Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

J.P. de Vries
Een theocratisch visioen. De verhouding van religie en politiek volgens A.A. van Ruler. Uitg. Boekencentrum Academic, Zoetermeer, 354 blz., € 29,90.
In dit proefschrift, afgelopen mei verdedigd aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen, geeft de oudhoofdredacteur van het Nederlands Dagblad een nauwkeurig overzicht van het denken van prof.dr. A.A. van Ruler over theocratie. Het is boeiend en verhelderend om te lezen over de fundering van het theocratisch visioen bij deze sprankelende theoloog. Daarnaast gaat De Vries in op de concrete uitwerking van dit visioen zoals Van Ruler deze heeft gegeven. De bredere context van zijn ideeën wordt aangegeven door middel van schetsen van de visies van Hoedemaker, Kuyper en Karl Barth. Hoofdstuk 5 van de dissertatie beschrijft de discussie met tijdgenoten (zoals H. Berkhof, A.J. Rasker, W.H. Velema, K. Schilder). Ook de doorwerking van Van Rulers ideeën in kerk en politiek krijgt aandacht: de invloed op de kerkorde van 1951, zijn kritiek op het herderlijk schrijven Christen-zijn in de Nederlandse samenleving (1955), zijn invloed op het document De politieke verantwoordelijkheid van de kerk (1964) en de wijze waarop verschillende politieke partijen op zijn gedachtegoed hebben teruggegrepen.

In het slothoofdstuk komt De Vries tot een kritische beoordeling van Van Rulers theocratische visie. De kern van deze kritiek is mijns inziens verwoord in het volgende citaat: ‘In het doortrekken van de oudtestamentisch theocratie naar het Nederlandse gemenebest miskent Van Ruler de wezenlijke omslag die de kruisdood, de opstanding en de hemelvaart van Christus in de wereldgeschiedenis hebben teweeggebracht.’ (300) Verder vindt De Vries deze visie op theocratie zowel aan de staat als aan de kerk een te grote macht toekent – aan de staat in geestelijke en aan de kerk in wereldlijke zaken. De ambten van kerk en staat worden niet scherp genoeg van elkaar onderscheiden. De kerstening van het volk, die als vrucht van de samenwerking van kerk en staat (als de twee brandpunten van een ellips) tot stand moet komen, is voor de staat te veel gevraagd en voor de kerk te weinig (namelijk wanneer Van Ruler over het christendom spreekt als een vermenging van openbaring en heidendom).

Ik vind het mooi dat de auteur ondanks zijn fundamentele kritiek toch ook affiniteit weet te tonen met de motieven van Van Ruler in diens pleidooi voor theocratie. Wat De Vries aanspreekt in de visie van Van Ruler is de positieve waardering van het aardse als werk van de Schepper, zijn eerbied voor de overheid als dienares van God, en zijn liefde voor het volk, dat hij zo graag in zijn geheel God zou willen zien dienen. Ook waardeert hij Van Rulers afwijzing van de radicale politieke theologie die in de jaren ’60 opkwam en die de Utrechtse dogmaticus deed kiezen voor de lijn van Het getuigenis (1973). De Vries onderstreept dat Van Ruler bovendien terechte kritische vragen heeft gesteld over de werking van het democratische stelsel, de neutraliteit van de overheid en de verdeling van het volk in partijen. Van deze positieve waardering had ik graag nog wat meer teruggezien in het gehele boek en in de eigen positiebepaling van de auteur. Maar over het geheel genomen heeft De Vries een mooie, objectieve beschrijving gegeven van de positie van Van Ruler. Zijn dissertatie is een fraai voorbeeld van een keurig afgebakende en daarom overtuigende studie als proeve van bekwaamheid van een doctor theologiae.

J. Hoek, Veenendaal

---
A. Moerkerken
Zin en mening. Een bezinning op de uitleg van de Heilige Schrift. Uitg. Den Hertog, Houten; 192 blz.; € 15,90.
Van de hand van ds. A. Moerkerken, als docent bijbelse vakken verbonden aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten te Rotterdam, verscheen een boek dat een hulpmiddel wil zijn om de betekenis, de ‘zin en mening’, van de Bijbel te verstaan. Het boek is ontstaan als lesdictaat voor studenten van de genoemde Theologische School, maar is ook bedoeld voor allen die belangstelling hebben voor de uitleg van de Bijbel en die meer willen weten over de regels die gehanteerd worden bij de uitleg (hermeneutiek).

In hoofdstuk 1 komt het voorwerp van de exegese (de Heilige Schrift) aan de orde, waarbij ingegaan wordt op de eigenschappenvan de Bijbel. In de volgende hoofdstukken gaat het over begrippen die met de uitleg van de Bijbel samenhangen, zoals metaforen, analogieën, allegorese. De methodiek van de exegese komt aan de orde (welke stappen worden bij de uitleg gezet en in welke volgorde) en het boek sluit af met een beknopt overzicht van de geschiedenis van de exegese.

In het vierde hoofdstuk gaat het over de praktijk van de exegese. De schrijver laat aan de hand van een aantal voorbeelden zien hoe hermeneutische regels toegepast kunnen worden. Dit hoofdstuk zal de geïnteresseerde lezer waarschijnlijk het meest aanspreken, omdat hier aan de hand van zeventien passages uit de Bijbel, waarvan de uitleg min of meer omstreden is, wordt gezocht naar de juiste betekenis van het Schriftgedeelte. Om maar iets te noemen: wat is bedoeld met het teken dat de Heere aan Kaïn stelde? Wat betekent de uitdrukking ‘de inwendige mens’? Heeft Jefta zijn dochter daadwerkelijk geofferd? Bij alle nadruk die de schrijver legt op de heilshistorische bedoeling van Schriftgedeelten, vraagt hij ook aandacht voor de heilsordelijke lijnen in de Schrift (bijvoorbeeld in het boek Ruth).

Als de geschiedenis van de uitleg aan de orde komt, worden publicaties als Klare wijn (1967) en God met ons (1981) genoemd. Deze publicaties, waarin het klassiek gereformeerde spreken over het Schriftgezag discutabel gesteld wordt, zijn door sommigen gekwalificeerd als ‘moedig’ en ‘eerlijk’. We stemmen met de schrijver in als hij stelt dat het moediger is om een lans te breken voor de klassiek gereformeerde opvatting over de Schrift. Wanneer het gaat over bezinning op het Schriftgezag, grijpt hij terug op oudere auteurs, zoals H. Bavinck, F.W. Grosheide, S. Greijdanus, en uit onze tijd J. van Bruggen. Namen uit eigen kerkverband (of van hervormde zijde) ontbreken. Hopelijk is het boek van ds. Moerkerken een impuls om in eigen kring meer aan doordenking te (gaan) doen op het vlak van de gereformeerde hermeneutiek. De schrijver memoreert dat bij het verschijnen van het rapport God met ons de synode van de Gereformeerde Gemeenten een brief ontving waarin zij verzocht werd het betreffende rapport te willen bestuderen, te toetsen en eventueel van commentaar te voorzien. Dat de synode dit niet gedaan heeft – zo ds. Moerkerkenin een interview – is een gemiste kans.

Het nu voorliggende boek kan gezien worden als een waardevolle aanzet tot diepere bezinning op de ‘zin en mening’ van de Heilige Geest (9), die niet anders is dan de ‘zin en mening’ van de Heilige Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken