Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Dezer dagen verscheen in het Documentatieblad Nadere Reformatie een artikel van prof.dr. F.A. van Lieburg onder de titel ‘De zwanenzang van Simon van der Linde’ (besteladres secretaris@ssnr.nl). Uit de inleiding:

• Van der Linde was sterk in mondelinge gedachtewisseling, niet minder sterk in het produceren van tekst op papier, maar beduidend minder voortvarend in het persklaar maken van zijn pennenvruchten. In de op drift geraakte academische cultuur van tegenwoordig zou hij door de onderzoeksdirecteur van zijn faculteit wel eens vermaand zijn over zijn wetenschappelijke publicatiestrategie: beneden de normen van kwaliteit en kwantiteit, niet in toonaangevende tijdschriften, en te weinig voor een internationaal forum. Ook naar toenmalige maatstaven was zijn oeuvre niet indrukwekkend, hoewel zijn bibliografi e honderden items kent. Daaronder waren veel zogeheten vakpublicaties en populariserende bijdragen, die wijzen op een behoorlijk draagvlak bij een geïnteresseerd lezerspubliek. (…) Het verlies van zijn vrouw (1977) heeft hem zodanig aangegrepen, dat er van een gehoopte inhaalslag in het afronden van publicaties niet veel terecht is gekomen. Er was één boek waarop al jaren werd gewacht. ‘Wij zijn verlangend naar het boek, dat hij aan het schrijven is’, schreef de Amsterdamse hoogleraar Gerrit C. van Niftrik (1904-1972) al in 1956 in Kerk en Theologie. Het zou een overzichtswerk worden over de Nadere Reformatie, de stroming in de Nederlandse gereformeerde kerk van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw die Van der Linde zo ontzettend goed kende. ‘Het is wel zijn stellig voornemen in zeer nabije toekomst dat boek uit te brengen’, schreef zijn broer in zijn (een) opstel bij zijn emeritaat. Al het materiaal daarvoor zat als het ware in zijn hoofd. Zelfs stonden enkele inleidende hoofdstukken al op papier. Maar het standaardwerk is er, om nog nader te bevroeden redenen, helaas niet gekomen. (…) Internationaal was Van der Linde decennialang een onbekende grootheid op zijn vakgebied. Maar juist vanaf 1974 raakte hij in beeld van de Pietismusforschung, die zich bezighield met de internationale vroomheidsbeweging, die in Duitsland veelal tot de lutherse traditie werd beperkt. In Nederland sprak men vrij onbekommerd over het ‘gereformeerd piëtisme’. (…) Waarom noemde Van der Linde de Nederlandse vroomheidsbeweging liever Nadere Reformatie dan Gereformeerd Piëtisme? In negatieve zin zeker omdat ‘piëtisme’ hem te Duits en te luthers in de oren klonk, en ook wel te geestelijk en te mystiek. In positieve zin wilde hij de gereformeerde stroming voluit waarderen in de lijn van Calvijn, de reformator van Genève, die tegenover de dopers niets van wereldmijding wilde weten, maar tegenover de rooms-katholieken en lutheranen een door kerk aangevuurde en door de overheid ommuurde wereldwijding nastreefde. Predikanten en schrijvers als Jean Taffi n, Willem Teellinck en Godfried Udemans zag Van der Linde als voortzetters van het theocratische reformatorische ideaal, als pleitbezorgers van een ‘nadere reformatie’, zoals Teellinck en later ook Voetius, Van Lodenstein en Koelman het hadden bedoeld.

• Van der Linde was een cultuurmens, die niet alleen maar oog had voor oude boeken. Hij verzamelde bijvoorbeeld ook munten en postzegels en leende zijn oor graag aan de muziek van Händel. Geloof en leven, bevinding en cultuur, Woord en wereld wilde hij bijeenhouden. De volle betrokkenheid op de geschapen werkelijkheid, dwars tegen allerlei valse mystiek, lijdelijkheid en overgeestelijkheid in, was ook de drijfveer van zijn Utrechtse collega Van Ruler. Deze charismaticus doceerde offi cieel een beetje kerkgeschiedenis maar propageerde in de praktijk vooral een eigentijdse theocratische bevlogenheid voor het Koninkrijk Gods in deze wereld. In deze context stond Van der Lindes dubbelzinnige beoordeling van de piëtistische traditie. Vandaar die voor- en natijd in de Nadere Reformatie, die waardering van maatschappelijk-politiek engagement boven innerlijkheid en wereldmijding. Vandaar ook dat hij weinig op had met Moderne Devotie en puritanisme en liever aandacht vroeg voor het Gottesreich van Coccejus en de sociale arbeid van het Réveil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken