Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat kan ikzelf betekenen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat kan ikzelf betekenen?

Meewerken aan opbouw van gemeente

6 minuten leestijd

In een interview zei de Nederlandse presentatrice Catharine Keyl eens dat zij niet van de kerk houdt. Waarom niet? Ze wil vrijheid en heeft een hekel aan groepsdruk. Vandaar dat de gemeenschap binnen de kerk haar daarom afstoot.

M isschien herken je hier als jongere wel iets van. Veel jonge mensen leggen bij de openbare belijdenis alle nadruk op het persoonlijk geloof in de Heere. Maar de kerk, de gemeente? Die hoeft misschien niet zo nodig. Daar heb je mogelijk ook kritiek op.

Toch heeft je belijdenis ook te maken met je medegelovigen. Je staat er niet alleen voor. De Heere Jezus vergadert voor Zich een gemeente. Door je belijdenis word je ook bewust lid van je gemeente. En van je kerk.

Niet privé

Hoort de gemeente er bij? Natuurlijk! De gemeente is niet door mensen bedacht, maar door God. Dat zie je in Handelingen 2 op het Pinksterfeest. De Heilige Geest wordt uitgestort. Ongeveer 3000 mensen komen tot geloof in de Heere Jezus. Blijven zij daarna op zichzelf staan? Welnee. Het geloof is wel persoonlijk maar niet privé.

Al die gelovigen vormen samen een gemeenschap. Zij komen elke dag bij elkaar. Natuurlijk niet met 3000 tegelijk, maar in huizen (Hand.2:46). Kerkgebouwen zoals wij die kennen waren er nog niet. De gemeente is er dan ook door de kracht van de Heilige Geest. We spreken dat daarom ook uit in de twaalf geloofsartikelen. Na het belijden van de Heilige Geest volgt direct: ‘Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.’ De kerk is er door toedoen van de Heilige Geest.

Zak knikkers

Hoor ik bij de gemeente? Natuurlijk! Hoewel? In gesprek met jou zou ik vragen wat je geloofsbelijdenis voor je inhoudt. Misschien zeg je dat je bewust gaat behoren tot je gemeente. Misschien zeg je meer over je persoonlijk geloof in de Heere. En mogelijk heb je ook nog wel kritiek op je gemeente. Die kritiek hangt er meestal mee samen dat niet alle gemeenteleden denken zoals jij.

De gemeente is geen zak knikkers die allemaal een eigen kant uit rollen. Je bent aan elkaar gegeven. Kerk zijn is niet alleen: wat kan ik er halen? Maar ook: wat kan ik er brengen? Wat kan en mag ik betekenen voor een ander?

Dit bijbelse principe gaat in tegen de hedendaagse trend van: ik leef voor mij en jij leeft voor jou. Als volk van God ben je op elkaar aangewezen. Daarom heb je ook de opdracht om mee te werken aan de opbouw van de gemeente. Bij je belijdenis beloof je ook daaraan mee te werken. De derde belijdenisvraag gaat daarover.

Trouw

Concreet gaat het om trouw te zijn. Loop niet te spoedig weg. Trouw onder de verkondiging van het Woord. Zo bemoedig je elkaar ook. Elke zondagmorgen en elke zondagmiddag of - avond. Trouw onder de bediening van de sacramenten. Om in geloof te leven uit je doop en de beloften van Gods genade. En ook in geloof deel te nemen aan het avondmaal om de dood van Christus te gedenken. Trouw in het bidden. Zo mag je ook je hele gemeente aan de Heere opdragen.

Voor de opbouw van de gemeente is het gebed zeer belangrijk. En trouw in het lezen van de Heilige Schrift. Alleen en samen. Anders verzand je in eigen gedachten en gevoelens. Help elkaar in het lezen van de Bijbel.

Ook noemt die derde vraag het meewerken aan de opbouw van de gemeente met de gaven die je geschonken zijn. Daar komt je verantwoordelijkheid eveneens naar voren.

Gaven

Het is belangrijk om met de gaven die je van de Heere hebt ontvangen in de gemeente dienend werkzaam te zijn. De laatste tijd is ook in de kerk veel aandacht voor de verscheidenheid der gaven (1Kor. 12:4). Het zijn de gaven die de Heilige Geest uitdeelt, charismata genoemd. Aan de één geeft Hij dit en aan de ander een ander charisma (vs.8vv).

Ook in onze Heidelbergse Catechismus kun je al over die gaven lezen. Vraag 55: ‘Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen (=gelovigen)? ’ In het antwoord lees je dat iedere gelovige zich verplicht moet weten zijn gaven tot nut en zaligheid van de andere leden te gebruiken.

Heeft de catechismus bij deze gaven ook al gedacht aan de gaven uit 1 Korinthe 12 of is het echt van de laatste tijd dat hiervoor aandacht is? In dit verband is het opmerkelijk dat Olevianus – die ook heeft meegewerkt aan het opstellen van de catechismus – in zijn bespreking van de gemeenschap der heiligen naar 1 Korinthe 12 verwijst. Je mag de conclusie trekken dat zowel de Bijbel als onze catechismus het belang van de gaven van de Heilige Geest naar voren brengt. Door je belijdenis word je heus geroepen om met de aan jou geschonken gaven mee te

werken aan de opbouw van de gemeente van Christus.

Gods tijd

Welke gaven heb je? Misschien is dat jouw vraag. Het is van belang dat je biddend bezig bent om helderheid te krijgen welke gave aan jou is geschonken. Bedenk daarbij dat het er niet om gaat om met een bepaalde gave ‘de’ jongen of ‘het’ meisje te worden. Hoogmoed ligt steeds op de loer. Je mag wel tot de Heere bidden en vragen hoe je Hem in Zijn gemeente kunt dienen. Dat is het doel van die gaven: God te eren en je naaste te dienen.

Je hoeft niet dadelijk te denken aan de gave van tongentaal of gebedsgenezing, ook al hoef je die niet bij voorbaat uit te sluiten. Maar de Geest kan jou ook geven de gave van het leiding geven, van het vermanen, van wijsheid of het bewijzen van barmhartigheid. In Romeinen 12:6-8, Efeze 4:11 en 1 Korinthe 12 kom je meer dan twintig gaven tegen. Van belang is dat het je er niet om gaat dat jij met jouw gave centraal staat, maar dat het je gaat om de opbouw van de gemeente. Het gaat om de eer van de Heere.

Je hoeft niet te solliciteren naar een bepaalde taak. Het is goed om op Gods tijd te wachten dat je ergens voor gevraagd wordt. Intussen mag je aan de Heere je verlangen voorleggen om bijvoorbeeld aan het clubwerk mee te doen, aan de kinderoppas, het schoonmaken van de kerk of aan de zendingscommissie. Ook tot het ambt van opziener (= ouderling) mag een gelovige lust hebben (1Tim.3:1). Dit betreft dan alleen de jongens en de mannen. Overigens spoort Paulus aan om te ijveren naar de beste gave, en schrijft dan zijn beroemde hoofdstuk over de liefde: 1 Korinthe 13.

Protestantse Kerk

Tot nu toe heb je vaker het woord ‘gemeente’ dan ‘kerk’ gelezen. Met de gemeente bedoel ik de plaatselijke gemeente. Maar door je belijdenis word je ook belijdend lid van de landelijke Protestantse Kerk in Nederland. Deze naam wordt zelfs in de derde belijdenisvraag ronduit genoemd. Je kunt nu eenmaal niet van twee of drie kerken lid zijn. Het gaat er om dat je je ook bij de landelijke kerk betrokken weet. Hoe? Door berichten te lezen die het geheel van de kerk aangaan. Recent bijvoorbeeld over de doopgedachtenis of over een predikant die zegt dat God niet bestaat. Op je lidmatenkring kun je dat bespreken. Vooral kun je de Heere bidden om wijsheid, om genezing van de zieke kerk, pleitend op de belofte van Christus: ‘Ik zal Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.’

J.P. Nap

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wat kan ikzelf betekenen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken