Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zomaar tussendoor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zomaar tussendoor

Meditatie: Nehemia 6:9c

4 minuten leestijd

Het winterwerk begint binnenkort weer. Een tijd waarin van de ambtsdragers het nodige wordt gevraagd. Velen doen het ambtswerk naast hun baan. Een drukke tijd: vergaderen, huisbezoek enzovoort. Hoe zal het gaan?

Nu dan, sterk mijn handen!

O ok Nehemia is een druk bezet man. Hij mag leiding geven aan de herbouw van Jeruzalems muren. Daarbij ondervindt hij de nodige tegenwerking. In hoofdstuk 6 van Nehemia treffen we hem opnieuw in gebed. Zo leggen de kanttekenaren bij de Statenvertaling dit vers in ieder geval uit. Zij schrijven: ‘Dit wordt van velen genomen als een gebed van Nehemia tot God, tegen de aanslagen zijner vijanden.’

Waarom? Opnieuw heeft hij te maken met tegenwerking. Op sluwe wijze proberen Sanballat, Gesem en Tobia Nehemia van zijn werk af te houden. Met het doel dat de bouwactiviteiten zullen worden gestopt. Is de boosheid en spot eerder wat algemeen, nu richten de tegenstanders zich op de persoon van Nehemia. Ze willen overleggen, want ‘over jou, Nehemia doet een gerucht de ronde dat je in opstand zou willen komen tegen de koning’. Nehemia doorziet hun listen echter. Zijn tegenstanders zijn eropuit om hem bang te maken (vs.9a).

Op de fiets

Wat doet Nehemia? Hij gaat opnieuw in gebed. Al meerdere keren hebben we dat van hem gelezen. We hebben Nehemia inmiddels leren kennen als een man van gebed. Op vaste tijden zoekt hij het aangezicht van God om Hem zijn vreugde en verdriet, zonden en zorgen te vertellen.

Niet alleen op vaste tijden, maar ook tussendoor bidt hij tot God. Al eerder kwamen we dat tegen, in 2:4: ‘Toen bad ik tot God van de hemel.’ En ook hier. We noemen dat doorgaans een schietgebed of ‘bidden met de pet op’. Zomaar tussendoor, als we ineens voor situaties gesteld worden, waarin we het even niet weten. Herkennen we dit? In de auto, op de fiets, tijdens een huisbezoek?

Kort, krachtig en eenvoudig

‘Nu dan, sterk mijn handen!’ Kenmerkend voor zo’n gebed is dat het kort en krachtig is. Zonder omhaal van woorden, recht uit het hart.

Eigen onmacht en verlegenheid beseffend. Een gebed tot God – ook al wordt Hij niet rechtstreeks aangesproken – om hulp en kracht. Opdat de bouw van Jeruzalems muren zal kunnen doorgaan.

Het is ook een heel eenvoudig gebed. Nehemia vraagt eigenlijk maar één ding. Op zich niets opzienbarends. Sterk mijn handen.

Misschien heeft hij in onze ogen al heel wat gepresteerd, maar Nehemia heeft elk ogenblik weer kracht nodig. Hij kan het niet zelf. Blijkbaar is ervaring in Gods Koninkrijk niet iets waar je op kunt teren.

Mijn handen

Nehemia verstaat ook zijn roeping en verantwoordelijkheid. Hij weet dat God mensen(handen) inschakelt. Wat een wonder! Dat God zwakke en zondige mensen inschakelt in Zijn dienst. Kan de Heere het niet veel beter Zelf af ? Toch gebruikt Hij mensen bij de opbouw van zijn Koninkrijk.

Dat kan je ook benauwen. Als je je tekorten ziet. Wie ben ik eigenlijk?

De woorden die ik spreek en moet spreken, wat een gebrek kleeft daaraan!

Jezus’ handen

Bidden wij het mee? Herkennen we iets van Nehemia’s verlegenheid? Voor we op huisbezoek gaan, mag eerst (samen) Gods aangezicht gezocht worden in het gebed. ‘Och, schonk Gij mij de hulp van Uw Geest.’ ‘Help ons goed te luisteren naar datgene wat tijdens het huisbezoek wordt gezegd en ook niet gezegd wordt.

Wijs me de weg wanneer ik een gedeelte uit de Bijbel lees.’ Maar ook zomaar tussendoor, als het gesprek moeizaam verloopt. Als er over zaken gesproken wordt waarvan we niet weten hoe te reageren.

En als we tegen het ambtswerk in het algemeen opzien en de verantwoordelijkheid zwaar op je kan drukken. ‘Nu dan, sterk mijn handen!’

Wat is het dan troostrijk om terug te mogen vallen op de handen van Jezus. Wat voor handen zijn dat? Allereerst: doorboorde handen.

Handen, die ons spreken van verzoening als onze tekorten in het ambtelijk werk ons aanklagen. Ook: gevouwen handen. Zit Hij, de opgevaren Heiland, niet aan de rechterhand van Zijn Vader? Hij bidt! (Rom.8:34).

En: krachtige handen. ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Mat.28:18b). Zo mag een ieder, in de gemeente of daarbuiten, biddend aan het werk gaan. Ziende op Jezus.

Dat wij ons’ ambt en plicht, o HEER, Getrouw verrichten, tot Uw eer; Dat Uwe gunst ons werk bekroon’, Uw Geest ons leid’, en in ons woon’. (Morgenzang:3)

C. Boele

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Zomaar tussendoor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken