bescherming. Hier vraagt Hij om erkenning: ‘Het is Mijn hand, Die u het leven gaf en onderhield tot nu toe.’ Daarom moeten we elke dag opnieuw leren leven van het wonder uit Gods hand. Dat moest niet alleen Israël leren, maar dat moeten wij ook.
In het manna schittert de liefde van God tot zondaren. En daarom moet dat kruikje manna, een dagrantsoen, door de handen van de hogepriester – die ook het bloed der verzoening op het verzoekdeksel van de ark sprenkelde – daar neergezet worden.
Bidden om brood doe je niet zomaar, los van het geloof. Uit een algemeen gevoel van afhankelijkheid, zonder de troost van het vertrouwen. Om dat laatste gaat het. Omdat we weten van Christus’ bloed tot bedekking van de zonden mogen we onze zorgen en die van deze gebroken wereld in Gods genadehand aanbevelen. Daartoe zijn we zelfs geroepen. De Heere wil immers niet dat ons dagelijks brood – onze arbeid, zorgen, kortom, heel dat menselijk leven – wordt tot een groot probleem. Zinloos. Nee, onze dagen zijn Gods dagen. Toen en nu. Daarin ligt veel troost.

Tegenwoordig
Eén gomer manna in een kruik op de plaats waar God woont. Eén gomer (3, 6 tot 4 liter) per dag en de troon van de Heere. Moeten die nu zo nodig aan elkaar verbonden worden? In al die dagelijkse dingen gaat het toch alleen maar om geluk of pech hebben? Onze tijd maakt het ons soms moeilijk om de dingen op de goede manier te zien; wat bij elkaar hoort wordt uiteengerukt.
In de tabernakel staat een simpele kruik manna. Israël mag geloven dat het dagelijks brood zo belangrijk is dat het mag staan in de schaduw van Gods troon. Israëls noden en zorgen zijn door die ene kruik manna bij God tegenwoordig. ‘Hier hebt u het.’ God weet wat elk op aarde behoeft. Geen ding is te groot of te klein. Gij dan bidt aldus: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’

Belofte
In dat kruikje manna ligt ook een belofte. Israël mag niet vergeten wat de Heere in de woestijn deed. Straks, in het beloofde land, zullen ze zelf koren verbouwen. Maar ook dan mogen ze niet vergeten wat God in de woestijn deed. Ook dan hebben ze nodig te weten van het wonder van Gods zorg in de woestijn. Er ligt een waarschuwing in tegen zelfgenoegzaamheid, tegen het gearriveerde leven. ‘Weet u nog toen u dagelijks de tent uit moest om brood uit de hemel te verzamelen?’
Laten we niet vergeten dat nu, in deze wereld van techniek en elektronica, in de jacht naar ‘meer’, deze boodschap nog even belangrijk is. De Heere wil niet alleen nodig zijn in noodgevallen. Christus Zelf wees erop en vertaalde het naar de tijd van Zijn gaan onder Israël: ‘Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal.’

De belofte wordt een teken; het teken een belofte. Want bij Hem alleen is het volle, rijke, gezegende en zegenende leven voor ons en onze kinderen te vinden. Bij Hem, Die sprak: ‘Ik ben het Brood des levens.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een kruikje manna

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken