Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Politieke (on)macht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Politieke (on)macht

Signalement

4 minuten leestijd

W at door velen al maandenlang werd verwacht, gevreesd dan wel gehoopt, gebeurde in de nacht van 18 op 19 februari. Het kabinet bezweek na drie jaar aan innerlijke tegenstellingen.

De homogeniteit binnen het kabinet – een eerste vereiste – stond al een tijdlang, misschien wel vanaf het begin onder druk. Nederland is

vertrouwd met coalitiekabinetten. Dat betekent dat politieke partijen een kabinet moeten vormen ook al hebben zij elkaar in voorafgaande verkiezingstrijd fel bestreden. De kunst en opgave is die strijd in het kabinet niet in verhulde vorm voort te zetten en als leden van

het kabinet ook niet te veel naar de afzonderlijke coalitiefracties om te zien.

Weeffout?

Het is zeer de vraag of het wijs is geweest om de politieke partijleiders plaats te laten nemen in het kabinet. Een weeffout? Basis voor de samenwerking moet zijn de gemaakte afspraken bij de formatie, onderling vertrouwen en het besef dat landsbelang eenheid van optreden vraagt, wat het brengen van offers kan betekenen.

Drie jaar geleden deed zich een situatie voor die we sinds begin jaren zeventig niet meer gekend hadden: een kabinet met twee partijen die zich voor hun politieke uitgangspunten oriënteren aan de Bijbel. Met de PvdA als derde partner konden CDA en ChristenUnie bogen op een meerderheid van tachtig Tweede Kamerzetels. Wel was van meet af aan duidelijk dat de CU met zes zetels bij de formatie betrokken werd omdat CDA en PvdA samen over niet meer dan 74 Kamerzetels beschikten – en niet vanwege het christelijke karakter van de CU.

Christenen van gereformeerde huize hebben de nodige verwachtingen ontleend aan de deelname van de CU in combinatie met het CDA en waren dankbaar voor de kans die werd geboden.

Cruciale positie

Zo kwam tot stand wat wel genoemd is het ‘VU-kabinet’. De

vraag is wel of voldoende in rekening is gebracht hoe hard de politieke realiteit meestentijds is en of men zich voldoende heeft gerealiseerd hoe moeilijk het sowieso is om bestaand beleid bij te sturen, zeker in een land van politieke minderheden, zelfs bij een verdeel-

de oppositie. De vraag is ook of met name de CU, die toch een zekere euforie over de mogelijkheid van juist deze coalitie uitstraalde – hetgeen van durf getuigde – zich voldoende heeft gerealiseerd aan welk waagstuk ze begon.

Het aanvaarden van verantwoordelijkheid valt te prijzen, mits beseft wordt dat de betrokkenen zich aan verantwoordelijkheid kan vertillen. Getalsmatig nam de CU weliswaar een cruciale positie in; een gegeven dat een zekere machtspositie suggereert. Die positie is volgens sommige commentatoren onvoldoende benut. De indruk bestaat dat de CU zichzelf als bindende en bemiddelende factor heeft opgesteld tussen de beide grote jongens, tot en met tijdens de kabinetscrisis.

Teleurstelling

Uit de eerste reacties van nietchristelijk, seculier Nederland op de deelname door de CU aan het kabinet bleek destijds een onverhulde afkeer van de mogelijke politieke inbreng die op bijbelse uitgangspunten zou zijn geba-seerd. De zozeer beleden en geprezen tolerantie en het democratisch besef konden niet verhinderen dat de inbreng van de CU in de samenleving en in de Tweede Kamer met argusogen werd gadegeslagen en soms met weinig faire oppositie tegemoet werd getreden.

Al met al moet één van de conclusies, denk ik, zijn dat, mede doordat de kabinetsperiode voortijdig is afgebroken, de verwachtingen van christelijk ‘gereformeerd’ Nederland wat betreft de invloed van het christelijk getuigenis als machtsfactor niet bewaarheid zijn geworden. Mogelijk is zelfs sprake van teleurstelling (vergelijk de populariteit van VS-president Obama).

Kleine dingen

Dit neemt niet weg dat voor het eerst sedert lange tijd tot op kabinetsniveau gestreden is over de vraag welke implicaties met het christelijk getuigenis verbonden kunnen zijn in de dagelijkse, weerbarstige politieke praktijk. Grote daadwerkelijke en blijvende veranderingen ten goede konden niet worden gerealiseerd. Sommige veranderingen ten kwade zijn mogelijk deels voorkomen, althans even uitgesteld. De kleine dingen moeten we niet verachten.

De volstrekte minderheidspositie waarin christelijk Nederland al jarenlang verkeert, kan slechts tot de grootst mogelijke bescheidenheid manen wat betreft verwachtingen over politieke invloed.

Van macht moet het christelijk getuigenis het niet hebben. Van een machtsspel gaat ongemerkt een corrumperende invloed uit. Ook in wat genoemd wordt ‘het centrum van de macht’ kun je moeten constateren onmachtig te zijn. De verleiding om dat te vergeten is telkens aanwezig. Laten we in de spiegel kijken en ons eenvoudig houden bij de aansporing: Bid en werk.

G. Holdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Politieke (on)macht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken