Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Drie karaktertrekken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Drie karaktertrekken

Openingswoord jaarvergadering

8 minuten leestijd

Ds. H.J. Lam sprak tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, vorige week dinsdag, het openingswoord uit. Hij typeerde drie richtingen in de Gereformeerde Bond.

T oen Israël uit Egypte op weg ging naar het beloofde land, trok er ‘veel vermengd volk’ mee. Een menigte – zo andere vertalingen – van allerlei slag en herkomst. Deze woorden worden meer dan eens toegepast op de kerk. Zij zijn ook van toepassing op onze vereniging. Daarin treffen wij ‘veel vermengd volk’ aan, personen en stromingen van allerlei slag en herkomst.

Prof.dr. C. Graafland heeft destijds bij het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond in het boek Beproefde trouw daaraan een mooi en leerzaam artikel gewijd, waarin hij uiteenzet op welke wortels onze beweging stoelt. Daardoor geïnspireerd wil ik het huidige reilen en zeilen van onze vereniging tegen het licht houden.

Grofweg geschetst zijn er onder ons drie richtingen te onderscheiden. Of liever: karaktertrekken, die je alle drie in je eigen boezem ontwaart: een kuyperiaanse, een hoedemakeriaanse en een piëtistische. We kunnen ze ook kenschetsen met woorden uit de Twaalf Artikelen: heilig, algemeen en christelijk.

Heilig en kuyperiaans

Ten eerste onze kuyperiaanse inborst. Deze heeft natuurlijk alles te maken met de geschiedenis van de Gereformeerde Bond, die begon toen het denken en regeren van Abraham Kuyper hoogtij vierde.

Alles stelde hij in het werk om de kerk vrij te maken van het synodale juk van 1816, dat fnuikend was voor de gereformeerde theologie en een gemeentelijk leven naar Schrift en belijdenis belemmerde.

Dezelfde geest bezielde zijn volgeling prof.dr. Hugo Visscher, een van de oprichters van de Gereformeerde Bond. Hij had dezelfde kerkopvatting als Kuyper, maar wilde de Hervormde Kerk niet loslaten.

Niet iedereen is met deze karaktertrek ingenomen. Begrijpelijk. Onze kuyperiaanse afkomst maakt dat we nogal eens op geharnaste wijze optreden en ‘nee’ zeggen. Zo staan we er bij menigeen op. Het strookt niet met het polderen, dat ook in de kerk dikwijls de toon aangeeft. Toch denk ik dat wij als Gereformeerde Bond deze genen in onze komaf niet moeten verloochenen.

Ze helpen ons namelijk om de heiligheid van de kerk gestalte te geven, voor zover wij daartoe geroepen zijn. De zorg om de rechte leer en het rechte leven, om orthodoxie en ortho-

praxie, vereisen kuyperiaanse deugden als strijdbaarheid en nuchtere zin voor organisatie.

Daarom hebben we een- en andermaal van ons laten horen in de kwestie Hendrikse. De

eer van de Koning der kerk is hier in het geding. Daarom ook nemen we het op voor de Dordtse Leerregels, wanneer die van vraagtekens worden voorzien. We willen – enigszins kuyperiaans geformuleerd – op deze terreinen geen halven, maar helen zijn. Tegelijk beseffen we dat onze God een overdosis aan kuyperianisme wel weet te besnijden. Want kuyperia-nisme kan uitlopen op separatisme. Dat zij verre!

Katholiek en hoedemakeriaans

In ons ‘vermengde volk’ is nog een trek aan te wijzen: de hoedemakeriaanse. Die eigenschap kwam bij de oprichting van de Gereformeerde Bond niet direct naar voren, maar is naderhand steeds sterker geworden. We denken aan predikanten als ds. M. Jongebreur en dr. J.G. Woelderink. Hoezeer hebben zij zich ingespannen om onze gemeenten kerkelijk te leren denken. Hoezeer ook hebben zij ons bijgebracht van welke grote waarde het verbond is.

Daardoor hebben wij meer zicht gekregen op de katholiciteit van de kerk. Het heeft ons geholpen bij onze koersbepaling ten tijde van Samen op Weg. Ook het feit dat HGJB en IZB zijn ingekaderd in het geheel van de kerk en aan haar dienstbaar willen zijn, is daar een sprekend voor-

beeld van. Zeker, de kern van het kerkzijn treffen we aan in de plaatselijke gemeente, waar Woord en sacrament worden bediend. Tegelijkertijd echter zijn wij

verbonden met allen die de naam van Christus belijden. Ja, met allen die de naam van Christus drágen. In de kerk doet Kaïns devies immers geen opgeld: ‘Ben ik mijns broeders hoeder? ’ Liever houden we het met Hoedemaker op ‘heel de kerk, heel het volk’.

Vaak straalt van een katholiek denken en handelen een zekere mildheid af. Hopelijk bespeurt

men die bij ons. Dat levert wel zijn eigen moeilijkheden op. Want zoals onze kuyperiaanse inborst maakt dat onze stoerheid soms voor starheid wordt aangezien, zo komt mildheid bij deze en gene over als slapheid. Een verwijt dat ons als Gereformeerde Bond zo nu en dan treft. Terecht? Iedereen weet dat het varen van een rechte koers een kunst is, de kunst van het laveren tussen beslistheid en bewogenheid.

De eerlijkheid gebiedt echter ook te zeggen dat het sterke benen zijn die de opdracht midden in de kerk te staan kunnen dragen. Identiteit vervaagt dikwijls voor je er erg in hebt.

Een katholieke inslag stelt ons ook voor de vraag of de steeds grotere variëteit aan vormen en gebruiken in onze gemeenten, in onze kerkdiensten geen afbreuk

doet aan wat Efeze 4 belijdt aangaande de eenheid der kerk. Paulus schrijft daar: ‘Eén lichaam is het en één Geest, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die daar is boven allen en door allen en in u allen.’ Wat zijn van zulke woorden de consequenties?

Het is ons aller roeping blijvend te werken aan onze hoedemakeriaanse, katholieke inborst. Dat betekent enerzijds liefde voor de plaatselijke gemeente, al lijkt het steeds moeilijker dat heden ten dage op onze mobiele gemeenteleden over te brengen. Anderzijds zijn wij schuldig het geheel van onze Protestantse Kerk lief te hebben, met al haar lek en gebrek.

Christelijk en piëtistisch

Onze derde karaktertrek vind ik het mooist: de piëtistische. En wel omdat zij nauw verbonden is met het christelijke. En ‘christelijk’ wil zeggen: wat van Christus is. Om Hém gaat het immers in het rechtgeaarde piëtisme. Hij is onze Bruidegom en wij zijn Zijn bruid.

Hoezeer is onder ons altijd in Hem geroemd! Wie van ons houdt ze niet in ere: voorgangers die als vrienden van de Bruidegom ons bij Christus hebben gebracht. Onder ons worden dan namen genoemd als die van de oude en de jonge ds. Kievit of van ds. G. Boer en ds. L. Blok. Zij en vele anderen hadden wat te zeggen. Priesterlijk, profetisch en koninklijk bedienden zij het Woord. Zij voedden de zielen, en in prediking en pastoraat behandelden en beantwoordden zij de geloofsvragen. En dat alles op bevindelijke wijze. Daar vroegen de vorige genera-

ties uitdrukkelijk om. Ze wilden een prediking in de lijn van de Nadere Reformatie, een prediking die men elders in de kerk niet direct aantrof. Kortom, een

rijke Christus voor een arme zondaar.

Godzijdank is de behoefte aan deze prediking er ook anno 2010. Meer nog: zulke prediking ís er. Zondag aan zondag klinkt zij.

Bemoedigend is het wanneer je zowel ouderen als jongeren hoort vertellen dat ze daardoor tot Christus getrokken worden. Hoe dwaas het gebeuren van de prediking ook is, zeker in onze entertainmenttijd, toch vinden zondaren daardoor de weg naar Gods Vaderhart en weet de Heilige Geest mensen over te halen tot de navolging van Christus.

Er is ook zorg om de prediking. Zit er een scheut gezond piëtisme door? Is ze bevindelijk? Soms merk je dat ambtsdragers dit woord niet meer kennen. Als ze dan maar wél de zaak kennen! Zo nu en dan denk ik: hadden we nog maar heftige discussies over voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking. Zijn die echter niet grotendeels weggeëbd? En wordt daardoor niet geknaagd aan het bestaansrecht van de Bond?

Om het maar in alle openheid te zeggen: meer dan eens hoor ik – hetzij rechtstreeks, hetzij via via – gemeenteleden zuchten, omdat in de verkondiging de spanning ontbreekt van zonde en genade, van wet en evangelie, van oordeel en vrijspraak. Het is niet erg eigentijds om als Nathan tegen de gemeente uit te varen en te zeggen: ‘Gij zijt die man!’ Toch zal het moeten, willen we evenzeer tegen haar kunnen zeggen: ‘Ga heen in vrede, uw geloof heeft u behouden.’

Daartussenin ligt het appèl tot bekering alsook de waarschuwing voor het eeuwig oordeel. En dat alles ingebed in een uiterst royale beloftenprediking, in het besef dat de genade particulier is. Zou het feit dat iemand als evangelist Arjan Baan de nodige Anklang en aanhang onder ons heeft, er niet op wijzen dat in de reguliere prediking bepaalde noties blijven liggen? Misschien moeten we binnen de Gereformeerde Bond en binnen het geheel van de Protestantse Kerk én van de gereformeerde gezindte elkaar weer meer de noodzaak van bevindelijke prediking voorhouden. Dat is geen binnenkerkelijk gehakketak, maar ware oecumene.

Nazaten

Het is bijna Pinksteren. Gelukkig maar. Dan wordt ons weer verkondigd dat de Heilige Geest is uitgestort. Die zal ons in alle waarheid leiden. En wanneer onze Heidelberger vraagt: ‘Wat geloof je van de Heilige Geest? ’, dan belijden we met hem: ‘Dat Hij waarachtig en eeuwig God is en dat Hij ook mij gegeven is.’ Of zoals Luther het verwoordt in zijn Grote Catechismus: ‘De Heilige Geest legt ons in de schoot der kerk en brengt ons tot Christus, opdat wij het door Hem verworven heil, waartoe wij uit onszelf niet kunnen komen, ontvangen.’

Zullen ware nazaten én van Kuyper én van Hoedemaker én van het piëtisme daar niet mee instemmen?

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Drie karaktertrekken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken