Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Filosofie bij open Bijbel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Filosofie bij open Bijbel

Wat levert 75 jaar reformatorische wijsbegeerte op?

10 minuten leestijd

75 jaar geleden werd een vereniging voor reformatorische wijsbegeerte opgericht. Wat hebben 75 jaar fi losoferen in de lijn van de Reformatie opgeleverd? Wat waren de speerpunten en ontwikkelingen?

De reformatorische wijsbegeerte is een stroming binnen de filosofie, die dit vakgebied wil bedrijven bij een open Bijbel en in de lijn van de Reformatie. De grondleggers ervan, Herman Dooyeweerd en zijn zwager Dirk Vollenhoven, waren hoogleraren aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij hebben een denkkader ontwikkeld dat christenwetenschappers en christenstudenten kan helpen om te zien waar de mogelijkheden, maar ook waar de grenzen liggen van wetenschap. Ook bouwden ze voort op het idee van Abraham Kuyper dat verschillende structuren, zoals een staat, een school, een bedrijf en een kerk, aan verschillende wetten onderworpen zijn en dus verschillend behandeld moeten worden. Een school bijvoorbeeld moet niet geleid worden als was het een bedrijf door het allereerst aan economische eisen te onderwerpen. Zo droeg deze filosofie tevens bij aan maatschappelijke discussies. Die twee doelstellingen zijn er tot de dag van vandaag nog: onderwijs en bijdragen aan maatschappelijke discussies.

Zinvolle werkelijkheid
Aan de universiteiten van Delft, Eindhoven, Leiden, Maastricht, Rotterdam, Twente en Wageningen geven bijzonder hoogleraren colleges over reformatorische wijsbegeerte. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is nog altijd een Dooyeweerd-leerstoel gevestigd. Het onderwijs dat gegeven wordt, ontleent zijn inhoud aan de beginselen die al door Dooyeweerd en Vollenhoven geformuleerd zijn, zij het dat er uiteraard nieuwe gedachten aan toegevoegd worden. Wat zijn die beginselen? In de eerste plaats dit: dat de werkelijkheid waarin wij leven zin-vol is. God heeft bij de schepping een plan gehad. Hij gaf de mens de opdracht om voor de schepping te zorgen en haar verder te ontplooien. De zin van de werkelijkheid is dus niet iets dat wij inbrengen (‘zin-geving’), maar wij mogen de zin, die God Zelf in de schepping gelegd heeft, er uit laten opbloeien (‘zins-ontsluiting’). Dat doen we bijvoorbeeld door taal te ontwikkelen, en techniek, economie, kunst en wetgeving.

Verscheiden werkelijkheid
Een tweede grondovertuiging van de reformatorische wijsbegeerte is dat de werkelijkheid rijk verscheiden is en dat zich daarin iets van Gods eigen ‘veelvuldige wijsheid’ (Ef. 3:10) uit. Dat zien we niet alleen aan de vele verschillende schepselen, maar ook aan de verschillende manieren waarop we de werkelijkheid kunnen bestuderen. Alle dingen functioneren namelijk in verschillende zijnswijzen. Een kerkgebouw bijvoorbeeld functioneert op ruimtelijke wijze (het neemt ruimte in), op economische wijze (het heeft geld gekost), op juridische wijze (het moet voldoen aan bouwverordeningen) en op pistische of geloofswijze (het dient ertoe om mensen samen te brengen voor Gods aangezicht). Dit zijn slechts enkele manieren van kijken naar dat kerkgebouw. Wetenschappen lichten elk één zo’n zijnswijze of aspect uit het geheel en bekijken alleen dat. De wiskundige kan bijvoorbeeld de inhoud van het gebouw uitrekenen, de econoom kan de verkoopwaarde ervan bepalen, de jurist kan nagaan of het voldoet aan de wetgeving en de theoloog kan erover nadenken of het kerkgebouw aan zijn uiteindelijke doel voldoet, namelijk om een kerkdienst goed mogelijk te maken.

Orde en regelmaat
Een derde gedachte is dat de werkelijkheid orde en regelmaat vertoont en dat zich daarin iets van Gods betrouwbaarheid en zorg vertoont. Zonder die orde zou het leven immers niet mogelijk zijn. Ten slotte is er de overtuiging dat de goede schepping door de zondeval is aangetast, maar dat dankzij het werk van Christus verlossing mogelijk is, waardoor wij nu leven in een tijd waarin we moeten kiezen door welk motief we ons laten leiden, een spanning die pas opgelost zal worden wanneer de Heere bij Zijn wederkomst alles zal volmaken.

Wat zijn nu de ontwikkelingen van de reformatorische wijsbegeerte geweest in de afgelopen 75 jaar van haar bestaan? In de eerste plaats dat de algemene grondgedachten, die hierboven kort werden weergegeven, voor verschillende vakgebieden verder zijn uitgewerkt. Dat heeft alles te maken met het feit dat er in de loop van de tijd bijzonder hoogleraren benoemd zijn die elk een eigen achtergrond hadden. De nu zittende hoogleraren hebben een achtergrond in de fi losofi e, de sociologie, de geschiedwetenschappen, de bètawetenschappen, de bedrijfskunde en de psychologie/ psychiatrie. Recent is een nieuwe bijzonder hoogleraar benoemd die in dit rijtje de taalkunde als discipline toevoegt.

Confrontatie
Door deze verscheidenheid van achtergronden ontstond de mogelijkheid om aan de vakfilosofieën van die verschillende disciplines bij te dragen. Zo werd een paar jaar geleden een boek uitgebracht waarin de reformatorische wijsbegeerte voor de technische wetenschappen werd uitgewerkt. In dat boek, Denken, Ontwerpen, Maken, wordt tevens de discussie aangegaan met andere stromingen in de techniekfilosofie. In de beschrijving van die andere stromingen wordt zo goed mogelijk recht gedaan aan hun overtuigingen, maar de hele presentatie is gegoten in het kader van de reformatorische wijsbegeerte. Door die manier van werken was de tekst aanvaardbaar voor een seculiere wetenschappelijke uitgever, die het boek dan ook op de markt gebracht heeft. Dat boek wordt nu gebruikt bij verschillende lerarenopleidingen voor het vak Techniek op de middelbare school. Dat is een tweede ontwikkeling in de reformatorische wijsbegeerte: door de confrontatie met andere stromingen aan te gaan is ze uit een zeker isolement getreden en vindt zodoende ingang bij seculiere instellingen.

Ethische bezinning
De uitwerkingen in specifieke vakgebieden heeft ook voor nieuwe theoretische impulsen gezorgd. De grondleggers van de reformatorische wijsbegeerte hebben niet zo veel gedaan aan de ontwikkeling van eigen gedachten over ethiek. De toepassingsgebieden waarop de huidige hoogleraren zich begeven, vragen echter wel om ethische bezinning. Daarom heeft zich een nieuwe lijn van denken ontwikkeld die als het ware een aanvulling is op de eerder beschreven grondovertuigingen, namelijk het begrip ‘normatieve praktijk’. Met dat begrip wordt bedoeld dat er verschillende beroepspraktijken zijn, zoals de medische praktijk, de ingenieurspraktijk en de militaire praktijk, die alle door normatieve regels gedefinieerd en gereguleerd worden. Ze zijn dus van meet af aan niet neutraal. Dat niet-neutrale zit in de werkelijkheid ‘ingebakken’.

Niet neutraal
De niet-neutraliteit is trouwens van het begin af aan een belangrijk thema geweest in de reformatorische wijsbegeerte. Vaak wordt beweerd dat wetenschap en techniek waardevrij zijn. Maar Dooyeweerd heeft steeds benadrukt dat we moeten doorvragen naar de grondmotieven van waaruit wetenschap bedreven wordt. Dat kan bijvoorbeeld een materialistisch wereldbeeld zijn, waarin geen plaats is voor geest of ziel als iets dat fundamentaal anders is dan materie. Wie vanuit zo’n vooronderstelling wetenschap gaat bedrijven zal God uiteraard nooit tegenkomen. Het is kortzichtig om dan te zeggen dat ‘bewezen’ is dat Hij niet bestaat. Christenstudenten krijgen dit soort bezwaren tegen hun geloof nog wel naar het hoofd geslingerd. De colleges reformatorische wijsbegeerte geven hen toerusting om hierop een gefundeerd antwoord te geven.

Maatschappelijke discussies
De laatste jaren wordt in toenemende mate geïnvesteerd in het bijdragen aan maatschappelijke discussies. Zo heeft de Stichting het afgelopen jaar twee projecten uitgevoerd voor het Nanopodium, dat voor de overheid de maatschappelijke discussie over nanotechnologie coördineert. Eén project heeft lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs over de ethiek van de nanotechnologie opgeleverd; in het kader van het andere project is voor belangstellenden een landelijk congres gehouden in de Jaarbeurs in Utrecht. Ook is vanuit de reformatorische wijsbegeerte enkele malen bijgedragen aan de professionalisering van basisschoolleerkrachten door Driestar Educatief in Gouda. De uitdaging daarbij is om de abstracte filosofische beschouwingen van de reformatorische wijsbegeerte om te zetten in praktische aanwijzingen voor hoe reformatorisch onderwijs in wetenschap en techniek er uit zou kunnen zien. Zowel hierbij als ook bij de colleges is te merken hoezeer deze wijsbegeerte bij studenten en leerkrachten aanspreekt als een denkkader waaraan goed praktisch invulling te geven is. Ook op gemeenteavonden waar ik iets mag vertellen over dit werk, merk ik dat. Het zet beslist aan het denken. Zelf had ik onlangs nog de mooie ervaring dat een niet-christenstudent na afloop van een college naar mij toekwam en aarzelend zei dat hij tot dan toe altijd geloofd had dat de wetenschap op de laatste vragen een antwoord kon geven, maar dat het college hem die illusie ontnomen had. Een prachtige gelegenheid om te wijzen op Hem, bij Wie alleen die laatste antwoorden te vinden zijn.

Hogescholen
Tot nu toe speelden de activiteiten van de stichting zich vooral af op universiteiten. Meer recent worden ook aan enkele hogescholen colleges verzorgd. De mogelijkheid hiertoe wordt geboden door de zogenaamde lectoraten, het equivalent van universitaire leerstoelen, maar dan aan hogescholen. Zo wordt er bijvoorbeeld aan de Christelijke Hogeschool Ede nu college gegeven over media en identiteit. Hierdoor is het aantal docenten van de stichting verder uitgebreid. Er is in deze uitbreiding nog een ontwikkeling te zien. Waren oorspronkelijk de bedrijvers van reformatorische wijsbegeerte afkomstig uit de kring van de Gereformeerde Kerken (zoals Abraham Kuyper, Herman Dooyeweerd en Vollenhoven), nu is de gereformeerde gezindte in haar volle breedte vertegenwoordigd, tot een gereformeerde-bonder toe. Dat heeft aanleiding gegeven tot naamsverandering van de stichting. De term ‘reformatorisch’ werd door buitenstaanders vaak geassocieerd met het meest behoudende deel van de gereformeerde gezindte. Die associatie was al niet terecht, maar nu is het dat nog minder. Daarom is vorig jaar de naam van de stichting veranderd van reformatorische wijsbegeerte naar christelijke filosofie. De eerdere term wordt echter in de praktijk nog regelmatig gebruikt en de naamswijziging hield zeker geen inhoudelijke koersverandering in.

Zonde en kwaad
Wellicht is dat laatste goed te illustreren met een laatste ontwikkeling die ik wil noemen, namelijk de binnen de reformatorische wijsbegeerte (of christelijke filosofie) toegenomen aandacht voor de invloed van de zonde op ons menselijk denken en handelen. Bevatte oorspronkelijk de reformatorische wijsbegeerte nog een vleugje cultuuroptimisme afkomstig van Abraham Kuyper, tegenwoordig spreken we steeds meer over de gebrokenheid van de werkelijkheid en de plaats van zonde en kwaad. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het kader van de discussie over milieu en duurzaamheid. In de retoriek die daarin gebezigd wordt, vinden we regelmatig pretenties als zou de mens met techniek dit probleem eigenhandig en voorgoed kunnen oplossen. Vanuit de Bijbel kennen we echter de notie van de aarde als een verslijtend kleed (Ps. 102:26). Deze notie is zo’n gelegenheid om juist vanuit reformatorisch perspectief iets eigens te kunnen inbrengen in het maatschappelijk debat.

Koningschap
Dat is de manier waarop wij als christenfilosofen na 75 jaar zowel aan universiteiten en hogescholen als in de maatschappij willen staan met onze eigen noties over de geschapen werkelijkheid. Al dat werk is mogelijk dankzij giften, zowel van bedrijven als van particulieren. Ik neem de vrijmoedigheid om dit werk, waarvan ik zelf mag ervaren dat studenten en veel anderen zeggen er veel aan te hebben, in het gebed en de vrijgevigheid van de lezers aan te bevelen. We mogen de zegen van de Heere ervaren op het werk dat we doen. Dat geeft moed en krachten om er mee door te gaan, ondanks de toenemende vijandschap die we ook ervaren. Wat dat betreft lijkt de positie van de reformatorische wijsbegeerte steeds meer op die van de Gereformeerde Bond: in de breedte willen wij staan met een geheel eigen bijdrage, die niet altijd in dank wordt afgenomen. Maar we strijden vanuit de overwinning. Dat besef van het Koningschap van de Heere Jezus mogen we dan toch weer dankbaar van Abraham Kuyper overnemen.


Een grondovertuiging van de reformatorische wijsbegeerte is dat de werkelijkheid rijk verscheiden is, wat we zien aan de verschillende manieren waarop we de werkelijkheid kunnen bestuderen. Een kerkgebouw bijvoorbeeld functioneert op ruimtelijke wijze, op economische wijze, op juridische wijze en op geloofswijze (het dient ertoe om mensen samen te brengen voor Gods aangezicht).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Filosofie bij open Bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken