Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat te doen met Wilders

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat te doen met Wilders

7 minuten leestijd

‘P VV-aanhang in kerken blijft beperkt’, kopte het Nederlands Dagblad in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Een conclusie die gebaseerd werd op een enquête onder predikanten. Eerder schreef Elsevier dat de PVV de ‘tweede christelijke partij van Nederland’ is.

Welke van deze twee waarnemingen juist is moet op 9 juni blijken, als bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer het hele land op de PVV kan stemmen.

De vraag die zich aandient is: hoe om te gaan met de PVV? Moet de kerk stelling nemen, en zo ja op welke manier dan? En is er wel voldoende oog voor het onbehagen dat achter de groei van de PVV zit? Woord& Dienst (26 februari) sprak in het Haagse Laakkwartier onder anderen met ds. Rob van Essen.

Het Laakkwartier is een grote wijk, nog net geen Vogelaarwijk, met mensen van veertig verschillende nationaliteiten. Met zijn collega’s in Den Haag Midden beraadde Van Essen zich over de reactie van de kerken op de komst van de PVV.

‘Ook in onze wijk is de aanhang voor de PVV groot, dat baart mij zorgen, ik vrees de afbraak van veel sociale voorzieningen wanneer de PVV het mede voor het zeggen krijgt. Juist de ontmoeting tussen verschillende culturen, waar de kerk zich juist voor inzet, komt dan onder druk te staan.

Wat wij als predikanten zeker niet wilden, was een kanselboodschap à la de jaren zeventig waarin de kerk vertelt wat mensen wel en niet moeten stemmen.

Tegelijk was de vraag: Wat doen wij wel? Zwijgen was geen optie. Kerken staan voor een aantal kernwaarden, vanuit het evangelie: naastenliefde, mededogen, gerechtigheid. Evangelische waarden, die van invloed kunnen zijn op je stemgedrag. Daarover gaan wij artikelen schrijven in de verschillende wijkbladen in Den Haag Midden. En zonder specifiek over de gemeenteraadsverkiezingen te preken, zullen wij ook in de verkondiging deze waarden belichten.

Het leesrooster geeft daar alle gelegenheid voor: Exodus. Maar we willen geen goedkope inkoppertjes. Vorige week preekte ik over de twee vroedvrouwen, Sifra en Pua, uit Exodus 1. De farao maakt zich zorgen over de snelheid waarmee het volk zich vermenigvuldigt.

De vergelijking is snel gemaakt. Sommige mensen worden ook bang wanneer in hun wijk steeds meer vreemde mensen komen wonen. Die angst moet je niet proberen weg te praten door te zeggen ‘u mag niet bang zijn’. De farao spreekt over ‘ons volk’ en ‘dat volk’, wij, zij. Uitgerekend hij is de eerste die Israël een volk noemt. Daar gaat het mis: dat volk, die Turk, die moslims, wij Nederlanders. (…)’

Kiezersonderzoek geeft de PVV veel aanhang in protestantse kerken, die lijkt voort te komen uit angst voor dat andere geloof, de islam. Van Essen: ‘Onze kerkelijke vrijwilligers zijn uitstekende mensen, die al een leven lang in Laak wonen en niet vluchtten toen de wijk verkleurde. Zij zeggen: ‘Wij doen ontzettend ons best om met islamieten in contact te komen, maar de liefde moet voortdurend van onze kant komen. Wij gaan voor een feest naar de moskee, maar als wij hen uitnodigen, horen wij: ‘Wij komen niet in de kerk want dat mag niet van Allah.’ En tegelijk daar achteraan: ‘Maar wij gaan geen Wilders stemmen, hoor!’ Vanuit hun dagelijkse contacten weten ze goed dat het beeld dat Wilders van moslims schetst een karikatuur is.

Ik ben niet bang voor de PVV. Het zal deze partij net zo vergaan als de Boerenpartij of de Lijst Pim Fortuyn. Die partijen imploderen na verloop van tijd, door intern geruzie. De politiek heeft altijd een onderstroom van ontevreden mensen gekend, maar de gevestigde partijen onderkennen dat onvoldoende.

In de jaren zeventig stond ik in de Indische buurt in Amsterdam. Ik tekende bezwaar aan dat mijn gemeenteleden, die naar Janmaat lonkten, werden uitgemaakt voor fascisten. Het waren juist trouwe PvdA-stemmers, die uit wanhoop op de Centrumdemocraten stemden. In die tijd schreef ds. A.A. Spijkerboer, ik meen in Woord& Dienst: ‘De progressieve lieden die hun staf breken over de mensen in de arbeiderswijken moeten eerst de huiskamer van hun villaatjes in Bussum met een houten schot in tweeën delen, om aan de andere kant een Turkse familie te kunnen herbergen.’ (…)

‘Ik ken ook mijn onderbuikgevoelens, hopeloze momenten dat het nooit goed komt. Juist dan is het mijn evangelische spiritualiteit die mij doet realiseren: hoe zou ik behandeld willen worden als ik als vreemde in deze stad zou komen wonen? Je hoort als kerk niet bij het establishment, maar bij de mensen die in de knel zitten. Dat zijn in andere tijden en andere plaatsen steeds weer andere mensen. Dat zijn nieuwkomers, maar ook de vijfenzeventig jaar oude dame die haar trappenhuis ziet verkleuren.’

In november organiseerde de IKON de conferentie ‘Pastoraat en populisme’. In de Waagschaal (20 februari) – tijdschrift voor theologie, cultuur en politiek en voortzetting van het in 1945 door K.H. Miskotte opgerichte gelijknamige blad – publiceerde enkele bijdragen van die dag. Hier volgen enkele van de zes stellingen die de predikanten Coen Wessel en Wessel ten Boom presenteerden over het populisme.

Het huidige populisme in Nederland is een ernstig signaal dat onze maatschappij is ontregeld. Deze ontregeling gaat gepaard met gevoelens van angst, agressie, machteloosheid, verlies aan vertrouwdheid en perspectief, en is in de eerste plaats te duiden als een ‘representatiecrisis’.

De opkomst van Fortuyn en zijn ‘verweesde samenleving’, met in zijn voetspoor Wilders en Verdonk, laat zien dat

een grote groep van de bevolking zich in de steek gelaten voelt door de leidinggevende ‘ideologische instanties’ in ons land, zoals de overheid, de politiek, de media, de kerken, het onderwijs, de gezondheidszorg en het buurtwerk; er is naar hun gevoel ‘niemand meer die voor hen opkomt’. Deze overtuiging is als de vraag van Job naar een rechtvaardige God niet alleen pastoraal maar ook ‘existentieel’ volstrekt serieus te nemen.

Onder de kiezers van populistische partijen zit angst voor het vreemde, voor het andere en in het verlengde daarvan ook racisme. Maar wie in de kiezers van deze partijen alleen verwerpelijke racisten of kleinburgerlijke angsthazen kan zien, redeneert geheel volgens de logica van de heersende markt dat iedereen alleen voor zichzelf verantwoordelijk is. (…)

De vraag naar de integratie van moslims in Nederland is een terechte vraag die achter het racisme zijn recht behoudt. Deze vraag reikt verder dan economische, politieke of juridische integratie. Zij gaat ook over de vraag in hoeverre moslims in staat en bereid zijn met hun ziel te integreren, dus een onderdeel te worden van de Nederlandse identiteit (…)

Jezus Christus is gestorven voor alle mensen. Hij is het licht der wereld, die de scheidsmuur tussen Jood en heiden heeft afgebroken. Dit geldt voor christenen, voor moslims, voor autochtonen en allochtonen, voor racisten en niet-racisten: in Hem zijn wij allen. De kerk van Jezus Christus is in deze eenheid van het kruis gegrond en is geroepen om haar gestalte te geven. Wil zij aan deze roep gehoorzamen, dan zal zij niet zozeer dit veelkleurig visioen moeten blijven herhalen in voorbijgaan aan een deel van haar eigen leden, als wel zelf de weg van het offer van de integratie tot één lichaam moeten gaan. Om te beginnen van populisten en antipopulisten binnen zichzelf.

In kerkelijke kring wordt de opkomst van de PVV – terecht – met bezorgdheid bezien. Dat is in de breedte van de Protestantse Kerk op zichzelf niet nieuw; het populisme van Wilders wordt vaak scherp veroordeeld.

Verder (zie het ND) wordt geconcludeerd dat ‘Geert’ niet erg leeft onder gemeenteleden. (In hoeverre zegt dat trouwens iets over de sociale ‘lagen’ waaruit gemeenten zijn samengesteld? ) In bovenstaande bijdragen wordt echter óók aandacht gevraagd voor achterliggende oorzaken: het gevoel in de steek gelaten te zijn en het onbehagen van een verweesde samenleving.

In een confrontatie met het populisme vanuit de Schrift en de christelijke traditie is het noodzakelijk de achterliggende probleemstelling serieus te nemen. Het Evangelie wil ingaan in onze concrete werkelijkheid.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wat te doen met Wilders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken