Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heiden wordt nooit Jood

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heiden wordt nooit Jood

Het verbond [1b]

6 minuten leestijd

Hernieuwde bezinning is nodig op de vele eigentijdse vragen rond het verbond. Bij overtuigde handhaving van de gereformeerde verbondsleer kunnen we niet doen alsof er niets aan de hand is. Er is een stevige correctie nodig op veel traditioneel verbondsdenken zonder enig zicht op Gods weg met Israël.

V orige week noemde ik de benadering van prof.dr. A. van de Beek, die de band tussen kinderdoop en verbond loslaat. De kinderdoop fundeert hij als volgt:

1. Als de doop de opname is in de gemeenschap van het volk van God, dan worden de kinderen erin meegenomen. Die opname in de gemeenschap van het volk van God ‘gebeurde in het Oude Testament door de geboorte, en het geloof daarin werd bezegeld door de besnijdenis. Als het komen van Christus de vervulling is van Israël, dan ligt het voor de hand dat het niet minder omvattend is, maar eerder meeromvattend. Zelfs de heidenen zijn erin opgenomen. Dan zou het vreemd zijn om de kinderen uit te sluiten.’ Let erop dat hier onder het nieuwe verbond de voortgang van Gods genade door de generaties geen rol speelt. Niet via geboorte, maar alleen via wedergeboorte van de ouders krijg je als kind toegang tot de doop.

2. Verder hangt de kinderdoop samen met een collectief denkende cultuur. ‘Het ligt geheel buiten het denken van deze cultuur om daar kinderen niet bij te betrekken.’

3. Het zojuist genoemde zou op zichzelf een tijdgebonden en inmiddels achterhaald argument kunnen zijn. Van blijvende beteke-nis is echter dat de redding in Christus is gebaseerd op een corporatief denken: als één voor allen gestorven is, zijn zij allen gestorven. Dit is – zo stelt Van de Beek met recht – niet een tijdgebonden, contextueel bepaalde opvatting, maar essentieel voor het christelijk geloof. De doop vindt niet plaats op grond van mijn individuele geloofsdaad, maar het gaat om het beamen van de in Christus gerealiseerde nieuwe werkelijkheid. Deze overkomt mij door Gods genade. Als gelovige weet ik mij daarin met mijn hele hutje en mutje opgenomen, dus ook met heel mijn gezin. Het gaat niet

centraal om mijn individuele geloofsbeslissing, maar om het beamen van de werkelijkheid waarin we leven en waarin ook onze kleine kinderen leven. Als we geloven dat God in Christus beslissend heeft ingegrepen, dan is

het absurd onze kinderen daar buiten te houden, ook als het betekent dat ze kopje onder gaan in de doop.

Blijvend

Zo geeft dr. Van de Beek terecht tegengas tegenover het individualisme. Wat ik echter bij hem mis, is inzicht in het belang van de continuïteit van Gods weg door de eeuwen heen, waarbij het verbond met Israël geen gepasseerd station is. Zeker, we leven in het laatste der dagen, in de tijd van het vervulde verbond. Maar die vervulling kent ook een eigen duur en spreiding. We dienen over vervulling in etappes te spreken, een principiële vervulling en vervolgens een voortgaande vervulling. Zo is er ook sinds Pasen en Pinksteren de trouw van God door de generaties heen, allereerst jegens het verkoren volk van de Joden, dan ook jegens de gemeente van Christus die uit Joden en heidenen wordt samengebracht. Dr. Van de Beek maakt een overtrokken tegenstelling wanneer hij de eschatologische afsluiting van het verbond met Abraham en de heilshistorische voortgang daarvan tegenover elkaar stelt. Er is een eigen tijd van de Geest vanuit de vervulling in Christus. Een tijd van

toepassing van het door Christus verworven heil. Een tijd waarin het aloude verbond met Abraham een nieuwe gestalte krijgt. Er is naar mijn overtuiging in deze tijd van de Geest, dit laatste der dagen, ruimte voor de voortzetting van het

verbond met Abraham, zij het onder eschatologische hoogspanning.

Psalm 105

Graag zingen we in onze erediensten ter gelegenheid van de bediening van de heilige doop uit de berijming van Psalm 105: ‘Het verbond met Abraham, Zijn vrind/ bevestigt Hij van kind tot kind.’ We passen dan de verbondssluiting met Abraham zomaar toe op onze kinderen in de christelijke gemeente. Iemand als de emeritus hoogleraar dr. Simon Schoon wijst dit beslist af. Hij stelt dat we hiermee het Joodse volk onterven en proberen onze eigen christelijke identiteit te

Volgende week schrijft prof.dr. W. Verboom over de zegen en het appèl van het verbond.

versterken door aan het Joodse volk zijn identiteit te ontnemen. Ik ben dat niet met hem eens en geef zonder gewetensbezwaar in doopdiensten Psalm 105:5 berijmd op.

Toch is het nodig op onze hoede te zijn voor een toepassing die te kort door de bocht gaat. Er is immers wel een exegetische moeilijkheid die wanneer ze genegeerd wordt onherroepelijk

tot een vorm van vervangingstheologie leidt. In Psalm 105 wordt in vers 11 nadrukkelijk het land Kanaän genoemd als belofte en geschenk van het verbond.

Vervolgens spreekt heel de psalm van Gods weg met Israël! Het nieuwe verbond volgens Jeremia 31 en 33 wordt alleen met Israël opgericht (31:31). Ook hoort daar het wonen in het land bij (Jer. 31:5, 6, 12, 38-40; 33:12-13).

Helaas is de gereformeerde visie niet immuun gebleken voor de vervangingstheologie. Dan krijgt de term ‘nieuw verbond’ ten onrechte de lading van een totaal ander verbond. Dat is niet de bedoeling van Jeremia 31. Het gaat om radicale vernieuwing, om continuïteit in de discontinuïteit. Zo is er ruimte voor een relatief zelfstandige plaats van het volk van Israël in het voortgaande heilshandelen van God, waarbij – naast de principiële vervulling in Christus en de geheel gerealiseerde vervulling die nog uitstaat – ook een blijvende geldigheid toekomt aan de landbeloften en aan allerlei profetische voorzeggingen met het oog op toekomstig heil voor ‘Jeruzalem’ op aarde.

Beducht

Christenen uit de heidenen mogen behoren tot het verbond met Abraham. Ze delen in de kern van dat verbond, de geestelijke zegeningen van de verbondenheid met God. Paulus noemt de gelovige heidenen ook ‘zaad van Abraham en naar de belofte erfgenamen’ (Gal.3:29). Ze ontvangen dus de voorrechten van het verbond. Gods verbond met Israël staat intussen overeind door alle crises heen en daarbij hoort ook de landbelofte en vele profetische voorzeggingen die nog voor de jongste dag vervuld zullen worden (ook al behoeft een werkelijke vervulling nog geen letterlijke vervulling te zijn). Wanneer Psalm 87

berijmd zegt dat Filistijnen, Tyriërs en Moren geteld worden ‘als in Israël ingelijfd’, kan dat niet betekenen dat heidenen Joden worden. Op dit punt acht ik het spreken over de doop als geko-

men ‘in plaats van de besnijdenis’ kwetsbaar en aanvechtbaar. Ik ben beducht voor een zeer ruime dooppraktijk vanuit de redenering dat Nederland een gekerstende natie is en zelfs een soort Israël van het westen. Zulk denken en spreken is niet alleen door de secularisatie achterhaald, maar ook en vooral door theologische bezinning.

Voortgang

Laten we zorgvuldig spreken over continuïteit en discontinuïteit. Gods verbond met Abrahams natuurlijk nageslacht is gebleven met de daaraan verbonden beloften inzake het land en een heilrijke toekomst op aarde. Continuïteit. Maar er is wél een verschrikkelijke crisis in dit verbond door de verwerping van Messias Jezus. Discontinuïteit.

Gelovigen uit de heidenen mogen met hun kinderen delen in het geestelijk heil dat de kern vormt van het verbond van God met Abraham. Continuïteit. Maar de specifieke beloften aan Abrahams fysieke nageslacht gelden niet voor de heiden-christenen. Discontinuïteit. Er is een stevige correctie nodig op veel traditioneel verbondsdenken zonder enig zicht op Gods weg met Israël. Gods verbond is vuurvast en daarom is de HEERE een vurige muur rondom Jeruzalem (Zach.2:5).

J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Heiden wordt nooit Jood

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken