Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mensen vissen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Mensen vissen

4 minuten leestijd

En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd. Markus 1:14-18

‘Volg Mij na’, zei Jezus toen Hij de broers Simon en Andreas in Galilea zag. ‘Ik zal maken dat gij vissers der mensen zult worden.’

De schrijver Diogenes Laertius vertelt in zijn Levens van wijsgeren het volgende verhaal. Toen Aristippus berispt werd omdat hij Dionysius, de koning van Syracuse, toeliet hem in het gezicht te spuwen, antwoordde hij: ‘Als de vissers zichzelf laten doordrenken met zeewater om een voorn of witvis te vangen, zou ik het dan niet verdragen om te worden nat gemaakt met gemengde wijn, zodat ik een karper kan vangen?’ Aristippus verdroeg Dionysius’ gedrag om hem te winnen voor een filosofische levenswijze. Hij wilde hem meenemen op het pad van de wijsheid.

Vrijheidsberoving?
Mensen vissen, mensen vangen. Als je gevangen wordt, ben je je vrijheid kwijt. Is het wel zo gunstig voor de vissen, als Jezus zegt tegen de vissers in Markus 1 dat Hij mensenvissers van hen zal maken? Zal deze missie geen vrijheidsberoving inhouden en moeten we van Jezus’ mensenvissers niet zeggen: ‘Pas op voor die lui, ze proberen je te vangen!’? Dan moeten we de Heere kennen, die hier aan het woord is, en Zijn heraut, Johannes de Doper. Zij ontdekken de mensen eraan dat ze doelmissers zijn door los van God te willen leven. En dat ze spartelen in het visnet van de verleider, de duivel. Mensen moeten worden gevangen voor de vrijheid van het ‘kind van God zijn’. Vissen moeten zwemmen in het stromende water dat van Israëls God uitgaat.

Johannes de Doper
De eerste visser uit het Nieuwe Testament is Jochanan de Dompelaar, onder ons beter bekend als Johannes de Doper. Hij doopt mensen in het water van de Jordaan in de woestijn van Judea en verkondigt hen in de weg van boete en berouw Gods vergeving. Wat Gods vergeving is? Luister naar Micha: ‘Hij zal Zich weer over ons ontfermen,/ Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,/ ja, U zult al hun zonden werpen/ in de diepten van de zee’ (7:19). Corrie ten Boom zegt daarover: ‘en Hij zet er een bordje bij ‘verboden hier te vissen’’.

Andreas
Wie was na, in navolging van, Jezus Messias, de eerste mensenvisser? Andreas! Johannes de evangelist neemt ons mee naar de tijd voordat Jezus Andreas roept. Andreas is dan nog leerling en volgeling van Johannes de Doper en wordt voorgesteld aan Jezus, enige tijd voordat Hij naar Galilea komt om daar Zijn publieke optreden te beginnen. Johannes vertelt ons ook iets over de rol die Andreas later in Jezus’ bediening speelt (Joh.6:1-13; 12:20-26). Volgens Johannes’ getuigenis had Andreas al mensen gevist voordat Jezus hem riep (Joh.1:35-46). Zijn grootste vis had hij al aan land gehaald: niemand minder dan zijn eigen broer Simon. De Simon die later door Jezus Petrus wordt genoemd en die voor de gemeenten van Jezus Christus zo veel heeft betekend.

Prioriteit
Andreas’ wijze van mensenvangen, zoals Johannes die beschrijft, leert ons enkele dingen. Ten eerste de prioriteit van mensen vangen: ‘Deze vond als eerste zijn eigen broer Simon’ (1:42). En later: ‘En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.’ (Mar.1:18,20) Hij gaat meteen naar hem toe. Ten tweede de nabijheid van de te vangen mensen: ‘Deze vond eerst zijn broer Simon.’ Hij mocht beginnen met zijn broer, dicht in zijn omgeving. Straks zou hij begaan zijn met vijfduizend mensen die te eten moesten hebben (ook aardse zaken horen bij de visvangst). In derde plaats zien we de productiviteit van mensenvangen: ‘En hij leidde hem tot Jezus. Jezus keek hem aan en zei: U bent Simon, de zoon van Jona; u zult Kefas genoemd worden, wat vertaald wordt met Petrus.’ (Joh.1:43) Zonder Andreas was Simon geen Petrus geworden. Zonder de Heere Jezus was Andreas nooit gevangen, had hij nooit opnieuw kunnen vissen: ‘Ik zal maken dat u vissers van mensen wordt.’

Ichthus
We kennen het visje van de christenen: de ichthus. De opeenvolgende Griekse letters IChThUS staan voor Ièsous Christos Theou (H)uios Sotèr, Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. Clemens van Alexandrië adviseerde zijn hoorders die wel eens een brief of ander document moesten ondertekenen een christelijke zegelring te gebruiken. ‘Laat ons embleem een vis zijn. Telkens als u een recept schrijft of een kwitantie of een brief, schrijf uw naam en daaronder het embleem van de Ichthus. Denk aan Jezus Christus, Gods Zoon, Redder.’ Tertullianus van Carthago, die in dezelfde tijd als Clemens leefde, zegt in zijn geschrift Over de doop: ‘Wij kleine vissen zijn, zoals onze grote Ichthus, geboren in het water. De manier om vissen te doden, is hen uit het water te halen.’ Denk aan Jezus Christus, Gods Zoon, Redder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Mensen vissen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken