Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geschiedenis als grabbelton

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geschiedenis als grabbelton

Vruchtbaar omgaan met de traditie [2, slot]

7 minuten leestijd

Het verleden doet vaak dienst als een grabbelton, waaruit we argumenten opduikelen om ons eigen standpunt te staven. Wat is echte waarheid? Wat zijn tradities en hoe moeten we ze duiden?

Ik heb me meer dan eens ongelukkig gevoeld toen we twee jaar geleden werden ondergedompeld in het Calvijnjaar. Hoe vaak werd Calvijn toegeëigend en ging het niet over Calvijn maar over onze beelden van Calvijn? Want Calvijn is ons ten diepste in veel opzichten vreemd geworden. Welke predikant durft het aan letterlijk een preek van Calvijn uit te spreken? Wie zou werkelijk graag een avond bij hem op visite zijn? Ik moet denken aan een recensie van een boek van ds. A. Moerkerken over Ezechiël. Na de inhoud weergegeven te hebben en een paar waarderende opmerkingen gemaakt te hebben, schrijft de auteur: ‘Ik heb ook wat van het boek geleerd. Namelijk dat Ezechiël ook al van de Gereformeerde Gemeenten was.’ Deze voorbeelden zeggen iets over de bril die we op hebben als we naar het verleden kijken. Wie heeft het copyright op het verleden? Welk verleden bedoelen we?

Vreemd
Vanuit mijn vakgebied wil ik iets zeggen over de historiciteit van de gereformeerde en elke andere traditie. Onder historiciteit versta ik zowel de bepaaldheid van het verleden (en heden) door tijd en context, als de historische veranderlijkheid van het verleden en de wereld. Die visie op het verleden werd in de negentiende eeuw uitgevonden. Mensen kregen oog voor de ‘vreemdheid van het verleden’. Hedendaagse opvattingen zijn niet zomaar als een maatstaf naast gebeurtenissen uit het verleden te leggen. Het verleden is onkenbaar.

Vaderlandse kerk
We zijn ons bovendien veelal niet bewust van de datum van het ontstaan van een traditie. Als ik in de zeventiende of achttiende eeuw iemand had aangesproken als lid van de volkskerk of vaderlandse kerk, had de aangesprokene me verbaasd aangekeken. Niet alleen het woord, maar ook de inhoud was hem volkomen onbekend. Hoewel het begrip vaderlandse kerk in 1771 voor het eerst werd gebruikt door een anonieme auteur in De Advocaet der Vaderlandsche Kerk (waarschijnlijk J. Barueth of P. Hofstede), wordt het pas geijkt in de negentiende eeuw. Dan is sprake van een invented tradition (uitgevonden traditie). De natiestaat verbindt kerk, volk en vaderland tot een geheel. Zo’n uitgevonden traditie komen we ook tegen in het negentiendeeeuwse begrip ‘God, Nederland en Oranje’ en in wat de historicus G.J. Schutte noemt ‘de mythe van het calvinistisch Nederland’. Een voorbeeld van een uitgevonden traditie uit de twintigste eeuw is de reformatorische zuil. Tenslotte schreef ik vorige week al dat ik als jongen me op zondag niet mocht scheren. Vader Brakel liet zich echter op zondag zonder aarzeling door de barbier onder handen nemen.

Bevinding
Historiciteit wil in dit verband zeggen dat alle historische verschijnselen de kenmerken van de tijd dragen. Als historicus houd ik hier op. Als de historiciteit verabsoluteerd wordt, komen we bij Nico ter Linden van Het verhaal gaat en de vrijzinnige theoloog H.M. Kuitert uit. In de geschiedenis zelf vind ik geen moreel ijkpunt. Ik vind het in het geopenbaarde Woord van God. Als een verabsoluteerde historische revolutie uitmondt in de moderne en postpostmoderne levenservaring dat elk menselijk verstaan van de waarheid historisch is bepaald, moeten we onder ogen zien dat er van een eeuwige waarheid niets overblijft. Dan zijn geschiedenissen niet echt gebeurd, maar wel waar. Althans voor mij. En op dit moment. Ik geef toe dat ik dat spannend vind. De Psalmen zijn gedichten van mensen uit een andere tijd en een andere cultuur. Als historicus weet ik van de onkenbaarheid van de mens in andere tijden en culturen. De vraag doemt dan op of we de bevinding die we aan de Psalmen ontlenen, er zelf niet hebben ingelegd. Ontmoeten we het hart van David in zijn psalmen of het beeld dat wij van David gemaakt hebben?

Augustinus
We zijn niet de eersten die deze vragen gesteld hebben. Inmiddels zijn er boekenkasten vol over eeuwige en tijd- en plaatsgebonden waarheden geschreven. We worden elke keer geroepen zelf antwoord te geven. Vijftienhonderd jaar geleden schreef de kerkvader Augustinus de veel geciteerde en nog immer imponerende woorden: ‘Het zijn slechte tijden. Het zijn moeilijke tijden. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden.’ Woorden die iedereen oproepen verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen tijd en de wereld om zich heen. Het is ook Augustinus geweest die de Westerse cultuur eeuwenlang richting en bestemming heeft gegeven met de notie dat de geschiedenis een doelgerichtheid heeft, lineair en eenmalig is.

Afvalrace
Wie ‘woont’ in de traditie der eeuwen ontsnapt aan de waan van de dag. Doorgeven of overdragen is goed Hollands voor het Latijnse tradere, waarvan ons woord traditie is afgeleid. Traditie vanuit godsdienstig perspectief zou ik willen definiëren als het van vader op zoon en van moeder op dochter doorgeven van de vorm en inhoud van de eigen geloofs- en levensovertuiging. Voor ons is dat de christelijke traditie. En dan begint de historische afvalrace. We wonen eigenlijk niet in een protestantse maar gereformeerde traditie. Of nee, een reformatorische. Ik citeer ds. H.G. Abma in een vrije bewerking: ‘Van het algemene naar het bijzondere, van het bijzondere naar het bijzonderste, van het bijzonderste naar het allerbijzonderste.’ Steeds is er de neiging de leer van de kerk en het kerkelijk leven nauwer en scherper te definiëren. Alles wat daaraan niet voldoet wordt als twijfelachtig of onchristelijk weggezet. Maar de kerk is niet in 1517, 1834, 1944, 1953 of 2004 begonnen. Er zijn ook tradities van de Vroege Kerk en van de kerk uit andere continenten.

Moeder
Natuurlijk ontkom je niet aan het hanteren van een norm. Ik neem alles serieus wat bijbels legitiem is, wat met de grondwaarheden van het christelijk geloof in overeenstemming is. Verschillende keren heeft onder anderen prof.dr. C. Graafland een pleidooi gevoerd voor het terug naar de pure frisheid van de Schrift. Het gaat hem om het in zijn ogen te strakke raster dat de belijdenis legt over de Schrift. Soms speelt ook het standpunt dat we vaak de antwoorden van gisteren geven op de vragen van morgen. Prof. Graaflands worsteling naar de puurheid van de Schrift komt mij sympathiek voor. Ik neem aan – en weet – dat hij en anderen bij dit opruimwerk zich niet lieten leiden door een dogmatische en methodologische historiciteit. Ook om historische redenen is het niet mogelijk – noch wenselijk, zeg ik er persoonlijk bij – de belijdenisgeschriften op te ruimen. Laten we er doorheen kruipen om eruit te leven. Ze zijn als het ware een moeder voor ons, die ons zoveel heeft gegeven.

Aanklontering
Om vruchtbaar om te gaan met de traditie moeten we de drie doelen van de geschiedenis in het oog houden: bestaansverheldering, identiteitsconstructie en oordeelsvorming. Elke gereformeerde zal beamen dat hij gereformeerd is om gereformeerd te worden. Er is sprake van menselijke, tijdgebonden aanklontering aan de Bijbel. Soms overwoekert het struikgewas de kern. Het enige ijkpunt is de Schrift zelf. Om zicht te krijgen op de (kerkelijke) identiteit van jezelf en de ander, moet je weten wie je vader en moeder zijn. Ik bedoel dat je je eigen identiteit moet kennen om de ander en het andere te kunnen plaatsen en beoordelen. De geschiedenis kan je helpen te bepalen hoe je tot je standpunt gekomen bent. We staan allemaal op de schouders van anderen. Dan weet je dat je niet terug kunt achter de belijdenisgeschriften zonder je identiteit te verliezen, maar je weet evenzeer dat de belijdenisgeschriften in confrontatie met afwijkende opvattingen ontstaan zijn. Dan gaat het er wel om je meetinstrumenten voortdurend te ijken.

Ophouden
‘We belijden met de kerk van alle eeuwen en alle plaatsen.’ Het Apostolicum is een prachtig loflied op en samenvatting van de Schrift. We belijden dat de Heilige Geest wegen schrijft in de tijd. Daarom mag de belijdenis nooit stollen. Een gesloten traditie is vruchteloos. Nieuw tradities zullen ontstaan. Een open dynamische traditie doet niet mee aan een afvalrace waarbij alleen een opvatting van een bepaalde kerk over uitverkiezing, verbond, doop of aanbod van genade als geldig verklaard wordt. In het Nieuwe Jeruzalem zullen de mensen volksgewijs ingebracht worden. Allemaal met hun eigen traditie. En dan zullen alle tradities ophouden te bestaan. Daar komen pelgrims op reis door de tijd Thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geschiedenis als grabbelton

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2011

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken