Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reïncarnatie van Jupiter

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reïncarnatie van Jupiter

Keizers in nieuwtestamentische tijd [3: Caligula]

4 minuten leestijd

Caligula wordt in 12 na Chr. geboren als zoon van de gevierde Romeinse generaal Germanicus. Zijn vader neemt zijn zoon Gaius – zijn eigenlijke naam – als klein kind al mee op veldtochten. De soldaten geven hem de bijnaam ‘caligula’, soldatenlaars.

A ls verschillende van Tiberius’ familieleden door vergiftiging of andere hofintriges als mogelijke erfgenaam zijn afgevallen, wijst de keizer zijn achterneef Caligula aan en zo wordt deze na Tiberius’ dood in 37 de derde keizer van het Romeinse rijk. Josephus vertelt dat de eerste zes maanden van zijn regering goed gaan, maar dat hij daarna door een geestelijke ziekte labiel en onberekenbaar wordt. De door Tiberius vol achtergelaten

staatskas maakt Caligula in korte tijd op aan exorbitante gladiatorenspelen en losbandige feesten. Om aan geld te komen verhoogt hij de belastingen en beschuldigt hij rijke Romeinen van hoogverraad om hun bezit te confisqueren. Caligula gaat zichzelf beschouwen als de reïncarnatie van de Ro-

meinse god Jupiter en verlangt door iedereen te worden vereerd. Zijn minachting voor de senaat wil hij duidelijk maken door zijn lievelingspaard op de functie van consul te benoemen. Zijn bizarre optreden, de drukkende belastingen en het gevoel van onveiligheid dat zijn willekeurige beleid oproept, leiden tot verschillende samenzweringen tegen hem.

Nieuwe Herodes

Caligula is tijdens een gezamenlijk verblijf aan het hof van Tiberius bevriend geraakt met Herodes Agrippa I (Hand.12), een kleinzoon van Herodes de Grote. Wanneer Caligula aan de macht komt schenkt hij hem het vorstendom van Filippus in noord Palestina (Luk.3:1) en bovendien de koningstitel. Herodes Antipas, die over Galilea en Perea regeert (Luk.3:1, 23:7v), wil dan ook een koningstitel en reist naar Rome om zijn verzoek aan Caligula voor te leggen. Herodes Antipas valt na beschuldigingen van tegenstanders echter bij Caligula uit de gratie. Caligula zet hem af, verbant hem en schenkt zijn gebieden aan Herodes Agrippa I. Zo is er nu opnieuw een koning Herodes die over een groot gedeelte van Palestina regeert.

Conflicten met Joden

Tijdens Caligula’s regering vinden verschillende conflicten met Joden plaats. In Alexandrië, de stad waar buiten Palestina de meeste Joden wonen, breken anti-Joodse rellen uit. De Joden worden gedwongen om in een getto te wonen. Een gezantschap onder leiding van de filosoof Philo reist naar Rome toe om bij Caligula de Joodse belangen te verdedigen, maar vindt weinig gehoor.

Caligula is dan wel bevriend met Herodes Agrippa I, maar hij heeft geen enkele respect voor de Joodse godsdienst. Hij beveelt zelfs dat in de tempel van Jeruzalem een beeld van hem moet worden geplaatst. Joden binnen en buiten Palestina komen in opstand tegen dit blasfemische bevel.

Voordat deze opdracht zou worden uitgevoerd wordt Caligula echter in 41, na een regering van slechts vier jaar, door tegenstanders gedood. Zijn beeld is nooit in de tempel geplaatst maar deze affaire heeft wel veel kwaad bloed gezet onder Joden en is een van de factoren die zouden leiden tot de Joodse Opstand.

Verspreiding evangelie

Tijdens de regering van Tiberius (14-37 na Chr.) en Caligula (37-41) vindt vanuit Jeruzalem de eerste verspreiding van het evangelie plaats (Hand.1-11). Hoewel deze keizers daar niets mee hebben, dragen ze wonderlijk genoeg in zekere zin toch hieraan bij. Het Romeinse Rijk kent een wegennet, met wegen van zo’n hoge kwaliteit als er tot de twintigste eeuw niet meer zou zijn. De keizers zorgen voor aanleg, onderhoud en beveiliging van deze wegen en ook voor beveiliging van de zeeroutes. Zo kan er in de dagen relatief veilig en snel gereisd worden, wat in de Oudheid meer uitzondering dan regel is (hoewel ook dan reizen vaak nog zwaar is, vgl. 2Kor.11:25- 26). In de Vroege Kerk zien christenen hier een bijzondere beschikking van God in. Juist op het moment dat de blijde boodschap van Jezus Christus verspreid zal gaan worden, zijn er omstandigheden waardoor dit in hoog tempo kan. Zo gaan tijdens de regering van keizer Caligula de apostelen op pad om ‘het evangelie te preken aan alle steden’ (Hand.8:40). Het Woord van God ‘wies en vermenigvuldigde’ (Hand.12:24).

D.M. Heikoop

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Reïncarnatie van Jupiter

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken