Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wereld van verschil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wereld van verschil

Uit Afrika weer in de Nederlandse polder

9 minuten leestijd

Bij mijn intrede in Lelystad, nu ruim drie jaar geleden, liet ik me ontvallen: ‘U hebt mij wel uit Afrika gehaald, maar u haalt Afrika niet uit mij.’ Over de roeping van een christen in de Nederlandse polder.

W ie het boekje Zending zonder franje, van de hand van mijn vrouw en mij, las, weet dat wij ons sterk met Afrika en de Afrikanen verbonden weten. Voor wie terugkeert van het zendingsveld – en in ons geval gebeurde dat twee keer – om weer in Nederland als gemeentepredikant verder te gaan, kan het niet anders of je stoot eens goed je hoofd.

Stel je voor: de kerk dienen in Afrika, deel uit maken van de samenleving daar, met de mensen meeleven, hun talen spreken, de taal van hun hart gaan horen en samen met hen God dienen. En dan nu deel uit maken van kerk en samenleving in een Nederlandse polder, de draad weer opnemen in een kerk die in de tijd dat wij in Mozambique waren met twee andere kerken fuseerde, om dan te ‘bloeien’ waar God je gebracht heeft – echt, het zijn twee werelden.

Cd met psalmgezang

Waar ben je thuis? Nu wij weer met vreugde in Nederland ons werk doen, zijn er telkens nog mensen die belangstellend vragen: ‘En, voelt u zich hier thuis? ’ of ‘Bent u al gewend? ’ Ik ben nu zover dat ik antwoord: ‘Het is maar beter dat u die vraag niet stelt. Want ik moet echt het antwoord schuldig blijven. Wij weten dat God ons hier geroepen heeft om Zijn gemeente te dienen. Hij is hier, en is Hij er, dan kan ik er ook wezen.’

Het is een grote genade te mogen zien dat de Heere het werk binnen de hervormde gemeente van Lelystad zegent. Inspirerend is het te mogen werken in een gemeente waar zoveel jonge gezinnen elke zondag samenkomen, waar veel kleine kinderen in de kerk zijn en ook een aantal ouderen zeer trouw de diensten bezoekt.

Maar de vraag is: Waar ben je thuis? Zie het volgende voor u: Het is zondagmorgen, heel vroeg nog. Heerlijk, die stilte. En – zo zal het in de meeste pastorieën wel gaan – dan nog eens rustig de preek doornemen met op de achtergrond een cd met psalmgezang, wat al vroeg door het hele huis te horen is. Ik kan het dan niet laten om daarna een cd met kerkmuziek uit Afrika op te zetten, om te horen hoe de mensen al zingend ‘uit hun dak gaan’, vol van hun lied.

Twee werelden. Onwillekeurig droom ik weg en zie ik de mensen in de kerk ergens in Kenia of Mozambique: ouderlingen die al klappend en zingend de kerk binnenkomen, iemand die van onder de snelbinder van zijn gammele fiets de Bijbel haalt, wat heen en weer bladert en blij rondkijkt als hij de tekst gevonden heeft waar hij over zal preken.

Allemaal zo heerlijk ongekunsteld, eenvoudig, hartelijk. De luisterende gemeente antwoordt regelmatig met eh of ndithu (ja), of begint spontaan met een lied. Niet altijd is duidelijk hoe laat de dienst begint en ook niet wanneer deze eindigt. Maar wie zegt daar iets van? Echt niemand.

In deze ontspannenheid kun je in alle rust en eenvoud het Evangelie uitleggen. Af en toe zie je een glimlach om de mond van de luisteraars wanneer een woord of zinsconstructie van hun taal niet helemaal correct is, maar de welwillendheid en de onbevangenheid waarmee de woorden gehoord worden is voor elke evangeliedienaar bijzonder. Ik zie voor mij die grote schare uit alle volken, taal en natie.

Alles moet

Dan stop ik mijn mijmeringen, de knop gaat om. Ik pak de togakoffer en ga naar de kerk. Natuurlijk, we moeten op tijd beginnen en dat heeft ook zijn goede kanten. De dienst moet ook weer niet te lang zijn, je moet niets vergeten, het moet niet te moeilijk zijn en, natuurlijk, het moet een fijne dienst zijn. Soms zucht ik diep en denk: ‘Alles moet’, om dan te bidden: ‘Heilige Geest, doorwaai onze hof.’

En toch, ook dan is het heerlijk om in de Nederlandse taal de dienst hier te doen en met de gemeente samen te zijn. Alle tegenstellingen vallen weer weg als in de verkondiging er het zien is op het Lam, dat de zonde der wereld wegdraagt.

Man van God

Elke predikant is geroepen de Bijbel uit te leggen in het midden van de gemeente. Wat ik opmerkte in Afrika was dat een evangeliedienaar nog gezien wordt als een man van God, die de woorden van God vertelt en zo wordt hij ook in de gemeenten ontvangen. Niet alleen de zendingsarbeider, maar ook de lokale predikanten en evangelisten.

De mensen komen naar de kerk met hun Bijbel in een mooie doek gewikkeld. Het Woord van God, zo tastbaar in de hand. Er is soms een heilige huiver merkbaar. Er wordt niet op afgedongen en de mensen geloven wat er van Genesis tot Openbaring staat.

Geloven is ook beleven. God is in hun leven een werkelijkheid. Het is als zendingspredikant mogelijk – ook bij de tegenstand die er is – om heel dicht bij de mensen het werk te doen waartoe je van Godswege geroepen bent. Je spreekt de mensen, in de kerk, langs de weg, in de auto wanneer je ze een lift geeft en met vreugde wordt bijbelse lectuur aangepakt.

Levende echo

In onze westerse samenleving is het werk van de predikant veel meer een aangevochten zaak en worden intermenselijke contacten door de nieuwe media steeds schaarser. Wie denk je wel te zijn? , krijg je te horen als je zegt een Woord te hebben dat tegelijk een waarheidsclaim in zich heeft. Jezus Christus, de enige weg tot behoud? Ik weet dat dit zelfs door een aantal voorgangers binnen onze kerk ontkend wordt.

Weer terug in de Nederlandse samenleving en in de kerk hier komt dit op mij heel schokkend over. Dat geldt ook als ik zie hoe kerken met dezelfde Bijbel en dezelfde belijdenisgeschriften elkaar het leven zuur maken en hoe dit in de media steeds sterk wordt uitvergroot.

Elke evangeliedienaar verlangt ernaar dat Christus voor de mensen een werkelijkheid is en dat de mensen Hem persoonlijk kennen. Ik denk wel eens aan die Wuppertaler gemeenten in de negentiende eeuw, waarvan wij lezen hoe in de week de preken als een levende echo in de gesprekken van de mensen terugkeerden.

Leuke dienst

In Afrika hebben mensen ook veel vragen, maar daar wordt niet direct God ter discussie gesteld. Terwijl je in Afrika in de kerkdiensten openlijk kunt spreken van genade en van oordeel, en het mogelijk is de zonden openlijk te benoemen, daar zien we hier dat voorgangers moeite hebben om de volle ernst van het Evangelie te verkondigen. We zijn bang om iemand pijn te doen en gemeenteleden hebben meer op met persoonlijke ervaringen en gevoelsargumenten dan met het objectieve Woord van God.

In Afrika hoorde ik nooit dat een dienst leuk moet zijn. Het gaat daar over de ontmoeting met God. Het kerkgebouw is de plaats waar de gemeente bidt, zo zegt de Afrikaan. Het is niet: daar kerken wij, nee: daar hebben wij onze gebeden.

Twee werelden. Net als in de politiek wordt de predikant nu sterker dan voorheen afgerekend op zijn performance, zijn optreden en functioneren. Gaandeweg verdwijnt onder ons de verwondering dat de Heere in Zijn grote liefde zoveel bemoeienis met ons, zondige mensen, heeft.

Terug in Nederland kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een predikant in de Nederlandse samenleving veel eenzamer is dan in Afrika en hij zich als een visser kan voelen aan de Dode Zee.

Gods goede hand

Als gemeente van Christus zijn wij hier in Lelystad ook in deze samenleving verwikkeld. God ontmoet ons op vele wijzen, maar voorganger en gemeente staan vaak zo hulpeloos midden in deze situatie. Het komt wellicht omdat wij vergeten dat er zelfs ontmoetingen met God zijn in de woestijn, in de nacht waarin iemand alleen is en zich aangegrepen weet. Hier, in deze zo seculiere samenleving, komt de gemeente samen en willen wij ons helemaal aan God vasthouden. En wat zijn er dan toch mooie momenten en gebeuren er bijzondere dingen. Hier is de doorgaande evangelieverkondiging en, goddank, het maakt wat los bij mensen.

Een aantal belijdeniscatechisanten bereidde zich de afgelopen maanden voor op de openbare > >

geloofsbelijdenis. In persoonlijke gesprekken met hen wordt je duidelijk dat God doorgaat, ook nu en hier in Nederland in harten en levens van jonge mensen. En als kleine kinderen spontaan antwoord geven in de dienst en er graag zijn, dan is dit alles nu Gods goede hand over Zijn gemeente. De berichten die wij horen over de gemeente van Christus in deze tijd zijn alarmerend. In onze samenleving worden God en Zijn dienst steeds verder naar de rand geschoven. Ik sluit de ogen daar niet voor, maar nochtans (!) wij hebben een God die leeft!

Boete

Wij zijn er als kerk in het Westen achter gekomen dat wij het met al onze activiteiten niet redden, en dat het voor de christelijke gemeente beter en heilzamer is de (bijbelse) raad van J. Christoph Blumhardt op te volgen. Ging er in Bad Boll, in Duitsland, in het tehuis iets niet goed, dan zei Blumhardt slechts: Wir müssen Busse tun, wij moeten boete doen.

Ik weet mij gesterkt door onze broeder Paulus, die uit volle overtuiging moed insprak in een hopeloze situatie, hoop gaf in de storm en vastheid te midden van al het heen en weer geslinger in het beven en sidderen van de wereld rondom hem: ‘Daarom heb goede moed, mannen, want ik geloof God.’ (Hand.27:25) ‘Ik geloof God!’, dat maakt nu en hier het verschil. ‘Wiens ik ben, Welke ik ook dien’ (vs.23), in Afrika of in Nederland.

De berijmde Psalm 89 geeft ons steun: ‘Ik weet hoe het vast gebouw van Uwe gunstbewijzen/ Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen.’ Gelukkig, denk ik dan, de Heere maakt het bouwplan voor Zijn kerk, en alles gaat naar Zijn bestek. Zoals Hij het getekend heeft, zo wordt het gebouwd. Geroepen in Zijn dienst, tot Zijn eer en heerlijkheid, dan maakt het niet uit waar op deze wereld het ook is. Heerlijk om in deze tijd dienaar van het Woord te zijn bij de gratie van God.

Twee werelden. Verschillen, ja van dag en nacht. Maar dezelfde harten die elkaar mogen vinden in Christus. Waar is je thuis? Dank, o God, er is een Thuis en een Thuiskomen.

J. Kommers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wereld van verschil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken