Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In de Artiosreeks, die namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond bij Groen (Heerenveen) wordt uitgegeven, verscheen een deel van de hand van dr. J. de Gier, Provocatie en inspiratie. De plaats van God en de Bijbel in de naoorlogse literatuur. Twee fragmenten:

• Gelet op de grote aantallen literaire werken die niet geschreven zijn vanuit een christelijke optiek en de geringe aandacht voor christelijke literatuur in de media, de christelijke pers uitgezonderd, komt als vanzelf de vraag op: bestaat er eigenlijk wel een naoorlogse stroming van christelijke literatuur?

Wie daarnaar serieus op zoek gaat, doet verrassende ontdekkingen. Hoewel met name vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw op ruime schaal de ontmanteling plaatsvond van de drie grootste ‘zuilen’ – protestants, rooms-katholiek en socialistisch – blijkt die ontzuiling opvallenderwijs juist niet de protestants-christelijke literaire stroming te treffen. Zonder van een bloeiperiode te spreken, kunnen we stellen dat de naoorlogse periode een groot aantal literaire activiteiten op protestants erf laat zien, met name in de laatste kwarteeuw. Allereerst is dit zichtbaar op het terrein van de literaire tijdschriften. In 1940 hield Opwaartsche wegen, het belangrijkste protestantse literaire tijdschrift tussen de twee wereldoorlogen, op te bestaan. Het werd echter direct na de oorlog opgevolgd door het tijdschrift Ontmoeting; het eerste nummer daarvan verscheen in oktober 1946, onder redactie van C. Rijnsdorp, P.J. Risseeuw en D. van der Stoep. Belangrijke medewerkers waren onder anderen K. Heeroma (de dichter Muus Jacobse), J. van Doorne (criticus van Trouw), de dichteres Inge Lievaart en de dichterhistoricus J.W. Schulte Nordholdt. Het hield in 1964 op te bestaan. Vooral na 1980 neemt de bedrijvigheid toe. (…)

• Opmerkelijk is ook de toenemende aandacht voor literatuur in de landelijke christelijke pers vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw. Toen in de jaren zeventig de literatuurrecensenten J. van Doorne (Trouw) en C. Rijnsdorp (De Rotterdammer) van het podium verdwenen, ontstond er een gat op het terrein van de literatuurkritiek met ethische inslag, dat wil zeggen de beoordeling van literatuur met aandacht voor zowel de vormtechnische als de levensbeschouwelijke aspecten. Dit gat werd echter opgevuld. Het Nederlands Dagblad liep voorop: Hans Werkman begon daar al in het midden van de jaren zeventig met recensies in de lijn van Rijnsdorp. Maar in de jaren negentig tekende zich een duidelijke verbreding af. In 1995 ging in Koers een literaire rubriek van start en vanaf 1998 verscheen bij het Reformatorisch Dagblad een wekelijkse boekenbijlage – met Enny de Bruijn als belangrijke stimulator – waarin literatuur aanzienlijk meer ruimte en aandacht kreeg dan voorheen. Ook het Friesch Dagblad, het enige regionale christelijke dagblad, moet hier genoemd worden vanwege de recensies en opiniestukken over literatuur.

*** Een negentig pagina’s tellende special over ‘Omgaan met de dood’ is een gezamenlijke uitgave van Opbouw en De Reformatie, achtereenvolgens uit de kring van de Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Uit een bijdrage van prof.dr. Erik A. de Boer over ‘Calvijn over leven op aarde en uitzien naar later’:

Calvijn schrijft of preekt weinig over de nieuwe hemel en aarde. Hij heeft het niet aangedurfd de visioenen van Openbaring uit te leggen. Dat heeft te maken met een geloofsprincipe, namelijk dat nieuwsgierigheid naar wat God verhuld heeft of verborgen houdt ons niet past. Over het bestaan van de gestorvenen lees ik: ‘De Schrift zegt dat Christus bij hen tegenwoordig is en dat Hij ze opneemt in het paradijs om vertroosting te verkrijgen, terwijl de zielen van de verworpenen de pijnigingen ondergaan die ze verdiend hebben, maar verder gaat zij niet. Welke doctor of docent aan de universiteit zal ons dan onthullen wat God verborgen heeft? ’ (…) In lijn met de Apostolische geloofsbelijdenis benoemt Calvijn wel: de persoonlijke begroeting van Christus, opstanding in vlees en bloed van de doden, en concreet eeuwig leven. Laten we vooral uitzien naar de komst van Christus! Alle dingen worden in afwachting gehouden van zijn verschijning als verlosser!

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken