Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het groene gras van de buren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het groene gras van de buren

Gods wet en ons leven [10, slot: niet begeren]

6 minuten leestijd

De geschiedenis van Achab en Naboth is een oud verhaal dat zich nog alle dagen afspeelt. De Bijbel laat in 1 Koningen 21 en op andere plaatsen helder zien wat begeerte met een mens doet en hoe begeerte de wortel is van een keur van zonden.

J e kunt je afvragen wat het eigene van het tiende gebod is wanneer je het vergelijkt met de voorafgaande geboden. Zou je de manier van handelen van Achab en Izébel niet net zo goed bij het achtste gebod kunnen behandelen? En is het niet de Heere Jezus, die aangeeft hoever het zevende gebod reikt: ‘Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft’ (Matth.5:28). Wat impliciet in het zevende of achtste gebod aanwezig is, wordt in het tiende gebod expliciet vermeld. Trouwens, ook in de behandeling van dit gebod in de catechismus (zondag 44, vr.113) vinden we weinig nieuws. Er worden geen praktische kwesties aangeroerd die met dit gebod te maken hebben, terwijl de catechismus maar al te graag concreet wil worden als het gaat om Gods gebod. Toch is het zinvol om ook bij de uitleg van dit gebod de catechismus te raadplegen, omdat de catechismus in antwoord 113 wel de kern van de zaak raakt: ons hart.

Onze binnenwereld

‘Wat eist van ons het tiende gebod? Dat ook de minste lust of gedachte tegen enig gebod van God in ons hart nimmermeer kome…’, aldus zondag 44. Volgens de catechismus richt het tiende gebod zijn pijlen op onze binnenwereld en op alles wat daarin rondspookt. Het gaat om ons hart. Het woord vertaald met ‘begeren’, zou je ook kunnen weergeven met ‘je hart ergens op zetten’. Begeren wat van je naaste is, dat is het inwendige proces, waarbij je je hart zet op iets wat je naaste heeft: zijn vrouw, zijn huis, zijn tuin, zijn mooie positie enzovoort.

Het tiende gebod brengt aan het licht dat de kiemen van het kwaad in ons hart te vinden zijn. Je zou ook kunnen zeggen: het tiende gebod legt de vinger bij het voortraject van een zondige daad. Veel zondige daden komen voort uit zondige gedachten en begeerten die binnen in ons huizen. Hoe het van kwaad tot erger gaat, tekent de apostel Jakobus uit: ‘Ieder mens wordt in verzoeking gebracht als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart zij zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart zij de dood’ (Jak.1:14-15). Wij kunnen bepaalde gedachten en verlangens gaan koesteren. We geven ze meer en meer ruimte en op een gegeven moment geef je eraan toe en wordt de zonde geboren. Bewaar je oog

Spreuken 4:23 vraagt van ons ons hart te behoeden boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens. Willen we ons hart behoeden, dan is het ook zaak om onze zintuigen in de gaten te houden, en in verband met het tiende gebod denk ik dan vooral aan ons oog. Bewaar je oog voor wat je ziet! Zijn het niet dikwijls zaken die via de oogpoort ons leven binnenkomen die in ons hart allerlei begeerten en fantasieën opgang brengen? Achab zag de wijngaard van Naboth en fantaseerde erover wat hij met die wijngaard zou kunnen doen. In Jozua 7: 21 lezen we dit staaltje van zelfinzicht van Achan, die zich bij Jericho toe-eigende wat hem niet toekwam: ‘Ik zag … en ik kreeg lust daartoe, en ik nam ze …’ Zien, begeren, nemen.

In onze beeldcultuur kan het geen kwaad hier eens bij stil te staan. Versterken beeldcultuur en consumptiemaatschappij elkaar niet in sterke mate? Kleurrijk speel- en snoepgoed doet de harten van onze kleinen sneller kloppen en vuriger begeren. Geraffineerde reclamecampagnes proberen met gelikte beelden ons hart te raken. Soms zou je denken dat we in onze samenleving dit gebod hebben: ‘Gij zult begeren.’ Zien doet verlangen. Heeft internet niet alles voor het

oog bereikbaar gemaakt? Laten wij ons oog bewaren en bidden met Psalm 119:37: ‘Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat geen waarde heeft.’

Niets begeren?

In het boeddhisme leeft de gedachte dat het grootste geluk is geen begeerten te kennen. Alle ellende in de wereld en alle onrust in een mensenleven komt uiteindelijk daaruit voort dat we begeren. Op zichzelf zit er in deze gedachtegang veel waars. Is het niet zo dat verlangens en begeerten een mens helemaal in beslag kunnen nemen? Is het niet waar dat we de lat heel hoog leggen als het gaat om de

kwaliteit van ons leven? Of het nu gaat om relaties, onze woning of carrière, we hebben een heel wensenlijstje. Vinden we het vreemd dat dat onrust geeft? ‘Beter is weinig met de

vreze des Heeren, dan een grote schat, en onrust daarbij’ (Spr.15:16). Ongebreidelde verlangens en ambities brengen ons het hoofd en het hart op hol.

Begeerten veroorzaken dus onrust en ellende, maar is daarmee elke begeerte en ambitie veroordeeld? Er zijn toch ook allerlei verlangens die met ons mens zijn gegeven zijn? We verlangen naar eten en drinken. We hebben behoefte aan onderdak, liefde, geborgenheid. We willen graag gewaardeerd en nuttig zijn. Niet elke begeerte is bij voorbaat verdacht. In het tiende gebod gaat het om die begeerten die haaks staan op de van ons gevraagde naastenliefde. Begeren wij dingen die onze naaste toekomen? Lijdt mijn buurman schade door mijn verlangens? Komt mijn collega in de problemen door mijn ambities? Roept het tiende gebod niet – positief – om deze begeerte: de wil om het welzijn van onze naaste te bevorderen?

Uit een vernieuwd hart

In de volgorde van de catechismus volgt op de behandeling van het tiende gebod (zondag 44) de behandeling van het Onze Vader (zondag 45 e.v.). Het volmaakte gebed biedt ons een staalkaart van wenselijke begeerten. Verlangt ons hart naar de levende God? Gaat het ons om Zijn eer en om de komst van Zijn Koninkrijk? En is daarmee niet onlosmakelijk verbonden dat we het goede zoeken voor onze naasten?

Dan hebben we het over goede begeerten en die wellen alleen op

uit een goede bron. Wanneer het tiende gebod over ons hart gaat, dan moeten we hier ook over vernieuwing van ons hart spreken. Het tiende gebod vraagt om een ‘vlesen’ hart in plaats

van een ‘stenen’ hart (Ezech.36:26). Wij komen uit bij het werk van de Heilige Geest. Wanneer de Heilige Geest ons leven verbindt met Christus, wordt een nieuwe levensoriëntatie geboren en worden onze verlangens anders gevuld. De catechismus (zondag 44, antw.113) legt uit dat het in het tiende gebod ook hierom gaat dat wij altijd en met heel ons hart vijand van alle zonden zijn en lust tot alle gerechtigheid hebben. Wie zijn eigen hart maar een beetje kent, bidt met David: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; toets mij en ken mijn gedachten. Zie, of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg’ (Ps.139:23-24).

B.M. van den Bosch

De complete serie ‘Gods wet en ons leven’ is te downloaden via www.gereformeerdebond. nl > De Waarheidsvriend > verschenen artikelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het groene gras van de buren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken