Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Offer voor de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Offer voor de kerk

Kerkbalans herinnert aan wat van waarde is

7 minuten leestijd

Duizenden vrijwilligers doorkruisen deze week de gemeente, om ons jaarlijkse offer voor de kerk op te halen. Offer? Wie een offer geeft, doet dat niet ongemerkt, ervaart concreet als hij iets heeft gegeven.

De aankondiging van de inzameling van de gaven in elke eredienst wordt minder dan vroeger ‘dienst der offeranden’ genoemd. Als dat alleen gebeurt omdat we op deze manier een wat ouderwetse term kwijt raken, is dit niet zo erg. Maar het zou zomaar kunnen, heel geleidelijk, dat het kwijtraken van het woord ‘offeranden’ tegelijk een inhoudelijk verlies betekent. Een offer brengen, dat kost ons iets. Daarop moeten we ons voorbereiden. Dat doen we elke zondag niet als we een vast aantal collectebonnen in de hand houden, dat doen we evenmin als we in de weken van Kerkbalans vrij gedachteloos een periodieke overschrijving vanaf onze bankrekening regelen. Een offer ontstaat als antwoord op een concrete vraag: Wat is de kerk mij waard? Wat is mijn naaste in nood, in geestelijke nood (zending/ evangelisatie) mij waard? Wat is de Heere mij waard?

Gebed en levenswandel
In het Oude Testament staat een offer in het teken van de gemeenschap met God, om die te vieren, te herstellen, in stand te houden. Zowel bij Israël als in andere godsdiensten wordt de gave op het altaar verbrand. In deze omgang met de Heere luistert het nauw, dat zien we direct als bij Kaïn en Abel. Het Nieuwe Testament leert ons dat het gebed en onze levenswandel de offers aan God zijn die Hem behagen. Onze redelijke godsdienst is volgens Romeinen 12:1 om ons lichaam aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor Hem welbehaaglijk. En bij dat leven voor Zijn aangezicht hoort ook het omgaan met ons bezit. Opnieuw luistert het dan nauw, ook onder het nieuwe verbond. Het is een van de eerste dingen die de eerste christenen leren als Ananias en Saffira als dubbelhartige mensen met hun geld omgaan. Over heel de gemeente komt een grote vrees als ze dood neervallen, nadat ze een deel van hun geld aan de voeten van de apostelen gelegd hebben – met de suggestie dat ze alles schonken.

Secularisatie
Handelingen 5 toont ons dat de actie Kerkbalans een geestelijke activiteit is, evenals dat het werk van de kerkrentmeester veel diepere aspecten heeft dan het economische. Waar ook trouwe kerkgangers zich dat niet bewust zijn, is hun denken geseculariseerd. We zijn geneigd de secularisatie vooral te reserveren voor het proces waarin mensen zich losmaken van de band met de traditie, van het gezag van de kerk, om zelfstandig in hun denken te participeren in de samenleving. Maar veelmeer gaat het in de secularisatie om de ontkenning van de zeggenschap van God over ons leven, om de ervaring dat ons bestaan zich afspeelt voor Zijn aangezicht. Meelevende gemeenteleden zijn daarom geseculariseerd als ze hun bezit niet ervaren als een van God ontvangen en geleende gave, die ten principale Zijn eigendom blijft. Een zakelijke aanpak van de actie Kerkbalans is dus bijbels niet te verdedigen, maar blijkt tegelijk veel minder effectief te zijn. Dat mag ons in de kerk overigens niet verbazen.

Aanpak nieuwe stijl
Het is nu vier jaar geleden dat ‘Kerkbalans nieuwe stijl’ ingevoerd werd, een aanpak waarin dat zakelijke minder ging domineren en het wezenlijke van de kerk meer nadruk kreeg dan voorheen. ‘Geen kille cijfers meer of verhalen over boktorren, leien daken en zo meer’, zoals iemand het verwoordde. De presentatie van de gemeente is daardoor ervaren als het visitekaartje van de gemeente. In die lijn zei de directeur van de dienstenorganisatie, Haaije Feenstra, tijdens zijn nieuwjaarstoespraak dat de kerk de gemeenten wil helpen meer nadruk te leggen op waar ze goed in zijn. Het gaat daarbij uiteraard niet om een opsomming van activiteiten of een zelfgegeven schouderklop, maar om het benoemen Wie we als gemeente dienen en wat dat betekent voor de omgang met elkaar en met de buitenstaander. Duidelijk is dat dit van de kerkrentmeester wel een omslag vraagt: het voor het voetlicht brengen van een geloofsgemeenschap is immers wat anders dan het presenteren van een sluitende begroting. Bij deze taak kunnen andere vrijwilligers goed ingezet worden.

Daling
De zogenoemde Kerkbalans Nieuwe Stijl zorgt niet alleen voor een beter resultaat van de actie, maar ook voor meer betrokkenheid bij de kerk – en dat laatste is dubbele winst. De meeropbrengsten liggen als gevolg van deze meer professionele en inhoudelijke presentatie tussen de vijf en vijftien procent. (meer hierover op www.kerkrentmeester. nl) Als het om de opbrengst van Kerkbalans gaat, was er in 2010 een opmerkelijk gegeven. Al veel jaren nam de opbrengst van de vrijwillige bijdrage in de Protestantse Kerk toe, ondanks dat het ledental jaarlijks behoorlijk terugloopt. Met minder mensen meer geld bijeenbrengen, dat houd je op termijn niet vol. Vorig jaar is dat gebleken en was er voor het eerst een geringe daling (van € 196,2 miljoen in 2009 naar € 195,8 miljoen in 2010). Nu minder mensen zorgen voor een sluitende begroting, zorgt de aanpak Nieuwe Stijl ook voor een verbreding van de doelgroep. Er zijn zeker mensen die niet actief met de kerk meeleven, maar er wel wat voor over hebben dat ze in dorp of stad kan blijven functioneren. De Raad voor de Plaatselijke Geldwerving wil de gemeenten handreikingen blijven aanreiken om het concept van de actie Kerkbalans voortdurend te verbeteren.

Aandacht in de eredienst
Hoe goed Kerkbalans ondertussen is opgezet, het gaat bij het geven van een verantwoorde financiële bijdrage voor de plaatselijke gemeente niet om de portemonnee maar om het hart. Daarom is het opvallend dat – hoewel de actie in 78 procent van de gemeenten op de agenda van de kerkenraad staat – de predikant slechts in 53 procent van de gemeenten betrokken is bij de voorbereiding en er slechts in 69 procent van de gemeenten aandacht aan wordt besteed in de eredienst. In die eredienst leren we van zondag tot zondag dat de Heere onze gaven niet nodig heeft. Dat zet ons op onze plaats als schepsel ten opzichte van de Heilige. Het Oude Testament tekent Hem als de God die Zelf in het offer voorziet – overigens wel nadat Hij Abraham getoetst had op wat zijn Schepper hem waard was. Bij Paulus is het niet anders als hij de Korinthiërs oproept tot vrijgevigheid vanuit het motief dat ‘onze Heere Jezus Christus omwille van u arm geworden is, daar Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden’. Wat hebben we immers aan bezit dat we zelf niet hebben ontvangen? (1 Kor. 4:7)

Gewillig en met vreugde
In antwoord 55 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de kerk dat wij (ik!) verplicht zijn onze gaven tot nut en heil van de andere leden van de gemeente gewillig en met vreugde te gebruiken. Laten we die gaven niet alleen geestelijk opvatten, maar ook financieel. Die ontvangen gaven mogen we breed definiëren. Tegen een zeer vermogend man zei een predikant ooit dat de kerk zijn geld niet nodig had. Hij vroeg hem wel af en toe een zieke te bezoeken. Onze tijd aan een ander besteden kan meer een offer zijn dan een groot bedrag in de collecte doen. Bij datgene wat we bestemmen voor de dienst aan God, hoeven we niet alleen te focussen op de actie Kerkbalans – hoe belangrijke verkondiging van het Evangelie in de lokale gemeente ook is. Een kort bericht eerder deze maand dat de inkomsten van de GZB in 2010 voor het eerst (licht) teruggelopen zijn, moet voor ons veelzeggend zijn. Beslissend voor ons geefgedrag én heel onze levensstijl is Psalm 24: ‘De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat.’ Dan zijn wij geen eigenaar, maar beheerder, met een bijbels woord rentmeester. Zoals Jozef het huis van Potifar beheerde en later het land Egypte bestuurde alsof alles van hemzelf was. Met ons teken van dienstbetoon verheerlijken we God. Wat een stimulerend voorbeeld!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2011

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Offer voor de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2011

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken