Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de ander, zelfs mijn vijand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de ander, zelfs mijn vijand

BIDDEN [9, SLOT, VOOR BE DE DOEN]

6 minuten leestijd

Het is nodig dat elke christen bidt voor anderen. De zorg van de ander is mijn zorg, ook al ervaart de ander bepaalde noden misschien veel heftiger dan ik op dit moment.

D e Schrift verzekert ons van de noodzaak van voorbede (zie 1 Sam.12:19, 23; Matth.5:44; Kol.1:9 en Jak.5:16). Met de voorbede leggen we de noden van anderen voor de Heere neer. Dat vraagt tijd. Je doet het omdat God het gebed hoort. Wij kunnen een ander niet zelf bekeren of de zaligheid geven. Dat is Gods werk. De Heere verandert harten, Hij bekeert zondaren. Hij helpt ook in noden.

In het leven van de apostel Paulus was het enorm belangrijk dat er voorbede voor hem en door hem was. Paulus wist dat je heel hard kon werken – hij heeft wat afgelopen voor de zaak van de Heere –, maar dat alles tevergeefs is als het gebed wordt nagelaten. Paulus wist dat er door de krachtige werking van de Geest en het Woord opening komt voor het geloof in de Heere Jezus.

Zeelieden konden vroeger op een zeilschip de zeilen bedienen, ze neerhalen, ophijsen, vastzetten en repareren, maar zonder wind was al hun inspanning voor niets. We hebben de wind in de zeilen nodig.

We hebben nodig dat de Geest gaat waaien. Dan zullen er wonderen gebeuren. Paulus wist dat God hem vrijmoedigheid wilde schenken om het Woord van God te verkondigen op het gebed van de gemeenten. In het werk van God in de gemeenten en in deze wereld is de voorbede opgenomen.

Deur voor Evangelie

Heeft God voorbede nodig? God is onafhankelijk van wat dan ook. De Heere vervult Zijn raad. Toch wil Hij dat we Hem bidden zullen. De Geest maakt ons tot een biddend volk. We horen de apostel de gemeenten aansporen om te bidden voor het werk des Heeren (Rom.15: 30, 31; Ef.1:15-19; Ef.3:14-19; Fil.4- 6). Bidden dat de Heere een geopende deur voor het Evangelie zal geven (Kol.4:2).

Het valt op dat Paulus in Efeze 6:18 en 19 de gemeente niet vraagt dat de gevangenisdeur voor hem zal openzwaaien, maar dat er opening van een deur voor de prediking van het Evangelie zal komen. Het ging Paulus in zijn oproep tot voorbede

dus niet om hemzelf, maar om het werk van de Heere. Dat is belangrijk om voor ogen te houden als Paulus vraagt: ‘Broeders, bid voor ons’. In de tweede Thessalonicenzenbrief voegt Paulus eraan toe: ‘Broe-

ders, bid voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u.’ Het gaat om de uitbreiding van Gods Koninkrijk.

Israël, vijanden, overheid

We zien in Paulus’ brieven voorbede voor de gemeenten die hij diende en dat er sprake is van gebed voor hem en dan voor zijn werk. Prof. J.P. Versteeg wijst er in zijn boekje Het gebed volgens het Nieuwe Testament op dat er ook sprake is van voorbede voor bepaalde leden van de gemeente, als ze in bepaalde omstandigheden verkeren. Hij noemt dan ziekte (Jak.5:14) en zonde (1 Joh.5:16).

Naast voorbede voor de huisgenoten van het geloof worden we geroepen om voorbede te doen voor Israël (Rom.10:1), voor de volken buiten de eigen kring, ja, zelfs voor vijanden. De Heere Jezus gaat ons in dat laatste voor.

Er wordt ook specifiek gesproken over voorbede voor de overheid (1 Tim 2:1, 2).

Bot mes

Hoe doen we voorbede? Allereerst zullen we bidden in geloof. We bidden tot God, de almachtige Vader van hemel en aarde, die gezegd heeft: ‘Bid en het zal u gegeven worden.’ De Heere wil de

gebeden voor anderen gedaan horen tot Zijn eer. De Heere Jezus zegt: ‘U geschiede naar uw geloof.’ Laten we daarom bidden in het besef dat we spreken met de grootste en heerlijkste macht die er

bestaat: de almachtige God, die in Christus Jezus belooft om een genadig God en Vader te zijn. Bidden zonder geloof is als snijden met een bot mes.

Laten we onze geliefden en familie pleitend op Gods beloften aan de Heere opdragen. ‘Nu dan, HEERE God, doe dit woord, dat Gij over Uw knecht en over zijn huis gesproken hebt, bestaan tot in eeuwigheid en doe, gelijk als Gij gesproken hebt’ (2 Sam.7:25).

Wanneer we voor familie, gemeente, kerk, land en wereld voorbede doen, laten we dan Gods eer voorop plaatsen. Denk eraan hoe Daniël pleitte. ‘O Heere, hoor! o, Heere, vergeef! o Heere, merk op

Dit is het laatste deel in deze reeks over het gebed. De complete serie is te downloaden via www.gereformeerdebond.nl.

en doe het, vertraag het niet! om Uws Zelfs wil, o mijn God! want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd (Dan.9:19).

Het gevaar John Knox

Laten we volharden in de voorbede voor geliefden en anderen. Doe het niet alleen als je voelt dat je het moet doen, maar volhard ondanks je gevoelens. Bid gedurig. Als de apostel zegt: ‘Bid zonder ophouden’, dan bedoelt hij niet dat we voortdurend op onze knieën moeten liggen. Nee, ons gebedsleven moet net als het vuur op het brandofferaltaar altijd gloeien. Er is een dagelijks, voortdurend toegaan tot God nodig voor hen die om ons heen zijn. In de familiekring, gemeentekring, in de kring van de wereld.

Bid in ootmoed en met eerbied. We zijn klein en zondig voor het aangezicht van de Heere. Stof en as, zei Abraham van zichzelf voor Gods aangezicht.

Het is belangrijk duidelijk te zijn als noden voor God worden gelegd. Wees nauwkeurig wanneer er gebeden wordt voor mensen bij naam en het noemen van hun begeerten. Als Eliëzer een vrouw moet zoeken voor Izak, legt hij de moeilijkheid van die taak voor God neer, en hoe wonderlijk verhoort de Heere hem.

De gelovige die machtig is in het gebed mag een muur van bescherming zijn voor het land, voor de kerk, de gemeente en gezin. De tegenstanders van het Evangelie waren meer bevreesd voor de gebeden van John Knox dan voor een heel leger van soldaten. Van John Welsh, de schoonzoon van Knox, is bekend dat hij veel tijd in gebed doorbracht. Zijn vrouw vond hem eens in tranen op zijn knieën en toen ze hem vroeg wat er toch was, zei hij: ‘Ach, mijn lieve vrouw, ik heb 3000 zielen om voor te bidden, en ik weet niet hoe het met veel van de zielen is gesteld.’ Laten we met vrijmoedigheid toegaan tot God in de gebeden, opdat zielen worden gered en Gods reddingswerk krachtig geopenbaard zal worden.

Verbonden

Heel duidelijk leert de Bijbel, en vooral het Nieuwe Testament, ons dat de voorbede onlosmakelijk met gebed is verbonden. Waar het gebedsleven is, daar wordt voorbede gedaan. Het mag duidelijk zijn waarom. Een mens leeft niet voor zichzelf. Een mens staat in relaties. Als we tot God naderen, is dat nooit los van de relaties waarin we staan. Als burger van een land, als lid van een gemeente en als lid van een familie, verbonden ook met onze oudste broeder Israël en met broeders en zusters van de vervolgde kerk.

J. Muller

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Voor de ander, zelfs mijn vijand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken