Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus, een vreemde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jezus, een vreemde

Meditatie: Johannes 20:16

4 minuten leestijd

De opgestane Jezus is anders. Zeker, Hij is het! Maar Hij is ook onmiskenbaar anders. Hoe zit dat? Wat heeft dat ons te zeggen?

Zij zich omkerende zei tot Hem: Rabbouni (...)

W ie van de verschillende ontmoetingen tussen de opgestane Jezus en Zijn discipelen leest, zal het opvallen dat zij Hem soms niet herkennen. Zo lezen wij van Kleopas en zijn vrouw, op weg naar Emmaüs, dat zij Hem niet herkennen. Sommigen van Zijn discipelen twijfelen zelfs nog bij hun ontmoeting vlak voor Zijn hemelvaart of Hij het wel werkelijk is.

Ontmoeting

Dat niet herkennen komt op een bijzondere manier naar voren in de ontmoeting tussen Hem en Maria Magdalena. Op de paasmorgen is zij bij de grafspelonk. Ze huilt, zo overmand is zij door verdriet vanwege het sterven van haar Meester. Ja, nu lijkt het er zelfs op dat het lichaam van haar Meester is weggenomen.

Wanneer Jezus voor haar staat, herkent zij Hem niet. Wanneer Hij haar aanspreekt, dringt het nog niet tot haar door dat het Jezus is en ziet ze Hem voor de tuinman aan. Hoe is het mogelijk dat zij, die Jezus zo goed heeft gekend, Hem niet herkent, niet Zijn stem, niet Zijn verschijning?

Verklaringen

Op die vraag zijn uiteenlopende verklaringen aangedragen. Lukas zelf schrijft dat de ogen van Kleopas en zijn vrouw werden ‘gehouden’. Dat God zelf daar op de een of andere manier de hand in had. Sommigen wijzen op de nieuwe eigenschappen die het opstandingslichaam blijkbaar heeft aangenomen. En Maria, zij zou zo in verwarring geweest zijn door alles wat haar overkwam dat zij niet in staat is om Hem te herkennen. Dit alles zal zeker een rol hebben gespeeld, maar waar het vreemde van Jezus ons het meest bij bepaalt, is het herscheppende karakter van dit alles. Zijn opstanding is een doorgaan naar de nieuwe werkelijkheid en het is vanuit die nieuwe werkelijkheid dat Hij Zijn discipelen tegemoet treedt.

Botsing

De ontmoetingen getuigen van die ontmoeting tussen de oude en nieuwe werkelijkheid; ik zou bijna zeggen van de ‘botsing’ van het oude en nieuwe. De discipelen, getekend in hun ongeloof, verdriet, ontzetting en verwarring. En Jezus, die hen vanuit die ongedachte werkelijkheid tegemoet treedt.

Het vreemde, het onmiskenbaar anders-zijn wijst op de nieuwe schepping die in Zijn opstanding is doorgebroken en het nieuwe begin dat Hij met Zijn discipelen maakt. Op een bijzondere manier komt dat naar voren in de ontmoeting met Maria Magdalena.

Naam noemen

Twee dingen vallen in deze ontmoeting op. Het eerste is dat zij zich pas realiseert dat het Jezus is wanneer Hij haar naam noemt: ‘Maria!’ Hoe kan dat? Het noemen van iemand bij zijn naam veronderstelt een relatie – ver weg of dichtbij. Dat is met iemands naam gegeven, omdat in de naam iemands identiteit is gegeven. Je naam, dat ben jezelf. In die ene naam is je identiteit, is je geschiedenis opgenomen. Nu was haar naam onlosmakelijk verbonden met Jezus’ naam. Hij had haar bevrijd van zeven demonen. Ja, Hij was haar alles geworden. Maar met Zijn dood, leek ook zij verloren.

Het is vanuit die nieuwe werkelijkheid dat Hij haar roept: ‘Maria!’ Het was dan toch waar dat haar ik was geworteld in die nieuwe werkelijkheid.

Omkeren

In het horen van haar naam keert zij zich om, opnieuw om – dat is het tweede. Een aantal keer wordt over het omkeren gesproken. Wanneer zij door de engelen wordt aangesproken, wanneer zij door Jezus wordt aangesproken. Maar elke keer lijkt zij zich daarin af te keren van het licht, tot zij door Jezus bij haar naam wordt genoemd. ‘En zij zich omkerende zei tot Hem: Rabbouni...’

Kerk

Wat in deze ontmoeting gebeurt is nog altijd waar het in de kerk om gaat. Dat Hij, als de Opgestane, ons bij name roept – in de doop, in de verkondiging, aan de tafel, uit de dood naar het leven. Én dat wij ons omkeren op Zijn roep.

Zo kerk zijn is meer dan actueel. In een verwarde samenleving als de onze, die niet meer weet wat haar identiteit is, roept Hij ons bij name. In een maatschappij waarin zovele mensen op zoek zijn naar zin, verkondigt de kerk dat die ons wordt aangereikt door Hem. Uit de duisternis tot het licht.

B.A. Belder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Jezus, een vreemde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken