Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Misdaad en straf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Misdaad en straf

8 minuten leestijd

E cht veel bekendheid is er niet aan gegeven, maar eerder dit jaar lanceerde het Bezinningscentrum van de Protestantse Kerk het tijdschrift Festus (uitg. Boekencentrum).

Het blad, dat twee keer per jaar verschijnt, is genoemd naar de Romeinse stadhouder voor wie de apostel Paulus getuigenis gaf van zijn geloof in Jezus Christus. Volgens de website ‘maakte Festus het mogelijk dat de stem van de kerk klonk in het hart van de staat, door Paulus naar Rome te sturen.’ En zo wil de Protestantse Kerk met Festus een bijdrage leveren aan het publieke debat. Of dit een plausibele redenering is, laat ik in het midden; het tijdschrift is een voortreffelijk initiatief.

In het onlangs verschenen nummer staat het thema misdaad & straf centraal. Gasthoofdredacteur Marcel ten Hooven signaleert dat het strafklimaat in Nederland verhardt. De maatschappelijke onrust over onveiligheid weerklinkt in de politiek in de roep om meer, harder en langer straffen. Maar is Nederland werkelijk een onveilig land? Is de veiligheid van de staat gediend met strengere straffen? Hoe verhoudt zich deze ontwikkeling tot de morele vragen die de Bijbel oproept over de mens en het kwaad?

Voltrekt zich vandaag aan de dag niet een overgang van een samenleving die gebaseerd was op vertrouwen in burgers naar een veiligheidsstaat die gestoeld is op wantrouwen tegen burgers? Vanuit allerlei perspectieven worden deze vragen belicht.

In verschillende ‘overwegingen’ wordt bij bijbelse grondwoorden met betrekking tot misdaad en straf stilgestaan. Dr. ir. Jan van der Graaf staat stil bij ‘zonde’:

Het woord zonde(n) treffen we enkele honderden malen in de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament. Heel vaak als daad, misdaad, ongerechtigheid, overtreding. Zo wordt zonde meestal gedefinieerd als‘handeling tegen de morele wetten van de godsdienst’ of, wat het christelijk geloof betreft ‘handelen tegen de wil van God’. Op zich is dat juist.

Maar – zo maakt Van der Graaf duidelijk – zonde is meer dan het overtreden van Gods leefregels. Het is ook een houding, een habitus. Een mens is zondaar, in zonden ontvangen en geboren (Ps.51:7). Paulus zegt zelfs dat een mens dood is in misdaden en zonden (Ef.2:1, 5). Zonden en misdaden, ze worden apart genoemd.

A.A. van Ruler stelt echter, in zijn geestelijk testament ‘Ultra-gereformeerd en vrijzinnig’, bij dit Schriftwoord de indringende vraag of aan het zondaar-zijn van de mens de ‘passiviteit van het lijk’ eigen is. De zonde bestaat inderdaad niet alleen uit losse daden. Achter de zondige daden zit de zondige aard, de verdorven natuur. Toch zegt hij:

‘Hij [de mens, GvM] is dan in een beeld wel ‘dood’ in zonden en misdaden te noemen. Maar in werkelijkheid is hij springlevend. Niet alleen in biologische, maar ook in geestelijke zin. In de verhouding tot God is hij springlevend. Hij gaat met alles wat aan en in hem is tegen God en zijn wil in. Hij is in permanente opstand. Het zondaar-zijn van de mens bestaat in pure actuositeit. Het is een en al daad. Het bestaat zelfs in pure moedwilligheid. De apostel spreekt niet over het lijk. Hij zegt dat wij wel zwak waren, ja zelfs dat wij vijanden waren – vijanden van God en dat wij zó verzoend en gerechtvaardigd worden.’

Van Ruler wil maar zeggen: iemand kan weliswaar dood zijn in zonden en misdaden, dat wil niet zeggen dat hij springlevend is in het zondigen. Zonde is dus nooit een excuus of een lot, maar voluit schuld.

Een groot deel van Festus gaat over de impact van (gevangenis)straf en de praktijk van het strafrecht. Emeritus hoogleraar criminologie Herman Bianchi voert een pleidooi om het huidige strafrecht te vervangen door een vorm van herstel en verzoening. Hij beschrijft zijn ervaring met de indianenstam van de Mohawks, woonachtig in een reservaat nabij de Canadese grens.

‘Mijn interesse gold de vraag wat zij in hun reservaat met criminelen deden. Waren zij even hardvochtig als de Amerikanen, die mensen soms veroordelen tot wel zeventien maal levenslang of tot 150 jaar gevangenisstraf, zonder enige vorm van oplossing? En toch steeds meer criminaliteit kregen, mede als gevolg daarvan? Of waren ze wellicht verstandiger en fatsoenlijker?

Ik kende mijn plaats bij de Mohawks. Pas toen ik al geruime tijd in het reserve had doorgebracht, was er voldoende wederzijds vertrouwen en werd ik verwezen naar een bejaarde stamgenoot, mij aanbevolen als kenner op het gebied van mijn vraag.

Eerst zaten wij een tijdlang zwijgend bijeen, zoals dat gaat in beschaafde culturen. Hij begon zijn onderricht met een vraag: ‘Bent u christen? ’ Dat verwarde mij en ik mompelde iets van: ‘Ja, ik probeer het te zijn.’ Hij vervolgde: ‘Ja ik vraag u dit om te weten of u de Bijbel kent.’ Daarop kon ik gelukkig positief antwoorden. ‘Nu dan, wat zegt Jezus, na een vraag van zijn leerling Petrus in hoofdstuk 18 van het Matteus-evangelie, over wat je met zondaars moet doen? ‘Je moet de zondaar niet zeven maal, zoals de Oude Wet zegt, maar zeventig maal zeven maal vergeven.’ Waar of niet? En is de hele Bergrede van Jezus niet in deze geest opgesteld? En staat het ook niet in het Onze Vader dat je belooft de schuldenaar te vergeven? ’ Ik kon niet anders dan instemmend knikken.

‘In onze nation krijgt een misdadiger zeven maal de gelegenheid om zijn daad op enigerlei wijze goed te maken, te spreken met eventuele slachtoffers, vergiffenis te vragen en berouw te tonen, schadevergoeding en herstel aan te bieden – kortom, alles te doen wat kan dienen om het conflict op te lossen, alles wat God zijn kinderen aanbevolen en gegeven heeft voor dit soort situaties. Blijft de dader dan nog steeds weigeren, dan verwijderen wij hem uit onze reserve en mag hij daarbuiten het barbaarse strafrecht van de Yankees ondergaan: eindeloze gevangenisstraffen zonder enige mogelijkheid tot herstel of weder-

goedmaking, zelfs niet bij geringe delicten.’

Wat hij me vertelde ontroerde me. Moest ik bij de Indianen komen om kennis te maken met de beschaving van het Bijbels misdaadrecht zoals Jezus het bedoeld had, een beschaving die in onze ‘christelijke’ westerse cultuur vrijwel volledig afwezig was, soms zelfs belachelijk gemaakt werd? ’

In zijn pleidooi voor herstelrecht wijst Bianchi ook op de praktijk van de vrijsteden in Israël. De asielfunctie van deze wijkplaatsen bleef ook in het christendom bestaan.

‘Kloosters hadden sowieso een asielrecht en er zijn kloosterverordeningen uit de middeleeuwen bekend waarin stond dat de asielzoeker die een misdrijf begaan had en verzoening zocht te bereiken met zijn vervolgers, op die strenge voorwaarde drie maanden als gast in het klooster mocht blijven.’

Verwant aan dit geluid is ook het gesprek dat Louis Cornelisse had met Hans Barendrecht, de directeur van Gevangenenzorg Nederland (GNd). Deze stichting zet zich in voor ‘barmhartige gerechtigheid’. Achter de gevangene wil men ook de mens blijven zien die verder moet. Bagatelliseren van een misdaad zal GNd nooit doen, de helpende hand terugtrekken evenmin.

In het interview wordt uitgebreid stilgestaan bij Rob H., een gevangene die al meerdere keren heeft vastgezeten en nu een straf uitzit van bijna twaalf jaar. Barendrecht hoopt dat Rob een stabiel leven kan gaan leiden waarin hij zich niet tot slechte dingen laat verleiden. Maar daar zit ook nog een andere kant aan.

‘Mensen zoals Rob H. zijn gestraft door de rechter en hebben na het uitzitten van hun straf het recht om hun pad voort te zetten. Maar er is wat ons betreft ook een morele schuld, die blijft.’ Uit ervaring weet GNd dat niet alleen de slachtoffers na het delict het gebeuren niet kunnen vergeten. Ook bij sommige veroordeelden blijft het knagen. ‘Ik kan een voorbeeld geven van iemand die jaren geleden een overval pleegde op een tankstation. Zijn straf zat er al een tijdje op, hij was getrouwd, hij had zijn leven weer op de rit. Hij gaf lezingen voor ons en op een gegeven moment zei hij: ‘Ik zou zo graag een verzoeningsgesprek hebben met de vrouw die ik heb overvallen.’ Via een project van de Reclassering is dat gelukt.’

‘Achteraf gezien waren beide partijen blij dat ze in het gesprek hadden toegestemd. ‘De man kon zeggen dat het hem speet, dat hij er echt mee zat. Voor de vrouw was het een bevrijding. Ze zag nu welk gezicht er bij die overvaller hoorde. Ze hoefde zich in de supermarkt niet meer bij elke man angstig af te vragen: Misschien is dat hem wel. Dit soort ontmoetingen hebben ook alles te maken met gerechtigheid. Het biedt voor beide kanten de mogelijkheid te herstellen. Het strafrecht is daartoe niet in staat.’

Het einde van de decembermaand leent zich doorgaans goed voor bezinning. Ik kan u daarvoor dit veelzijdige nummer van Festus beslist aanraden.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Misdaad en straf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken