Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Extra diensten in Amsterdam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Extra diensten in Amsterdam

Leerdienst en belevingscultuur [1]

8 minuten leestijd

De constatering dat de leerdienst in veel gemeenten onder druk staat, is geen nieuwsfeit. Ook binnen de kring van de Gereformeerde Bond klinkt keer op keer de klacht dat het kerkbezoek tijdens de middag- en avonddiensten drastisch terugloopt. Moeten we er maar mee stoppen?

D e kerkenraad van een wijkgemeente in het midden van het land deed onlangs een dringende oproep tijdens de leerdienst plaats te nemen in de voorste banken om de afstand tussen voorganger en gemeenteleden niet al te groot te laten worden. De achterste helft van de kerk zou worden afgesloten, zodat de gemeente toch nog enigszins het gevoel had bij elkaar te zijn.

Zulke geluiden zijn helaas geen uitzondering. De belangstelling voor de leerdienst loopt zienderogen terug en menig predikant vraagt zich af hoe hij jongeren en ouderen kan motiveren te blijven komen.

Anne de Vries

Overigens vergissen we ons als we denken dat dit probleem zich nu voor het eerst voordoet. Ik las met veel interesse de recent verschenen biografie van de bekende Anne de Vries, schrijver van kinderboeken en romans. Na zijn verhuizing naar Zeist in september 1949 werd hij al spoedig voorgedragen als ouderling van de gereformeerde kerk. Hij kreeg een taak in het jeugdwerk, maar maakte zijn termijn niet vol.

Aan een vriend schreef hij dat hij grote moeite kreeg met de dogmaprediking in zijn kerk, met name tijdens de middagdiensten als er gepreekt werd uit de Heidelbergse Catechismus. Zijn biograaf noteert dan: ‘Die droge catechismuspreken waren aan hem niet besteed. In Mepperveld had hij de middagdienst overgeslagen met het excuus dat hij de hele week al met de bijbel bezig was. Anne de Vries was immers onderwijzer van beroep (Van C.). In Zeist vond hij een nieuwe uitvlucht: op zondagmiddag ging hij naar een chronisch zieke collega: “Dat is mijn tweede kerkdienst”. Je kunt het uitleggen als marchanderen, wat de gereformeerden altijd aan de roomsen verweten, maar ook als een keuze voor het christendom van de daad, het leven in plaats van de leer. Eigenlijk komt dat op hetzelfde neer: hij zei weleens dat hij de katholieken om drie dingen benijdde: Moeder Maria, de biecht en de goede werken. En het ziekenbezoek was vaak geen pretje. De collega was aan het bed gekluisterd en kreeg vrijwel nooit bezoek. Hij kreeg dus alle ellende van de afgelopen week over zich heen. Dat vond hij makkelijker te doorstaan dan een catechismuspreek: Hiervan had hij tenminste het gevoel dat hij iets nuttigs had gedaan.’

Persoonlijke ervaring

Anne de Vries was niet de eerste die afhaakte vanwege het dogmatische gehalte van de tweede dienst en hij was evenmin de laatste. Velen hebben om deze reden de leerdienst de rug toegekeerd.

Naast kritiek op de dogmatische toonzetting waren ook altijd bezwaren tegen de inhoud van de catechismusprediking. In het verleden hadden sommige remonstrantse predikanten zo veel moeite met bepaalde onderdelen dat zij weigerden uit het leerboekje te preken. In onze tijd wordt de weerstand tegen het leerstellige karakter van de tweede dienst in hoge mate versterkt door de belevingscultuur waarin we terecht zijn gekomen. Het postmodernisme heeft de persoonlijke ervaring dermate hoog in het vaandel, dat de regelmatige catechismusprediking al snel wordt ervaren als een beknellend harnas.

Belangrijker dan een stuk onderwijs is de vraag: ‘Wat beleef ik eraan? ’ Het grote verhaal van onze belijdenisgeschriften spreekt velen niet langer aan. Zoals ik het voel, zo geloof ik. De beleving is bron en norm voor het geloofsleven geworden.

Meer van hetzelfde

De verleiding is groot om aan de drang van onze belevingscultuur toe te geven en de leerdienst te laten vallen of te beperken tot een aantal zondagen per jaar. In nogal wat gemeenten is dat intussen inderdaad het geval.

Naar mijn diepe overtuiging zet deze ontwikkeling ons echter op een heilloos spoor. Ik pleit ervoor om tegen de stroom in te roeien en vast te houden aan de leerdienst.

Een belangrijk argument voor deze keuze is dat daarmee de tweede dienst een ander karakter krijgt dan de morgendienst. Als de leerdienst wegvalt, wordt de middag of avonddienst meer van hetzelfde. Voor nogal wat kerkgangers is dat een reden om het bij de morgendienst te houden en de tweede dienst te laten schieten.

Per se catechismus?

Een vraag die zich hierbij opdringt, is of het altijd per se de catechismus moet zijn, die de leidraad vormt voor de leerdienst. Vanzelfsprekend is dat allerminst. Een collega schreef nog niet zo lang geleden in zijn wijkberichten: ‘Persoonlijk zie ik er niet zoveel in om de catechismus zondag na zondag door te preken.’

Ik heb gemerkt dat meer predikanten uit onze kring aarzelingen hebben bij het volgen van het vertrouwde leerboekje van onze kerk. Als ik me niet vergis, zijn het vooral de jongere collega’s die de voorkeur geven aan een alternatieve invulling van de leerdienst. Ze kiezen dan bijvoorbeeld voor een serie preken over de onderdelen van de liturgie of over de Bergrede. Anderen stellen de Tien Geboden aan de orde, de Twaalf artikelen of het Onze Vader, al dan niet met gebruik van de uitleg die de catechismus daaraan geeft.

Trendbreuk

Hoe je daarover ook mag denken, van een trendbreuk is dan wel sprake. Vanaf het eerste begin van de Gereformeerde kerk in Nederland is de catechismus verplichte stof geweest voor de invulling van de leerdienst. De nationale synode van ’s-Gravenhage (1586) besloot in artikel 61 van haar Acta dat ‘Ordinaerlick’ in de namiddaegshe Predicatie’ de Catechismus uitgelegd zou worden, telkens het jaar rond.

De nationale synode van Dordrecht (1618/’19) bevestigde dat. In artikel 68 van de Dordtse Kerkorde lezen we: ‘De dienaars zullen alomme des zondags, ordinaarlijk in de namiddagse predikatie de somma der Christelicke leer in de Catechismus die tegenwoordig in de Nederlandse kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzo dat deze jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeling van de Catechismus zelve daarop gemaakt.’

Opvallend is het woordje ‘ordinaarlijk’, dat zowel in ’s-Gravenhage als in Dordrecht wordt gebruikt. Ordinaarlijk, gewoonlijk, in de regel. Kennelijk liet men bewust ruimte voor de mogelijkheid om van de catechismus af te wijken, bijvoorbeeld bij avondmaalszondagen en tijdens zondagen waarop christelijke feesten werden gevierd.

Verzet

Ondanks deze ontsnappingsclausule hadden sommige voorgangers in de zeventiende en achttiende eeuw toch problemen met het dwingende voorschrift om de Heidelberger te behandelen in de leerdienst. In lang niet alle gemeenten kwam het ervan. Onder voorgangers en gemeenteleden leefde er verzet, zowel tegen de inhoud als tegen het verplichte karakter van de catechismuspreek.

In sommige plaatsen waar de catechismus wel doorgepreekt werd, liet het kerkvolk het afweten. In Gouda was het afnemende aantal kerkgangers aanleiding om in 1597 de catechismuspreek tijdens de middagdienst af te schaffen. Pas na de Dordtse Synode van 1618-1619 werd de leerdienst aan de hand van de Heidelberger weer hervat. In sommige gevallen moest de overheid eraan te pas komen om de predikanten te bewegen de catechismusprediking ter hand te nemen. In de Groningse Ommelanden zou men op 11 november 1621 beginnen met de prediking over Zondag 1. Er kwam echter niet veel van terecht. In de classis Loppersum vond na een jaar een kleine evaluatie plaats. In tien van de dertien onderzochte gemeenten bleek het initiatief al spoedig te zijn doodgebloed. In vier gemeenten kwam geen enkele kerkganger opdagen. In vier andere gemeenten bleef het aantal kerkgangers beperkt tot twee personen, terwijl nog weer een andere gemeente het moest doen met drie aanwezigen.

Slechts van één gemeente werd gemeld dat er sprake was van een goede opkomst.

Geliefd in Amsterdam

Met recht en reden komt dr. W.J. op ’t Hof tot de conclusie dat de invoering van de catechismusprediking een zaak van lange adem is geweest.

Verrassend is ook zijn veronderstelling dat de catechismusprediking in de steden veel beter is aangeslagen dan op het platteland. In Amsterdam was de Heidelberger zo geliefd dat het aantal kerken waarin leerdiensten werden gehouden, moest worden uitgebreid. Behalve in de Oude en Nieuwe Kerk moest ook in de Zuiderkerk en in de Westerkerk behandeling van het leerboekje plaatsvinden.

Toch voelden lang niet alle kerkgangers zich door de catechismuspreken gesticht. Jacobus Koelman hekelt het gebrek aan trouw en aan motivatie onder het kerkvolk als het gaat om de catechismusdienst: ‘Men denkt, het is maar de Catechismus, het oude lesje dat al zo dikwijls is gehoord; daarom doen ze liever thuis een slaapje, gaan aan het werk of houden zich bezig met zondig vermaak. Velen vinden één preek per zondag wel genoeg.’ Intussen steekt Koelman zijn eigen bezwaren niet onder stoelen of banken als het gaat om de verplichte catechismuspreek. Hij heeft er moeite mee dat in bepaalde gemeenten – zoals in Middelburg – zelfs tijdens de dankzeggingsdienst voor het avondmaal de catechismus wordt gevolgd in plaats van een echte dankzeggingspreek te houden.

Hij pleit voor meer vrijheid bij de invulling van de tweede dienst. De verplichting die de Dordtse synode heeft opgelegd, leidt volgens hem tot ‘versleten formulierpredikaties’, die luie voorgangers kweken. De tekst van de Schrift komt ook te weinig aan de orde. Het komt erop neer dat de catechismus op dezelfde hoogte wordt geplaatst als de Bijbel. De Schrift moet echter de basis zijn voor alle onderwijs in de kerk en de leer van de catechismus moet vanuit de Schriften onderbouwd worden.

M. van Campen

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Extra diensten in Amsterdam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken