Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geïmponeerd door Mussolini

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geïmponeerd door Mussolini

De Vaandrager stuurt hervormde jeugd bij

7 minuten leestijd

In tijden van verwarring, onbehagen en recessie klinkt de roep om krachtige leiders, stevig ingrijpen en ‘eigen volk eerst’. Gedragen door dit gedachtegoed nemen fascisme en nationaalsocialisme rond 1930 een hoge vlucht. Ook hervormd-gereformeerde jongeren voelen zich aangetrokken.

De rechterfl ank van de gereformeerde gezindte is door drs. T.W. van Bennekom in zijn boek De wachters op de muren (1990) met reden getypeerd als ‘sterk nationalistisch, tevens antisocialistisch en daarnaast vaag racistisch’. De kerkelijke pers op basis waarvan hij een beeld schetst van onder meer de hervormd-gereformeerden, weerspiegelt wat er in de periode 1932- 1940 leeft onder de volwassenen in reactie op het nationaalsocialisme. Zoals in zoveel volksdelen is dat beeld gemengd. Sommige opinieleiders waarschuwen vanaf het begin tegen wat huns inziens ten principale een heidense wereld- en levensbeschouwing is. Bij anderen gaan de ogen in de loop van de jaren dertig open voor de ware aard van Hitlers regime en wat dat voor Nederland belooft, terwijl bij weer anderen de sympathie overheersend blijft.

Verwarring
Als de ouderen niet op één lijn zitten, verbaast het niet dat de jeugd verschillende kanten opgaat. De Vaandrager, het blad van de hervormd-gereformeerde jongelingsbond, probeert in de jaren dertig richting te wijzen aan de jongeren. In het begin is er even verwarring te proeven als het gaat om de beoordeling van het fascistische Italië, waar dictator Benito Mussolini (1883-1945) onmiskenbaar kan bogen op grote prestaties: het overheidsapparaat werkt goed en de orde is gewaarborgd. In de dictatuur wordt tenminste gehandeld, in plaats van dat er in de volksvertegenwoordiging eindeloos wordt gedebatteerd. In het tiental artikelen dat Joh.C.A. Vroegindeweij uit Eindhoven in 1929- ’30 aan Mussolini wijdt, ligt de tweeslachtigheid er dik bovenop. Aan het slot zegt hij ronduit wat iedere lezer al duidelijk is: hij bewondert het genie, de wils- en de daadkracht van Mussolini. Zo iemand verschijnt ‘slechts eens per eeuw’. Uiteindelijk wijst hij het fascisme op principiële gronden echter radicaal af. Dit antigodsdienstige stelsel stelt vader Fascisme, moeder Rome en genie Mussolini in de plaats van Vader, Zoon en Heilige Geest. De algehele toewijding aan de staat is voor de christen strijdig met het geloof in God, die staat boven de staat.

De bezem hanteren
Geïnspireerd door ten dele Italiaanse lectuur heeft Vroegindeweij heel wat woorden nodig voordat de ware aard van Mussolini’s fascisme hem tot kritiek dringt. Vanaf het begin is de serie die D. Broeren in 1932-’33 aan het fascisme wijdt anders getoonzet. Rept Vroegindeweij met geen woord van de voortdurende dreigementen, de straatterreur en de verbanningen (in Mussolini’s mond ‘volkshygiene’), Broeren oordeelt dat Mussolini’s optreden daar ‘steeds’ op gebaseerd is geweest. Het zou kortzichtig zijn te stellen dat een staatkundig stelsel waarmee men het principieel niet eens is, niets goeds zou kunnen presteren. Staan bleef echter dat de fascistische partij onrechtmatig aan de macht is gekomen en deze macht op terroristische wijze handhaaft. Aan het slot van zijn artikelen wendt Broeren de blik naar het ‘geschreeuw’ in De Bezem en De Fascist in eigen land. Die krantjes wekken de indruk dat er in Den Haag en in gemeenteraden slechts slappelingen aan de touwtjes trekken, die weg gebezemd verdienen te worden. ‘Maar ge kent uw geloofsbelijdenis toch wel?’ vervolgt Broeren. Voor alle zekerheid citeert hij uit artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat ieder schuldig is de ware overheid te gehoorzamen in alle dingen die niet strijden met Gods Woord. ‘De zinsnede: ”wij verwerpen in het algemeen al degenen, die de overheden en magistraten verwerpen”, geldt ook voor de fascisten.’

Geduld worden
Na de afronding van de serie over het fascisme vervolgt Broeren met een reeks over het nationaalsocialisme. Afgezien van de racistische component van het nationaalsocialisme is deze ideologie in zijn ogen identiek met het fascisme, al kent de beweging een heel andere opkomst. Broeren kan Hitler in februari 1933 niet als de evenknie van Mussolini zien. Hij meent dat Mussolini het in Duitsland al lang tot dictator zou hebben geschopt. Hitler wist de massa op te zwepen, maar hij zette niet door. In zijn ‘Kronieken’ volgt Broeren de ontwikkelingen in Duitsland gespannen. Hij moet zijn oordeel over Hitler dan ook spoedig herzien. Broerens beoordeling blijft intussen consequent afwijzend. Als stelsel deugt het nationaalsocialisme niet, herhaalt hij in 1936. Het is modern heidendom, dat het gemunt heeft op het ware christendom: ‘De levenswortel van het nationaal-socialisme is uit de aarde aardsch en die van het christendom hemelsch, dus in wezen elkanders tegengestelde. De een verheerlijkt den mensch op het hoogst, de andere de Christus Gods.’ Tegen het nationaalsocialisme gelden dezelfde bezwaren als tegen het fascisme, te vermeerderen met het antisemitisme. De kerk heeft van beide stromingen niets goeds te verwachten. Maximaal zou ze geduld worden.

Holle vaten
Van een specifiek Nederlandse variant, zoals Musserts NSB voorstaat, wil Broeren in 1934 niets weten: ‘Er vallen in de nationaal-socialistische wereld geen nieuwe ontdekkingen meer te doen.’ Hoewel Broeren fascisme en nationaalsocialisme in Nederland weinig kans van slagen geeft, gaat hij de NSB steeds serieuzer nemen. Daarvoor gebruikt hij principiële argumenten, maar hij hanteert ook het wapen van de spot. Gaat voor nationaalsocialisten landsbelang boven partijbelang? Zou het? ‘Zouden we werkelijk gebaat zijn met een ”vaderlandsche” dictatuur van ir. Mussert? Zou hij werkelijk beter kunnen regeeren dan het huidige ministerie, waarin mannen zitten, die in den dienst vergrijsd zijn?’ Nee, de nationaalsocialisten doen denken aan holle vaten, ‘ge weet wel, die zoo hard klinken, maar waar ge niets uithaalt, alleen maar wat bij kunt doen’.

Royement
En zoals alle waarschuwingen al doen vermoeden, ze zijn er. Jongens die zich gevoelig tonen voor het nationaalsocialisme, die er – mede als antipode van het communisme – bewondering voor hebben of zelfs lid zijn van de NSB. Redacteur M. Noteboom zijn gevallen bekend van zich gereformeerd noemende onderwijzers, die als lid van een jongelingsvereniging de NSB verdedigen en propageren. Wat moest men met hen aan? Noteboom adviseert in 1933 nationaalsocialistische sympathieën onder de leden hoogst serieus te nemen. Zodra de leiding er van op de hoogte raakt, is het zaak het onderwerp gezamenlijk grondig te bestuderen, ‘voordat de dwalende broeders in de fascistische stroomingen meegesleurd worden’. Meestal mag verondersteld worden dat deze sympathie van voorbijgaande aard was. Jongeren voelen zich nu eenmaal tot het nieuwe en krachtige aangetrokken. Is het echter geen gril, dan bepleit Noteboom ‘na rijp beraad en ernstige samenspreking’ royement als lid. Kan dat echter zomaar? Ruim twee jaar later blijkt de kwestie nog altijd actueel. Het bondsbestuur raadt aan de artikelen uit het reglement waarin grondslag en doel werden uitgedrukt, uit te breiden met een alinea waarin ‘zij geweerd of geroyeerd worden, die doelbewust lid van de N.S.B. zijn, en (of ) de beginselen dier beweging op de J.V. probeeren te propageeren’. Het kwaad moet in de wortel worden aangepakt. Ook op de bondsdagen van 1933 en ‘34 kritiseren sprekers het nationaalsocialisme.

Ontmaskerd
Een jv-lid dat trouw NSB-lid is en zelfs kopij levert voor een plaatselijk partijblaadje. Met aan de binnenkant van zijn revers het NSB-insigne bezoekt hij de jv-vergaderingen. Hij wordt ontmaskerd en in het nauw gedreven. Met als resultaat dat hij zelf een bestrijder van de NSB wordt. Dit geval stelt Noteboom ten voorbeeld. Zo kan het gaan.

Met hoevelen gaat het anders? De strijd tegen fascisme en nationalisme blijft in de jaren dertig grotendeels een strijd op papier, waaraan na de neergang van de NSB vooral vanaf 1937 weinig woorden meer worden gewijd. Het karakter van de strijd verandert sterk als de Duitsers in 1940 het land bezetten. Zeker nadat die het veld moeten ruimen zijn er hervormd-gereformeerde ouderen én jongeren die met bittere spijt terugzien op keuzes die hun toekomst vaak lang stempelen. De jeugd kan zich verontschuldigen met soms bedenkelijke volwassen voorbeelden. Maar de voorlichting vanuit de jongelingsbond is duidelijk afwijzend geweest.


D. Broeren (1907-1974) studeert in de jaren dertig Duits en werkt als buitenlands correspondent van de bank Mees en Zn te Rotterdam. Vanaf 1936 is hij werkzaam bij het ‘Rotterdams Nieuwsblad’. Later voltooit hij een theologiestudie en wordt in zijn laatste levensjaren nog (confessioneel) predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geïmponeerd door Mussolini

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken