Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leerling, gezel, meester

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leerling, gezel, meester

De persoon van de catecheet [2]

5 minuten leestijd

In welke vorm valt de catechese het beste te gieten? Grofweg zijn er drie benaderingen, waarbij het model van meester-gezel-leerling speciale aandacht verdient.

V anuit de Protestantse Theologische Universiteit mag ik gestalte geven aan wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het gebied van de catechetiek. Ik bereid onderzoek voor naar hoe we leerprocessen binnen catecheseverband kunnen begrijpen en welke verbanden er zijn tussen verschillende catecheseaanpakken enerzijds en verschillende leeropbrengsten van catechisanten anderzijds. De concrete dienstverlening aan de catechesepraktijk in de Protestantse Kerk beschouw ik eveneens als een belangrijk aspect van deze opdracht. Het onder de aandacht brengen van het belang van de persoon van de catecheet is daarbij in deze tijd het belangrijkste aandachtspunt.

Vorige week heb ik vanuit een analyse van de jeugdcultuur de waarde en de kracht van de lokale kerkgemeenschap voor jongeren voor het voetlicht gehaald. In het bijzonder een wijze van catechese die hieraan gestalte geeft waarbij de persoon van de catecheet een cruciale rol speelt. Vanuit een onderwijskundig perspectief kan deze stelling verder ingekleurd worden door bij de vormgeving van catechese aan jongeren uit te gaan van een meester-gezel-leerlingmodel. Daar wil ik in dit artikel uitgebreider bij stilstaan.

Catechismus

Globaal kun je het vormgeven van onderwijsleerprocessen benaderen vanuit drie modellen: het behavio-ristische, het ontwikkelingsgerichte en het apprenticeship (meester-gezel-leerling) model. Elk model heeft op zichzelf zijn eigen waarde.

In het behavioristische model instrueert de docent de leerling teneinde de leerling bekwamer te laten worden op een bepaald vakgebied. De docent maakt de leerling duidelijk welke inhoud op welke wijze het beste kan worden geleerd. De leerling past deze aanwijzingen toe om zich te bekwamen in de vakinhoud. In dit model speelt de beloning van leerlingactiviteiten (bijvoorbeeld in de vorm van cijfers of complimenten) een belangrijke rol. Een dergelijk model gaat schuil achter catechesepraktijken waarin de catecheet de inhoud van catechisatielessen laat bepalen door het uitleggen van

bijvoorbeeld catechismusvragen en - antwoorden en de kennis daarvan stimuleert en toetst door deze bij de catechisanten te overhoren.

Inbreng

catechisant

Leeromgevingen die meer georiënteerd zijn op het ontwikkelen van leerprocessen gaan veelal uit van het tweede model, het ontwikkelingsgerichte model. Binnen dit model is sprake van een leerling die leert met hulp van een docent die de leerlingen bevraagt, confronteert en aanmoedigt om eigen persoonlijke theorieën te expliciteren en kritisch te bezien. De leerling reguleert zijn eigen leren met hulp van de leerkracht, die als expert de leerling als coach bijstaat. Dit model gaat schuil achter catechesepraktijken waarin de inhoud van de catechisatielessen sterk wordt bepaald door de inbreng van catechisanten zelf en waarbij vooral het zelfstandig kritisch nadenken over deze inhouden het belangrijkste doel is dat de catecheet nastreeft.

Kunst afkijken

In het derde model, dat van meester-gezel-leerling, participeren de leerling en de docent in een gedeelde context van een specifiek vakgebied. De docent is expert in dit vakgebied en modelleert zijn expertise. De leerling probeert de kunst van de expert af te kijken en imiteert de activiteiten van de leerkracht. Op deze wijze probeert de leerling de praktijk van het vak onder de knie te krijgen. Dit model is gestoeld op het gildestelsel,

waarbij bijvoorbeeld een aspirant-timmerman het vak leert door mee te werken in de praktijk van een ervaren timmerman en zo opklimt van leerling naar gezel en ten slotte

het vak. naar meester in

Toegepast op de catechese: hier gaat het om catechesepraktijken waar niet de inhoud of de eigen vragen van catechisanten maar de persoon van de catecheet, wie hij of zij is en doet en zegt, in de eerste plaats leidend is in het leerproces van catechisanten. Belangrijke over te dragen inhouden en springende vragen van catechisanten zijn nog steeds van belang maar deze krijgen een plek en voeding in de persoonlijke omgang tussen catecheet en catechisant. En: die

persoonlijke omgang kan zich niet beperken tot een catechese-uurtje in de week maar vindt plaats in diverse andere ontmoetingen in het geheel van het gemeenteleven. De catecheet is dus niet de man of vrouw die de catecheseles verzorgt maar is de aansprekende en aanspreekbare christen die in het gemeenteleven optrekt met jongeren. In dat gezamenlijk optrekken biedt de catecheet de jongere houvast in de geloofsontwikkeling door wie hij of zij ís voor die jongere. En vanuit die relatie wordt Gods Woord bestudeerd en wordt het gemeenteleven vruchtbaar gemaakt voor jongeren.

Herkennen

De vraag doet zich voor of in dit meestergezel-leerlingmodel eigenlijk nog wel een plaats is voor aangewezen catechesemomenten in de vorm van catecheselessen op de maandag- of dinsdagavond. Het gaat toch om de persoonlijke omgang tussen catecheet en jongere en is daar dan nog een catecheseles bij nodig? Ja, dat is nog steeds nodig. Hierbij citeer ik graag Jaap de Lange, die dit in 1996 in het tijdschrift Praktische Theologie (jaargang 23, nr. 4) in het artikel ‘Religieuze socialisatie en catechetisch ondersteuningsbeleid, een verkenning’ als volgt verantwoordde (p.127):

‘In relatie tot het voorbeeld-leren, zoals dat veelal in het gezin en de geloofsgemeenschap plaatsvindt, zal het handelen van de voorbeelden geduid en verantwoord moeten kunnen worden als godsdienstig, christelijk handelen, willen kinderen en jongeren het als zodanig leren zien en herkennen. De samenleving en de cultuur rondom reiken hen daarvoor onvoldoende mogelijkheden aan.’

Mentorschap

Zo bezien wordt catechese veel meer dan een uurtje ‘uithouden met de jongeren’ om hopelijk iets inhoudelijks kwijt te kunnen. Catechese kan en moet zoveel meer zijn dan dat. Volgende week wil ik verder ingaan op een praktische uitwerking van het meestergezel-leerlingmodel bij catechese door in te gaan op de mentorcatechese. Het mentorschap is eveneens een aansprekend beeld voor de volwassen christen die het onderwijs aan jongeren in de plaatselijke gemeente gestalte geeft. Een beeld ook dat past bij het meester-gezel-leerlingmodel in de catechese en een beeld dat aansluiting vindt bij wat jongeren van nu nodig lijken te hebben: aansprekende en aanspreekbare christenen aan wie zij zich kunnen identificeren.

Jos de Kock

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leerling, gezel, meester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken