Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opgewekt uit de doden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opgewekt uit de doden

Discipelen geloofden de opstanding niet

6 minuten leestijd

De opstanding van de Heere Jezus Christus is de kern van het geloof. Tegelijk roept de opstanding uit de doden veel vragen op. Zelfs de discipelen geloofden aanvankelijk niet dat Hij is opgestaan.

Jezus heeft verschillende keren met Zijn leerlingen gesproken over Zijn lijden en Zijn sterven, maar ook over Zijn opstanding uit de doden. De drie aankondigingen roepen verzet, verdriet en onbegrip op. Dat stelt ons voor de vraag wat de visie ten aanzien van de opstanding uit de doden in de tijd van Jezus was. In de evangeliën wordt verschillende keren gesproken over de opstanding uit de doden. De farizeeën geloofden bijvoorbeeld wel in de opstanding uit de doden tijdens het Laatste Oordeel. Maar de sadduceeën geloofden helemaal niet in een opstanding uit de doden. De volgelingen van Jezus – zowel de leerlingen als de vrouwen – geloofden wel in de opstanding uit de doden tijdens het laatste oordeel, maar niet in een opstanding uit de doden hier en nu. Wanneer Jezus zegt dat Lazarus weer zal opstaan, antwoordt Martha, dat hij weer zal opstaan tijdens het Laatste Oordeel (Joh.11).

Bang
Toch zijn de volgelingen van Jezus getuige geweest van verschillende opstandingen uit de doden. Maar wanneer Jezus heeft geleden, is gestorven en begraven, gelooft niemand meer dat Hij is opgestaan. De volgelingen van Jezus zijn bang en verdrietig. Wanneer Jezus daadwerkelijk verschijnt, reageren ze met angst, ongeloof en twijfel. Pas langzamerhand dringt de werkelijkheid door dat de Heere Jezus Christus werkelijk is opgestaan uit de doden en maken angst, twijfel en ongeloof plaats voor blijdschap, geloof en aanbidding. Een mooi voorbeeld is de reactie van Thomas (Joh.20). Pas als de Heere Jezus Christus daadwerkelijk aan Thomas verschijnt, belijdt hij: Mijn Heere en Mijn God! De eenvoudige conclusie moet dan ook zijn dat de leerlingen de aankondiging van de opstanding uit de doden niet hebben begrepen en niet hebben geloofd. Pas toen zij geconfronteerd werden met het feit van de opstanding uit de doden herinnerden zij zich de woorden van Jezus en geloofden ze.

Onmogelijk?
De opstanding uit de doden roept veel vragen op. In de tijd van Jezus, maar ook vandaag. Ze is niet vanzelfsprekend. Voor de leerlingen was zij onvoorstelbaar. Was zij voor de discipelen onmogelijk? Ze paste niet in het wereldbeeld van de tijd van Jezus. Vandaag past ze evenmin in het wereldbeeld van veel mensen. De één zegt: ‘Het kan gewoon niet.’ Of: ‘Het is in natuurwetenschappelijk opzicht onmogelijk.’ De ander: ‘Er is nog nooit iemand teruggekomen.’ Of: ‘Het is in historisch gezien onjuist.’ Toch is de opstanding uit de doden niet bij voorbaat in natuurwetenschappelijk opzicht uit te sluiten, ook al is er geen pasklare theorie. Laten wij niet vergeten dat de grote ontdekkingen van de natuurwetenschap in de zeventiende en achttiende eeuw gedaan zijn door gelovigen. De natuurwetenschap is op zichzelf genomen geen probleem. Het zijn de vooronderstellingen die doorslaggevend zijn. Geloven wij in een open werkelijkheid, waarin God op een unieke manier kan handelen? Wanneer de opstanding uit de doden in natuurwetenschappelijk opzicht niet is uit te sluiten, dan volgt de vraag: heeft de opstanding uit de doden werkelijk plaatsgevonden? Ook geschiedkundig gezien hoeft de opstanding uit de doden voor niemand een probleem te zijn. Er zijn diverse historische bronnen, in het bijzonder het Nieuwe Testament, die er melding van doen. In historisch opzicht is het Nieuwe Testament het best overgeleverde boek uit de Oudheid. De tijdsafstand tussen de opstanding uit de doden en het Nieuwe Testament is bijzonder kort, het aantal oude handschriften overweldigend groot. Wie kan het getuigenis en de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament weerleggen? Wanneer bij voorbaat het Nieuwe Testament uitgesloten wordt, dan kunnen alle historische bronnen uit de Oudheid wel op de brandstapel.

Ervaarbaar
Laten wij daarom teruggaan naar de leerlingen van Jezus. Zij waren getuige van de opstanding van de Heere Jezus Christus. Dat heeft hun leven letterlijk en figuurlijk op de kop gezet. Jezus verschijnt aan de leerlingen. Dat is doorslaggevend. Hij doet dat vandaag nog steeds. Meestal niet zichtbaar, hoorbaar of tastbaar, maar wel werkelijk ervaarbaar. De Heere Jezus Christus is tegenwoordig tijdens de verkondiging van het Evangelie en de viering van het heilig avondmaal onder de tekenen van brood en wijn. De Heere Jezus Christus is nog steeds een levende werkelijkheid. Hij woont in het hart van de gelovigen. Wij leven niet van een dode Jezus, wij leven met een levende Heere. Vanuit de opstanding van de Heere Jezus Christus uit de doden gaan de Schriften open en krijgt het kruis van de Heere Jezus Christus betekenis. Móest de Christus niet lijden en sterven? De leerlingen hebben de betekenis van het kruis niet begrepen en niet geloofd. Pas na de opstanding uit de doden wordt het duidelijk. De Heere Jezus Christus móest lijden en sterven. Het lichaam van de Heere Jezus Christus is gebroken tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Het bloed van de Heere Jezus Christus is vergoten tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

Betekenis
Vanuit de opstanding van de Heere Jezus Christus uit de doden gaan de Schriften open en krijgt het kruis van de Heere Jezus Christus betekenis. Zonder de opstanding uit de doden blijft het kruis zonder betekenis. Hoe moet een dode Jezus onze zonden vergeven? Hoe moet een dode Jezus ons eeuwig leven geven? Hoe kan een dode Jezus het doel van ons leven zijn? Wanneer de Heere Jezus Christus niet uit de doden is opgestaan, dan is het geloof zonder betekenis (1 Kor.15). Dan leven wij nog steeds in onze zonde. Dan is er geen eeuwig leven. Maar de Heere Jezus Christus ís opgestaan uit de doden. Wij leven niet van een dode Jezus. Wij leven met een levende Heere. Hij is de Verlosser. De Verlosser leeft. Natuurlijk! De leerlingen van Jezus zijn de wereld ingegaan met het Evangelie: de Heere Jezus Christus is opgestaan uit de doden! In het boek Handelingen is dat de kern van het geloof. In de brieven van Paulus staat onder andere: ‘Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.’ (Rom.10:9) De leerlingen van Jezus hebben het Evangelie met kracht, met de Heilige Geest en met volle zekerheid verkondigd. Zij hebben hun leven voor het Evangelie gegeven. Dat Evangelie wordt vandaag nog steeds verkondigd. Het is overgeleverd door de Kerk der eeuwen. Vanaf de eerste pinksterdag tot vandaag. Want de Heere Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Hij is de Verlosser. De Verlosser leeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Opgewekt uit de doden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken